Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BH7624

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
03-03-2009
Datum publicatie
25-03-2009
Zaaknummer
436804
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding. Verstoring van de arbeidsrelatie niet in geschil. Geen aanleiding voor een vergoeding naar billijkheid gezien de korte duur van het dienstverband, de jonge leeftijd van werkneemster en de omstandigheid dat zij constructief overleg over haar partiële reïntegratie uit de weg is gegaan en ten onrechte de eis heeft gesteld dat eerst nog niet-opeisbaar loon zou worden betaald alvorens gedeeltelijk te hervatten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0246
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Deventer

zaaknr. : 436804 HA VERZ 09-12

datum : 3 maart 2009

Beschikking op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

de besloten vennootschap [VERZOEKENDE PARTIJ],

gevestigd te vestigingsplaats,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. D.C. Coppens, advocaat te Amsterdam,

tegen

mevrouw JESSICA [VERWERENDE PARTIJ],

wonende te woonplaats,

verwerende partij,

gemachtigde mr. A.E. Doornbos, advocaat te Deventer, toegevoegd onder nummer 2DL0044 d.d. 5 februari 2009.

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift.

De mondelinge behandeling is gehouden op 24 februari 2009.

Verschenen zijn:

- verzoekster, bij monde van haar directeur/groot aandeelhouder de heer L. Weys en bijgestaan door mr. Coppens voornoemd;

- verweerster, bijgestaan door mr. Doornbos voornoemd.

Het geschil

Verzoekster heeft verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen wegens gewijzigde omstandigheden. Verweerster heeft het verzoek tegengesproken, primair verzocht om afwijzingen ervan en subsidiair om toekenning van een billijke vergoeding ten bedrage van € 8.690 bruto. Verzoekster heeft zich tegen toekenning van enige vergoeding verzet.

De beoordeling

1.

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast:

a. Verweerster (hierna ook: [verwerende partij]) is op [datum] in dienst getreden van verzoekster (hierna ook: [verzoekende partij]) in de functie van bedrijfsassistent tegen een bruto maandsalaris van thans € 1.609,32 exclusief 8% vakantietoeslag.

b. Op 25 september 2008 heeft [verwerende partij] zich, na een gesprek met haar leidinggevende op de dag ervoor, ziek gemeld. In dat gesprek is onder meer een verzoek om loonsverhoging van [verwerende partij] aan de orde gekomen. Dat verzoek is in dat gesprek door [verzoekende partij] afgewezen.

c. De bedrijfsarts heeft [verwerende partij] op 27 oktober 2008 onderzocht en geconcludeerd dat sprake was van een arbeidsconflict en dat zij per 10 november 2008 weer volledig geschikt was voor haar eigen werk.

d. [verwerende partij] heeft een second opinion gevraagd aan het UWV, dat op 12 november 2008 concludeerde dat [verwerende partij] vanaf 13 november 2008 niet (volledig) geschikt geacht werd voor het eigen werk.

e. [verwerende partij] heeft een uitnodiging van [verzoekende partij] voor een gesprek op 3 november 2008 afgewezen en zij heeft op 10 november 2008 haar eigen werk geheel noch gedeeltelijk hervat.

f. [verzoekende partij] heeft ingaande 10 november 2008 de betaling van het loon van [verwerende partij] stopgezet.

g. Op 25 november 2008 heeft [verzoekende partij] een aanvraag ingediend bij het UWV voor een deskundigenoordeel betreffende de reïntegratie-inspanningen van [verwerende partij]. In zijn rapport van 9 januari 2009 concludeert het UWV op basis van een ingesteld onderzoek dat [verwerende partij] onvoldoende meewerkt aan haar reïntegratie.

2.

[verzoekende partij] heeft haar verzoek als volgt, kort samengevat, toegelicht.

Tijdens een gesprek tussen haar directeur en [verwerende partij] op 24 september 2008 heeft [verwerende partij] om loonsverhoging verzocht. Zij heeft bovendien haar onvrede geuit over het feit dat zij enige maanden, in afwijking van het takenpakket in haar arbeidsovereenkomst, productiewerk heeft moeten doen. Afgesproken werd dat zij niet langer dat productiewerk behoefde te doen, maar ook is toegelicht dat en waarom een loonsverhoging niet aan de orde kon zijn. [verwerende partij] toonde zich daarover zeer ontevreden. De volgende dag meldde zij zich ziek. De bedrijfsarts concludeerde dat zij op 10 november 2008 weer volledig geschikt zou zijn voor haar eigen werk. In verband met die werkhervatting heeft de directeur van [verzoekende partij] haar op 3 november 2008 uitgenodigd voor een gesprek. Dat gesprek heeft [verwerende partij] afgezegd met het argument dat zij eerst de uitkomst wilde afwachten van de door haar aangevraagde second opinion bij het UWV. Het UWV concludeerde vervolgens dat [verwerende partij] per 10 november 2008 niet (volledig) geschikt geacht werd voor haar eigen werk. Daaruit heeft [verzoekende partij] de conclusie getrokken dat [verwerende partij] verplicht was om in ieder geval gedeeltelijk haar werkzaamheden te hervatten. Daartoe bleek zij niet bereid en zij was niet eens bereid om over werkhervatting een gesprek aan te gaan. Om die reden heeft [verzoekende partij] besloten de loonbetaling met ingang van 10 november 2008 stop te zetten. Op 24 november 2008 heeft de directeur van [verzoekende partij] met [verwerende partij], in aanwezigheid van haar partner, een gesprek gevoerd. Tot een behoorlijk gesprek is het niet gekomen. [verwerende partij] wenste op geen enkele manier mee te werken aan integratie en weigerde over elke vorm van werkhervatting te praten. De volgende dag heeft zij zich opnieuw ziek gemeld. Uit het rapport van het UWV van 9 januari 2009 blijkt dat [verwerende partij] onvoldoende heeft meegewerkt aan haar reïntegratie. De verstandhouding tussen partijen is onherstelbaar verstoord en ontbinding van de arbeidsovereenkomst is onvermijdelijk. De situatie is in overwegende mate aan [verwerende partij] te wijten, zodat voor toekenning van een billijke vergoeding onvoldoende aanleiding bestaat, aldus nog steeds [verzoekende partij].

3.

[verwerende partij] heeft het verzoek tegengesproken, ook kort samengevat als volgt.

Voorafgaande aan het gesprek van 24 september 2008 heeft zij enige maanden productiewerk moeten doen dat veel te zwaar was voor haar. Zij is bovendien slachtoffer geweest van opdringerigheid van een collega, die geprobeerd heeft haar te zoenen. Na dat incident heeft zij nog ongeveer een maand moeten samenwerken met deze collega. Het is juist dat zij tijdens het gesprek van 24 september 2008 heeft verzocht om loonsverhoging, en dat dat verzoek werd afgewezen. Zij heeft zich op 25 september 2008 ziek gemeld wegens overspannenheid of daaraan gerelateerde klachten. Zij was het niet eens met het oordeel van de bedrijfsarts dat zij met ingang van die november 2008 weer volledig hersteld zou zijn en vindt dat zij door de second opinion van het UWV in het gelijk is gesteld. Zij heeft de uitnodiging van [verzoekende partij] voor een gesprek op 3 november 2008 afgewezen omdat zij de uitkomst van de second opinion wilde afwachten. Daar ging [verzoekende partij] niet mee akkoord. Zij heeft zich ingaande 10 november 2008 weer ziek gemeld omdat zij zich niet instaat voelde tot werkhervatting. Volgens haar hebben haar huisarts en een door haar geraadpleegde psycholoog haar in dat standpunt gesteund. Zij heeft voorgesteld op 10 november 2008 een gesprek te hebben met de directeur van [verzoekende partij] maar dat voorstel is afgewezen. Zij heeft werkhervatting, ook als reïntegratie, afgehouden omdat [verzoekende partij] na 10 november 2008 weigerde haar loon te betalen.

4.

Ter zitting heeft [verwerende partij] desgevraagd toegegeven dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen geen toekomst meer heeft vanwege de verstoorde onderlinge relatie. Op grond van de overgelegde stukken is de kantonrechter ook zelf tot die conclusie gekomen. De verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal daarom worden toegewezen, en wel met ingang van 1 april 2009, één en ander zoals hierna in de beslissing opgenomen.

5.

Rest de vraag of in de omstandigheden van het geval billijkheidshalve aanleiding bestaat om aan [verwerende partij] een vergoeding toe te kennen.

Uit de overgelegde beoordelingen door deskundigen blijkt dat [verwerende partij] per 10 november 2008 niet volledig arbeidsongeschikt was voor haar eigen werk, en dat zij onvoldoende heeft meegewerkt aan haar reïntegratie. Tussen partijen is niet in geschil dat [verwerende partij] geweigerd heeft haar eigen werkzaamheden na 10 november 2008 in enige mate te hervatten. [verwerende partij] heeft niet weersproken, dat [verzoekende partij] haar de inhouding van loon heeft aangekondigd in het geval zij in haar weigering tot hervatting van enige werkzaamheden zou volharden. Zij heeft ook niet tegengesproken dat het enige gesprek tussen partijen naar aanleiding van haar ziekmelding, dat volgens [verzoekende partij] op 24 november 2008 heeft plaatsgevonden, geen constructief overleg heeft opgeleverd met betrekking tot enige vorm van werkhervatting. Het argument van [verwerende partij], dat zij niet tot enige vorm van werkhervatting bereid was, omdat haar loon niet werd uitbetaald, legt onvoldoende gewicht in de schaal. Het mag zo zijn dat er tegenover arbeid loon behoort te staan, maar het loon over de maand november 2008 was pas opeisbaar op 30 november 2008, te weten 20 dagen na de datum waarop [verwerende partij] ook volgens de second opinion van het UWV in ieder geval tot gedeeltelijke hervatting van het eigen werk in staat was. Het had op de weg van [verwerende partij] gelegen om per 10 november 2008, na constructief overleg met [verzoekende partij], haar eigen werk gedeeltelijk te hervatten. Zou dan aan het einde van de maand toch geen loon zijn uitbetaald, dan had een eventuele weigering om nog verder te werken een aanzienlijk betere kans van slagen gehad.

Gelet op al deze omstandigheden, maar ook in aanmerking genomen de korte duur van het dienstverband en de relatief jeugdige leeftijd van [verwerende partij] bestaat onvoldoende aanleiding voor toekenning van een billijke vergoeding.

6.

Nu aldus het verzoek ongewijzigd wordt toegewezen behoeft aan [verzoekende partij] geen termijn te worden gegund waarbinnen zij desgewenst haar verzoek kan intrekken.

7.

In de omstandigheden van het geval vindt de kantonrechter aanleiding de proceskosten tussen partijen te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

- ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst en bepaalt dat deze eindigt op 1 april 2009;

- compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Aldus gegeven door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 3 maart 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.