Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BH9949

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
03-03-2009
Datum publicatie
03-04-2009
Zaaknummer
07/015924-96
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

TBS-verlenging, instemming met advies voorafgaand aan onderzoek, vormverzuim.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Strafraadkamer

Parketnr. : 07.015924-96

Uitspraak : 3 maart 2009

Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn, gedurende welke:

[verdachte]

geboren op [geboortejaar]

thans verblijvende in de [adres]

ter beschikking is gesteld teneinde van overheidswege te worden verpleegd.

Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank d.d. 18 februari 1997 ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, van welke terbeschikkingstelling de termijn is ingegaan op 5 maart 1997. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beschikking van deze rechtbank d.d. 09 mei 2009 en eindigt behoudens nadere voorziening op 5 maart 2009.

Het openbaar ministerie heeft op 19 januari 2009 een vordering ingediend tot verlenging van bovenvermelde termijn met twee jaar. Bij die vordering zijn de door de wet voorgeschreven stukken overgelegd.

Betrokkene, bijgestaan door mr. R.S. van den Berg, advocaat te Deventer, en de officier van justitie, mr. J.P. Scheffer, zijn op 17 februari 2009 in raadkamer in het openbaar gehoord.

Tevens is als getuige-deskundige gehoord dhr. R.E. Pieters, klinisch psychiater en behandelcoördinator aan de Van Mesdagkliniek.

Op 23 december 2008 is door K. Koster (GZ-psycholoog en behandelcoördinator) en E.A.M. Kouwert (psychiater, Zorginhoudelijk manager Instroom), namens dhr. H.J. Beintema (Psychiater, directeur behandelzaken Mesdagkliniek) rapport en advies uitgebracht omtrent de eventuele verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling. Geadviseerd is om de terbeschikkingstelling met 2 jaar te verlengen.

Voorts is, nu het openbaar ministerie een verlenging vordert waardoor de totale duur van de terbeschikkingstelling een periode van (een veelvoud van) zes jaar te boven gaat, op 11 december 2008 door G. de Bruijn (klinisch psycholoog/psychotherapeut) en op 7 december 2008 door F.P.J. van Soeren (psychiater) rapport en advies uitgebracht.

De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met 2 jaar.

Betrokkene heeft in raadkamer verklaard bezwaar te maken tegen verlenging van de terbeschikkingstelling omdat hij van mening is dat de terbeschikkingstelling dient te worden beëindigd omdat hij geen gevaar meer vormt voor de maatschappij, omgeving en familie. Het gaat beter met hem en hij heeft geen psychoses meer.

Voorts is aangevoerd dat de vordering van de officier van justitie dient te worden afgewezen, omdat het advies van voornoemde De Bruijn niet voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld in artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering.

OVERWEGINGEN

De rechtbank is bij de beraadslaging in raadkamer tot het oordeel gekomen dat de raadsman terecht heeft aangevoerd dat uit het rapport van psychiater F.P.J. van Soeren valt op te maken dat de onafhankelijke rapporteur G. de Bruijn (psycholoog) het reeds op 6 december 2008 met Van Soeren eens was over diagnose en advies, nog voordat hij betrokkene zelfstandig heeft onderzocht. Hoewel in het vierde lid van artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering is bepaald dat het onafhankelijke advies van twee gedragsdeskundigen een gezamenlijk advies kan betreffen, dienen de gedragdeskundigen de betrokkene wel zelfstandig te onderzoeken. (zie lid 4, tweede volzin van artikel 509o Sv, en Hof Arnhem (penitentiaire kamer) 22 januari 2001, NJ 2001/484).

De rechtbank is van oordeel dat op zijn minst de schijn aanwezig is dat aan het advies van psycholoog de Bruijn niet een zelfstandig onderzoek is voorafgegaan, waardoor dit advies niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Hoewel een dergelijk vormverzuim in beginsel zou kunnen leiden tot een niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, is de rechtbank van oordeel dat daarvoor onder de gegeven omstandigheden geen aanleiding bestaat, nu niet gebleken is van een welbewuste schending van belangen van betrokkene. De rechtbank acht het wel van belang dat voor een beslissing over de verlenging van de TBS alsnog een tweede onafhankelijk gedragskundig advies van een psycholoog wordt opgemaakt, teneinde een onafhankelijke toetsing mogelijk te maken.

De rechtbank zal op grond van het vorenstaande, gelet op de artikelen 38d en 38e Wetboek van strafrecht en artikel 346 van het Wetboek van Strafvordering beslissen als hierna te melden.

BESLISSING

De rechtbank hervat het onderzoek en schorst dit terstond voor bepaalde tijd tot de zitting van deze meervoudige kamer van maandag 20 april 2009 te 12.00 uur, met opdracht aan de officier van justitie om betrokkene en diens raadsman tegen voornoemde zitting op te roepen.

De rechtbank stelt de stukken wederom in handen van de officier van justitie, teneinde een nieuw onafhankelijk en onbevooroordeeld psychologisch rapport op te (laten) stellen ten aanzien van betrokkene.

Aldus gegeven door mr. F. Koster voorzitter, mr. R.A.M. Elbers en mr. E.M. de Veij Mestdagh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.M.A.T. van der Geest als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2009.

Mr. R.A.M. Elbers voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.