Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BH1255

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
30-12-2008
Datum publicatie
29-01-2009
Zaaknummer
07/440227-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

"Noodweer".

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.440227-08

Uitspraak: 30 december 2008

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortejaar]

wonende te [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 december 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie, mr. D. van den Berg, heeft ter terechtzitting een vordering geformuleerd gevorderd ter zake van 2 afzonderlijk aangebrachte zaken (niet door de rechtbank gevoegd), te weten de zaken met parketnummers 07.440227-08. en 07.440184-08. De officier van justitie heeft ter zake van deze 2 dagvaardingen gevorderd de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden, met aftrek van het voorarrest.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging).

BEWIJS

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

hij op 6 oktober 2008 in de gemeente Deventer opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [naam], in het gezicht heeft gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting een beroep gedaan op noodweer en heeft op grond daarvan geconcludeerd tot ontslag van alle rechtsvervolging. Hij heeft ter ondersteuning van dit verweer, kort en zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verdachte het feit zou hebben begaan, geboden door de noodzakelijke verdediging van zijn lijf tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, te weten het slaan van verdachte door aangever [naam].

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Blijkens de verklaring van verdachte tegenover de politie afgelegd heeft hij het slachtoffer een vuistslag op zijn gezicht gegeven toen het slachtoffer op de grond lag. In een dusdanige situatie is er geen onmiddellijk dreigend gevaar voor verdachte.

Gelet op het vorenstaande was er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een situatie waarin verdedigend handelen door verdachte was geboden. Aldus wordt het beroep op noodweer verworpen.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft het slachtoffer een klap in het gezicht gegeven. Verdachte heeft daarmee letsel en pijn veroorzaakt bij het slachtoffer. Volgens de verklaring van het slachtoffer is de verhouding tussen verdachte en het slachtoffer direct na het plegen van het feit hersteld.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 20 november 2008 waaruit blijkt dat verdachte eenmaal eerder is veroordeeld voor een andersoortig delict.

De officier van justitie heeft voor de onderhavige zaak en een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht een gevangenisstraf van 3 maanden gevorderd.

De rechtbank brengt bij het opleggen van na te melden straf in rekening de straf, te weten 18 dagen gevangenisstraf, die de verdachte bij vonnis van heden - 30 december 2008- van de meervoudige kamer van onderhavige rechtbank, ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, is opgelegd.

Al het vorenstaande in aanmerking nemende, met name gelet op de gevangenisstraf van 18 dagen die in de andere zaak bij vonnis van heden aan verdachte is opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat in de onderhavige zaak dient te worden volstaan met schuldigverklaring zonder strafoplegging.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank bepaalt dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mrs. L.J.C. Hangx en E.M. de Veij Mestdagh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 december 2008.