Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BG0842

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
30-01-2008
Datum publicatie
13-11-2008
Zaaknummer
120785 / HA ZA 06-655
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bestuurder mag een vennootschap geen corporate opportunity onthouden. (r.o. 4.11) Aansprakelijk voor onbehoorlijk bestuur; verwijzing naar schadestaatprocedure.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 8
Burgerlijk Wetboek Boek 2 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RO 2009, 14
RI 2009, 31
JRV 2009, 181
JOR 2009/30
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 120785 / HA ZA 06-655

Vonnis van 30 januari 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DYNA® MUSIC SYSTEMS BV,

gevestigd te Zeist,

eiseres,

procureur mr. M.F.H.M. van Haastert,

advocaat mr. J.F. Rense te Rotterdam,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2], mede handelend onder de naam [bedrijf],

wonende te [woonplaats],

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

FLAUTO FORTE BV,

gevestigd te Zwolle,

gedaagden,

procureur mr. A. Arslan,

advocaat mr. A.J. ter Wee te Zwolle.

Partijen zullen hierna Dyna en [gedaagde] c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het incidenteel vonnis van 14 maart 2007

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In 2003 hebben de heren [gedaagde sub 1] (hierna: [gedaagde ]) en [A] (hierna: [A]), na meerdere zakelijke contacten met elkaar, besloten tot oprichting van Dyna; aandeelhouders werden [gedaagde ] en [A] Holding B.V. Dyna werd opgericht ter exploitatie van een fluitkopsysteem voor dwarsfluiten (hierna: het Dyna-systeem). [gedaagde ] was bestuurder. Begin 2004 is onenigheid ontstaan tussen [gedaagde ] en [A].

2.2. Het doel van Dyna wordt in haar statuten als volgt omschreven:

DOEL

Artikel 2

Het doel van de vennootschap is:

a. de handel in en de productie van muziekinstrumenten, onderdelen en accessoires, alsmede alle daarmee verband houdende produkten;

b. het houden van handelsmerken, licentie, auteursrechten, octrooien, modellen en procédés, alsook het daaruit verwerven van royalty’s en andere opbrengsten, het verkrijgen, exploiteren en vervreemden van industriële en intellectuele eigendomsrechten;

c. het oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met, het voeren van directie over, alsmede het (doen) financieren van andere ondernemingen, in welke rechtsvorm ook;

d. het verstrekken en aangaan van geldleningen, het beheer van- en het beschikken over registergoederen en het stellen van zekerheden, ook voor schulden van anderen;

e. het verrichten van al hetgeen met het vorengaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin.

2.3. Bij beschikking d.d. 29 november 2005 van de ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam is [gedaagde ] ontslagen als bestuurder van Dyna op grond van wanbeleid.

2.4. [gedaagde ] heeft in 2004 octrooi aangevraagd en verkregen op een ander fluitkopsysteem (hierna: het Flauto Forte-systeem), hetwelk door hem werd ondergebracht in de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Flauto Forte B.V., waarvan [gedaagde sub 2] – de echtgenote van [gedaagde ] – enig bestuurder en aandeelhouder is.

3. Het geschil

3.1. Dyna vordert – na vermeerdering van eis – dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. Voor recht wordt verklaard dat [gedaagde ] Dyna onbehoorlijk heeft bestuurd en heeft gehandeld, althans handelt, in strijd met artikel 2:8 BW, alsmede dat [gedaagde ], [gedaagde sub 2] en Flauto Forte jegens Dyna toerekenbaar zijn tekortgeschoten, althans tekortschieten, en/of jegens Dyna onrechtmatig hebben gehandeld, althans handelen, een en ander op de gronden zoals in de processtukken door Dyna is omschreven;

b. [gedaagde ], [gedaagde sub 2] en Flauto Forte hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 1.870.000,00 aan Dyna ter vergoeding van gederfde en te derven winst, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening;

c. [gedaagde ] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 544.735,22 aan Dyna vanwege kosten en onbetaald gelaten facturen, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening;

d. [gedaagde ] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 16.167,14 aan Dyna vanwege onbetaald gelaten facturen, een verstrekte lening en terugontvangen btw, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening;

e. [gedaagde sub 2] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 1.408,82 aan Dyna vanwege onbetaald gelaten facturen, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening;

f. [gedaagde ], [gedaagde sub 2] en Flauto Forte (deels) hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van alle overige door Dyna geleden en nog te lijden schade tengevolge van het hiervoren sub a genoemde onbehoorlijk bestuur en/of handelen in strijd met artikel 2:8 BW en/of toerekenbaar tekortschieten en/of onrechtmatig handelen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

g. [gedaagde ], [gedaagde sub 2] Muziek en Flauto Forte wordt bevolen om, met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis, te staken en gestaakt te houden elke rechtstreekse concurrentie van Dyna, waaronder doch daartoe niet beperkt: elke promotie en vermarkting van fluitkoppen met resonantiekamers, in het bijzonder zoals beschreven en geclaimd in de Nederlandse en PCT-aanvragen van Flauto Forte, alsmede van daarop gelijkende producten, alles op verbeurte van een aan Dyna te verbeuren dwangsom van EUR 50.000,-- ineens voor iedere niet-nakoming van het bevel, alsmede EUR 10.000,-- voor iedere dag dat de niet-nakoming voortduurt;

h. [gedaagde ], [gedaagde sub 2] en Flauto Forte hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder de kosten van de gelegde beslagen.

3.2. De stellingname van Dyna komt er – samengevat – op neer dat zij [gedaagde ] verwijt zich als bestuurder van Dyna schuldig te hebben gemaakt aan wanbeleid door de normale bedrijfsgang van Dyna te blokkeren, Dyna te schaden in haar groeipotentie en potentiële klanten van Dyna weg te kapen. Daarnaast stelt Dyna dat [gedaagde ] heeft gehandeld in strijd met de artikelen 2:8 en 2:9 BW, althans onrechtmatig jegens Dyna heeft gehandeld, door het Flauto Forte-systeem niet onder te brengen in Dyna doch in een andere vennootschap. Ten slotte heeft Dyna aangevoerd dat [gedaagde ] c.s. onrechtmatig concurreren met Dyna.

3.3. [gedaagde ] c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ten aanzien van de gevraagde verklaring voor recht:

a. wanbeleid/onbehoorlijk bestuur

4.1. Het door Dyna gestelde wanbeleid van [gedaagde ] valt uiteen in het laten ontstaan en voortbestaan van een impasse, het blokkeren van de bedrijfsvoering en het direct beconcurreren van Dyna. De impasse bestond volgens Dyna uit een impasse ten aanzien van de betalingen, een impasse in de financiering en een impasse in de bedrijfsadministratie.

a.1 Impasse ten aanzien van betalingen

4.2. Blijkens de stellingname van Dyna bestond de impasse ten aanzien van de betalingen uit het feit dat [gedaagde ] facturen onbetaald liet. Voorts zou [gedaagde ] een machtiging met betrekking tot de bankrekening van Dyna hebben ingetrokken, zodat steeds ad hoc autorisatie nodig was van [gedaagde ], die zijdens [gedaagde ] steeds zou zijn uitgebleven. De rechtbank oordeelt een en ander niet onrechtmatig, nu Dyna die verwijten aan [gedaagde ] niet vergezeld heeft doen gaan van de stelling dat [gedaagde ] misbruik heeft gemaakt van de gestelde nalatigheden. Dyna heeft voorts gesteld dat een factuur van [B] aanvankelijk onbetaald bleef. Autorisatie tot betaling bleef tevens uit ten aanzien van een nota van Nysingh Advocaten-Notarissen, waardoor Dyna werd geconfronteerd met de proceskosten van een daartoe ingestelde incassoprocedure. Een ander voorbeeld heeft betrekking op de betaling van het restant van een factuur van het Algemeen Octrooi- en Merkenbureau.

4.3. [gedaagde ] heeft een en ander gemotiveerd betwist door te stellen niet bekend te zijn met de factuur van [B], doch wel facturen te hebben gezien die kennelijk waren bestemd voor een andere onderneming (van [A]), en voorts door aan te voeren dat hij het niet eens was met de factuur van Nysingh, nu geen rekening zou zijn gehouden met een reeds betaald voorschot. Gelet op deze gemotiveerde betwisting lag het op de weg van Dyna om haar stelling op dit punt nader te motiveren. Dat heeft zij evenwel onvoldoende duidelijk gedaan, waardoor haar stelling draagkracht mist. Een en ander brengt met zich dat haar stelling, dat [gedaagde ] er de hand in zou hebben gehad dat structureel facturen gericht aan Dyna niet zouden worden betaald, waardoor een impasse ten aanzien van de betalingen zou zijn ontstaan, als onvoldoende onderbouwd dient te worden gepasseerd. Gelet op het vorengaande kan niet worden vastgesteld dat ten aanzien van de betaling van facturen sprake is (geweest) van onbehoorlijk bestuur.

a.2 Impasse ten aanzien van financiering

4.4. De impasse in de financiering wordt door Dyna gestoeld op afspraken die tussen [A] en [gedaagde ] zijn gemaakt ten aanzien van de financiering van de bedrijfsvoering van Dyna. Volgens Dyna waren er in 2004 al snel geen fondsen meer en heeft [A] de kosten van Dyna voor zijn rekening genomen. [gedaagde ] betwist dat er afspraken zouden zijn gemaakt die er op neer kwamen dat hij de finaciering van Dyna voor zijn rekening zou moeten nemen. Nu de stelling dat [gedaagde ] op basis van gemaakte afspraken voor de financiering zou moeten zorg dragen niet nader wordt onderbouwd, kan niet worden geconcludeerd dat sprake is geweest van een (noemenswaardige) financiële impasse die moet worden toegerekend aan [gedaagde ].

a.3 Impasse in de bedrijfsadministratie

4.5. De impasse in de bedrijfsadministratie bestond volgens Dyna uit de omstandigheid dat [gedaagde ] weigerde aan [A] afschriften te verstrekken van alle relevante documenten en bescheiden of het geven van inzage in de bedrijfsadministratie van Dyna, hetgeen door [gedaagde ] gemotiveerd wordt betwist. Nu Dyna heeft erkend dat de administratie uiteindelijk wel aan haar is afgegeven en gesteld noch gebleken is dat de gevoerde administratie ondeugdelijk was of anderszins schade heeft toegebracht aan Dyna, komt de rechtbank tot het oordeel dat geen sprake is van onbehoorlijk bestuur bestaande uit het instandhouden van een impasse in de bedrijfsadministratie door [gedaagde ].

a.4 Het blokkeren van de bedrijfsvoering van Dyna

4.6. Dyna heeft voorts aangevoerd dat [gedaagde ] de bedrijfsvoering van Dyna welbewust heeft geblokkeerd. Als voorbeeld van blokkering van de bedrijfsvoering wordt door Dyna genoemd de executie van de proceskosten: nadat Dyna was veroordeeld in de proceskosten in een procedure tegen [gedaagde ], heeft [gedaagde ] direct derdenbeslag laten leggen ondanks de toezegging van [A] dat medewerking zou worden verleend aan uitbetaling van deze proceskosten. Een ander voorbeeld is dat [gedaagde ] een door Dyna bestelde spuitgietmatrijs, bestemd om plastic schijfjes te maken voor het Dyna-systeem, heeft achtergehouden. Deze matrijs is pas door [gedaagde ] afgegeven nadat hij daartoe was veroordeeld in kort geding. Een en ander heeft geleid tot extra productiekosten en materiaalkosten.

4.7. Voorop staat dat niet kan worden vastgesteld dat de bedrijfsvoering van Dyna is geblokkeerd door het gelegde derdenbeslag. Gesteld noch gebleken is namelijk in welke mate er sprake was van blokkering en op welke wijze de beslaglegging daaraan heeft bijgedragen. Dit ligt anders ten aanzien van de spuitgietmatrijs: door [gedaagde ] is niet weersproken dat hij met [A] heeft afgesproken dat [gedaagde ] de machine ten behoeve van Dyna zou aanschaffen en de kostprijs zou voorschieten. Alhoewel Dyna kennelijk kans heeft gezien elders de benodigde schijfjes te verkrijgen, moet worden geoordeeld dat deze handelwijze van [gedaagde ] leidt tot de conclusie dat sprake is van het blokkeren van de bedrijfsvoering, nu de spuitgietmatrijs nodig was voor het productieproces van het Dyna-systeem. Het achterhouden van de matrijs kan worden gekwalificeerd als daad van onbehoorlijk bestuur.

b. Handelen in strijd met de artikelen 2:8 en 2:9 BW, althans toerekenbaar tekortschieten en/of onrechtmatig handelen jegens Dyna

4.8. Blijkens de processtukken en het pleidooi dat namens Dyna is gevoerd, baseert Dyna haar vordering ten aanzien van de verklaring voor recht (mede) op schending van vennootschapsrechtelijke verhoudingen en belangen.

4.9. In dit verband is door Dyna gesteld dat [gedaagde ] via Flauto Forte B.V. ongeoorloofd is gaan concurreren met Dyna. Volgens Dyna heeft [gedaagde ] op eigen naam een Nederlandse octrooi-aanvraag ingediend voor het Flauto Forte-systeem, waarin uitvoeringsvoorbeelden worden beschreven die onder de beschermingsomvang van de octrooiaanvraag van Dyna vallen, en waarin ook technische maatregelen worden beschreven die niet in de aanvraag van Dyna zijn beschreven, maar wel door Dyna werden gebruikt. De octrooiaanvraag van [gedaagde ] voor het Flauto Forte-systeem is door hem medio 2004 ingebracht in of verkocht aan Flauto Forte B.V. Door de vooromschreven handelwijze heeft hij Dyna geschaad in haar groeipotentie en potentiële klanten van Dyna weggekaapt. [gedaagde ] heeft aldus het belang van Dyna aan zijn eigen belang ondergeschikt gemaakt. De vennootschapsrechtelijke verhoudingen eisen en eisten van [gedaagde ], aldus Dyna, dat hij de technische maatregelen die nodig waren voor het op de markt brengen van wat thans bekend is als het Flauto Forte syteem, aan Dyna liet, alsmede de vermarkting zelf. Door een dergelijke handelwijze heeft [gedaagde ] Dyna een corporate opportunity ontnomen.

4.10. [gedaagde ] verweert zich door te stellen dat hij niet de verplichting had om het Flauto Forte-systeem in Dyna onder te brengen, hetgeen volgens [gedaagde ] werd bevestigd door de drie betrokken octrooigemachtigden en een daartoe geconsulteerde octrooi-advocaat. Dyna was specifiek opgericht tot exploitatie van het Dyna-systeem. Het zou naar het inzicht van [gedaagde ] te ver voeren dat hij als bestuurder en aandeelhouder van Dyna alles wat hij uitvindt of verbetert in Dyna zou moeten inbrengen. Dit was volgens [gedaagde ] niet afgesproken.

4.11. De rechtbank is van oordeel dat als corporate opportunity kan worden aangemerkt een mogelijkheid die zich voor de vennootschap voordoet om een transactie aan te gaan of zakelijke activiteiten te ontplooien die passen binnen het kader van haar bedrijfsvoering, en waarvan kenbaar is dat de vennootschap daar een redelijk belang bij heeft of zou kunnen hebben. Waar het thans om gaat is of bestuurders verplicht kunnen worden om deze mogelijkheid aan de vennootschap te laten of dat zij vrij zijn om die mogelijkheid ook persoonlijk te benutten. De rechtbank is van oordeel dat bestuurders aan de vennootschap geen corporate opportunity mogen onthouden. Dit vloeit voor bestuurders onder meer voort uit de verplichting zich bij de uitvoering van hun taak boven alles de belangen van de vennootschap in het oog te houden, welke normstelling mede is neergelegd in de artikelen 2:8 en 2:9 BW. Van een bestuurder mag worden verwacht dat hij een corporate opporunity laat toevallen aan de vennootschap en afziet van aanwending van deze corporate opportunity ten behoeve van zichzelf of van derden. De rechtbank is van oordeel dat de bestuurder, die zich een corporate opportunity toeëigent in strijd met het voorgaande, zijn taak niet behoorlijk vervult en handelt in strijd met de norm die is neergelegd in artikel 2:9 BW.

4.12. De vraag of de exploitatie van het Flauto Forte-systeem kan worden aangemerkt als corporate opportunity voor Dyna wordt door de rechtbank bevestigend beantwoord. Blijkens de akte van oprichting van Dyna is het doel van de vennootschap onder meer de handel in en de productie van muziekinstrumenten, onderdelen en accesoires, alsmede alle daarmee verband houdende producten. Het zogenaamde Dyna-systeem, dat door Dyna thans wordt geëxploiteerd, is een voorbeeld dat valt onder die omschrijving. De rechtbank is van oordeel dat het Flauto Forte-systeem zeer wel eveneens zou kunnen worden geëxploiteerd door Dyna. Ongeacht de vraag in welke mate het Dyna-system en het Flauto Forte-systeem met elkaar overeenkomen of juist van elkaar verschillen, moet worden vastgesteld dat het Flauto Forte-systeem had kunnen worden ingebracht in Dyna. Gesteld noch gebleken is immers dat Dyna het Flauto Forte-systeem niet had kunnen exploiteren. Van de zijde van [gedaagde ] was er geen te rechtvaardigen belang – of noodzaak – om dit systeem onder te brengen in een andere vennootschap dan Dyna. Daarbij komt dat niet is gebleken dat [gedaagde ] aan Dyna de keuze heeft gelaten om het Flauto Forte-systeem al dan niet te exploiteren of hier zelfs maar met Dyna over heeft gesproken. Het feit dat [gedaagde ] onenigheid had met zijn mede-aandeelhouder maakt dit niet anders.

4.13. Nu [gedaagde ] heeft gehandeld in strijd met artikel 2:9 BW, is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde ] daarmee onrechtmatig heeft gehandeld jegens Dyna. De gevraagde verklaring voor recht zal derhalve worden toegewezen voor zover deze ziet op voornoemd onrechtmatig handelen van [gedaagde ].

4.14. De gevorderde verklaring voor recht ten aanzien van [gedaagde sub 2] en Flauto Forte zal worden afgewezen.Van enig toerekenbaar tekortschieten of onrechtmatig handelen jegens Dyna door [gedaagde sub 2] en Flauto Forte is niet, althans niet in voldoende mate, gebleken. Door Dyna wordt weliswaar gesteld dat [gedaagde sub 2] Muziek en Flauto Forte Dyna bewust en met gebruikmaking van de schending van [gedaagde ] van de artikelen 2:8 en 2:9 BW beconcurreren en dat zij onrechtmatig handelen jegens Dyna, doch Dyna heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om deze vordering tegen [gedaagde sub 2] Muziek en Flauto Forte te onderbouwen. Uit het oordeel dat [gedaagde ] een corporate opportunity aan Dyna heeft onthouden en daarmee onrechtmatig jegens Dyna heeft gehandeld, vloeit niet zonder meer voort dat [gedaagde sub 2] en Flauto Forte daardoor eveneens onrechtmatig handelen jegens Dyna. Daarbij kan nog worden opgemerkt dat – conform de overwegingen dienaangaande in het vonnis in het incident in deze procedure – eerst sprake kan zijn van onrechtmatig handelen door van wansprestatie van [gedaagde ] (jegens Dyna) te profiteren, indien sprake is van bijzondere bijkomende omstandigheden. Dergelijke bijzondere bijkomende omstandigheden zijn door Dyna ook na het wijzen van het vonnis in het incident niet naar voren gebracht. Daarbij komt dat – zoals reeds in het vonnis in incident is overwogen – [gedaagde sub 2] en Flauto Forte nooit bij Dyna betrokken zijn geweest, zodat de artikelen 2:8 en 2:9 BW ten aanzien van deze twee gedaagden evenmin een grondslag kunnen vormen voor toewijzing van de gevorderde verklaring voor recht voor zover die op genoemde artikelen is gebaseerd. Hieruit volgt dat het argument van Dyna, dat het in het onderhavige feitencomplex al te technisch en formeel zou zijn om [gedaagde ], [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 2] Muziek en Flauto Forte zo van elkaar te scheiden en onderscheiden, moet worden verworpen.

4.15. Dit oordeel brengt mee dat hetgeen door Dyna verder is gesteld over ongeoorloofde concurrentie door [gedaagde ] c.s. geen nadere bespreking behoeft.

Ten aanzien van de vordering van Dyna met betrekking tot de vergoeding van de gederfde en te derven winst ad EUR 1.870.000,-, de kosten en onbetaald gelaten facturen ad EUR 544.735,22 en vergoeding van alle overige schade door Dyna geleden en nog te lijden schade ten gevolge van onbehoorlijk bestuur en/of handelen in strijd met artikel 2:8 BW en/of toerekenbaar tekortschieten en/of onrechtmatig handelen:

4.16. Deze vorderingen van Dyna kunnen en behoeven niet in deze procedure beantwoord te worden, doch zullen in een schadestaatprocedure aan de orde komen. Blijkens de specificatie van Dyna zien de kosten en onbetaald gelaten facturen ad EUR 544.735,22 op (juridische) advieskosten, extra product- en productiekosten, meerkosten organisatie, managementuren, doorbelaste rente en een voorlopige raming advieskosten en controle handel voor (nabije) toekomst. Het gaat hierbij klaarblijkelijk om schade die net als de gevorderde vergoeding van winstderving, het gevolg zou zijn van het onrechtmatig handelen van [gedaagde ]. De mogelijkheid dat Dyna dergelijke schade heeft geleden is voldoende aannemelijk geworden. Nu de schade echter voor een deel nog niet is te begroten en Dyna onder meer heeft verzocht om de schade op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, zal naar de schadestaatprocedure worden verwezen.

Ten aanzien van de onbetaald gelaten facturen, een verstrekte lening en terug ontvangen btw ad EUR 16.167,14:

4.17. De door Dyna gevorderde betaling valt uiteen in een drietal facturen ad

EUR 2.695,14, EUR 93,56 en EUR 178,06 met de omschrijving “rente over lening 18.000 euro”, een geldlening ad EUR 8.171,-- en terug ontvangen btw ad EUR 5.301,--. Nu door [gedaagde ] c.s. wordt betwist dat sprake is van een geldlening van EUR 18.000,-- zodat daarover ook geen rente is verschuldigd, en voorts de geldlening wordt betwist van EUR 8.171,--, zal het door Dyna gevorderde worden afgewezen, nu de vorderingen vervolgens niet zijn onderbouwd met schriftelijke bewijsstukken. Dat had wel op de weg van Dyna gelegen. Bij gebreke van die nadere onderbouwing kan namelijk niet worden vastgesteld wie de overeenkomst van geldlening heeft gesloten en wat de condities waren waaronder deze lening is verstrekt. De vordering terzake terugontvangen btw zal eveneens worden afgewezen, nu [gedaagde ] c.s. onweersproken heeft gesteld dat zij de facturen – die weliswaar op naam van Dyna zijn gesteld – hebben voldaan en dientengevolge gerechtigd waren tot teruggave van de betaalde btw. Het beroep op verrekening door [gedaagde ] c.s. ten aanzien van deze btw kan gelet op het voorgaande onbesproken blijven.

4.18. De vordering tot betaling van een factuur ad EUR 2.765,64 terzake van 93 verzilverde/ongemonteerde Dyna Flute Systems zal worden afgewezen, nu betaling wordt gevorderd van een factuur die impliceert dat Dyna 93 systemen heeft geleverd aan [gedaagde ]. Nu niet door Dyna is gesteld dat deze factuur is gebaseerd op een bestelling van [gedaagde ] bij Dyna, en overigens ook niet naar voren is gebracht op grond waarvan [gedaagde ] gehouden was die factuur desalniettemin te betalen, moet worden geoordeeld dat Dyna te weinig feiten en omstandigheden ten grondslag heeft gelegd aan deze vordering. In de overgelegde verklaring van [B] van 14 december 2004 kunnen in elk geval ook geen aanknopingspunten worden gevonden die de stellingname van Dyna kunnen onderbouwen. Uit de verklaring van [gedaagde ] dat “het enige dat [A] heeft gedaan is één keer materialen opgehaald en bij cliënten afgeleverd”, volgt evenmin dat [gedaagde ] 93 systemen bij Dyna heeft besteld of dat deze bij hem zouden zijn afgeleverd.

Ten aanzien van de onbetaald gelaten facturen ad EUR 1.408,82

4.19. Dyna heeft deze vordering niet onderbouwd maar slechts omschreven als onbetaald gelaten facturen. Als producties zijn in de akte met aanvulling eis facturen overgelegd ter hoogte van EUR 1.137,20, die – naar de rechtbank begrijpt – kennelijk zijn bedoeld ter onderbouwing van deze vordering. Nu [gedaagde ] c.s. deze vordering betwisten en Dyna ten aanzien van dit onderdeel van het gevorderde niet, althans niet voldoende heeft gesteld en volstaat met een ondeugdelijke onderbouwing, zal deze vordering worden afgewezen.

Ten aanzien van het bevel tot het staken en gestaakt houden van elke rechtstreekse concurrentie van Dyna op verbeurte van een dwangsom

4.20. Het gevorderde bevel zal worden afgewezen. De rechtbank is van oordeel dat in onvoldoende mate is gebleken dat sprake is van ongeoorloofde rechtstreekse concurrentie, althans concurrentie die een bevel tot staking daarvan zou kunnen rechtvaardigen. Ten overvloede kan hier nog aan worden toegevoegd dat het gevraagde bevel dermate ruim is geformuleerd – “elke rechtstreekse concurrentie van Dyna” – dat het ook op die grond moet worden afgewezen, te meer nu geenszins is komen vast te staan dat het Flauto Forte-systeem inbreuk maakt op (octrooi)rechten van Dyna.

Ten aanzien van de gevorderde beslagkosten en proceskosten:

4.21. Dyna vordert [gedaagde ] c.s. te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv ten aanzien van [gedaagde ] in beginsel toewijsbaar. [gedaagde ] heeft als verweer aangevoerd dat zijns inziens de deurwaarder had kunnen volstaan met minder handelingen ten aanzien van het leggen van beslagen. Dit verweer zal worden verworpen, nu [gedaagde ] ten aanzien van overbodige deurwaardershandelingen onvoldoende heeft gesteld. Nu door [gedaagde ] geen verweer is gevoerd tegen de noodzaak van het leggen van beslag, zullen de beslagkosten integraal worden toegewezen voor zover deze kosten zijn gebleken uit de overgelegde stukken. De beslagkosten worden begroot op EUR 2.340,36 voor verschotten en EUR 452,-- voor salaris procureur (1 rekest x EUR 452,00). De beslagkosten ten aanzien van [gedaagde sub 2] en Flauto Forte zullen worden afgewezen, nu ook de vorderingen van Dyna op [gedaagde sub 2] en Flauto Forte zullen worden afgewezen.

4.22. [gedaagde ] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Dyna worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Dyna worden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,32

- vast recht 4.667,00

- salaris procureur 1.808,00 (4,0 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 6.546,32

4.23. Dyna zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [gedaagde sub 2] en Flauto Forte worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 2] en Flauto Forte worden begroot op:

- salaris procureur 1.808,00 (4,0 punten × tarief EUR 452,00)

- vast recht 3.547,00

Totaal EUR 5.355,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart voor recht dat [gedaagde ] Dyna onbehoorlijk heeft bestuurd en jegens Dyna onrechtmatig heeft gehandeld,

5.2. veroordeelt [gedaagde ] tot het vergoeden van de gederfde en te derven winst en van de schade die Dyna heeft geleden en nog zal lijden, voor zover winst is gederfd en/of schade is veroorzaakt door het achterhouden van de spuitgietmatrijs en het onthouden van een corporate opportunity aan Dyna, een en ander nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

5.3. veroordeelt [gedaagde ] c.s. in de beslagkosten van de zijde van Dyna, tot op heden begroot op EUR 2.340,36 voor verschotten en EUR 452,-- voor salaris procureur,

5.4. veroordeelt [gedaagde ] in de proceskosten, aan de zijde van Dyna tot op heden begroot op EUR 6.546,32,

5.5. veroordeelt Dyna in de proceskosten van [gedaagde sub 2] en Flauto Forte, aan de zijde van [gedaagde sub 2] en Flauto Forte tot op heden begroot op EUR 5.355,--,

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af,

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.A. Ariëns, mr. D.T. Boks en mr. A.J. Louter en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2008.