Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BH7432

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
23-03-2009
Datum publicatie
23-03-2009
Zaaknummer
07/630201-06 Tussen beslissing
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Koolvis/Kluivingsbos

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht

Parketnr. : 07.630201/06

Zitting : 23 maart 2009

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de strafkamer in deze rechtbank, zittinghoudende te Zwolle, op 23 maart 2009.

Tegenwoordig: mr. C.A.M. Heeregrave, voorzitter,

mr. H. Heins en mr. G.E.A. Neppelenbroek, rechters,

mr. G. Veurink, officier van justitie,

en W.F. Grotenhuis als griffiers.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte:

[verdachte],

geboren [geboorteplaats]

wonende te [adres]

thans verblijvende in de Penitentiaire Inrichting Amsterdam,

Huis van Bewaring Het Schouw te Amsterdam, is niet verschenen.

De voorzitter deelt mee dat de verdachte op de zitting van 16 maart 2009 afstand heeft gedaan van zijn recht heden ter terechtzitting aanwezig zal zijn.

De raadslieden van verdachte mr. E.J. van Gils en mr. R. Gardeslen, advocaten te Amsterdam, zijn evenmin verschenen.

De rechtbank hervat het onderzoek van de zaak in de stand, waarin het zich op het tijdstip van de schorsing ter terechtzitting van 16 maart 2009 bevond.

De voorzitter deelt - naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 maart 2009 - als beslissing van de rechtbank mee:

I.

De rechtbank is van oordeel dat het aanvullend proces-verbaal onderzoek naar MOB-slachtoffers d.d. 10 maart 2009 niet meer concrete informatie bevat dan dat in het buitenland dactysporen zijn uitgezet en tijdens verhoren in de onderzoeken foto’s van slachtoffers MOB zijn getoond. Daarnaast wordt in algemene bewoordingen aangegeven dat er is samengewerkt met IND en buitenlandse autoriteiten. Een en ander levert onvoldoende informatie op om op dit moment op de voet van artikel 288, eerste lid onder a Sv. te kunnen toetsen of het onaannemelijk is getuigen binnen een aanvaardbare termijn kunnen worden gehoord.

De rechtbank stelt daarom de stukken wederom in handen van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken opdat:

- de rechter-commissaris in overleg met de raadslieden zal inventariseren welke ingevolge eerdere beslissingen van de rechtbank te horen getuigen zijn opgespoord en nog niet zijn gehoord en welke van die getuigen nog niet zijn opgespoord;

- de rechter-commissaris door tussenkomst van het openbaar ministerie door middel van rechtshulpverzoeken zal trachten de nog niet getraceerde getuigen alsnog op te (doen) sporen en te horen;

- de rechter-commissaris voorafgaande aan de eerstvolgende terechtzitting door tussenkomst van de officier van justitie een proces-verbaal van bevindingen zal laten opmaken waarin gedetailleerd wordt gerelateerd op welke wijze [getuige] en de ervaringsdeskundige NN voorafgaande aan hun inzet zijn geselecteerd en gescreend en op grond van welke criteria deze personen voor die inzet geschikt bevonden zijn;

- de rechter-commissaris voorafgaande aan de eerstvolgende terechtzitting met behulp van een tolk/vertaler een in de Nederlandse taal gesteld proces-verbaal verbatim opmaakt van de gemaakte audio-opnames van de gesprekken van de ervaringsdeskundige met de slachtoffers [slachtoffer 1], J[slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]

II

De rechtbank wijst, voor zover het te verrichten onderzoek bestaat in het horen van getuigen en deskundigen, haar lid, mr. H. Heins, aan als rechter-commissaris.

III

De rechtbank wijst het verzoek om toevoeging aan het dossier van de stukken uit buitenlandse parallel-onderzoeken (Viola en Tulipan) af. Het verdedigingsbelang is door de raadsman/vrouw onvoldoende onderbouwd, waarbij de rechtbank opmerkt dat de wel toegevoegde voortgangsrapportages niet tot het bewijs zullen worden gebezigd.

IV

De rechtbank wijst het herhaalde verzoek om beoordeling van het verhoorprotocol van de slachtoffers door een deskundige (bijvoorbeeld Van Koppen) af op dezelfde grond als ter terechtzitting van 10 juli 2008 reeds is aangegeven, te weten: omdat de rechtbank daarvoor geen verdedigingsbelang aanwezig acht. De rechtbank merkt nogmaals op dat zij zich terdege realiseert dat de wijze van verhoren van de slachtoffers in deze zaak van invloed zou kunnen zijn geweest op de betrouwbaarheid van die verklaringen en de rechtbank zal deze dan ook kritisch gaan toetsen op grond van het overige bewijsmateriaal.

V

De rechtbank schorst het onderzoek tot de terechtzitting van 12 mei 2009 te 09.30 uur, teneinde alsdan te 9.30 uur (eventueel buiten tegenwoordigheid van verdachte) als getuige te horen de ervaringsdeskundige NN en indien gewenst (gedeelten van) de audio-opnamen van de gesprekken tussen die ervarings-deskundige en de slachtoffers, met behulp van de op schrift gestelde vertaling daarvan, uit te luisteren en om alsdan te 13.30 uur als getuige te horen [getuige]

VI

De rechtbank beveelt de oproeping van verdachte, zijn raadsman/vrouw en een tolk in de

(Pidgin-)Engelse taal tegen de terechtzitting van 12 mei 2009 te 09.30 uur. De termijn van schorsing is langer dan één maand om de klemmende reden dat bovenbedoeld onderzoek niet binnen een maand zal zijn voltooid.

De rechtbank beveelt voorts de oproeping van de ervaringsdeskundige NN tegen de zitting van 12 mei 2009 te 09.30 uur en [getuige], [adres] op die datum om 13.30 uur.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.