Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BG7108

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
11-12-2008
Datum publicatie
16-12-2008
Zaaknummer
150556 / KG ZA 08-516
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2009:BJ7838, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Bank zegt bancaire relatie met coffeeshophouder op. Vordering tot voortzetting van die relatie wordt toegewezen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 248
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JE 2009, 175
JOR 2009/75
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 150556 / KG ZA 08-516

Vonnis in kort geding van 11 december 2008

in de zaak van

1. [A],

wonende te [plaats],

2. [B],

wonende te [plaats],

eiseressen,

advocaat mr. M.F.H.M. van Haastert,

tegen

de naamloze vennootschap

SNS BANK N.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde,

advocaat mr. E.W. Bosch.

Partijen zullen hierna [B] of [A] en SNS Bank genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de akte overlegging producties van SNS Bank

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [B]

- de pleitnota van SNS Bank.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [B] voert onder de naam [A] een eenmanszaak die een coffeeshop drijft. [B] huurt daartoe een bedrijfsruimte en maakt gebruik van 11 medewerkers, waarvan er vijf in vaste dienst zijn. [A] behaalt een jaaromzet tussen € 1.000.000,00 en € 2.000.000,00.

2.2. [B] houdt drie rekeningen (alle rekening-courant) aan bij SNS Bank. Twee rekeningen zijn zakelijk, ten behoeve van [A]. [A], althans haar rechtsvoorganger die eerder de coffeeshop dreef, bankiert reeds meer dan 15 jaar bij SNS Bank.

[B] houdt daarnaast een privérekening aan bij SNS Bank en een privérekening bij de ABN Amro bank, op welke rekening zij haar loon ontvangt.

2.3. Bij brief van 10 december 2007 heeft SNS Bank aan [B] bericht dat zij de bankrelatie met [B] op een redelijke termijn wenst te beëindigen.

2.4. Bij brief van 25 maart 2008 heeft SNS Bank aan [B] bericht dat zij de bancaire relatie op 30 juni 2008 zullen beëindigen.

2.5. [B] heeft middels een financieel adviseur een vijftal banken (GE Artesia, Credit Europe, Akbank, DHB Bank en Garantiebank) verzocht een zakelijke rekening te openen. Deze banken hebben allen geweigerd een bankrekening te openen. ABN Amro, Fortis, ING en Rabobank zijn niet benaderd.

2.6. SNS Bank heeft toegezegd niet eerder dan nadat dit vonnis is gewezen de zakelijke rekeningen van [A] te beëindigen.

3. Het geschil

3.1. De verminderde vordering van [B] strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. SNS Bank zal bevelen de bankrelatie met [A] te continueren en het gebruik door [A] van haar bankrekeningen zoals vermeld op het als productie 1 bij de dagvaarding overgelegde overzicht op gebruikelijke wijze voort te zetten, onder meer door:

- bedoelde rekeningen in stand te houden;

- kasstortingen en girale bijschrijvingen daarop te aanvaarden;

- overboekingsopdrachten en andere reguliere betalingen (op grond van incassomachtigingen of periodieke betalingsopdrachten en dergelijke) uit te voeren zolang het saldo op die rekeningen daarvoor toereikend is;

zullende door deze niet-limitatieve opsomming geen andere tot dusver gebruikelijke diensten van dit bevel zijn uitgesloten;

2. SNS Bank zal veroordelen tot betaling van een dwangsom aan [A] van EUR 100.000,00 voor iedere rekening die zij in strijd met het onder 1 gegeven bevel opheft;

3. SNS Bank zal veroordelen tot betaling van een dwangsom van EUR 1.000,= voor iedere dienst (betaalopdracht, bijschrijving, storting, etc.) die SNS Bank in strijd met het in sub 1 gegeven bevel weigert uit te voeren en/of voort te zetten;

4. dan wel een zodanige voorziening zal treffen die [A] in staat blijft stellen haar geldverkeer op een adequate wijze en met behulp van SNS Bank te voeren;

5. SNS Bank zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. SNS Bank voert verweer.

4. De beoordeling

4.1. Van een spoedeisend belang van [B] bij haar vorderingen is in voldoende mate gebleken.

4.2. Ter zitting heeft SNS Bank meegedeeld dat de opzegging niet is gericht tegen de privérekening van [B]. [B] heeft daarop de vordering, voor zover deze betrekking heeft op haar privérekening, ingetrokken. In deze procedure zijn derhalve slechts de rekeningen op naam van [A] ([rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2]) aan de orde.

4.3. Tussen partijen is niet in geschil dat de rechtsverhouding op grond waarvan [A] de twee zakelijke rekeningen aanhoudt bij SNS Bank is aan te merken als een duurovereenkomst en dat op deze rechtsverhouding de door SNS Bank gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing zijn.

4.3.1. In artikel 30 van deze algemene voorwaarden is, voor zover van belang, bepaald dat zowel [A] als SNS Bank bevoegd zijn om op te zeggen. Indien SNS Bank de relatie opzegt, dient zij [A] desgevraagd de reden van die opzegging mee te delen. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat het voor de hand ligt dat het hier moet gaan om een rechtens te respecteren reden.

Gelet op het bepaalde in artikel 6:248 tweede lid BW is een tussen partijen als gevolg van een overeenkomst geldende regel niet van toepassing, voor zover dit in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

4.3.2. De vraag die voorligt is of de bodemrechter desgevorderd zal oordelen dat, met inachtneming van het vorenomschreven toetsingskader, SNS Bank de relatie heeft mogen opzeggen.

4.4. Als eerste dient het navolgende te worden opgemerkt. SNS Bank heeft in de brief van 10 december 2007 als reden voor opzegging gegeven dat in de sector waarin [B] werkzaam is te weinig expertise is “om in die branche op integere en heldere wijze als bankier te functioneren”. SNS Bank heeft ter zitting erkend dat daarmee niet duidelijk is aangegeven wat de daadwerkelijke reden was voor de opzegging, namelijk het feit dat [B] een coffeeshop drijft. De omstandigheid dat SNS Bank toen niet helder en duidelijk heeft aangegeven wat de reden voor opzegging is leidt er – anders dan [A] heeft betoogd – niet toe dat de opzegging op die grond geldigheid ontbeert. Voor alle partijen is immers vanaf het begin duidelijk geweest wat de daadwerkelijke reden voor opzegging is geweest, zodat het eufemistische taalgebruik van de SNS Bank haar niet kan worden tegengeworpen.

4.5. Voor de onmogelijkheid van opzegging in een geval als het onderhavige pleit het navolgende.

4.5.1. [A] heeft met behulp van een financieel adviseur actief de mogelijkheden onderzocht om de bankrelatie elders onder te brengen. Dit is door de adviseur ter zitting uitgebreid en helder toegelicht en door SNS Bank onvoldoende weersproken. Uit deze inspanningen kan worden afgeleid dat thans - doordat de verschillende financiële dienstverleners (op hoofdlijnen) hetzelfde beleid voeren ten aanzien van coffeeshops - géén mogelijkheid bestaat om een bankrelatie bij een andere financiële instelling onder te brengen. Dat brengt mee dat beëindiging van de bancaire relatie voor [A] inhoudt dat zij niet langer over een bankrekening kan beschikken waardoor zij niet langer gegenereerde omzet kan afstorten op die bankrekening en haar rekeningen kan betalen. Dat dit de bedrijfsvoering van [A] op ernstige wijze bemoeilijkt, is voldoende aannemelijk.

4.5.2. Daarnaast kan waarde worden gehecht aan de (lange) duur van de relatie (meer dan vijftien jaar) en de omstandigheid dat vaststaat dat in deze bancaire relatie zich (eerder) geen noemenswaardige problemen hebben voorgedaan.

4.6. SNS Bank heeft aan de opzegging twee redenen ten grondslag gelegd.

4.6.1. Als eerste heeft zij gesteld dat zij, gelet op de “achterdeurproblematiek” die voortvloeit uit het in Nederland gevoerde gedoog- en reguleringsbeleid ten aanzien van coffeeshops, bloot staat aan de kans op strafrechtelijke vervolging. Het kan niet anders zijn dan dat leveranciers van [A], zo begrijpt de voorzieningenrechter de stellingen van SNS Bank, in strijd met voornoemd gedoogbeleid en dus in strijd met de Opiumwet handelen. Betalingen aan deze leveranciers (kunnen) lopen via de litigieuze bankrekeningen.

4.6.2. De voorzieningenrechter komt deze redenering voorshands niet valide voor. Van enige abstracte, laat staan concrete aanwijzing dat het openbaar ministerie voornemens is om strafrechtelijk op te treden tegen banken in het algemeen dan wel, in dit concrete geval, tegen SNS Bank is in het geheel niet gebleken en zulks ligt volstrekt niet voor de hand in het licht van het bestaande gedoogbeleid. Gelet op de thans voorliggende stukken zal aan dit argument derhalve geen gewicht kunnen worden toegekend. Overigens is, hoewel uitvoerig betoogd door SNS Bank, op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat [A] zich schuldig maakt aan strafbare feiten die buiten het bereik van het gedoogbeleid vallen.

4.6.3. Als tweede reden heeft SNS Bank naar voren gebracht dat het zakendoen met coffeeshops mogelijk reputatieschade meebrengt bij SNS Bank. Dat klemt volgens SNS Bank temeer nu zij een beursgenoteerde instelling is. Indien, zo stelt SNS Bank, zij bekend komt te staan als de (of een) “coffeeshopbank” kan dat voor andere relaties van SNS Bank reden zijn om de relatie op te zeggen. SNS Bank heeft in dit verband, onder verwijzing naar stukken, betoogd dat (aan coffeeshops geleverde) cannabis meer en meer wordt geproduceerd door criminele organisaties. Om de productie en leverantie aan coffeeshops hangt, aldus nog steeds SNS Bank, een “zweem van criminaliteit”.

4.6.4. Aan SNS Bank kan worden toegegeven dat niet uitgesloten moet worden geacht dat een bank die coffeeshops onder haar clientèle heeft op enigerlei wijze reputatieschade oploopt. Dit zal echter vooral het geval zijn wanneer een bank naar buiten treedt als een bank waar coffeeshops als klant welkom zijn. In het onderhavige geval, waarbij het gaat om een klant die min of meer toevalligerwijs bankiert bij SNS Bank lijkt dat gevaar verwaarloosbaar, waarbij geldt dat SNS Bank niet heeft onderbouwd dat zij wordt of zal worden geassocieerd met deze klantengroep. Daarbij is voorts van belang dat in het geheel geen aanwijzingen bestaan dat [A] op enigerlei wijze in concreto in verband wordt of is gebracht met criminaliteit. [A] is, zo moet vooralsnog worden aangenomen, een “cleane” onderneming die zich aan de regels houdt.

4.7. Gelet op het vorenoverwogene is het naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter waarschijnlijk dat de bodemrechter zal oordelen dat bij weging van alle rechtens relevante belangen de reden van opzegging niet valide dan wel opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zal worden geacht. Evenwel kan niet worden uitgesloten dat de bodemrechter tot een ander oordeel komt.

4.7.1. Nu de uitkomst van een eventueel te entameren bodemprocedure ongewis is, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de gevorderde voorziening toe te wijzen. Daarbij is in het bijzonder van belang dat enerzijds effectuering op korte termijn van de opzegging voor [A] tot grote, naar alle waarschijnlijkheid onomkeerbare, problemen in haar bedrijfsvoering zal leiden en anderzijds onvoldoende aannemelijk is geworden dat de door SNS Bank geschetste risico’s dermate concreet zijn dat zij er een voldoende groot belang bij heeft om op genoemde korte termijn de bancaire relatie te kunnen beëindigen.

4.8. De gevorderde dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd.

4.9. SNS Bank zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [B] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 85,44

- vast recht 254,00

- salaris advocaat 904,00

Totaal EUR 1.243,44

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. beveelt SNS Bank de bankrelatie met [A] te continueren en het gebruik door [A] van haar bankrekeningen zoals vermeld op het als productie 1 bij de dagvaarding overgelegde overzicht op gebruikelijke wijze voort te zetten, onder meer door:

- bedoelde rekeningen in stand te houden;

- kasstortingen en girale bijschrijvingen daarop te aanvaarden;

- overboekingsopdrachten en andere reguliere betalingen (op grond van incassomachtigingen of periodieke betalingsopdrachten en dergelijke) uit te voeren zolang het saldo op die rekeningen daarvoor toereikend is;

zullende door deze niet-limitatieve opsomming geen andere tot dusver gebruikelijke diensten van dit bevel zijn uitgesloten;

5.2. veroordeelt SNS Bank tot betaling van een dwangsom aan [A] van € 50.000,00 voor iedere rekening die zij in strijd met het onder 1 gegeven bevel opheft;

5.3. veroordeelt SNS Bank tot betaling van een dwangsom van € 500,= voor iedere dienst (betaalopdracht, bijschrijving, storting, etc.) die SNS Bank in strijd met het onder 5.1 gegeven bevel weigert uit te voeren en/of voort te zetten, met een maximum van € 50.000,00;

5.4. veroordeelt SNS Bank in de proceskosten, aan de zijde van [B] tot op heden begroot op EUR 1.243,44,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2008.