Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BG9239

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
02-12-2008
Datum publicatie
08-01-2009
Zaaknummer
07.600132-08 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

voorwaardelijk opzet op mogelijkheid tot downloaden en strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.600132-08 (P)

Uitspraak: 2 december 2008

VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

1. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 18 november 2008.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.N. van Collenburg, en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. R. ter Haar, advocaat te Emmeloord, en de verdachte naar voren is gebracht.

2. DE TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 20 maart 2006 te Ens, gemeente Noordoostpolder, in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten .11.605, in elk geval een foto('s) en/of 1.088, in elk geval een, film(s) en/of computerbestand(en), bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad:

(volgt verder tenlastelegging)

3. DE VOORVRAGEN

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN

A. Vaststaande feiten

De rechtbank stelt de navolgende feiten vast.

Op 23 december 2005 werd er door het Korps Landelijke Politiediensten, Team Pedoseksueel Misdrijven, een rapport ontvangen van de Spaanse politie te Sevilla over de verspreiding van mogelijk kinderpornografisch beeldmateriaal via het filesharingprogramma Edonkey. Het IP-adres van waar de kinderpornografische afbeeldingen werden verspreid stond geregistreerd op naam van verdachte.

Door de Spaanse politie zijn meerdere van de aangeboden bestanden gedownload en op een cd-rom gebrand. De cd-rom is vervolgens onderzocht en bleek kinderpornografische afbeeldingen te bevatten afkomstig van het IP adres van verdachte.

Op 20 maart 2006 heeft er doorzoeking plaatsgevonden van de woning van verdachte. Daarbij zijn een aantal computers, vele multimediadragers (losse harde schijven, cd-roms en dvd’s) in beslag genomen. . Het in beslag genomen materiaal is onderzocht en daaruit bleek dat het 11.605 digitale kinderpornofoto’s, 1.088 filmbestanden met kinderporno en 3 dia’s met kinderporno bevatte.

B. Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten voor zover het betreft het in het bezit hebben en het verspreiden van kinderporno. De officier van justitie heeft als bewijs aangevoerd de bekennende verklaring van verdachte bij de politie maar ook die ter terechtzitting, de bij de huiszoeking gevonden afbeeldingen en films en de onderzoeksresultaten van de Spaanse politie.

C. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit dat van het ten laste gelegde feit alleen het bezit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De verdediging voert daarvoor aan dat verdachte zelf geen afbeeldingen en films heeft gemaakt en ook niet bewust afbeeldingen en films heeft verspreid. Verdachte heeft de afbeeldingen en films via het programma eMule gedownload. Tijdens dat downloaden kunnen andere gebruikers die bestanden uploaden. Dan is er echter geen sprake van actief verspreiden door verdachte.

D. Beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zoals hierna onder E. is weergegeven.

De rechtbank komt, met betrekking tot het in het bezit hebben en het verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen en films, tot deze bewezenverklaring op grond van de hiervoor onder A gemelde vaststaande feiten en de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting.

Met betrekking tot het verspreiden overweegt de rechtbank daarbij dat de verdachte op het moment dat hij kinderpornografische afbeeldingen en films aan het downloaden was via het programma eMule hij willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij daardoor anderen in de gelegenheid stelde om deze kinderpornografische afbeeldingen en films te uploaden. Verdachte heeft ter zitting ook verklaard, bekend te zijn met de mogelijkheid van het uploaden van bestanden door andere gebruikers van eMule. De kans dat er ook daadwerkelijk ge-upload wordt bij gebruik van eMule, is naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk te achten.

E. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is gelegd, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 20 maart 2006 te Ens, gemeente Noordoostpolder, meermalen een afbeelding en een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten 11.605 foto's en 1.088 films en computerbestanden, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, telkens heeft verspreid en in bezit heeft gehad:

(volgt verder tenlastelegging; zie de aangehechte en uitgestreepte kopie dagvaarding)

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

5. DE STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

een afbeelding - of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk die leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert het genoemde strafbare feit op.

Er zijn ook geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar.

6. DE STRAFOPLEGGING

A. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake van het ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook indien dit een behandeling bij De Waag inhoudt.

B. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd zich te kunnen vinden in een voorwaardelijke straf met verplicht reclasseringstoezicht. De verdediging heeft echter wel bezwaar tegen de geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De verdediging ziet meer in het opleggen van een werkstraf. In verband daarmee heeft de verdediging aangevoerd dat rekening gehouden moet worden met het volgende omstandigheden:

- het betreft een zaak die al vanaf 2006 loopt;

- volgens het rapport van de reclassering is het recidiverisico laag;

- in de maatschappij is er een grijs gebied met betrekking tot seksgerelateerde misdrijven.

C. Feit- en verdachte gerelateerde factoren

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Gelet op het tijdsverloop tussen het tijdstip van de huiszoeking en de aanhouding van verdachte op 20 maart 2006 en de behandeling ter terechtzitting en de omstandigheid dat er na het laatste verhoor van verdachte op 23 november 2007 nauwelijks nader onderzoek heeft plaatsgevonden, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Met deze schending zal de rechtbank bij het opleggen van de straf in het voordeel van de verdachte rekening houden, zoals hierna te melden.

De rechtbank heeft bij het nemen van haar beslissing tevens overwogen dat zij het buitengewoon kwalijk acht dat het grote hoeveelheden kinderpornografische afbeeldingen en films waren die verdachte heeft gedownload, op cd-roms en dvd’s heeft gezet én dat verdachte deze cd-roms en dvd’s aldus bewust heeft bewaard. Daarbij bevond zich ook gewelddadig pornografisch materiaal waarbij zeer jonge kinderen en zelfs baby’s betrokken waren. Bovendien heeft verdachte in zijn verklaringen ter terechtzitting aangegeven geen maatregelen te hebben getroffen of te willen treffen om in de toekomst de kans op al dan niet per ongeluk downloaden van kinderpornografische afbeeldingen of films tot nihil, althans tot een minimum, te beperken. Hoewel verdachte zelf geen kinderpornografische afbeeldingen heeft vervaardigd, heeft hij met het downloaden en uploaden van bedoeld kinderpornografisch materiaal bijgedragen aan de instandhouding van de kinderporno-industrie en daarmee indirect aan uitbuiting, misbruik en mishandeling van kinderen.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. Daarnaast acht de rechtbank een behandeling van verdachte bij De Waag, ondanks zijn sceptische houding met betrekking tot een dergelijke behandeling noodzakelijk. Dit temeer nu probleembesef bij verdachte lijkt te ontbreken, aangezien hij ter terechtzitting heeft verklaard dat de kinderporno een “bijvangst” was die op zijn computer werd gedownload terwijl het hem slechts ging om het downloaden van oude bioscoopfilms waarin kinderen acteerden.

De rechtbank zal, gelet op de schending van de redelijke termijn zoals hierboven omschreven, een groter gedeelte van de op te leggen vrijheidsstraf voorwaardelijk opleggen dan zonder deze overschrijding het geval zou zijn geweest.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend voorlichtingsrapport d.d. 28 april 2008 uitgebracht door Reclassering Nederland;

- een de verdachte betreffend adviesrapport d.d. 17 november 2008 uitgebracht door Reclassering Nederland;

- een de verdachte betreffend uittreksel d.d. 24 oktober 2008 uit het algemeen documentatieregister van de justitiële documentatiedienst.

7. TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 9 maanden, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens Reclassering Nederland – ook indien dit inhoudt (voorzetting van) een behandeling bij centrum voor ambulante forensische psychiatrie De Waag of een soortgelijke instelling -, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Aldus gewezen door mr. C.W. van Weert, voorzitter, mrs. G.H. Meijer en C.E. Buitendijk, rechters, in tegenwoordigheid van M. Smit als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 02 december 2008.