Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BG8980

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
30-12-2008
Datum publicatie
06-01-2009
Zaaknummer
07.601014-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

diefstal, wegnemingshandeling, medeplegen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.601014-07

Uitspraak: 30 december 2008

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2008 en 16 december 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.I.B. Hoffman, advocaat te Almere.

De officier van justitie, mr. G.T. Brouwer, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake het onder 1. tot en met 18. (telkens) subsidiair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

De officier van justitie heeft voorts ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen gevorderd dat:

- de vordering van de benadeelde partij Wanders Steigers B.V. (zaak 15) zal worden toegewezen, hoofdelijk en met toepassing van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;

- de vordering van de benadeelde partij HWS Kraanverhuur B.V. (zaak 23) zal worden toegewezen, hoofdelijk en met toepassing van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;

- de vordering van de benadeelde partij Verno Materieel Verhuur B.V. (zaak 24) zal worden toegewezen, hoofdelijk en met toepassing van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;

- van de vordering van de benadeelde partij Haak Zonwering B.V. (zaak 27) een bedrag van € 14.000,-- wordt toegewezen, hoofdelijk en met toepassing van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, en het overige gedeelte niet-ontvankelijk zal worden verklaard;

- van de vordering van de benadeelde partij Koopman Verhuur (zaak 28) een bedrag van € 8.892, 90 wordt toegewezen, hoofdelijk en met toepassing van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, en het overige gedeelte niet-ontvankelijk zal worden verklaard;

- de vordering van de benadeelde partij Roovers (zaak 32) zal worden toegewezen, hoofdelijk en met toepassing van de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;

- de vordering van de benadeelde partij Dutch Steigers (zaak 33) niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

BEWIJS

De rechtbank overweegt dat haar niet is gebleken van enige wegnemingshandeling van de verdachte en/of van één van zijn mededaders, aangezien op het moment dat hij, dan wel één van zijn mededaders, de steigers in zijn/hun macht kregen er een huurovereenkomst gold op basis waarvan de steigers en een hoogwerker door de verhuurders aan de (mede) verdachte(n) werden meegegeven.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte van het onder 1. tot en met 18. (telkens) primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Door de verdediging is betoogd dat er geen sprake was van een voldoende nauwe samenwerking of significante rol van verdachte betreffende het strafbare feit. Het enige dat verdachte deed was het ophalen van de steigers. Hij was geheel ontwetend over het opzet van de anderen, zoals zijn bazen, in het geheel.

De rechtbank verwerpt dit verweer van de verdediging en overweegt daartoe het volgende:

Aan verdachte is subsidiair het medeplegen van oplichting ten laste gelegd. Medeplegen vereist een bewuste en nauwe samenwerking. Dit houdt in dat de medeplegers met opzet samenwerken tot het verrichten van de strafbare gedraging. Het opzet van de medepleger moet op zowel de samenwerking als op de te verrichten gedraging zijn gericht.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat bij verdachte sprake was van het voor medeplegen vereiste (voorwaardelijke) opzet. Verdachte trad in dienst van een bedrijf dat werd geleid door mensen die hij kende van de straat. Er was geen bedrijfspand of een bedrijfswagen. Verdachte heeft ruim twee maanden voor het bedrijf gewerkt en daarvoor nooit een fatsoenlijk loon ontvangen. Verdachte moest de steigers ‘huren’ door het gehele land, hij hoefde de steigers nimmer op te bouwen of terug te brengen en de steigers werden meerdere malen naar de woning van verdachte gebracht waar vervolgens de stickers van de steigers werden afgekrabd.

Gelet op voorgaande omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de verhuurders van de steigers en de hoogwerker werden opgelicht

De rechtbank is van oordeel dat verdachte een significante bijdrage leverde aan de strafbare feiten, nu hij telkens degene was die als huurder of ten behoeve van de huurder de steigers en de hoogwerker ophaalde. Bovendien werden in zijn tuin meerdere malen de stickers van de steigers afgekrabd. Er is dus sprake van een bewuste en nauwe samenwerking.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1. tot en met 18. (telkens) subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)

Van het onder 1. tot en met 18. (telkens) subsidiair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Feit 1 tot en met 18, telkens:

medeplegen van oplichting , strafbaar gesteld bij artikel 326 juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank meegewogen dat de verdachte (en zijn mededaders), uit enkel winstbejag, grote (financiële) schade hebben aangebracht aan de bedrijven die zij hebben benadeeld.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde - mede gelet op de grote hoeveelheid van bewezen en strafbaar verklaarde strafbare feiten - door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig.

Benadeelde partijen

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij Wanders Steigers B.V. rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 3. subsidiair bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de overgelegde bescheiden en het verhandelde ter terechtzitting, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 15.766,86 vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 15.766,86 ten behoeve van het slachtoffer Wanders Steigers B.V.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij HWS Kraanverhuur B.V. rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 8. subsidiair bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de overgelegde bescheiden en het verhandelde ter terechtzitting, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 12.050,75, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 12.050,75 ten behoeve van het slachtoffer HWS Kraanverhuur B.V.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij Verno Materieel Verhuur B.V. rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 9. subsidiair bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de overgelegde bescheiden en het verhandelde ter terechtzitting, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 8.647,66, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 8.647,66 ten behoeve van het slachtoffer Verno Materieel Verhuur B.V.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij Haak Zonwering B.V. rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 12. subsidiair bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de overgelegde bescheiden en het verhandelde ter terechtzitting, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 14.000,--, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die voor dat deel in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De vordering van de benadeelde partij Haak Zonwering B.V. is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering voor dat deel niet ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 14.000,-- ten behoeve van het slachtoffer Haak Zonwering B.V.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij Koopman Verhuur rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 13. subsidiair bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de overgelegde bescheiden en het verhandelde ter terechtzitting, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 8.892,90,--, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De vordering van de benadeelde partij Koopman Verhuur is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering voor dat deel niet ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 8.892,90 ten behoeve van het slachtoffer Koopman Verhuur.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij Roovers rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 17. subsidiair bewezen verklaarde feit.

De hoogte van die schade is, gelet op de overgelegde bescheiden en het verhandelde ter terechtzitting, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 5.297,--, vermeerderd met de kosten die -tot op heden- worden begroot op nihil.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De verdachte is voor de schade, voor zover toegewezen, naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk.

De rechtbank zal voorts aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 5.297,-- ten behoeve van het slachtoffer Roovers.

De vordering van de benadeelde partij Dutch Steigers is naar het oordeel van de rechtbank niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering niet ontvankelijk is en dat de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder 1. tot en met 18. (telkens) primair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1. tot en met 18. (telkens) subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het onder 1. tot en met 18. (telkens) subsidiair meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Wanders Steigers B.V., gevestigd te Amsterdam, van een bedrag van € 15.766,86 hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 15.766,86, ten behoeve van het slachtoffer Wanders Steigers B.V., bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 108 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Wanders Steigers B.V. in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Wanders Steigers B.V., daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij HWS Kraanverhuur B.V., gevestigd te Noordwijk, van een bedrag van € 12.050,75 , hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 12.050,75, ten behoeve van het slachtoffer HWS Kraanverhuur B.V., bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 90 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij HWS Kraanverhuur B.V. in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij HWS Kraanverhuur B.V., daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Verno Materieel Verhuur B.V., gevestigd te Leeuwarden, van een bedrag van € 8.647,66 , hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 8.647,66, ten behoeve van het slachtoffer Verno Materieel Verhuur B.V., bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 73 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Verno Materieel Verhuur B.V. in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Verno Materieel Verhuur B.V., daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Haak Zonwering B.V., gevestigd te Haarlem, van een bedrag van € 14.000,-- , hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 14.000,--, ten behoeve van het slachtoffer Haak Zonwering B.V., bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 100 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Haak Zonwering B.V. in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Haak Zonwering B.V., daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij Haak Zonwering B.V. voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Koopman Verhuur, gevestigd te Winterswijk, van een bedrag van € 8.892,90, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 8.892,90, ten behoeve van het slachtoffer Koopman Verhuur, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 74 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Koopman Verhuur in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Koopman Verhuur, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij Koopman Verhuur voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Roovers, gevestigd te Etten-Leur, van een bedrag van € 5.297,--, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader/mededaders betaalt/betalen, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd.

De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 5.297,--, ten behoeve van het slachtoffer Roovers, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 56 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Roovers in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader/mededaders heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij Roovers, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij Dutch Steigers in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. C.W. van Weert, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en G.J.J.M. Essink , rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 december 2008.

Mr. G.J.J.M. Essink voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.