Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2009:BH2830

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
13-02-2009
Zaaknummer
07/410094-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.[x]10094-08

Uitspraak: 27 januari 2009 (Promis)

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortejaar]

wonende te [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 januari 2009. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

De officier van justitie, mr. G.T. Brouwer, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 4 maanden, met aftrek van het voorarrest.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging).

BEWIJSOVERWEGINGEN

De rechtbank overweegt met betrekking tot het bewijs het navolgende, op grond van de hierna vermelde bewijsmiddelen .

vaststaande feiten

a) Tussen 27 september 2008 te 18:30 uur en 28 september 2008 te 09:00 uur is een inbraak gepleegd in een auto aan[adres] 20 te Zwartsluis, waaruit is gestolen: een tas met werkpapieren van de firma [xxx] en een calculator, alsmede een fotocamera (merk Samsung) toebehorende aan [naam] ;

b) Tussen 26 september 2008 te 18:00 uur en 29 september 2008 te 08:00 uur is een inbraak gepleegd in een schoolg[adres]x] te Zwartsluis, waaruit is gestolen: een computer, merk Asus, en een plat, 17 inch beeldscherm, toebehorende aan de [naam 2] .

c) Tussen zaterdag 27 september 2008 te 11:00 uur en zondag 28 september 2008 te 11:00 uur is een diefstal gepleegd van een koffer met een boormachine (Hitachi), een koffer met een schroefmachine, een koffer met een schuurmachine (Bosch) en een bladblazer, toebehorende aan [naam 3]. Deze spullen zijn gestolen uit een schuur aan de achterkant van de woning aan[adres]s] te Zwartsluis .

d) Van de hiervoor onder a) t/m c) genoemde gestolen goederen zijn de volgende op zondag 28 september 2008 aangetroffen langs de N331 dan wel de parallel daaraan gelegen weg[adres]] tussen Hasselt en Zwartsluis:

- Een doosje met de digitale fotocamera (merk Samsung) van aangever [naam]. Deze is aangetroffen aan de rechterkant van de N331, binnen de bebouwde kom van Hasselt, nabij een in de weg tussen de twee rijbanen gelegen chicane ;

- visitekaartjes op naam van aangever [naam], alsmede de zwart lederen aktetas met architect-tekeningen en een calculator van [naam]. De visitekaartjes zijn gevonden op de weg en rechts in de berm van [adres] ter hoogte van perceel 33. De aktetas is gevonden in de aldaar gelegen sloot ;

- de computer (Asus) en het beeldscherm van de [naam 2]. Deze zijn aangetroffen op de rijbaan van [adres] ;

- de koffer met schuurmachine (Bosch) van [naam 3]. Deze is aangetroffen in de berm,direct naast de weg, ter hoogte van perceel [adres] ;

- de koffer met een boormachine (Hitachi) van [naam 3]. Deze is aangetroffen in de brandnetels op ongeveer 50 meter van het op of aan [adres] gelegen schrikhek.

e) De meeste van de hiervoor genoemde goederen waren kapot toen ze werden aangetroffen.

Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten:

f) Op zondag 28 september 2008 bevonden zich omstreeks 06:45 uur 2 mannen nabij de woning[adres][adres] te Zwarsluis. Eén van de mannen was blank, de ander had een getinte huid . Deze twee mannen verwijderden zich van die plek. Korte tijd later (ongeveer 30 seconden) kwamen zij uit dezelfde richting teruglopen. Eén van de mannen droeg twee koffertjes bij zich . Deze man stopte bij een grote stationwagon, van het merk Volvo, die geparkeerd stond voor het perc[adres]s][x] te Zwartsluis. Er stapte een derde man uit deze Volvo. De kofferbak werd opengemaakt en de man met de koffertjes legde deze in de kofferbak. Gelijk daarop kwam de andere, getinte man ook met een koffertje terug, die hij ook in de kofferbak van de Volvo legde. Vervolgens liepen de twee eerstgenoemde mannen weer weg in de richting v[adres]. De derde man bleef achter. De twee mannen kwamen even later uit dezelfde richting weer terug. De achterklep van de Volvo werd weer geopend en de mannen legde weer iets in de kofferbak. De mannen namen in de Volvo plaats. De Volvo reed vervolgens in de richting v[adres] en vervolgens via de [adres] .

g) Het kenteken van de Volvo was [xx] .

h) Getuige [naam] heeft op zondag 28 september 2008 te 06:52 bij de politie melding gemaakt van hetgeen hiervoor onder e) is vermeld . Om 06:53 werd deze melding door de centrale meldkamer doorgegeven aan [naam], brigadier van de Regiopolitie IJsselland, e[naam], agent van de Regiopolitie IJsselland, die zich daarop per dienstvoertuig naar Zwartsluis begaven , over de N331, alwaar hen de desbetreffende Volvo vanuit de richting Zwartsluis tegemoet kwam. Brigadier [naam] heeft daarop het dienstvoertuig gekeerd om weer terug in de richting van Hasselt te rijden. Juist binnen de bebouwde kom van Hasselt zagen beide verbalisanten de Volvo voor zich rijden, over de N331 in de richting van Zwolle. Even later stopte de Volvo bij een tussen de rijbanen van de N331 gelegen chicane, nabij de [adres] te Hasselt, en kwam het dienstvoertuig vlak achter de Volvo te staan. Vervolgens keerde de bestuurder van de Volvo de auto en reed snel terug in de richting van de [adres]. De Volvo is toen voor de politie uit het zicht verdwenen.

i) Toen de verbalisanten [naam] en [naam] in hun dienstvoertuig binnen de bebouwde kom van Hasselt achter de Volvo zaten werd er aan de rechterkant uit de Volvo een doosje gegooid, met daarop de naam van aangever [naam] (zie hiervoor onder a) met daarin een digitale fotocamera van het merk Samsung. Geconcludeerd kan dus worden dat zich in de Volvo gestolen spullen van [naam] bevonden.

j) Toen de politie op zondag 28 september 2008 de visitekaartjes van [naam] aantrof (zie hiervoor onder c), waren de meeste droog en begonnen enkele nat te worden. Geconcludeerd kan dus worden dat deze visitekaartjes hier nog maar kort lagen.

k) Op zondag 28 september 2008 reed er omstreeks 07:15 uur een auto met hoge snelheid over het erf van [adres] [xx] heen, tussen de op dat perceel gelegen woning en de woning van [adres] door. De auto reed met een knal tegen een verderop gelegen schrikhek.

l) Op zondag 28 september 2008 omstreeks 08:00 uur zag een getuige een auto op zijn kop in een water aan het [adres] liggen. Dit is het verlengde van [adres].. De auto die te water lag was de Volvo met kenteken [xx]. Er waren geen mensen in of nabij de auto. De getuige is toen direct naar zijn huis gefietst aan [adres] en heeft direct 112 gebeld. .

m) Op zondag 28 september 2008 omstreeks 10:15 uur belden twee mannen aan bij de woning aan de [adres] te Rouveen. Dit waren een blanke en een getinte man. Beide mannen hadden natte kleding aan en hadden modder en riet aan hun schoenen. Na waarschuwing van de politie, zijn deze mannen door de politie aangehouden. Het waren de verdachten [naam] en [naam].

n) De Volvo met kenteken [xx] stond op naam van Simply-rentacar te Laren en was voor de periode vanaf zaterdag 27 september 2008 tot maandag 29 september 2008 verhuurd aan een man en een vrouw. De vrouw was [naam]. De man heette [naam]. De beheerder van de Volvo heeft als signalement van [naam] opgegeven: klein, hooguit 1.70 meter, een beetje spichtig mannetje, smal, leeftijd ca. 20-25 jaar, kort stekelig blond haar. De beheerder van de Volvo heeft [naam] op een foto herkend als zijnde de man die samen met [naam] de Volvo op zaterdag 27 september 2008 ophaalde.

o) [naam] is de vriendin van verdachte [naam].

p) [naam] heeft in de Volvo gezeten en is nat geworden . Verdachte [naam] en verdachte [naam] zijn vrienden van elkaar .

q) Agent [naam] heeft verdachte [naam] bij de aanhouding herkend als de bestuurder van de Volvo, toen deze de verbalisanten heeft aangekeken op de N331 nabij de tussen de rijbanen gelegen chicane te Hasselt.

r) De gestolen goederen die door de politie langs [adres] zijn aangetroffen, zijn daar door de verbalisanten [naam] en [naam] gevonden tussen het moment waarop zij de Volvo uit het zicht zijn verloren (zie h) en het moment dat zij melding krijgen van de te water geraakte auto (zie l).

Dit moet dus – globaal gezien – geweest zijn tussen 07[adres]uur.

s[adres], waar de onder b) en c) genoemde diefstallen zijn gepleegd, alsmede de woning van getuige [naam] aan d[adres], zijn betrekkelijk dicht bij elkaar gelegen, in een woonwijk te Hasselt.[adres], waar de onder a) genoemde diefstal is gepleegd, ligt daar iets buiten, maar is gelegen aan de N331, een in- en uitvalsweg van Zwartsluis, waarlangs de Volvo Zwartsluis kennelijk hebben verlaten.

De rechtbank overweegt op grond hiervan het volgende:

I. Op grond van hetgeen hiervoor onder l) t/m q) is weergegeven, concludeert de rechtbank dat verdachten [naam] en [naam] in de desbetreffende Volvo hebben gezeten. De rechtbank gaat er vanuit dat zij ook in de Volvo hebben gezeten toen zij, kort na de melding van de getuige [naam], komende vanuit de richting Zwartsluis, door de politie werden gesignaleerd en vervolgens werden achtervolgd in de richting Hasselt. [naam] is door de politie immers herkend als de bestuurder van de Volvo, toen deze in Hasselt plotseling keerde en in tegenovergestelde richting wegreed. Zowel getuige [naam] (onder f) als getuige [naam] (onder n) hebben het over een blanke en een getinte man. Dit past ook bij de foto’s die zich van verdachten in het proces-verbaal van de politie bevinden.

II. Door de politie is gezien dat in Hasselt uit de Volvo een doosje is gegooid, waarin later de gestolen camera van [naam] (onder a) bleek te zitten. Even verderop langs [adres] zijn korte tijd later nog visitekaartjes en de aktetas van [naam] gevonden. De visitekaartjes lagen daar nog niet lang. Ook verderop langs de Velde zijn goederen aangetroffen die van de onder a) t/m c) genoemde diefstallen afkomstig zijn. De politie heeft de fotocamera, de visitekaartjes, de aktetas, de computer, het beeldscherm en de koffer met de boormachine

– globaal gesproken – tussen 07:00 en 08:00 uur teruggevonden. De meeste van goederen waren geschonden. Vanwege de waarneming van de politie in Hasselt dat de fotocamera van [naam] uit de Volvo werd gegooid en het feit dat er korte daarop langs [adres] nog meer gestolen en gehavende goederen werden aangetroffen, ligt het voor de hand om aan te nemen dat de personen in de Volvo bezig waren zich van de gestolen waar te ontdoen.

III. Gelet op de plaatsen waar de gestolen goederen zijn aangetroffen, alsmede het door de getuige Kronenburg op zondagmorgen om 07:15 uur gehoorde autogeluid en de plaats waar de Volvo omstreeks 08:00 uur op zijn kop in het water werd aangetroffen (uit het feit dat getuige Visscher niets van het ongeluk heeft gehoord en niemand meer ter plaatse heeft gezien, kan er van worden uitgegaan dat de auto al enige tijd daarvoor te water is geraakt), concludeert de rechtbank dat de route van de Volvo geweest moet zijn zoals die door de politie als vermoedelijke route is aangegeven.

IV. Uit de Volvo zijn goederen gegooid die afkomstig zijn van de diefstallen die hiervoor onder a) t/m c) zijn genoemd. Getuige [naam] heeft de twee mannen zien lopen met koffertjes, die zij in de Volvo hebben gelegd. Dit past bij de goederen die zijn weggenomen bij de hiervoor onder c) genoemde diefstal. Bovendien zijn twee van de koffertjes met gereedschap teruggevonden langs de route die door de Volvo is gereden.

V. Gelet op de waarnemingen van getuige [naam], de tijdstippen waarop de Volvo is gezien door achtereenvolgens [naam], verbalisanten [naam] en [naam], en door [naam], alsmede gelet op de locaties van de diefstallen nabij de plek waar de Volvo stond geparkeerd in Zwartsluis, het uit de auto werpen van de gestolen camera, alsmede andere langs de weg aangetroffen, gestolen spullen en het feit dat [naam] en [naam] in de desbetreffende Volvo hebben gezeten, alles in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot de overtuiging dat [naam] en [naam] zich als medeplegers schuldig hebben gemaakt aan de tenlastegelegde diefstallen, zoals hierna bewezen verklaard. Gelet op tijdstippen waarbinnen zich alles heeft afgespeeld komt een ander scenario onwaarschijnlijk voor. Het medeplegen heeft ofwel bestaan uit concrete uitvoeringshandelingen, dan wel uit een zodanige bewuste en nauwe samenwerking dat evenzeer van medeplegen kan worden gesproken.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

1 primair.

hij op 28 september 2008 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een aan de [adres] geparkeerd staande auto heeft weggenomen een tas, papieren, een calculator en een fotocamera, toebehorende aan [naam], waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak;

2 primair.

hij op 28 september 2008 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schoolgebouw aan de [adres] heeft weggenomen een computer en een beeldscherm, toebehorende aan de [naam 2] waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en inklimming;

3 primair.

hij op 28 september 2008 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur, behorende bij een woning aan de [adres] heeft weggenomen een koffer met een boormachine, een koffer met een schuurmachine en een bladblazer, toebehorende aan

[naam 3].

Van het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het onder 1 primair bewezene levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Het onder 2 primair bewezene levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Het onder 3 primair bewezene levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met anderen in Zwartsluis in dezelfde nacht een drietal diefstallen gepleegd, waarbij een autoruit is vernield en de sloten van een raam zijn geforceerd. De wijze van handelen van verdachte en zijn mededader(s), te weten het met een gehuurde auto ver van huis rijden om in een vreemde woonwijk bij het krieken van de dag een serie diefstallen te plegen, wijzen erop dat geen sprake is geweest van “de gelegenheid maakt de dief”, maar van een weloverwogen criminele actie. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij daaraan heeft meegedaan.

Dergelijke vermogenscriminaliteit veroorzaakt hinder, schade en ergernis voor de slachtoffers. De verdachte heeft door zijn handelen er blijk van gegeven weinig respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander.

Voorts blijkt uit het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 12 december 2008 dat de verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten. Verdachte heeft wel op 1 december 2008 een transactie-aanbod van € 600,-- van de officier van justitie ontvangen ter zake een diefstal gepleegd op 2 juli 2008 te Nijmegen.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, en uit het oogpunt van normhandhaving en ter vergelding van de door de verdachte begane strafbare feiten, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met oplegging van een andere, lichtere strafmodaliteit dan een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van hierna te melden duur.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1 primair, 2 primair en 3 primair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mrs. G.E.A. Neppelenbroek en

H.H.J. Harmeijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 januari 2009.

Mrs. Neppelenbroek en Harmeijer voornoemd waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.