Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BH1966

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-08-2008
Datum publicatie
17-02-2009
Zaaknummer
145879 - KG ZA 08-254
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een verbod om een vonnis in kort geding te executeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 145879 / KG ZA 08-254

Vonnis in kort geding van 14 augustus 2008

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

[eiser A],

gevestigd te [woonplaats],

2. [eiser B],

wonende te [woonplaats],

3. [eiser C],

wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur mr. H. den Besten,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. N.R.H. Boasman-Trustfull.

Partijen zullen hierna [eiser A] c.s. en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 10 juni 2008 met producties

- de door mr. den Besten bij brieven van 30 juli en 6 augustus 2008 overgelegde producties

- de door mr. Boasman-Trustfull bij brieven van 23 juni, 8 augustus en 11 augustus 2008 overgelegde producties

- de mondelinge behandeling ter openbare terechtzitting van 11 augustus 2008

- de pleitnota van [eiser A] c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser A] c.s. huurt als hoofdhuurder van de vennootschap [X] een bedrijfsruimte aan [adres] te [woonplaats]. De ruimten met huisnummer 29 worden door [eiser A] c.s. onderverhuurd aan [gedaagde]. [gedaagde] heeft weer een deel van deze laatste ruimte onderverhuurd aan [eiser A] c.s.

2.2. Bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 18 april 2008 (144056 / KG ZA 08-149) zijn [eiser A] c.s. veroordeeld om de – eerder door hen afgesloten – elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de bedrijfsruimte van [gedaagde] aan [adres] te [woonplaats] weer aan te sluiten.

2.3. Na de mondelinge behandeling van de hiervoor in rechtsoverweging 2.2. genoemde zaak op 17 april 2008, vóór het uitspreken van het vonnis op 18 april 2008, heeft [gedaagde] in de door hem gehuurde bedrijfsruimte een (nood)aggregaat laten plaatsen. Hiertoe heeft [gedaagde] de voedingskabel die van de hoofdstoppenkast (in het door [eiser A] c.s. beheerde deel van het pand) naar een tussenkast (in het door [gedaagde] gehuurde deel van het pand) loopt, losgekoppeld van de tussenkast en voorzien van een stekker.

2.4. Op 15 mei 2008 is door Nagtglas Versteeg Inspecties B.V. (hierna: Nagtglas) een onderzoek uitgevoerd, waarbij het deel van de elektrische installatie dat is onderverhuurd aan [gedaagde], is getoetst aan de veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. In het rapport van Nagtglas (hierna: het rapport) is onder meer het volgende te lezen, waarbij door middel van een code is aangeven of het accent ligt op levensgevaar (L), brandgevaar (B) en/of doelmatigheid (D):

D. Geadviseerde verbeteringen

1. Groepenkast

(…)

1.2. De beschermingsleiding van de voedingskabel is niet volledig onder de klem op de rails gemonteerd. Wij adviseren de leiding volledig onder de klem te bevestigen. (L2)

(…)

1.4. Diverse beschermingsleidingen zijn niet deugdelijk met de beschermingsrail verbanden. Om een goede verbinding te waarborgen moeten deze leidingen opnieuw deugdelijk worden verbonden met de rail. (L2)

(…)

1.7. De leidinginvoer van de voedingskabel is niet deugdelijk gemonteerd, waardoor de trekontlasting van de kabel niet aanwezig is en tevens vuil en vocht de kast kan binnendringen. De kabelinvoer moet deugdelijk worden gemonteerd, de leiding moet op de juiste manier worden ingevoerd. (B3)

5. Aggregaat

5.1. Er is geen koppeling van de nulleiding met beschermingsleiding waargenomen. Aangezien de nulleiding ten naaste van het aardpotentiaal moet zijn, adviseren wij deze koppeling alsnog tot stand te brengen. (L.B1)

5.2. Wij adviseren het metalen gestel van de noodstroomaggregaat met de beschermingsleiding te verbinden me een leiding van minimaal 6 mm². (B.D1)

(…)

E. Conclusies

1. Met betrekking tot levensgevaar verkeert de elektrische installatie in een matige toestand.

2. Met betrekking tot brandgevaar verkeert de elektrische installatie in een slechte toestand.

(…)

Gezien de geconstateerde afwijkingen adviseren wij u de elektrische installatie direct buiten werking te stellen. Alvorens de installatie wederom in bedrijf te stellen dient u alle geadviseerde verbeteringen uit te voeren.

2.5. Bij vonnis van 21 mei 2008 is in kort geding een vordering van [eiser A] c.s. tot een verbod van executie van voormeld vonnis van 18 april 2008 afgewezen.

2.6. Het aggregaat is door [gedaagde] verwijderd.

2.7. [eiser A] c.s. hebben op 26 mei 2008 de elektriciteit ten behoeve van het bedrijf van [gedaagde] weer aangesloten.

2.8. Op 4 juni 2008 is aan [eiser A] c.s. bij deurwaardersexploot bevel gedaan tot betaling van verbeurde dwangsommen ad EUR 17.000,-.

3. Het geschil

3.1. [eiser A] c.s. vorderen een verbod tot executie van het vonnis van 18 april 2008, zaaksnummer 155056 KG ZA 08-149 onder verbeurte van een dwangsom van EUR 500,- per dag met een maximum van EUR 50.000,- voor iedere dag dat [gedaagde] na betekening in gebreke blijft aan het in deze zaak te wijzen vonnis te voldoen.

3.2. [eiser A] c.s. baseren hun vordering op de stelling dat na het vonnis van 18 april 2008 zich nieuwe omstandigheden hebben voorgedaan – namelijk het aansluiten van het aggregaat door [gedaagde] en het onderzoek door Nagtglas, waarbij gebreken zijn geconstateerd – die een noodtoestand hebben doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging van voormeld vonnis niet kan worden aanvaard.

3.3. [gedaagde] voert aan dat er geen sprake is (geweest) van een noodtoestand. Volgens hem is ten behoeve van het aggregaat alleen een kabel naar het aggregaat aangelegd. Alle andere in het rapport aangegeven gebrekkige situaties waren al aanwezig voordat het noodaggregaat werd aangesloten en deze gebreken vallen onder de verantwoordelijkheid van [eiser A] c.s., als verhuurder van de bedrijfsruimte. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen of verbieden, indien hij van oordeel is dat de executant mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

4.2. In de onderhavige zaak kan van het volgende worden uitgegaan. Op 18 april 2008 zijn [eiser A] c.s. veroordeeld de elektriciteit voor [adres] binnen 24 uur weer aan te sluiten.

Tussen de mondelinge behandeling op 17 april 2008 en de uitspraak op 18 april 2008 heeft [gedaagde] wijzigingen aangebracht in de elektrische installatie en een aggregaat aangesloten. Bij vonnis van 21 mei 2008 is de vordering van [eiser A] c.s. om executiemaatregelen op grond van het vonnis van 18 april 2008 te verbieden, afgewezen nu [eiser A] c.s. onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat de door [gedaagde] gewijzigde situatie een dusdanig gevaar opleverde dat niet van [eiser A] c.s. verwacht kon worden de elektriciteit weer aan te sluiten.

4.3. Thans hebben [eiser A] c.s. het - in rechtsoverweging 2.4. deels geciteerde - rapport van Nagtglas overgelegd, ter onderbouwing van hun stelling dat door de door [gedaagde] aangebrachte wijzigingen een dermate gevaarlijke situatie was ontstaan dat van hen niet verwacht kon worden dat zij de elektriciteit weer aan zouden sluiten. Blijkens de conclusie van dit rapport, dat door [gedaagde] niet wordt betwist, is geen sprake van direct levensgevaar, maar verkeert de installatie wel in een slechte toestand met betrekking tot brandgevaar. In het rapport wordt een aantal punten genoemd dat verbeterd dient te worden in verband met brandgevaar, levensgevaar en/of doelmatigheid.

4.4. Hoewel [gedaagde] betwist dat sprake is van een noodtoestand en aanvoert dat hij niet verantwoordelijk is voor de in het rapport geconstateerde gebreken, heeft hij ter zitting erkend dat de in het rapport genoemde (verbeter)punten 1.2, 1.4. en 1.7. betrekking hebben op wijzigingen die door hem, althans in opdracht van hem, zijn uitgevoerd. Verder hebben de onder punt 5.1. en 5.2. genoemde gebreken betrekking op het aggregaat, dat in opdracht van [gedaagde] is aangesloten. Hieruit volgt dat een aantal van de in het rapport vermelde ondeugdelijke punten in verband met brandgevaar het gevolg zijn van de wijzigingen die door [gedaagde] waren aangebracht. Dat betekent dat de wijzigingen die [gedaagde] ná de zitting van 17 april 2008 heeft aangebracht er (mede) toe hebben geleid dat een situatie is ontstaan, waarin de elektrische installatie direct buiten werking moest worden gesteld. Deze onveilige situatie is vastgelegd in het rapport van Nagtglas van 15 mei 2008.

4.5. Na de zitting van 17 april 2008 zijn derhalve feiten aan het licht gekomen op grond waarvan [eiser A] c.s. niet verplicht kon worden de stroom weer aan te sluiten. Dat betekent dat van [eiser A] c.s. niet gevraagd kon worden het vonnis van 18 april 2008 ten uitvoer te leggen en dat [eiser A] c.s. door het niet ten uitvoerleggen van het vonnis geen dwangsommen heeft verbeurd. [gedaagde] kan derhalve niet op goede gronden tot executie van dwangsommen overgaan.

4.6. Uit het hiervooroverwogene volgt dat de vordering zal worden toegewezen, met dien verstande dat de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet om aan de veroordeling dwangsommen te verbinden.

4.7. De rechtbank ziet termen om de proceskosten tussen partijen te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt [gedaagde] om op grond van het vonnis van de voorzieningenrechter van 18 april 2008 executiemaatregelen te nemen;

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W.F. Houthoff en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2008.