Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BF4336

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
28-08-2008
Datum publicatie
02-10-2008
Zaaknummer
07.607411-07 en 07.607047-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opzetverweer.

Psychose.

Ontslag van rechtsvervolging.

Niet strafbaar wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid.

Plaatsing in psychiatrisch ziekenhuis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummers : 07.607411-07 en 07.607047-08 (gev. ttz.)

Uitspraak : 28 augustus 2008

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

[geboortedatum],

[woonplaats]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. P.A.J. van Putten, advocaat te Almere, en mr. M.G. Hees, advocaat te Huizen.

De officier van justitie, mr. M. Kamper, heeft ter terechtzitting gevorderd:

- verdachte vrij te spreken van het bij dagvaarding met parketnummer 07.607411-07 onder 7. primair ten laste gelegde;

- de veroordeling van verdachte ter zake het bij de dagvaardingen met de parketnummers 07.607411-07 onder 1. primair, 2., 3., 4., 5., 6. en 7. subsidiair ten laste gelegde en het bij dagvaarding met parketnummer 07.607047-08 ten laste gelegde;

- verdachte wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid te ontslaan van alle rechtsvervolging;

- de maatregel van plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis te gelasten voor een termijn van één jaar.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgen de tenlasteleggingen met de parketnummers 07.607411-07 en 07.607047-08)

De rechtbank nummert de bij de dagvaardingen met de parketnummers 07.607411-07 en 07.607047-08 ten laste gelegde feiten respectievelijk als de feiten 1. tot en met 7. en feit 8.

BEWIJS

Mr. Van Putten heeft betoogd dat verdachte van alle hem ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van opzet op het plegen van deze feiten.

De rechtbank overweegt dat volgens vaste jurisprudentie een ziekelijke stoornis van de geestvermogens niet in de weg behoeft te staan aan de conclusie dat een verdachte opzet op zijn handelen had. Dit zou alleen anders kunnen zijn indien aangenomen moet worden dat een verdachte van elk inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan is verstoken. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit niet worden vastgesteld, nu uit de tot het dossier behorende stukken volgt dat verdachte zijn agressieve gedrag welbewust heeft gericht tegen zijn familieleden, met name tegen zijn moeder, als een vorm van vergelding voor hetgeen hem, verdachte, in zijn (door psychose vertekende) beleving was aangedaan. Dat hij als gevolg van die psychose geen inzicht in de wederrechtelijkheid had, neem het opzet op zijn gedragingen niet weg. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer.

De rechtbank overweegt voorts dat zij de verklaringen van verdachte mede voor het bewijs heeft gebezigd. De omstandigheid dat bij verdachte sprake is van psychoses brengt naar het oordeel van de rechtbank niet met zich mee dat de verklaringen van verdachte als onbetrouwbaar van het bewijs dienen te worden uitgesloten. Ter zake de door verdachte ter terechtzitting van 14 augustus 2008 afgelegde verklaring geldt voorts dat – mede ten gevolge van het bereiken van een goede spiegel van antipsychotische medicatie – het op dat moment redelijk goed ging met verdachte, hetgeen zowel door psychiater J. Terpstra als de raadsvrouw mr. Hees ter terechtzitting is bevestigd.

Mede gelet op het hiervoor overwogene komt de rechtbank tot de navolgende beslissing.

De verdachte dient van het onder 1. primair en 7. primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1. subsidiair, 2., 3., 4., 5., 6., 7. subsidiair en 8. ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopieën dagvaardingen)

Ter zake het onder 5. ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat zij – anders dan mr. Van Putten heeft betoogd – ook dit feit wettig en overtuigend bewezen acht. Weliswaar bevindt zich in het dossier als wettig bewijsmiddel slechts de aangifte van de moeder van verdachte, doch de rechtbank is van oordeel dat deze aangifte betrouwbaar moet worden geacht, terwijl de rechtbank voorts steunbewijs vindt in het onderlinge verband tussen en de samenhang met de overige bewezen verklaarde feiten.

Van het onder 1. subsidiair, 2., 3., 4., 5., 6., 7. subsidiair en 8. meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Feit 1. subsidiair:

Bedreiging met zware mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Feiten 2. en 7. subsidiair, telkens:

Mishandeling, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Feiten 3. en 6., telkens:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Feiten 4., 5. en 8., telkens:

Mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn moeder, strafbaar gesteld bij artikel 304, juncto artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

Met betrekking tot de persoon en de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een psychiatrisch rapport d.d. 3 maart 2008, uitgebracht door drs. F.P. Bish, psychiater en vast gerechtelijk deskundige;

- een psychologisch rapport d.d. 6 mei 2008, uitgebracht door mr. drs. R.A. Sterk, psycholoog en vast gerechtelijk deskundige.

Het rapport van de deskundige Bish houdt als conclusie onder meer in dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de vorm van een paranoïde schizofrenie, met een acuut-psychotisch paranoïd waansysteem met betrekkingswanen en misidentificatiewanen, alsmede van een ziekelijke stoornis in de vorm van intensief middelenmisbruik, hetgeen ten tijde van het onder 1., 2., 3. en 8. ten laste gelegde de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte heeft beïnvloedt. Als gevolg van de psychotische overtuiging dat iedereen is vervangen door een dubbelganger en dat zijn moeder hem in het verleden en heden veel kwaad heeft aangedaan, is verdachte door de daardoor opgeroepen woede, frustraties en irritaties tot zijn gedragingen gekomen. Op grond van het voorgaande adviseert de deskundige Bish verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te achten.

De deskundige Sterk heeft in het rapport d.d. 6 mei 2008 geconcludeerd dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van schizofrenie van het paranoïde type, terwijl voorts aannemelijk is dat ten tijde van het onder 1., 2., 3., 4. en 8. ten laste gelegde sprake was van middelengebruik. Deze stoornis brengt met zich mee dat de realiteitstoetsing van betrokkene ernstig is verstoord en dat hij hierin niet te corrigeren is. Betrokkene kan niet in staat worden geacht de wederrechtelijkheid van zijn handelen ten tijde van voormelde gedragingen te kunnen inzien. Op grond van het voorgaande adviseert de deskundige Bish verdachte ontoerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank is van oordeel dat de deskundigen op goede gronden tot hun adviezen zijn gekomen en maakt het oordeel van de deskundigen tot het hare.

De rechtbank overweegt dat de deskundigen Bish en Sterk hun rapport en advies weliswaar hebben uitgebracht met het oog op de aan verdachte verweten gedragingen zoals ten laste gelegd onder 1., 2., 3., (4.) en 8., doch dat uit beide rapporten en hetgeen bij de behandeling ter terechtzitting van 14 augustus 2008 naar voren is gebracht, blijkt dat de bij verdachte gediagnosticeerde stoornis van de geestvermogens ook ná voornoemde feiten aanwezig is geweest, zodat de rechtbank het van de deskundigen overgenomen oordeel tevens doet uitstrekken tot hetgeen aan verdachte onder 5., 6. en 7. ten laste is gelegd.

De rechtbank concludeert dat verdachte ten tijde van het plegen van de onder 1. tot en met 8. ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was en dat derhalve deze feiten de verdachte niet kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht verdachte derhalve niet strafbaar ter zake voornoemde feiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde strafbare feiten, op de omstandigheden waaronder verdachte deze feiten heeft gepleegd en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank zal de verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging ter zake het onder 1. subsidiair, 2., 3., 4., 5., 6., 7. subsidiair en 8. ten laste gelegde, op de grond dat verdachte wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid niet strafbaar wordt geacht.

De deskundige Bish oordeelt in voornoemd rapport dat het met schizofrenie in verband staande middelenmisbruik en persoonlijkheidsverval in combinatie met het ontbreken van ziekte-inzicht en behandelmotivatie, de kans op recidive sterk doen toenemen. Teneinde de kans op herhaling te verkleinen is een gerichte behandeling geïndiceerd, welke in eerste instantie dient te zijn gericht op een goede instelling van antipsychotische medicatie, het onttrekken van verdachte uit de negatieve interactie met zijn moeder c.q. zijn thuissituatie en het aanbieden van een stevige, externe structuur. De deskundige adviseert de plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis.

De deskundige Sterk schat de kans op herhaling verhoogd in zolang het psychotisch toestandsbeeld onverminderd is. Hierbij staan de realiteitsverstoringen als gevolg van de schizofrenie op de voorgrond en daaraan gerelateerd ook het grensoverschrijdende en agressieve gedrag als gevolg van de secundaire psychopathisering. Vanuit forensisch oogpunt acht de deskundige een klinische behandeling geïndiceerd, welke behandeling met name medicamenteus van aard dient te zijn en waarbij betrokkene zich dient te onthouden van middelengebruik. Gelet op de ernst van de psychiatrische problematiek, de ontoerekeningsvatbaarheid van verdachte en de verhoogde kans op herhaling, adviseert de deskundige de behandeling te doen plaatsvinden in een psychiatrisch ziekenhuis.

Op grond van voornoemde rapporten is het de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis van verdachte voor een termijn van een jaar eist.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank voorts rekening gehouden met:

- een ‘retourzending rapportageverzoek’ d.d. 8 mei 2008 van P.M. Visser, reclasseringswerker van Tactus verslavingszorg;

- een de verdachte betreffend uittreksel d.d. 11 juli 2008 uit het algemeen documentatieregister van de justitiële documentatiedienst.

De rechtbank heeft, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gelet op de artikelen 37 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder 1. primair en 7. primair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1. subsidiair, 2., 3., 4., 5., 6., 7. subsidiair en 8. ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld.

Het onder 1. subsidiair, 2., 3., 4., 5., 6., 7. subsidiair en 8. meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank verklaart de verdachte niet strafbaar ter zake het onder 1. subsidiair, 2., 3., 4., 5., 6., 7. subsidiair en 8. ten laste gelegde en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

De rechtbank gelast de plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor een termijn van één jaar.

Aldus gewezen door mr. A.W.M. van Hoof, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en R.M. Berendsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Horst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 augustus 2008.