Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BH3317

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
18-02-2009
Zaaknummer
07/630279-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bewijsmotivering, "loverboy", ontucht, groepsverkrachting, strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.630279-08

Uitspraak: 27 januari 2009

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

geboren [geboorteplaats]

wonende te [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2008 en 13 januari 2009. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.W. van Faassen, advocaat te [adres].

De officier van justitie, mr. S.T.C. van der Werf, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het onder 1 t/m 7 ten laste gelegde tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 7 jaren

- met aftrek van voorarrest,

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij],

- hoofdelijk,

- en oplegging van de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging zoals ter terechtzitting gewijzigd)

BEWIJS

De rechtbank overweegt allereerst dat in het dossier enerzijds valt te constateren dat de verklaringen van aangeefster op hoofdlijnen consistent en soms ook gedetailleerd zijn te noemen. Daar staat echter tegenover dat verschillende getuigen uit de omgeving van aangeefster hebben verklaard omtrent de omgang van aangeefster met jongens/mannen en sex. Te denken valt hierbij met name aan hetgeen [getu[naam hulpverlener] heeft verklaard, zoals valt te lezen op de pagina’s 321 en 322 van het dossier: “Volgens mij had zij controle op het fenomeen jongen en tegelijkertijd denk ik, ontleende zij zich daar enige vorm van identiteit aan” en “Ik weet het niet; ze had soms ook gewoon dat ze even voor de fun een jongetje van school de kop gek maakte en een keer overheen ging, zelfs voor geld”. Ook getuige [getuige 2] heeft verklaard over het feit dat aangeefster reeds op relatief jonge leeftijd verschillende seksuele relaties had. Verwezen zij hierbij naar hetgeen is vermeld op pagina’s 291 en 292 van het dossier. Daarnaast verwijst de rechtbank naar hetgeen getuige [getuige 3] heeft verklaard, zoals vermeld op pagina 275 van het dossier: “(…) [X] is degene die het meest met jongens dingen doet en zo. (…) Met ze naar bed gaan enzo. Niet met [Y], maar meer met jongens van buitenlandse afkomst. Ze hangt veel op straat en dan komt ze die jongens tegen.”

Een en ander heeft de rechtbank ertoe gebracht terughoudendheid te betrachten bij het toekennen van gewicht aan alle onderdelen van de verklaringen van aangeefster en met name te letten op de aanwezigheid van zo objectief mogelijke aanknopingspunten die het relaas van aangeefster zouden kunnen ondersteunen.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de verklaringen van de getuigen [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4] en [getuige 5] kunnen worden gebezigd voor bewezenverklaring van de feiten 3 en 5. In deze verklaringen worden echter naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende concrete tijdstippen en/of locaties genoemd om deze verklaringen, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, toereikend te achten als steunbewijs voor de door aangeefster gerelateerde gebeurtenissen die als de feiten 3 en 5 zijn tenlastegelgd. De verdachte dient, gelet op het voorgaande, van het onder 3 en 5 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft de raadsman de de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster in twijfel getrokken, mede omdat uit de verklaringen van [naam hulpverlener], hulpverlener van aangeefster , zou blijken dat deze haar heeft “opgedragen” aangifte te doen tegen verdachte. De overige zich in het dossier bevindende belastende verklaringen tegen verdachte zijn volgens de verdediging alleen van horen zeggen en kunnen herleid worden tot één bron, namelijk aangeefster zelf. De raadsman heeft gelet op het voorgaande vrijspraak bepleit. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

De verklaringen van aangeefster over de feiten die onder 1 en 2 ten laste zijn gelegd zijn, in onderling verband beschouwd met de andere bewijsmiddelen, voldoende consistent en bevatten diverse met elkaar overeenstemmende details zodat zij naar het oordeel van de rechtbank als voldoende betrouwbaar kunnen gelden. Dat de hulpverlener [naam hulpverlener] mogelijk van invloed is geweest bij de beslissing van aangeefster om aangifte tegen verdachte te doen, doet aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen niet af. Dat voorts voor een gedeelte van de verklaringen in het dossier geldt dat het om zogeheten de auditu verklaringen gaat, kan niet wegnemen dat naast die verklaringen zich tevens de verklaring van [XX] bevindt, die verklaart over de gang van zaken van geldafhandeling in het parkje alwaar hij zelf tegen betaling aan verdachte seksuele handelingen zou hebben verricht met aangeefster.

De rechtbank is voorts van oordeel dat het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen op basis van de verklaring van aangeefster, die een con[adres]

([adres]) heeft aangewezen en daarbij een plattegrond van de woning heeft getekend die overeenkomt met de inrichting van de woning, getuige de zich in het dossier bevindende foto’s van het betreffende pand. Daarnaast heeft de bewoonster van de [adres], [getuige 6], verklaard dat zij verdachte en [medeverdachte] kent en dat beiden – gelijktijdig – bij haar in de woning zijn geweest. [getuige 6] heeft een groene slip gevonden die niet van haar (of haar dochter) is, terwijl aangeefster heeft verklaard dat een groene slip van haar is achtergebleven in de woning. De door [getuige 6] gevonden groene slip is aangetroffen in de slaapkamer van haar dochter, waar een eenpersoonsbed staat hetgeen overeenkomt met de door aangeefster afgelegde verklaring dat zij in een slaapkamer is geweest waar een eenpersoonsbed stond. [getuige 7] heeft bovendien aangeefster, verdachte, [medeverdachte] en nog een “zwarte” man gelijktijdig in de woning aan de [adres] gezien.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte het slachtoffer pas in 2008 zou hebben ontmoet. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende. Uit de verklaring van aangeefster en de daarbij aansluitende verklaringen van onder andere [getuige 3], [getuige 2], [getuige 5] en [getuige 4] kan niet anders worden geconcludeerd dan dat verdachte en het slachtoffer reeds in 2007 met elkaar omgingen, terwijl het slachtoffer destijds nog niet de leeftijd van 16 jaren had bereikt. Bewezenverklaring van feit 4 en de ter terechtzitting van 13 januari 2009 afgelegde verklaring van verdachte dat hij seks heeft gehad met het slachtoffer, zij het op vrijwillige basis, leidt dan ook tot bewezenverklaring van feit 6, meermalen gepleegd.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1, 2, 4 primair, 6 en 7 ten laste gelegde ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 01 april 2007 tot en met 02 maart 2008 te Kampen, [benadeelde partij] ([geboorteplaats]), (telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling, terwijl die ander de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt

en

hij in de periode van 01 april 2007 tot en met 02 maart 2008 te Kampen en, (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en) van [benadeelde partij] ([geboorteplaats]), met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die ander enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handeling(en), terwijl die ander de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt; immers heeft verdachte toen aldaar (telkens):

- tegen die [benadeelde partij] gezegd dat ze hem, verdachte, "[YY]" moest noemen en/of

- tegen die [benadeelde partij] gezegd dat ze haar best moest doen op school en/of dat als ze iets nodig had hij ervoor zou zorgen dat ze dat kreeg en/of

- die [benadeelde partij] beloofd dat zij sigaretten en/of drugs van hem, verdachte, kreeg en/of dat zij geen seks hoefde te hebben met anderen als zij naar hem, verdachte, toe kwam en/of

- de telefoon en/of de MP3-speler en/of (een) geldbedrag(en) en/of drugs van die [benadeelde partij] afgepakt en/of (vervolgens) tegen die [benadeelde partij] gezegd dat ze de telefoon en/of MP3-speler en/of dat/die geldbedrag(en) en/of drugs terug kreeg als ze iets voor hem, verdachte, zou doen en/of als zij seks zou hebben met een of meerdere man(nen) en/of

- die [benadeelde partij] verteld waar ze aan moest denken als ze onbekenden oraal moest bevredigen (namelijk aan ijs of een lolly) en/of

- tegen die [benadeelde partij] gezegd dat het heel normaal is om seks te hebben met anderen en/of dat hij wist wat goed voor haar was en/of

- lief te doen tegen die [benadeelde partij] op het moment dat zij hem,

verdachte, gehoorzaamde en/of boos te worden op het moment dat zij, die [benadeelde partij], hem, verdachte, iets weigerde en/of

- die [benadeelde partij] overal mee naar toe genomen en/of gezegd tegen anderen dat zij zijn, verdachtes, vriendin was en/of

- tegen die [benadeelde partij] gezegd dat hij, verdachte, haar leuk vond en/of dat als zij iets nodig had ze dat van hem, verdachte, kon krijgen en/of

- tegen die [benadeelde partij] gezegd: "Je wilt toch drugs? " en/of "Je hebt mazzel dat je alleen maar hoefde te kokken" en/of

- die [benadeelde partij] ertoe bewogen om hem, verdachte, geld te geven en/of

- die [benadeelde partij] verteld dat hij, verdachte, altijd precies wist waar zij was geweest en met wie en/of

- tegen die [benadeelde partij] gezegd dat zij niet naar andere jongens toe mocht gaan en/of dat zij van hem, verdachte, is en/of

- die [benadeelde partij] ertoe bewogen naar hem, verdachte, toe te komen door te zeggen dat ze hem, verdachte, toch graag wilde zien en/of

- die [benadeelde partij] beloofd dat als hij, verdachte, veel geld had, hij dit met haar zou delen en/of

- gebruik gemaakt van een handgebaar waarmee hij een bepaalde macht had over die [benadeelde partij].

2.

hij in de periode van 3 maart 2008 tot en met 8 mei 2008 te Kampen [benadeelde partij] ([geboorteplaats]), (telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die ander enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die ander zich daardoor beschikbaar zou

stellen tot het verrichten van die handeling(en), terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt

en

hij in de periode van 3 maart 2008 tot en met 8 mei 2008 te Kampen (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en) van [benadeelde partij] ([geboorteplaats]), met of voor een derde tegen betaling, terwijl die ander de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt; immers heeft verdachte toen aldaar (telkens):

- tegen die [benadeelde partij] gezegd dat ze hem, verdachte, "[YY]" moest noemen en/of

- tegen die [benadeelde partij] gezegd dat ze haar best moest doen op school en/of dat als ze iets nodig had hij ervoor zou zorgen dat ze dat kreeg en/of

- die [benadeelde partij] beloofd dat zij sigaretten en/of drugs van hem, verdachte, kreeg en/of dat zij geen seks hoefde te hebben met anderen als zij naar hem, verdachte, toe kwam en/of

- de telefoon en/of de MP3-speler en/of (een) geldbedrag(en) en/of drugs van die [benadeelde partij] afgepakt en/of (vervolgens) tegen die [benadeelde partij] gezegd dat ze de telefoon en/of MP3-speler en/of dat/die geldbedrag en/of drugs terug kreeg als ze iets voor hem, verdachte, zou doen en/of als zij seks zou hebben met een of meerdere man(nen) en/of

- die [benadeelde partij] verteld waar ze aan moest denken als ze onbekenden oraal moest bevredigen (namelijk aan ijs of een lolly) en/of

- tegen die [benadeelde partij] gezegd dat het heel normaal is om seks te hebben met anderen en/of dat hij wist wat goed voor haar was en/of

- lief te doen tegen die [benadeelde partij] op het moment dat zij hem, verdachte, gehoorzaamde en/of boos te worden op het moment dat zij, die [benadeelde partij], hem, verdachte, iets weigerde en/of

- die [benadeelde partij] overal mee naar toe genomen en/of gezegd tegen anderen dat zij zijn, verdachtes, vriendin was en/of

- tegen die [benadeelde partij] gezegd dat hij, verdachte, haar leuk vond en/of dat als zij iets nodig had ze dat van hem, verdachte, kon krijgen en/of

- tegen die [benadeelde partij] gezegd: "Je wilt toch drugs? " en/of "Je hebt mazzel dat je alleen maar hoefde te kokken" en/of

- die [benadeelde partij] ertoe bewogen om hem, verdachte, geld te geven en/of

- die [benadeelde partij] verteld dat hij, verdachte, altijd precies wist waar zij was geweest en met wie en/of

- tegen die [benadeelde partij] gezegd dat zij niet naar andere jongens toe mocht gaan en/of dat zij van hem, verdachte, is en/of

- die [benadeelde partij] ertoe bewogen naar hem, verdachte, toe te komen door te zeggen dat ze hem, verdachte, toch graag wilde zien en/of

- die [benadeelde partij] beloofd dat als hij, verdachte, veel geld had, hij dit met haar zou delen en/of

- gebruik gemaakt van een handgebaar waarmee hij een bepaalde macht had over die [benadeelde partij].

4.

hij in de periode van 01 april 2007 tot en met 1 januari 2008 te Kampen in een woning gelegen aan de [adres] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, door andere feitelijkheden [benadeelde partij] heeft/hebben gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benadeelde partij], hebbende verdachte en een of meer van zijn mededaders die [benadeelde partij] gedwongen te dulden dat verdachte

en/of een of meer van zijn mededader(s) hun, penis(sen) in de vagina en/of in de mond van die [benadeelde partij] duwden, en bestaande die andere feitelijkheden hierin dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- tegen die [benadeelde partij] heeft/hebben gezegd dat zij op de (slaap)kamer moest blijven en/of dat zij hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) moest pijpen en/of neuken en/of

- die [benadeelde partij] (met kracht) heeft/hebben (terug)geduwd op het bed en/of (vervolgens) (onverhoeds) op die [benadeelde partij] is/zijn gaan liggen en/of

- nadat die [benadeelde partij] heeft gezegd dat zij niet wilde en/of begon tegen te stribbelen en/of kenbaar had gemaakt dat zij geen seksuele handelingen wilde dulden of plegen, zijn/hun penis(sen) onverhoeds met kracht in de vagina en/of de mond van die [benadeelde partij] heeft/hebben geduwd en/of

- die [benadeelde partij] meermalen, in ieder geval éénmaal (met kracht) heeft/hebben vastgehouden terwijl één of meer van zijn, verdachtes, mededaders, zijn/hun penis(sen)

duwden in de vagina en/of de mond van die [benadeelde partij]) en/of aldus voor die [benadeelde partij] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan.

Feit 4 in eendaadse samenloop, als bedoeld in artikel 55 van het Wetboek van Strafrecht, begaan met feit 6:

6.

hij op tijdstippen in de periode van 01 april 2007 tot en met 02 maart 2008 te Kampen,

(telkens) met [benadeelde partij] ([geboorteplaats]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [benade[benadeelde partij], immers heeft verdachte toen en aldaar zijn penis geduwd/gebracht in de mond en/of in de vagina van die [benadeelde partij].

7.

hij op of omstreeks 22 juli 2008 in de gemeente Kampen een wapen van

categorie I, onder 3, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.

Van het onder 1, 2, 3m 4 primair, 6 en 7 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

1. mensenhandel jegens een persoon beneden de zestien jaren, strafbaar gesteld bij artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht,

2. mensenhandel, strafbaar gesteld bij artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht,

4. medeplegen van verkrachting, strafbaar gesteld bij artikel 242 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht,

6. met iemand die de leeftijd van 12 jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht,

7. handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet Wapens en Munitie.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

De rechtbank zal ten aanzien van het onder 4 en 6 bewezenverklaarde voor zover het betrekking heeft op het feit begaan in de woning aan de [adres], op de voet van artikel 55, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, slechts straf opleggen voor het medeplegen van verkrachting.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend. Daarbij komt de rechtbank tot een lagere vrijheidsstraf dan door de officier van justitie geëist, mede gelet op het feit dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt van de feiten 3 en 5.

Omtrent de op te leggen strafmaat overweegt de rechtbank tevens nog het volgende. De verdachte heeft gedurende geruime tijd een zich in een kwetsbare leeftijd bevindend meisje uitgebuit door haar er toe aan te zetten om seksuele handelingen te verrichten met anderen, soms met meerdere mannen gelijktijdig, en hij heeft zichzelf bevoordeeld met (een deel van) de daarvoor betaalde geldbedragen. Verdachte heeft misbruik gemaakt van het feit dat het 15-jarige meisje verliefd op hem was en geen weerstand aan hem kon bieden.

De verdachte heeft door zijn handelen aan het slachtoffer ernstige schade toegebracht wat betreft haar lichamelijke en geestelijke integriteit en heeft daarbij zijn persoonlijk gewin voorop gesteld. Het gedrag van verdachte is moreel uiterst verwerpelijk en kwetsbare minderjarige meisjes dienen tegen handelen als dat van verdachte te worden beschermd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat dit gedrag van verdachte een langdurige vrijheidsstraf rechtvaardigt.

De rechtbank rekent het verdachte ook zeer ernstig aan dat hij het slachtoffer niet alleen uitgebuit heeft maar ook zelf actief is geweest in de seksuele handelingen die het slachtoffer tegen haar wil heeft moeten ondergaan. De rechtbank doelt hierbij met name op het onder 4 tenlastegelegde feit.Verdachte en zijn mededader(s) hebben een jong meisje van 15 jaar gedwongen tot het langdurig ondergaan van ernstige en ruwe seksuele gedragingen, gelijktijdig gepleegd door meerdere personen, tegen haar wil. Een dergelijke brute en ruwe groepsverkrachting van een jong meisje rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank eveneens een langdurige vrijheidsstraf.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 18 november 2008;

een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport d.d. 9 september 2008 uitgebracht door het Leger des Heils;

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14g, 14h, 14i, 14j, 27, 36f, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht.

Benadeelde partij

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde partij] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1, 2, 4 en 6 bewezen verklaarde feit.

Het slachtoffer heeft één vordering tegen meerdere verdachten ingediend, van in totaal

€ 7442,50. De rechtbank is van oordeel dat tegen de achtergrond van het bewezen verklaarde en het aandeel daarin van de verdachte het navolgende bedrag ten opzichte van het totaal van de door aangeefster ingediende vordering voor toewijzing vatbaar is.

De rechtbank zal, gelet op het door het slachtoffer ingevulde voegingsformulier en de daarbij gevoegde bijlagen, als voorschot een bedrag van € 4000,-- toewijzen. Voor een gedeelte van dat bedrag, groot € 2.500,-, zal de rechtbank bepalen dat verdachte daarvoor hoofdelijk aansprakelijk is in verband met het onder 4 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde, waaronder de kosten voor psychologische hulpverlening, betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering voor dat deel niet ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank zal aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van

€ 4000,00 ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij].

Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling

Gelet op het voorgaande en op het bepaalde in artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht acht de rechtbank termen aanwezig alsnog de tenuitvoerlegging te gelasten van de door de politierechter bij vonnis d.d. 19 april 2007 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het onder 3 en 5 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1, 2, 4, 6 en 7 ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1, 2, 4, 6 en 7 meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij], wonende te [adres], van een bedrag van € 4000,-- (zegge: vierduizend euro) en bepaalt daarbij dat verdachte voor een gedeelte van dat bedrag, groot € 2.500,-, hoofdelijk aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 4.000,--, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 50 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij] in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij] voor wat het meer gevorderde betreft in zijn/haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank wijst de vordering toe.

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 07.470091-07 bij vonnis van de politierechter d.d. 19 april 2007 voorwaardelijk aan verdachte opgelegde straf, te weten 3 weken gevangenisstraf.

Aldus gewezen door mr. L.J.C. Hangx, voorzitter, mrs. G.A. Versteeg en A.J. Louter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Sijnstra - Meijer als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2009.