Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BE9444

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
19-08-2008
Datum publicatie
29-08-2008
Zaaknummer
07/630080-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

manipuleren foto's, vervaardigen kinderporno, strafmaatmotivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.630080-07

Uitspraak: 19 augustus 2008

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortejaar]

wonende te [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J. Vlug, advocaat te Deventer.

De officier van justitie, mr. M.M. Brunsveld, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van 3 jaar, alsmede een werkstraf voor de duur van 200 uur.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

BEWIJS

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Het vervaardigen en in bezit hebben van een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 240b Wetboek van Strafrecht

De rechtbank is van oordeel dat niet alleen sprake is van het in bezit hebben van kinderporno – 5.328 bestanden – doch tevens van het vervaardigen van kinderporno.

Gebleken is dat verdachte een tweetal pornografische afbeeldingen heeft vervaardigd waarbij telkens een afbeelding is gebruikt van een meisje tussen de 10 en de 14 jaar oud, waarbij een naakt meisjeslichaam is te zien dat wijdbeens ligt en waarbij haar vagina goed is te zien; op deze afbeeldingen is het hoofd van deze meisjes door verdachte met behulp van een programma voor digitale fotobewerking vervangen door het hoofd van (de minderjarige) [naam]. Blijkens het ter zake door de politie opgemaakte proces-verbaal blijkt dat de afbeeldingen dermate professioneel waren gemanipuleerd, dat slechts door een expert, en dan nog met behulp van een speciaal computerprogramma, kon worden vastgesteld dat het een samengestelde afbeelding betrof. De rechtbank is van oordeel dat hierdoor nieuw pornografisch materiaal is gecreëerd, hetgeen in het onderhavige geval dient te worden aangemerkt als het vervaardigen van kinderporno.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 12 maart 2008;

- een de verdachte betreffend adviesrapport van Reclassering Nederland d.d. 4 december 2007, uitgebracht door mw. J. de Jong-Stoel;

een de verdachte betreffend psychiatrisch onderzoek d.d. 18 juli 2008, uitgebracht door G. Hooijer, psychiater i.o. onder supervisie van I. Hazemeijer, psychiater;

- een de verdachte betreffend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 22 juli 2008, uitgebracht door mw. J. de Jong-Stoel en mw. I. Norder-Gerrits;

de overige stukken van het de verdachte betreffende persoonsdossier.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het bezit van een grote hoeveelheid kinderpornografie en het vervaardigen van kinderpornografie. Het betreft hier een ernstig feit. Het is algemeen bekend dat om dergelijke afbeeldingen te kunnen vervaardigen kinderen over de hele wereld misbruikt worden, waarbij kinderen veelal ernstige en onherstelbare trauma’s oplopen. Kinderen dienen beschermd te worden tegen dit ernstige misbruik. Een ieder die treedt in het circuit van de kinderpornografie is medeschuldig aan de instandhouding daarvan en derhalve ook moreel medeschuldig aan misbruik van kinderen. Verdachte was zich daar ook goed van bewust maar hij stelde desalniettemin zijn eigen lustbeleving voorop.

Uit het psychiatrisch onderzoek komt naar voren dat de verdachte leed en lijdt aan een autistische stoornis en in het kader daarvan een gebrekkige seksuele en sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarnaast is sprake van een obsessieve-compulsieve stoornis. De verdachte heeft ten tijde van het ten laste gelegde feit weliswaar de ongeoorloofdheid kunnen inzien, maar is in mindere mate dan de gemiddelde normale mens in staat geweest zijn wil in vrijheid, overeenkomstig een dergelijk besef, te bepalen. De conclusie is dat de verdachte ten tijde van het hem ten laste gelegde lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis zijner geestvermogens dat dit feit hem in verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank kan zich vinden in de uitkomst van dit psychiatrisch onderzoek en maakt de conclusies tot de hare.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte een gevangenisstraf dient te worden opgelegd. De rechtbank zal, gezien de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte, bepalen dat deze geheel voorwaardelijk zal zijn. Daarbij zal de rechtbank als bijzondere voorwaarde opleggen, dat verdachte zal worden begeleid en behandeld teneinde te voorkomen dat hij verder zal bijdragen aan het maken van nog meer slachtoffers. Naast deze voorwaardelijke gevangenisstraf, acht de rechtbank een werkstraf op zijn plaats.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27, 57.

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

De gevangenisstraf zal niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van drie jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de Reclassering, zulks zolang deze instelling of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt, met opdracht aan die instelling als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht, óók wanneer dit inhoudt dat de verdachte behandeling ondergaat bij een door de Reclassering aan te wijzen behandelinstelling voor zover en voor zolang dit binnen het toezicht, in overleg met de Reclassering, door de behandelaars nodig wordt geoordeeld.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 200 uren.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf .

De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde taakstraf in mindering worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag.

Aldus gewezen door mr. A.J. Louter, voorzitter, mrs. J.H. Bosch en Ch.A.M. Heeregrave, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zeilstra als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 augustus 2008.