Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BH5607

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
12-02-2009
Datum publicatie
11-03-2009
Zaaknummer
07.607374-07, 07.607172-08 en 07.601136-06 (vtvv) (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

poging doodslag, (voorwaardelijk)opzet, strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.607374-07, 07.607172-08 en 07.601136-06 (vtvv) (P)

Uitspraak: 12 februari 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum]

wonende te [adres]

1. Onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft in het openbaar plaatsgevonden op 29 januari 2009.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. C. Janssen en van hetgeen door verdachte en de raadsman van verdachte, mr. M.J.M. Peeters, advocaat te Amsterdam naar voren is gebracht.

2. Tenlastelegging

De verdachte is ten laste gelegd dat:

07.607374-07

1.

hij op of omstreeks 14 oktober 2007 in de gemeente Almere opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht)

- op/tegen het hoofd en/of op/tegen/in de rug en/of in de zij en/of op/tegen/in de buik, in ieder geval op/tegen/in het lichaam, heeft geslagen en/of gestompt en/of

- met zijn, verdachtes, knie op/tegen/in het gezicht en/of op/tegen het hoofd heeft gestoten/gebeukt/geraakt (terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] bij het hoofd vast hield) en/of

- bij de haren heeft vastgepakt en/of vastgehouden, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2.

hij op of omstreeks 14 oktober 2007 in de gemeente Almere opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]), meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht)

- in het gezicht heeft vastgepakt en/of (vervolgens) in de wang(en) heeft geknepen en/of (vervolgens) heeft vastgehouden en/of

- op/tegen/in het lichaam, heeft geduwd (terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 2] nog vast hield in haar gezicht), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden .

07.607172-08

1.

hij op of omstreeks 25 mei 2008 in de gemeente Almere ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht)

- die [slachtoffer] in/bij de keel/nek/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) (in) die keel/nek/hals heeft (dicht)geknepen en/of vastgehouden (terwijl die [slachtoffer] zich op de grond bevond) en/of

- op/tegen/in het lichaam van die [slachtoffer] heeft geduwd (waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of

- bovenop die [slachtoffer] is gaan zitten (terwijl die [slachtoffer] zich op de grond bevond) en/of

- een kussensloop/kledingstuk, in ieder geval een dergelijk voorwerp, in de mond van die [slachtoffer] heeft geduwd/gestopt en/of (daarbij) de neus van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgehouden (terwijl die [slachtoffer] zich op de grond bevond) en/of

- zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt/geplaatst en/of gehouden en/of

- die [slachtoffer] bij de haren en/of bij het lichaam heeft vastgepakt en/of (vervolgens) aan de haren en/of aan het lichaam heeft (mee)getrokken en/of (mee)gesleept en/of

- op/tegen het (voor)hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 mei 2008 in de gemeente Almere ter uitvoering het door veradchte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht)

- die [slachtoffer] in/bij de keel/nek/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) (in) die keel/nek/hals heeft (dicht)geknepen en/of vastgehouden (terwijl die [slachtoffer] zich op de grond bevond) en/of

- op/tegen/in het lichaam van die [slachtoffer] heeft geduwd (waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of

- bovenop die [slachtoffer] is gaan zitten (terwijl die [slachtoffer] zich op de grond bevond) en/of

- een kussensloop/kledingstuk, in ieder geval een dergelijk voorwerp, in de mond van die [slachtoffer] heeft geduwd/gestopt en/of (daarbij) de neus van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgehouden (terwijl die [slachtoffer] zich op de grond bevond) en/of

- zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt/geplaatst en/of gehouden en/of

- die [slachtoffer] bij de haren en/of bij het lichaam heeft vastgepakt en/of (vervolgens) aan de haren en/of aan het lichaam heeft (mee)getrokken en/of (mee)gesleept en/of

- op/tegen het (voor)hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 mei 2008 in de gemeente Almere opzettelijk mishandelend (bij) een persoon (te weten [slachtoffer]), meermalen, in ieder geval éénmaal, (met kracht)

- die [slachtoffer] in/bij de keel/nek/hals heeft vastgepakt en/of (vervolgens) (in) die keel/nek/hals heeft (dicht)geknepen en/of vastgehouden (terwijl die [slachtoffer] zich op de grond bevond) en/of

- op/tegen/in het lichaam van die [slachtoffer] heeft geduwd (waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of

- bovenop die [slachtoffer] is gaan zitten (terwijl die [slachtoffer] zich op de grond bevond) en/of

- een kussensloop/kledingstuk, in ieder geval een dergelijk voorwerp, in de mond van die [slachtoffer] heeft geduwd/gestopt en/of (daarbij) de neus van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgehouden (terwijl die [slachtoffer] zich op de grond bevond) en/of

- zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt/geplaatst en/of gehouden en/of

- die [slachtoffer] bij de haren en/of bij het lichaam heeft vastgepakt en/of (vervolgens) aan de haren en/of aan het lichaam heeft (mee)getrokken en/of (mee)gesleept en/of

- op/tegen het (voor)hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

2.

hij op of omstreeks 25 mei 2008 in de gemeente Almere [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik wil kan ik je op dit moment vermoorden en de politie kan daar toch niets meer aan doen." en/of "Als je 112 belt, vermoord ik je.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsmotivering

4.1 Vaststaande feiten

07.607374-07 feit 1 en 2

Op 14 oktober 2007 krijgen verdachte [verdachte] en zijn vriendin [slachtoffer] ruzie in de keuken van de woning gelegen aan het [adres] te Almere. [slachtoffer] wordt door verdachte geslagen en gestompt tegen haar hoofd, rug en in haar zij. Ook heeft verdachte [slachtoffer] knietjes tegen haar hoofd en in haar gezicht gegeven en heeft hij haar bij haar haren vastgepakt. Als de stiefzus van verdachte, [slachtoffer 2], naar de keuken komt om [slachtoffer] en verdachte uit elkaar te halen pakt verdachte haar in haar gezicht vast, knijpt in haar wangen en geeft haar een duw.

07. 607172-08 feit 1

Op 26 mei 2008 is er wederom ruzie tussen verdachte en [slachtoffer]. Nu ontstaat deze ruzie in de woning van verdachte aan het Deventerpad 59 te Almere. Dit keer heeft verdachte [slachtoffer] bij haar keel vastgepakt, waarna [slachtoffer] haar bewustzijn verliest. Ook heeft hij haar tegen haar lichaam geduwd waardoor zij ten val komt en verdachte bovenop haar is gaan zitten. Hierna pakt verdachte [slachtoffer] nog een tweede keer bij haar keel. Verder heeft verdachte [slachtoffer] aan haar haren de badkamer ingetrokken. Als [slachtoffer] verdachte naar buiten toe volgt pakt hij haar voor een derde maal bij de keel en geeft hij een stomp tegen het voorhoofd van [slachtoffer]. Als verbalisanten [slachtoffer] later op straat aantreffen zien ze dat ze rode striemen heeft in haar hals, dat zij bloed heeft in haar mond en niet aanspreekbaar is.

07. 607172-08 feit 2

[slachtoffer] verklaart dat verdachte heeft geroepen “ Als ik wil kan ik je op dit moment vermoorden en de politie kan daar toch niets meer aan doen” en “als je 112 belt vermoord ik je”. Verdachte verklaart dat hij alleen heeft gezegd dat het geen zin heeft de politie te bellen en dat ze toch te laat zouden komen voor haar.

4.2 Het standpunt van het Openbaar ministerie

07.607374-07 feit 1 en 2

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat beide ten laste gelegde feiten op de dagvaarding met parketnummer 07.607374-07 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

07. 607172-08 feit 1 en 2

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat hetgeen onder 1 primair en onder 2 ten laste is gelegd op dagvaarding met parketnummer 07. 607172-07 wettig en overtuigend kan worden bewezen.

4.3 Het standpunt van de verdediging

07.607374-07 feit 1 en 2

Voor wat de twee feiten op de dagvaarding met parketnummer 07.607374-07 betreft heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

07. 607172-08 feit 1

De verdediging heeft betoogd dat van poging tot doodslag geen sprake is geweest. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet gezegd kan worden dat verdachte bewust de kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] zou overlijden. Ten eerste omdat door de handelswijze van verdachte de kans op haar overlijden niet aanmerkelijk was te achten. Bovendien heeft verdachte deze kans, als deze aanmerkelijk zou zijn geweest, niet aanvaard. Verdachte heeft immers verklaard dat hij niet al zijn krachten heeft gebruikt en de gebeurtenis heeft maar kort geduurd.

De verdediging heeft betoogd dat ook van de subsidiair ten laste gelegde poging zware mishandeling geen sprake is geweest en heeft zich voor wat de meer subsidiair ten laste gelegde mishandeling betreft aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

07. 607172-08 feit 2

De verdediging heeft bepleit dat verdachte van de ten laste gelegde bedreiging dient te worden vrij gesproken nu hij ontkent de ten laste gelegde bewoordingen te hebben gebezigd.

4.4 Bespreking van de standpunten

07.607374-07 feit 1 en 2

Evenals de officier van justitie acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 op de dagvaarding met parketnummer 07.607374-07 ten laste is gelegd.

07. 607172-08 feit 1

Anders dan de verdediging heeft betoogd is de rechtbank van oordeel dat hetgeen verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Verdachte heeft bekend dat hij [slachtoffer] tot twee maal toe bij haar keel heeft gepakt. Verdachte ontkent echter dat hij de keel van [slachtoffer] heeft dichtgeknepen. De rechtbank acht de verklaring van verdachte op dit laatste punt niet geloofwaardig, gezien de verklaring van [slachtoffer] dat zij is flauw gevallen, hetgeen ook wordt bevestigd door verdachte en gezien ook de toestand waarin verbalisanten [slachtoffer] na het gebeuren aantreffen.

Het dichtknijpen van de keel leidt tot zuurstofgebrek. Dat is een feit van algemene bekendheid. Wanneer men hier maar lang genoeg mee door gaat kan dit het bewusteloos raken en ook het overlijden van een persoon tot gevolg hebben. Deze kans is naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten. Door vervolgens toch de keel van [slachtoffer] dicht te knijpen, zelfs nog nadat zij al is flauw gevallen, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer] zou komen te overlijden.

07. 607172-08 feit 2

Ook acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] heeft bedreigd. Aangeefster verklaart dat verdachte tegen haar heeft gezegd “Als ik wil kan ik je op dit moment vermoorden en de politie kan daar toch niets meer aan doen”. Verdachte ontkent deze letterlijke bewoordingen. Verdachte verklaart dat hij alleen heeft gezegd dat het geen zin heeft de politie te bellen en dat ze toch te laat zouden komen voor haar. De bewoordingen van verdachte komen in grote lijnen overeen met hetgeen aangeefster verklaart en leveren ook een bedreiging op.

5. De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

07.607374-07

1.

hij op 14 oktober 2007 in de gemeente Almere opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer],

- tegen het hoofd en tegen de rug en in de zij en in de buik heeft gestompt en

- met zijn, verdachtes, knie in het gezicht en tegen het hoofd heeft gestoten terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer] bij het hoofd vast hield en

- bij de haren heeft vastgepakt,

waardoor deze pijn heeft ondervonden.

2.

hij op 14 oktober 2007 in de gemeente Almere opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer 2],

- in het gezicht heeft vastgepakt en vervolgens in de wangen heeft geknepen en heeft vastgehouden en

- tegen het lichaam heeft geduwd terwijl hij, verdachte, die [slachtoffer 2] nog vast hield in haar gezicht,

waardoor deze pijn heeft ondervonden .

07.607172-08

1.

hij op 25 mei 2008 in de gemeente Almere ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met kracht

- die [slachtoffer] bij de keel heeft vastgepakt en die keel heeft dichtgeknepen en vastgehouden en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geduwd waardoor die [slachtoffer] ten val is gekomen en

- bovenop die [slachtoffer] is gaan zitten terwijl die [slachtoffer] zich op de grond bevond en

- zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gedrukt en

- die [slachtoffer] bij de haren heeft vastgepakt en (vervolgens) aan de haren heeft meegetrokken en

- tegen het (voor)hoofd van die [slachtoffer] heeft gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op 25 mei 2008 in de gemeente Almere [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik wil kan ik je op dit moment vermoorden en de politie kan daar toch niets meer aan doen.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

6. Strafbaarheid

Het bewezene levert op:

07.607374-07 feit 1 en 2, telkens: Mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht

07.607172-08 feit 1: Poging tot doodslag, strafbaar gesteld bij artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht

07.607172-08 feit 2: Bedreiging, strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

7. De strafoplegging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde van reclasseringscontact ook als dat inhoudt een behandeling bij De Waag.

De verdediging heeft verzocht aan verdachte slechts een voorwaardelijk strafdeel op te leggen, gelet op de persoon van verdachte en het feit dat aangeefster [slachtoffer] hem ook steeds blijft opzoeken.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zijn vriendin tweemaal mishandeld, waarvan eenmaal op zeer ernstige wijze. [slachtoffer] heeft als gevolg van het handelen van verdachte enkele nachten in het ziekenhuis moeten verblijven. De rechtbank vindt met name de poging doodslag een zeer ernstig feit en is daarom van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

In het voordeel van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte inmiddels zelf hulp heeft gezocht en een traject volgt bij De Waag. De rechtbank acht het van groot belang dat deze positieve weg die verdachte is ingeslagen zal worden voortgezet teneinde recidive te voorkomen. De rechtbank acht daarom ook een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde aangewezen.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 6 januari 2009;

- een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport d.d. 30 juli 2008 uitgebracht door Reclassering Nederland;

- de overige stukken van het de verdachte betreffende persoonsdossier.

8. Vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 3 april 2007 in de zaak met parketnummer 07. 601136-06 aan verdachte opgelegde voorwaardelijke straf zal worden tenuitvoergelegd, op grond van het feit dat verdachte de voorwaarde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig te maken aan een strafbaar feit niet heeft nageleefd.

De verdediging heeft verzocht de proeftijd van voornoemde voorwaardelijke veroordeling te verlengen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering van de officier van justitie gegrond, nu uit het vonnis blijkt dat de verdachte de voorwaarde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig te maken aan een strafbaar feit niet heeft nageleefd.

De rechtbank zal daarom de tenuitvoerlegging gelasten van de door de politierechter in deze rechtbank bij vonnis d.d. 3 april 2007 in de zaak met parketnummer 07. 601136-06 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke werkstraf

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 57, 285, 287 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 12 maanden, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt een behandeling bij De Waag, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank wijst de vordering toe.

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07. 601136-06 bij vonnis d.d. 3 april 2007 van de politierechter voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straf, te weten 40 uren werkstraf.

Aldus gewezen door mr. M.A. Pot, voorzitter, mrs. M.A.A. ter Meer-Siebers en H.M. Schaak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2009.

Mrs. H.M. Schaak en M.A.A. ter Meer-Siebers voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.