Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BH4939

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
17-12-2008
Datum publicatie
09-03-2009
Zaaknummer
144481 - HA ZA 08-496
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomstenrecht. Winterpeen, (non)-conformiteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 144481 / HA ZA 08-496

Vonnis van 17 december 2008

in de zaak van

[A],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. R.K.E. Buysrogge,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VRIEMEX B.V.,

gevestigd te Nagele,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[B],

gevestigd te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. M.T. Halman.

Partijen zullen hierna [A], [B] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 augustus 2008

- de conclusie van antwoord in reconventie

- de akte van 10 oktober 2008 met producties

- het proces-verbaal van comparitie van 30 oktober 2008.

2. De feiten

2.1. [A] heeft op 20 september 2007 door bemiddeling van de besloten vennootschap [C] B.V. (hierna: [C]) aan Vriemex winterpeen van de oogst 2007 verkocht (hierna: de koopovereenkomst). De koopovereenkomst houdt onder meer het volgende in:

“(…) De gehele opbrengst van uit gezaaid, 5 ha winterpeen. (…) Uitbetaald worden de netto gespoelde kilo’s KCB-kwaliteit klasse I, 50 gram opwaarts. Prijs per netto kilo: 8 EUROCENT. Kilovaststelling gaat als volgt: Na het spoelen van een aantal kisten geeft koper de netto gespoelde kilo’s door aan [[C]] Waarna facturering volgt Gespoeld wordt in bijzijn van koper en verkoper bij M&B peen Kraggenburg. Partij is B peen partij. Spoelkisten zijn gemiddelde van perceel. (…) Kilo/kwaliteitvaststelling voor 15-12-2007 (…)”

2.2. De koopovereenkomst betrof 664 kisten winterpeen (hierna: de partij). Op 20 december 2007 zijn drie kisten daarvan gespoeld en gelezen, waarna er 544 kilo per kist overbleef. Op een AFLEVERINGSNOTA / ONTVANGSTBEWIJS / TARRERINGSBRIEF van [C] met betrekking tot de koopovereenkomst is aangetekend: “Geen klasse I partij”.

2.3. Bij brief van 5 februari 2008 heeft Vriemex [A] onder meer meegedeeld:

“(…) Op 20 december 2007 hebben wij uw peen bij M en B getarreerd. Eerder was daar geen mogelijkheid voor. Hierbij hebben wij uw peen op kwaliteit en kg getarreerd. (…) Wij hebben samen met van Zutphen en u geconstateerd dat deze partij niet klasse I waardig is in verband met vlekken en rot. Derhalve is de partij niet door ons geaccepteerd. (…)”

Volgens Vriemex was de partij alleen als veevoer af te zetten. Zij heeft in deze brief een op dat uitgangspunt gebaseerd voorstel aan [A] gedaan.

2.4. [A] heeft bij brief van 8 februari 2008 geantwoord dat Vriemex vanaf 15 december 2007 (datum van overdracht) verantwoordelijk is voor de partij. Hij heeft vorenbedoeld voorstel verworpen en aanspraak gemaakt op betaling van 544 kg winterpeen klasse I per kist voor de partij.

2.5. Op verzoek van Vriemex heeft M. van den Heuvel, beëdigd taxateur, op 14 februari 2008 de partij gekeurd. Zijn bevindingen zijn de volgende:

“(..) De drie kisten visueel bekeken en ingeschat op 50 % rotaantasting. Daarna gespoeld en twee monsters genomen met een gezamenlijk gewicht van 49,50 kg. Visueel gezien is de peen hoofdzakelijk aangetast door Wortelrot (Mycocentrospora acerina) De peen is derhalve absoluut niet op de gebruikelijke wijze te spoelen in de Klasse I of Klasse II. De peen is derhalve door mij afgekeurd. (…)”

2.6. Bij brief van 21 februari 2008 heeft de raadsman van Vriemex de koopovereenkomst ontbonden en [A] verzocht de partij van haar bedrijfslocatie te laten afvoeren. Voor het geval [A] daaraan niet tijdig voldoet houdt Vriemex hem aansprakelijk voor schade. Voorts heeft de raadsman van Vriemex bij brief van 11 april 2008, voor het geval Vriemex gehouden zou zijn winterpeen af te nemen, [A] in de gelegenheid gesteld de klasse I peen te scheiden van de rest van de partij, en het afgesplitste deel te laten keuren.

2.7. Vriemex heeft van de partij 16 kisten om niet overgedragen aan [D] en 30 kisten aan [E]. Verder heeft zij na 20 maart 2008 een deel van de partij voor EUR 25.000,-- verkocht aan FlevoTrade. Het restant ligt nog bij Vriemex op het erf en rot daar weg.

3. De vordering in conventie

3.1. [A] vordert, kort samengevat, hoofdelijke veroordeling van Vriemex en [B] tot betaling van EUR 34.387,76 met rente en kosten.

3.2. Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten stelt [A] dat de koopovereenkomst inhoudt dat Vriemex EUR 0,08 (excl. btw) moet betalen voor iedere kilo KCB Klasse I gespoelde winterpeen, met dien verstande dat partijen uiterlijk op 15 december 2007 de (gemiddelde) kilo- en kwaliteitsvaststelling gezamenlijk zouden doen. [A] heeft 664 kisten geleverd met gemiddeld 544 winterpeen per kist, zodat de koopprijs voor de partij EUR 34.387,76 bedraagt. [A] maakt voorts aanspraak op EUR 1.788,-- voor buitengerechtelijke kosten.

3.3. [A] heeft [B] in rechte betrokken, omdat uit het handelsregister blijkt dat deze hoofdelijk aansprakelijk is voor de schulden van Vriemex.

4. De vordering in reconventie

4.1. Vriemex vordert, kort samengevat:

I. verklaring voor recht dat Vriemex de koopovereenkomst bij brief van 5 februari 2008, althans 21 februari 2008, rechtsgeldig heeft ontbonden;

II. veroordeling van [A] tot vergoeding van schade, op te maken bij staat.

4.2. Volgens Vriemex had de partij niet die eigenschappen die zij mocht verwachten, omdat het geen Klasse I winterpeen was. Zij heeft daarom de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden. Gedeeltelijk ontbinding was niet mogelijk, omdat het te arbeidsintensief en daarmee te duur is, om de individuele wortelen die mogelijk wel Klasse I waren, daar uit te selecteren.

4.3. Vriemex stelt schade te hebben geleden, die zij nog niet helemaal kan begroten. Ter toelichting voert zij primair aan dat zij indien de partij aan de eisen had voldaan, zij deze voor EUR 250,-- per kist had kunnen verkopen. Nu dat niet mogelijk was heeft zij winst gederfd. Subsidiair stelt zij dat zij transport en waskosten heeft gemaakt, die zij begroot op EUR 48.807,20 (excl. btw). Verder maakt Vriemex aanspraak op vergoeding van incassokosten en deskundigenkosten.

5. De verweren in conventie en reconventie

Partijen hebben over en weer gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal voor zover van belang hierna worden ingegaan.

6. De beoordeling in conventie en reconventie

6.1. Uit de stellingen van [A] kan worden begrepen dat hij, zoals hij in zijn brief van 8 februari 2008 tot uitdrukking heeft gebracht, zich op het standpunt stelt dat door levering van de winterpeen het risico op 15 december 2007 is overgegaan op Vriemex. Dat mag juist zijn, maar dat sluit een beroep van Vriemex op non-conformiteit, mits zij binnen bekwame tijd heeft geprotesteerd, niet uit. De partij is op 20 december 2007 getarreerd en ongenoegzaam beoordeeld. Daardoor heeft Vriemex voldoende tijdig aan [A] doen blijken wat haar standpunt ten aanzien van de partij was.

[A] heeft geen feiten gesteld waaruit zou kunnen volgen dat de enkele omstandigheid dat de partij niet op 15 maar op 20 december 2007 is getarreerd, tot gevolg heeft gehad dat deze van mindere kwaliteit was dan toen hij deze heeft afgeleverd. Wat de kwaliteit van de partij was staat voldoende vast op grond van de resultaten van het tarreren op 20 december 2007 en het rapport van Van den Heuvel van 14 februari 2008, zij het dat [A] daaraan een andere conclusie verbindt dan Vriemex.

6.2. De kernvraag in dit geding is dan of de koopovereenkomst steun biedt voor de vordering van [A].

De uitleg van [A] van de koopovereenkomst komt er op neer dat Vriemex EUR 0,08 diende te voldoen voor iedere kilo peen die na wassen en lezen van de partij voldeed aan KCB Klasse I.

Vriemex geeft een andere uitleg. Volgens haar gaat het erom of de partij als geheel voldeed aan de Klasse I-norm.

6.3. Door Vriemex is Vo (EG) 730/99, gewijzigd bij Vo (EG) Nr. 46/03, Vo (EG) Nr. 907/04 in het geding gebracht. Daarin is onder meer het volgende opgenomen:

“(…) Toleranties in kwaliteit

ii) Klasse I

- 10% van het gewicht mag bestaan uit wortelen die niet beantwoorden aan de eisen van deze klasse, maar wel aan die van klasse II of, bij uitzondering, aan de eisen van klasse II met inbegrip van de toleranties. Deze tolerantie geldt evenwel niet voor gebroken wortelen en/of wortelen waarvan de punt ontbreekt;

- 10% van het gewicht mag bestaan uit gebroken wortelen of wortelen waarvan de punt ontbreekt. (…)”

6.4. Hetgeen hiervoor is aangehaald geeft op het eerste gezicht steun aan de opvatting van Vriemex. Niet uit te sluiten is echter dat de overeenkomst moet worden uitgelegd als door [A] gedaan. De tekst van de overeenkomst is niet zonder meer duidelijk. Nu het gaat om een overeenkomst tussen professionele partijen, is van belang wat in de handelspraktijk als juist wordt aanvaard. [A] heeft immers niet gesteld dat de overeenkomst van die handelspraktijk afwijkt. Vriemex heeft dat evenmin aangevoerd. [A] beroept zich op het rechtsgevolg van zijn uitleg. Hij dient daarom bewijs daarvan te leveren. Dat bewijs volgt niet uit de overgelegde stukken. Hij zal overeenkomstig zijn aanbod tot bewijs door getuigen worden toegelaten als hierna te doen.

6.5. Een verder oordeel over de zaak zal worden aangehouden tot na de bewijslevering.

7. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. laat [A] toe tot bewijs door getuigen dat de gangbare handelspraktijk is dat betaald dient te worden voor iedere kilo peen die na wassen en lezen voldoet aan de overeengekomen kwaliteit (in dit geval KCB Klasse I),

5.2. bepaalt dat [A] de verhinderdagen van de getuigen, de partijen en hun advocaten op maandagen en donderdagen in de maanden februari tot en met april 2009 dient op te geven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.3. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. J.H. Huijzer in het gerechtsgebouw te Lelystad aan het Stationsplein 15,

in conventie en reconventie

5.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Huijzer en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2008.