Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BH7642

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
25-03-2009
Zaaknummer
414239
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst tot budgetbeheer. Budgetbeheerder handelt onzorgvuldig en schiet tekort als bij het aangaan van de overeenkomst al duidelijk is dat er alleen een negatieve kas (meer uitgaven dan inkomsten) te beheren valt en betrokkene daar niet op gewezen wordt. Buitengerechtelijke ontbinding houdt stand en budgetbeheerder dient ontvangen vergoeding voor budgetbeheer terug te betalen. Geen vergoeding van schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr.: 414239 CV 08-5035

datum : 27 januari 2009

Vonnis in de zaak van:

[KR],

wonende te [woonplaats],

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, verder te noemen: ‘[KR]’,

gemachtigde mr. J.S. Knot, advocaat te Groningen,

toegevoegd d.d. 3 juli 2008 onder nr. 5BT9864,

tegen

de stichting [STICHTING],

gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie, verder te noemen: ‘de stichting’,

gemachtigde mr. M.C.J. Freijters, advocaat te De Wijk.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding d.d. 15 juli 2008,

- het antwoord tevens de eis in reconventie van de stichting

- de repliek tevens houdende vermeerdering van eis in conventie tevens het antwoord in reconventie van [KR]

- de dupliek in conventie tevens repliek in reconventie van de stichting en

- de dupliek in reconventie van [KR].

Het geschil

in conventie:

De vordering van [KR] strekt na vermeerdering van eis tot:

- een verklaring voor recht dat de overeenkomst omtrent het budgetbeheer buitengerechtelijk is ontbonden althans een ontbinding van die overeenkomst;

- een veroordeling van de stichting tot terugbetaling van de door [KR] betaalde vergoeding voor budgetbeheer ad € 315,00, te vermeerderen met de rente vanaf de ontbinding van de overeenkomst;

- een veroordeling van de stichting tot betaling aan [KR] van € 1.433,97 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de rente, en van € 768,00 aan vergoeding van buitengerechtelijke kosten;

met veroordeling van de stichting in de proceskosten.

De stichting heeft de vordering bestreden en de afwijzing daarvan bepleit.

in reconventie:

De vordering van de stichting strekt ertoe dat [KR] wordt veroordeeld tot betaling van € 52,50 per maand vanaf 1 juli 2008, te vermeerderen met rente en met de proceskosten.

[KR] heeft de vordering bestreden en de afwijzing daarvan bepleit.

De vaststaande feiten

in conventie en in reconventie

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast.

a. Bij vonnis van de rechtbank Groningen d.d. 9 maart 2006 is [KR] definitief toegelaten tot de schuldsaneringsregeling als bedoeld in de Wet schuldsanering natuurlijke personen, onder benoeming van [naam bewindvoerder] te Groningen tot bewindvoerder.

b. Na toelating tot de schuldsaneringsregeling heeft [KR] conform daartoe gesloten overeenkomsten het beheer van het aan hem vrijgelaten budget overgedragen aan opvolgende budgetbeheerders, waaronder Serviceburo [K] te [gemeente], verder: ‘[K]’.

c. De stichting drijft een onderneming die zich richt op schuldbemiddeling en budgetbeheer. De stichting is lid van de Nederlandse vereniging voor volkskrediet (Nvvk).

d. Bij ondertekende overeenkomst van 15 juni 2007 is onder meer het volgende tussen [K] en de stichting vastgelegd:

Per 15 juni 2007 wordt het cliëntenbestand van [[K]] feitelijk overgedragen aan de stichting (…). De stichting (…) zal dan ook per bovengenoemde datum het beheer van de dossiers op zich nemen met uitzondering van het betalingsverkeer. De juridische overdracht zal pas plaatsvinden zodra het betalingsverkeer aan de stichting (…) wordt overgedragen. (…)

Zolang de cliënten van [[K]] nog geen eigen bankrekeningen hebben bij de Rabobank, verzorgt [[K]] zelf het betalingsverkeer ten behoeve van haar cliënten. Partijen zijn evenwel bezig alle cliënten te voorzien van een eigen bankrekening bij de Rabobank [gemeente]. De stichting (…) neemt geen bankrekening over van [[K]].

Zodra alle cliënten van [[K]] een eigen bankrekening ontvangen hebben, wordt het betalingsverkeer overgedragen aan de stichting (…).

e. Op 14 december 2007 heeft [KR] een door de stichting opgestelde volmacht ondertekend en aan de stichting geretourneerd. Deze volmacht houdt samengevat in dat [KR] het beheer van zijn financiën aan de stichting overdraagt en dat de stichting wordt gemachtigd om voor [KR] betalingen te verrichten en om tegenover schuldeisers zijn belangen te behartigen. De stichting heeft daarop ten behoeve van [KR] een bankrekening bij de Rabobank geopend.

f. [KR] is voor deze aan de stichting opgedragen werkzaamheden per maand een bedrag van € 52,50 verschuldigd, welke vergoeding door hem zesmaal is voldaan.

g. [K] heeft op 20 december 2007 het resterende bij haar in beheer zijnde, aan [KR] toekomende saldo ad € 157,20 op de door de stichting ten behoeve van [KR] geopende bankrekening overgemaakt.

h. In de periode van mei en juni 2008 is [KR] - onder meer door incassobureaus - aangemaand voor achterstanden in de betaling aan schuldeisers als NS Reizigers, Oxxio, Waterbedrijf Groningen en @Home. Op 10 juni 2008 is aan [KR] een dagvaarding betekend ter zake van huurachterstand. Op 27 mei 2008 is [KR] bij verstek veroordeeld tot betaling aan Zorgverzekeraar Menzis van achterstallige premie met kosten.

i. Bij aangetekende brief van 24 juni 2008 heeft de gemachtigde van [KR] aan de stichting bericht dat zij kennelijk in gebreke blijft om voor betaling aan de schuldeisers van [KR] zorg te dragen, waarna de stichting aansprakelijk is gesteld voor de schade die hij lijdt als gevolg van die tekortkoming. De stichting is tevens gesommeerd om per omgaande zorg te dragen voor de voldoening van alle opeisbare schulden van [KR] althans al het nodige te doen om verdere invorderingsmaatregelen te voorkomen. De stichting is tot slot gesommeerd om een bedrag van € 587,86 aan [KR] te vergoeden aan tot dan toe ontstane kosten.

j. Na telefonisch contact tussen de stichting en [KR]s gemachtigde heeft de laatste bij aangetekende brief van 26 juni 2008 de ontbinding van de overeenkomst van partijen ingeroepen en is de stichting gesommeerd om het bij de stichting in beheer zijnde saldo per omgaande over te boeken op een met naam genoemde bankrekening en voorts om de door [KR] tot dan toe geleden schade ad € 1.001,56 binnen vijf werkdagen te vergoeden.

De standpunten van partijen

in conventie en in reconventie

Op wat [KR] aan zijn vordering in conventie en zijn verweer in reconventie en de stichting aan haar verweer in conventie en haar vordering in reconventie ten grondslag heeft gelegd, zal voor zover relevant in het navolgende worden ingegaan.

De beoordeling

in conventie

1.

In geschil is voorts of de stichting in haar verplichtingen uit de overeenkomst tot budgetbeheer en schuldbemiddeling is tekortgeschoten en of de stichting als gevolg daarvan gehouden is om vergoedingen (terug) te betalen.

2.

Anders dan [KR] kennelijk veronderstelt, volgt uit (de aard van) de overeenkomst van partijen niet dat de stichting verantwoordelijk is voor een goed resultaat, in die zin dat het enkele ontstaan van nieuwe betalingsachterstanden en/of het oplopen van bestaande achterstanden en/of het niet tot stand komen van betalingsregelingen aan de stichting moet worden verweten. Voor een goede uitvoering van de overeenkomst is de stichting immers (ook) van [KR] afhankelijk. Voorts is gesteld noch gebleken dat het treffen van betalings-regelingen met schuldeisers van [KR] enkel in de macht van de stichting ligt. De op de stichting rustende verplichtingen kunnen dan ook niet anders worden aangemerkt als inspanningsverbintenissen. Op de stichting rust dan ook geen zwaardere verplichting dan de verplichting om zich in te spannen voor een goed resultaat. Daaraan zij toegevoegd dat de stichting [KR] als haar cliënt voldoende informatie dient te geven, welke informatie afgestemd dient te zijn op zijn persoon en de concrete omstandigheden van het geval.

3.

Er moet dan ook worden getoetst of de stichting bij de uitvoering van de overeenkomst met de zorgvuldigheid heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend budgetbeheerder/schuldbemiddelaar in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht.

4.

Uit het door de stichting overgelegde en in zoverre niet door [KR] bestreden budgetplan blijkt dat de stichting na haar aantreden zowel de inkomsten als de maandelijkse uitgaven in kaart heeft gebracht. Uit dat plan blijkt een maandelijks inkomen van € 886,00 (inclusief zorg- en huurtoeslag) en een last van € 747,16 per maand aan huur (€ 346,47), gas (€ 129,11), licht (€ 62,14), water (€ 20,28), ziektekosten (€ 90,25), vergoeding aan de stichting (€ 52,50) en boedelafdracht aan de Wsnp-bewindvoerder (€ 46,41). Daardoor resteerde volgens dit plan nog een vrije ruimte van € 138,84 per maand voor bijvoorbeeld aflossingen doch ook voor een week- althans leefgeld voor [KR]. Uitgaande van een aan [KR] uit te keren leefgeld van € 50,00 per week ofwel ruim € 200,00 per maand is daardoor die vrije ruimte al meer dan besteed en zou met een en ander zich maandelijks een tekort voordoen van zeker € 75,00, nog daargelaten andere verplichtingen die niet waren opgenomen in het budgetplan.

5.

De conclusie van [KR]s financiële positie is dan ook dat ook bij een adequaat budgetbeheer door de stichting de schulden van [KR] zouden oplopen en dat aflossingen op bestaande achterstanden zouden resulteren in andere achterstanden. Bij zo’n stand van zaken had van de stichting als redelijk bekwaam en redelijk handelend budgetbeheerder mogen worden verwacht dat zij die consequentie na de inventarisatie expliciet aan [KR] had voorgehouden en aan hem had uitgelegd dat hij er beter aan zou doen om zelf het beheer van zijn budget ter hand te nemen om op die wijze een aan de stichting te betalen vergoeding te besteden aan lopende lasten/uitgaven. Gelet op de vastgestelde maandelijks negatieve vermogenspositie had de stichting [KR] op de daaraan verbonden risico’s moeten wijzen en daarvoor moeten waarschuwen, zoals [KR] bij dagvaarding aanvoert. Nu gesteld noch gebleken is dat [KR] dienaangaande is gewaarschuwd, moet worden aangenomen dat de stichting door [KR]s opdracht toch en zonder meer te accepteren tegenover hem tekort is geschoten.

6.

Uit het gestelde blijkt niet dat [KR]s maandelijks tekort in de periode tot en met juni 2008 enige relevante wijziging heeft ondergaan zodat de inspanningen van de stichting - zoals zij zich had dienen te realiseren - in de periode tot en met juni 2008 niet anders dan zonder succes konden zijn. De stichting is daardoor onverminderd in haar waarschuwingsverplichting tegenover [KR] blijven tekortschieten. Met een en ander had [KR] dan ook al voldoende grond om bij brief van 26 juni 2008 de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst van partijen in te roepen. De daartoe strekkende verklaring voor recht is dan ook toewijsbaar.

7.

De slotsom is dat de stichting nimmer de van haar te vergen prestatie heeft geleverd, zodat zij zonder deugdelijke grond maandelijks aan [KR] een vergoeding voor haar diensten in rekening heeft gebracht. De aan hem berekende en van diens budgetrekening geïncasseerde vergoedingen van € 315,00 in totaal, dient de stichting dan ook aan [KR] terug te betalen.

8.

Wat betreft de vraag of de stichting tevens een vergoeding van schade is verschuldigd, geldt het volgende.

8.1

Vast staat dat de stichting bij aanvang van haar budgetbeheer voor [KR] op 20 december 2007 een schuldeninventarisatie heeft opgemaakt, waarbij drie achterstanden zijn vastgesteld. Het gaat hierbij om schulden aan zorgverzekeraar Menzis ad € 414,45 (aug/nov/dec), aan internetaanbieder @Home ad € 59,90 en aan verhuurder Acantus ad € 790,21 (okt/nov/dec).

8.2

Voorts staat vast dat - ook indien de door de stichting berekende vergoeding ad € 52,50 wordt weggedacht - [KR] per maand tekort kwam om de lopende maandelijkse lasten te voldoen, zodat er geen ruimte bestond voor aflossing op voormelde bestaande achterstanden.

8.3

Het voorgaande betekent dat [KR] hoe dan ook zou worden geconfronteerd met schuldeisers die zonodig met behulp van incasso-intermediairs zouden trachten hun vordering op [KR] te innen, met verhaal van de daaraan verbonden kosten. Dat een en ander aan de stichting moet worden toegerekend althans in verband staat met een handelen of nalaten van de stichting kan dan ook zonder bijkomende omstandigheden niet worden aangenomen.

8.4

Uit de overgelegde stukken kan worden afgeleid dat Acantus haar vordering op [KR] over de maanden oktober tot en met december 2007 onbetaald gebleven huurpenningen al voor 8 februari 2008 ter incasso uit handen had gegeven. Gesteld noch gebleken is dat de stichting voor 8 februari 2008 heeft beschikt over voldoende middelen om [KR]s huurachterstand ineens af te lossen, terwijl de stichting in februari en maart 2008 naast de lopende huur aan aflossingen in totaal € 319,86 aan Acantus heeft betaald. Het verwijt van [KR] dat hij door toedoen van de stichting met (een vergoeding voor) incassokosten is geconfronteerd heeft dan ook onvoldoende grond.

8.5

Wat betreft de vordering van Menzis geldt dat [KR] zelf stelt dat de stichting te zijner behoeve met Menzis een betalingsregeling heeft weten te treffen. Uit de door [KR] overgelegde stukken aangaande de incasso van deze vordering blijkt dat Menzis in of omstreeks mei 2008 een lager bedrag ter incasso uit handen heeft gegeven dan de stichting al in december 2007 als achterstallig had vastgesteld. Nu [KR] voorts erkent dat de stichting te zijner behoeve met Menzis een betalingsregeling had getroffen en kennelijk ook is afgelost op de achterstand, valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in te zien dat aan de stichting met succes kan worden verweten dat Menzis desondanks is overgegaan tot de invordering daarvan met de daaraan verbonden kosten.

8.6

Wat betreft de in verband met een vordering van NS Reizigers opgevoerde kosten ad € 76,50 geldt dat [KR] geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan kan worden aangenomen dat hij de vordering van NS Reizigers (tijdig) ter betaling aan de stichting heeft aangeboden. Nu voorts uit het gestelde bij repliek in conventie kan worden afgeleid dat de vordering al voor medio december 2007 was ontstaan, kan niet worden geconcludeerd dat die incassokosten te wijten zijn aan het optreden althans een nalaten van de stichting terzake.

8.7

[KR] heeft voorts een bedrag ad € 187,02 gevorderd aan kosten van de incasso van een vordering van Oxxio. [KR] heeft bij dagvaarding deze post niet anders toegelicht dan met een verwijzing naar bijgevoegde stukken. De ter zake overgelegde stukken hebben echter betrekking op een aanmaning van Oxxio zelf d.d. 18 juni 2008 waarin [KR] wordt herinnerd aan een achterstallige termijn over de maand mei 2008 aangaande de voor stroom en gas verschuldigde bijdrage ad € 270,11 en voorts op een tweetal aanmaningen van de kennelijk door Oxxio ingeschakelde incasso-intermediair Intrum Justitia d.d. 9 juni 2008 en 7 juli 2008. In de eerste aanmaning wordt [KR] aangesproken voor een bedrag van € 469,10 en in de tweede aanmaning voor een som van € 1.015,61, alle bedragen telkens inclusief rente en kosten. [KR] heeft deze vorderingen van Oxxio niet nader toegelicht, anders dan de opmerking bij repliek in conventie dat de stichting de vordering van Oxxio ten onrechte niet in de schuldeninventarisatie van medio december 2007 heeft opgenomen. Daaruit kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat het (de) door Intrum Justitia voor Oxxio ingevorderde bedrag(en) kennelijk ziet (zien) op de periode voorafgaande aan het aantreden van de stichting. [KR] heeft geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan kan worden aangenomen dat hij deze schuld na medio december 2007 vergeefs bij de stichting onder de aandacht heeft gebracht, nog daargelaten de in de punten 4. en 5. vastgestelde ontbrekende aflossingscapaciteit.

8.8

Zonder toelichting, die ontbreekt, valt tot slot evenmin in te zien dat [KR] door toedoen van de stichting is geconfronteerd met een - evenmin nader toegelicht - (totaal)bedrag aan kosten aan gefinancierde rechtsbijstand ad € 188,00. Aan dit deel van de gestelde schade moet dan ook als niet onderbouwd voorbij worden gegaan.

9.

Het betoog van [KR] dat aan de stichting (tevens) moet worden verweten dat zij pas op of omstreeks 14 december 2007 het betalingsverkeer voor [KR] van [K] heeft overgenomen, maakt het voorgaande niet anders.

9.1

Gesteld noch gebleken is immers op grond waarvan de stichting gehouden zou zijn om dat betalingsverkeer eerder over te nemen. Naar [KR] heeft erkend, is de overeenkomst tussen hem en de stichting pas op 14 december 2007 tot stand gekomen. In de overnameover-eenkomst tussen [K] en de stichting is voorts expliciet bepaald dat [K], zoals eerder tussen haar en [KR] overeengekomen, het betalingsverkeer voor [KR] zou blijven verzorgen totdat - via de stichting en met [KR]s instemming - een bankrekening te zijner behoeve bij de Rabobank zou zijn geopend. Die opening kon pas plaatsvinden - zo heeft [KR] niet weersproken - na verlening door hem van een daartoe strekkende volmacht.

9.2

Voor zover [KR] betoogt dat uit de overnameovereenkomst tussen [K] en de stichting volgt dat de stichting (mede) verantwoordelijk is geworden voor een eventueel falen van [K] tegenover [KR] houdt dat geen stand. In die overnameovereenkomst is immers expliciet vermeld dat de stichting geen enkele aansprakelijkheid van [K] heeft willen overnemen aangaande ‘enige verrichte financiële of rechtshandeling’ dan wel ‘aanspraken die te maken hebben met handelen of nalaten van [K]’.

9.3

Bij het voorgaande is nog daargelaten dat [KR] te weinig heeft gesteld om aan te kunnen nemen dat [K] in de periode van 15 juni 2007 tot 14 december 2007 tegenover hem is tekortgeschoten. Enerzijds stelt [KR] - overigens niet onderbouwd - dat [K] ‘vanaf 15 juni 2007 geen activiteiten op het gebied van budgetbeheer mocht uitvoeren’ en ‘zij noodgedwongen al haar activiteiten moest staken’ doch anderzijds erkent [KR] dat [K] na 15 juni 2007 feitelijk de betalingen is blijven uitvoeren van het telkens op de bij haar in beheer zijnde budgetbankrekening overgemaakte vrijgelaten inkomen van [KR] en dat [K] op 20 december 2007 het resterende saldo van de tot dan bij haar in beheer zijnde rekening heeft overgemaakt op de door de stichting nieuw geopende rekening.

9.4

Uit het bovenstaande volgt dat de stichting geen verwijt valt te maken van de kennelijke omstandigheid dat [KR] bij de aanvang van haar dienstverlening per medio december 2007 betalingsachterstanden had opgelopen bij meerdere schuldeisers.

10.

De door [KR] over het in punt 7. bedoelde bedrag ad € 315,00 gevorderde wettelijke rente, de ter zake gestelde datum van 26 juni 2008 daaronder begrepen, is als niet afzonderlijk weersproken voor toewijzing vatbaar.

11.

Wat betreft de door [KR] gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten, door hem gesteld op een bedrag van € 768,00, geldt dat gesteld noch gebleken is dat [KR] in verband met de tekortkoming van de stichting een dergelijk bedrag aan kosten heeft gemaakt, wat tegen de achtergrond van de terzake aan [KR] verleende toevoeging te meer klemt. Dit deel van de vordering is dan ook als onvoldoende onderbouwd evenmin toewijsbaar.

12.

De stichting zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden verwezen als nader in het dictum te melden.

in reconventie

13.

De stichting vordert de (door)betaling vanaf 1 juli 2008 van de tussen partijen overeengekomen maandelijkse vergoeding voor het door de stichting uit te voeren budget-beheer, daartoe stellende dat aan de daartoe gesloten overeenkomst van partijen geen einde is gekomen. Die stelling steunt op de gedachte dat [KR] ten onrechte bij brief van 26 juni 2008 de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst heeft ingeroepen.

14.

Nu in conventie is overwogen en beslist dat die buitengerechtelijke ontbinding stand houdt en de stichting niet heeft weersproken dat zij na 26 juni 2008 ook feitelijk met haar beheerwerkzaamheden is gestopt, is er geen grond voor een doorbetaling van de maandelijkse beheervergoeding over de periode na 26 juni 2008. De daarop gebaseerde reconventionele vordering van de stichting is dan ook niet voor toewijzing vatbaar.

15.

Aangezien de stichting geen andere gronden voor haar vordering heeft aangedragen, is van een en ander de slotsom dat die zal worden afgewezen, met veroordeling van de stichting in de proceskosten als nader in het dictum te melden.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

- verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen partijen met betrekking tot het verrichten van budgetbeheer buitengerechtelijk is ontbonden;

- veroordeelt de stichting tegen bewijs van kwijting aan [KR] te betalen een bedrag van € 315,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 juni 2008 tot de dag van algehele voldoening;

- veroordeelt de stichting in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [KR] vastgesteld op € 406,44, te betalen op de voet van artikel 243 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan:

- de griffier van de sector kanton te Zwolle:

• € 120,00 voor salaris gemachtigde

• € 85,44 voor explootkosten

• € 150,75 voor in debet gesteld vastrecht,

over te maken op de rekening met het nummer 1923.25.930 ten name van MvJ Arrondissement Zwolle, Postbus 10067, 8000 GB Zwolle, onder vermelding van bovenstaand kenmerk;

- de eisende partij:

• € 50,25 voor eigen bijdrage griffierecht;

- verklaart dit vonnis, behoudens voormelde verklaring voor recht, uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

- wijst de vordering van de stichting af;

- veroordeelt de stichting in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [KR] begroot op € 120,00 voor salaris gemachtigde, welk bedrag op de voet van artikel 243, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de griffier van deze rechtbank betaald moet worden op de rekening met het nummer 1923.25.930 ten name van MvJ Arrondissement Zwolle, Postbus 10067, 8000 GB Zwolle, onder vermelding van bovenstaand kenmerk;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 27 januari 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.