Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BH5811

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
12-03-2009
Zaaknummer
416689 CV 08-3096
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incasso van huurachterstand. Incassobureau handelt zodanig onzorgvuldig bij de aanmaningen en invordering van de achterstand dat er volgens de kantonrechter geen ruimte meer is voor een toewijzing van een vergoeding voor de incasso-activiteiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2009, 58

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Deventer

zaaknr.: 416689 CV EXPL 08-3096

datum : 5 maart 2009

Vonnis in de zaak van:

[EISENDE PARTIJ],

gevestigd te [vestigingsplaats],

eisende partij,

gemachtigde Vesting Finance Incasso BV, h.o.d.n. Vesting Finance te Hilversum,

tegen

[GEDAAGDE PARTIJ],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

procederend in persoon.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding

- het antwoord van de gedaagde partij

- de nadere toelichting van partijen.

Het geschil

Eiseres vordert vertragingsrente en buitengerechtelijke incassokosten ter zake van de invordering van een schuld waarvan de hoofdsom is voldaan. Gedaagde heeft tegen de vordering verweer gevoerd.

De beoordeling

1.

Eiseres heeft de vordering gebaseerd op wanbetaling van huur door gedaagde sedert april 2008, als gevolg waarvan zij haar vordering aan haar incassogemachtigde uit handen heeft moeten geven. De achterstallige hoofdsom is door gedaagde voldaan maar de gevorderde rente en kosten niet. Eiseres vordert thans vertragingsrente tot een bedrag van € 59,61, berekend tot aan de dagvaarding, en buitengerechtelijke incassokosten - na een vermindering van eis bij repliek - tot een bedrag van € 178,50 inclusief BTW.

2.

Gedaagde heeft verklaard niet tot betaling van de vordering bereid te zijn, omdat in de incassofase telkens weer fouten bleken in de opgave van het door hem verschuldigde bedrag. Reacties van zijn kant bij de incassogemachtigde van eiseres haalden niets uit, aldus gedaagde. Zo werd hem op een zeker ogenblik een huurachterstand van € 1498,49 verweten, die aantoonbaar onjuist was. Het is op zichzelf wel correct dat de huurachterstand per 1 juli 2008 meer dan € 993,76 bedroeg.

3.

Bij repliek heeft eiseres erkend dat in de incassofase op zeker ogenblik is aangemaand tot betaling van een aanzienlijk te hoge vordering. Dat was volgens eiseres een gevolg van het gebruik van een verkeerd dossiernummer. Zij heeft bij repliek ook de bij dagvaarding gevorderde buitengerechtelijke incassokosten verlaagd tot de helft.

4.

Gedaagde heeft de gevorderde vertragingsrente niet betwist, zodat die toewijsbaar is.

5.

Uit de overgelegde stukken (in het bijzonder de producties 6 en 7 bij antwoord) blijkt dat de incassogemachtigde van eiseres niet alleen op 5 juni maar ook nog eens op 19 juni 2008 gedaagde heeft aangeschreven tot betaling van een aanzienlijk te hoge hoofdsom. De verklaring van het abusievelijk gebruik van een verkeerd dossiernummer komt op de kantonrechter weinig overtuigend over. Een professionele incassogemachtigde dient er steeds nauwgezet op toe te zien dat met name de in haar correspondentie en processtukken opgenomen bedragen correct zijn. De meeste brieven van incassogemachtigden bevatten een in het geheugen van de computer opgenomen tekst, die uitsluitend ten aanzien van de nog in te vullen bedragen varieert. Bij die stand van zaken is ronduit onzorgvuldig dat de incassogemachtigde van eiseres tot tweemaal toe een aanzienlijk te hoog berekende hoofdsom (€ 1.490,64 in plaats van € 993,76) in haar aanmaningen van 5 en 19 juni 2008 heeft opgenomen. De ergernis van gedaagde over zoveel onzorgvuldigheid is dan ook begrijpelijk.

6.

Bij dit alles komt dan nog dat in de inleidende dagvaarding de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn berekend volgens het dubbele van de gebruikelijke norm. Ook dat is een onzorgvuldigheid die de incassogemachtigde van eiseres valt aan te rekenen.

7.

Alles overziende is de kantonrechter van oordeel dat zoveel tekortkomingen in de incasso- activiteiten van de incassogemachtigde van eiseres aanleiding vormen in dit geval de vordering ter zake van buitengerechtelijke incassokosten af te wijzen.

8.

Nu beide partijen over en weer voor een deel in het gelijk zijn gesteld bestaat er aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt gedaagde tegen bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 59,61;

- compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat ieder van partijen de eigen proceskosten draagt;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 5 maart 2009, in tegenwoordigheid van de griffier.