Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BE8701

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
23-04-2008
Datum publicatie
27-08-2008
Zaaknummer
125891 - HA ZA 06-1330
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2011:BQ9695, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Essent spreekt drie personen aan wegens illegale afname electriciteit:

a) vordering tegen leverancier van benodigdheden voor hennepkwekerij afgewezen: geen causaal verband tussen handelwijze leverancier en schade;

b) vordering tegen 2e gedaagde afgewezen omdat causaal verband tussen verweten handelwijze (exploitatie hennepkwekerij) en schade (door illegale afnemer) ontbreekt.

C) vordering tegen 3e gedaagde toegewezen omdat deze als contract partij van Essent tekort is geschoten in het zich gedragen als een goed huisvader t.a.v. de door Essent geïnstalleerde hulpmiddelen en het toezien op een correct gebruik daarvan.

Verweer dat deze gedaagde geen contractuele relatie met Essent Netwerk (eiseres) had maar met Essent Retail faalt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 125891 / HA ZA 06-1330

Vonnis van 23 april 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap

ESSENT NETWERK B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

eiseres,

procureur mr. M.G.I.W. Teunis,

advocaat mr. J.E. Struijk te Groningen,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. J.G.M. Hovius,

advocaat mr. S.S.M. Oomen te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. H.H. van Steijn,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. E.F. Muller.

Partijen zullen hierna Essent Netwerk, [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1]

- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2]

- de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 3]

- de conclusie van repliek tevens akte wijziging van eis van Essent Netwerk

- de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 1]

- de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 2]

- de conclusie van dupliek van [gedaagde sub 3]

- de akte van Essent Netwerk.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Essent Netwerk beheert als eigenaar elektriciteits-, gas-, warmte- en waternetwerken in een aantal gebieden in Nederland.

2.2. Op 21 februari 2005 heeft de politie in de woning aan de [adres] te [woonplaats] een hennepkwekerij aangetroffen. De eigenaar van dit pand was [de heer A], die de woonruimte van 1 april 2004 tot 1 april 2005 aan [gedaagde sub 2] had verhuurd.

2.3. Op 21 februari 2005 werd tevens geconstateerd dat de elektriciteit ten behoeve van de hennepkwekerij op illegale wijze werd afgenomen van het netwerk van Essent Netwerk. De verzegeling van de huisaansluitkast was verbroken en de aansluitwaarden van de zekeringen/hoofdbeveiligingen waren gewijzigd. Door de wijze van aansluiting werd de afgenomen elektriciteit niet geregistreerd door de kWh-meter.

Essent Netwerk heeft op 25 februari 2005 aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit.

2.4. [gedaagde sub 1] exploiteerde een grow-shop te [woonplaats] en heeft ten behoeve van de hennepkwekerij te [woonplaats], kweekkasten, lampen, afzuigers, filteraarde en een irrigatiesysteem geleverd. Daarnaast heeft hij in een later stadium twee vertrekken in de woning te [woonplaats] ingericht als hennepkwekerij.

2.5. Bij vonnis van 23 januari 2006 is [gedaagde sub 1] door de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector strafrecht, veroordeeld wegens medeplichtigheid aan het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

[gedaagde sub 1] is vrijgesproken van het (mede)plegen aan overtreding van de Opiumwet, alsmede van diefstal van elektriciteit. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.

2.6. [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zijn door rechtbank Zwolle-Lelystad, sector strafrecht, veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en vrijgesproken van diefstal van elektriciteit. In hoger beroep zijn zij door het Gerechtshof Leeuwarden volledig vrijgesproken.

2.7. De voorschotnota’s en de jaarafrekening met betrekking tot de elektriciteits-voorziening waren afkomstig van Essent Retail BV (hierna te noemen Essent Retail) en stonden op naam van [gedaagde sub 2].

3. Het geschil

3.1. Essent Netwerk vordert na wijzing van de grondslag van de eis samengevat - veroordeling van [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hoofdelijk tot betaling van EUR 27.737,05, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Bij de beoordeling zullen de vorderingen op de verschillende gedaagden afzonderlijk worden besproken.

[gedaagde sub 1]

4.2. Essent Netwerk heeft [gedaagde sub 1] aangesproken uit hoofde van onrechtmatige daad. Zij heeft aangevoerd dat [gedaagde sub 1] onherroepelijk is veroordeeld voor medeplichtigheid aan medeplegen van het overtreden van de Opiumwet, zodat vaststaat dat hij heeft bijgedragen aan de (succesvolle) exploitatie van de hennepkwekerij. Dit leidt er toe, naar Essent Netwerk stelt, dat hij op grond van de artikelen 6:162 BW dan wel 6:166 BW aansprakelijk is voor de diefstal van de elektriciteit. Zij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat als een feit van algemene bekendheid heeft te gelden dat de elektriciteit voor de exploitatie van hennepkwekerijen doorgaans illegaal wordt afgenomen van het elektriciteitsnet. Als eigenaar van een grow-shop en degene die betrokken is geweest bij de aanleg van de hennepkwekerij, dient [gedaagde sub 1] op de hoogte te zijn geweest van de illegale afname van elektriciteit, aldus Essent Netwerk. Dit had hem dienen te weerhouden van het leveren en installeren van de benodigdheden ten behoeve van de hennepkwekerij. Door het inrichten van de ruimten heeft [gedaagde sub 1] onzorgvuldig jegens Essent Netwerk gehandeld. Subsidiair heeft Essent Netwerk gesteld dat [gedaagde sub 1] deel uit maakte van een groep die onrechtmatig jegens Essent Netwerk heeft gehandeld.

[gedaagde sub 1] heeft erkend dat hij apparatuur heeft geleverd en geïnstalleerd, maar heeft gemotiveerd betwist dat hij bemoeienis heeft gehad met de exploitatie van de hennepkwekerij en de afname van elektriciteit buiten de meter om. Ook zou hij van deze afname niet op de hoogte zijn geweest. Verder heeft hij gemotiveerd aangevoerd dat het causaal verband tussen het feit waarvoor hij is veroordeeld en de schade die Essent Netwerk stelt te hebben geleden, ontbreekt.

4.3. De rechtbank oordeelt als volgt. Ook in het geval [gedaagde sub 1] door zijn handelwijze heeft bijgedragen aan de exploitatie van de hennepkwekerij en ook indien [gedaagde sub 1] op de hoogte was van de manipulatie van de kWh-meter en de illegale afname van elektriciteit, staat daarmee nog niet vast dat [gedaagde sub 1] uit hoofde van onrechtmatige daad jegens Essent Netwerk schadeplichtig is. Daarvoor is immers vereist dat de handelwijze van [gedaagde sub 1] in causaal verband staat met de schade die Essent Netwerk heeft geleden. Geconcludeerd moet worden dat aan dit vereiste niet is voldaan. De schade van Essent Netwerk is immers veroorzaakt door de illegale afname van elektriciteit en niet door het leveren van apparatuur en het inrichten van (een deel van) de hennepkwekerij. Om tot aansprakelijkheid van [gedaagde sub 1] te kunnen concluderen had Essent Netwerk feiten en omstandigheden dienen aan te voeren, waaruit de betrokkenheid van [gedaagde sub 1] bij de diefstal van de elektriciteit kon worden afgeleid. De enkele stelling dat [gedaagde sub 1] wist, althans behoorde te weten, dat sprake was van illegale stroomafname en desondanks de hennepkwekerij heeft ingericht, volstaat daartoe niet. Dit leidt ertoe dat [gedaagde sub 1] niet aansprakelijk kan worden geacht op grond van artikel 6:162 BW.

Het beroep op artikel 6:166 BW leidt evenmin tot aansprakelijkheid. Niet alleen heeft Essent Netwerk onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om het bestaan van een groep te kunnen aannemen, ook is onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd gesteld dat deze vermeende groep zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van elektriciteit. Het - tegen betaling, zoals [gedaagde sub 1] bij de politie heeft verklaard - inrichten van vertrekken van de woning als hennepkwekerij, de gestelde wetenschap van de diefstal van elektriciteit bij de drie gedaagden, althans het vermoeden daarvan, en de telefonische contacten die er tussen gedaagden zijn geweest, geven daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering jegens [gedaagde sub 1] zal worden afgewezen.

[gedaagde sub 3]

4.4. Essent Netwerk heeft de vordering jegens [gedaagde sub 3] eveneens gebaseerd op onrechtmatige daad. [gedaagde sub 3] zou betrokken zijn geweest bij de exploitatie van de hennepkwekerij, althans van deze hennepkwekerij op de hoogte zijn geweest, alsmede daartoe gelegenheid hebben geboden. Daarbij zou voorshands als vaststaand moeten worden aangenomen dat [gedaagde sub 3] onrechtmatig jegens Essent Netwerk heeft gehandeld, door ten behoeve van de hennepkwekerij, elektriciteit af te nemen van het netwerk van Essent Netwerk. Essent Netwerk heeft ter onderbouwing daarvan verwezen naar het proces-verbaal van politie.

[gedaagde sub 3] heeft deze stellingen betwist en gewezen op de vrijspraak door het Hof Leeuwarden.

4.5. Uit de door Essent Netwerk aangehaalde passages uit het proces-verbaal blijkt dat [gedaagde sub 1] een verklaring heeft afgelegd, waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde sub 1] aan [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] apparatuur heeft geleverd en deze heeft geïnstalleerd, alsmede dat hij in opdracht van [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] twee kamers als hennepkwekerij heeft ingericht. Ook heeft hij verklaard dat [gedaagde sub 3] met een groot aantal tl-armaturen de woning te [woonplaats] is binnen gegaan.

[gedaagde sub 2] heeft onder meer verklaard dat [gedaagde sub 3] de nota’s van Essent Retail heeft betaald en dat hij zijn vermoeden, dat er een hennepkwekerij in de woning werd geëxploiteerd, met [gedaagde sub 3] heeft besproken. Verder kan uit het proces-verbaal worden afgeleid dat [gedaagde sub 3] meermalen telefonisch contact heeft onderhouden met [gedaagde sub 1].

[gedaagde sub 3] heeft zowel in het proces-verbaal van politie als in de onderhavige procedure de verklaringen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gemotiveerd betwist.

4.6. Daargelaten of de verklaringen van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] op waarheid berusten, kunnen deze niet leiden tot het oordeel dat [gedaagde sub 3] in deze zaak aansprakelijk is op grond van artikel 6:162 BW of 6:166 BW. Ook hier geldt dat het causaal verband tussen het handelen van [gedaagde sub 3] - verweten wordt de exploitatie van de hennepkwekerij, wat daar ook van zij - en de illegale afname van elektriciteit, zonder nadere toelichting en bijkomende omstandigheden, ontbreekt. Evenals hiervoor ten aanzien van [gedaagde sub 1] is overwogen, is Essent Netwerk in gebreke gebleven feiten en omstandigheden aan te voeren, waaruit de betrokkenheid van [gedaagde sub 3] bij de diefstal van de elektriciteit blijkt. Hetzelfde geldt voor de deelname van [gedaagde sub 3] aan de vermeende groep, alsmede de betrokkenheid van deze groep bij de illegale afname van de elektriciteit. De vordering jegens [gedaagde sub 3] moet derhalve worden afgewezen.

[gedaagde sub 2]

4.7. Essent Netwerk heeft aan haar vordering jegens [gedaagde sub 2] ten grondslag gelegd dat [gedaagde sub 2] gehouden is de schade te vergoeden die zij heeft geleden doordat [gedaagde sub 2] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst met Essent Netwerk. Daarnaast heeft zij zich op het standpunt gesteld dat [gedaagde sub 2] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Essent Netwerk, waardoor zij schade heeft geleden.

toerekenbare tekortkoming

4.8. [gedaagde sub 2] heeft betwist dat hij toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van zijn verplichtingen uit overeenkomst en heeft daartoe onder meer aangevoerd dat hij niet met Essent Netwerk, maar met Essent Retail een contractuele relatie had. [gedaagde sub 2] heeft verwezen naar de jaarafrekening afkomstig van Essent Retail, die door Essent Netwerk in het geding is gebracht.

Essent Netwerk heeft deze stelling gemotiveerd betwist en aangevoerd dat [gedaagde sub 2] wel degelijk in een contractuele relatie met Essent Netwerk stond. Zij heeft gesteld dat netbeheerders als Essent Netwerk op grond van de Elektriciteitswet 1998 monopolist zijn en de verplichting hebben om afnemers, als [gedaagde sub 2], op verzoek aan te sluiten op het net en transport van elektriciteit aan te bieden. De Elektriciteitswet bepaalt verder, volgens Essent Netwerk, dat de netbeheerder niet tevens producent en leverancier van elektriciteit mag zijn, op grond waarvan de wet in beginsel verplicht tot een afzonderlijke facturering door de netbeheerder en de leverancier. Dit leidt er toe, naar Essent Netwerk stelt, dat voor één aansluiting twee verbintenisrechtelijke relaties gelden, namelijk de relatie tussen de afnemer en de netbeheerder en de afnemer en de leverancier.

[gedaagde sub 2] heeft vervolgens zijn standpunt herhaald.

4.9. Vooropgesteld wordt dat tussen partijen niet in geschil is, dat de aansluiting op het net op naam van [gedaagde sub 2] stond. Daarnaast heeft [gedaagde sub 2] onweersproken gelaten dat Essent Netwerk de aansluiting heeft verzorgd en heeft hij evenmin betwist dat zonder overeenkomst geen aansluiting mogelijk is. Dit betekent dat van de juistheid van deze stellingen moet worden uitgegaan. Deze omstandigheden in relatie bezien met de bepalingen van de Elektriciteitswet - waaruit voortvloeit dat de afnemer niet kan volstaan met één contract met de toeleverancier van de elektriciteit, maar gehouden is zowel met de netbeheerder een contract over de aansluiting op het net af te sluiten, als met de leverancier afspraken te maken over de aankoop van de elektriciteit - leiden tot het oordeel dat [gedaagde sub 2] in een contractuele relatie tot Essent Netwerk stond. De vraag of deze verbintenis schriftelijk is aangegaan is in dit verband niet van belang, zodat het antwoord daarop in het midden kan blijven.

4.10. Vervolgens moet worden vastgesteld of [gedaagde sub 2] in strijd heeft gehandeld met zijn verplichtingen uit overeenkomst. Essent Netwerk heeft in dat kader een beroep gedaan op de toepasselijkheid van algemene voorwaarden, maar heeft na de betwisting daarvan door [gedaagde sub 2], haar stelling onvoldoende nader onderbouwd. Essent Netwerk heeft niet, althans niet gemotiveerd aangevoerd dat en op welke wijze de toepasselijkheid van deze voorwaarden overeengekomen is. Dit leidt tot de conclusie dat moet worden aangenomen dat deze voorwaarden geen deel uitmaken van de overeenkomst.

Het voorgaande neemt niet weg dat over en weer wel degelijk verplichtingen uit overeenkomst zijn ontstaan. Bij de vaststelling van de verplichtingen uit overeenkomst is immers niet alleen van belang welke rechtsgevolgen partijen aan de overeenkomst hebben verbonden, maar ook welke rechtsgevolgen voortvloeien uit de wet, de gewoonte of de eisen van de redelijkheid en de billijkheid. Dit brengt mee dat van Essent Netwerk mocht worden verwacht dat zij zorg droeg voor een correcte levering van haar diensten en dat [gedaagde sub 2] de verplichting had om de voorwaarden te scheppen ten einde Essent Netwerk daartoe in de gelegenheid te stellen. Betaling van de diensten was een van die voorwaarden, maar het zich gedragen als een goed huisvader ten aanzien van de door Essent Netwerk geïnstalleerde hulpmiddelen en het toezien op een correct gebruik daarvan evenzo. Aangezien moet worden vastgesteld dat de kWh-meter is gemanipuleerd en dat deze manipulatie heeft plaatsgevonden tijdens de periode waarin [gedaagde sub 2] een contractuele relatie met Essent Netwerk had, moet worden geconcludeerd dat [gedaagde sub 2] de zorgplicht, om er op toe te zien dat de kWh-meter intact werd gelaten en dat de verbruikte elektriciteit daadwerkelijk aan Essent Netwerk werd voldaan, onvoldoende heeft nageleefd, zodat hij is tekortgeschoten bij de nakoming van zijn verplichtingen uit overeenkomst. Gesteld noch gebleken is dat zich feiten en omstandigheden hebben voorgedaan die een beroep op overmacht zouden rechtvaardigen. Daargelaten dat [gedaagde sub 2] hierop geen beroep heeft gedaan. Gelet op het voorgaande moet [gedaagde sub 2] aansprakelijk worden gehouden voor de schade die Essent Netwerk door deze toerekenbare tekortkoming heeft geleden.

schade

4.11. Essent Netwerk heeft betaling gevorderd van de over de illegaal afgenomen elektriciteit verschuldigde netwerkkosten en, terzake van schadevergoeding, betaling van het netverlies.

[gedaagde sub 2] heeft zich ten eerste op het standpunt gesteld dat niet zou vast staan dat in de door Essent Netwerk gestelde periode sprake is geweest van diefstal van elektriciteit.

Gelet op de vaststaande feiten dat er sprake is geweest van een hennepkwekerij, dat er apparatuur en afval van deze kwekerij is aangetroffen en daarnaast is geconstateerd dat er manipulaties hebben plaatsgevonden aan de kWh-meter waardoor de afgenomen elektriciteit niet werd geregistreerd door de kWh-meter, moet worden aangenomen dat er sprake is geweest van diefstal van elektriciteit. Indien [gedaagde sub 2] had willen doen geloven dat er geen diefstal heeft plaatsgevonden, had hij zijn stelling gemotiveerd dienen te onderbouwen met feiten en omstandigheden. Nu hij hiermee in gebreke is gebleven, wordt aan zijn stelling voorbij gegaan.

Vervolgens heeft [gedaagde sub 2] betwist dat Essent Netwerk schade heeft geleden. Bij conclusie van repliek heeft Essent Netwerk gemotiveerd aangegeven, dat zij door de diefstal van elektriciteit schade heeft geleden vanwege netverlies. Zij heeft uiteengezet dat de netbeheerder verplicht is zorg te dragen voor voldoende aanbod van elektriciteit op haar netwerk. Door illegale afname van elektriciteit en natuurlijke verliezen wordt er meer elektriciteit afgenomen van het netwerk dan er door de leveranciers wordt ingevoerd op het elektriciteitsnetwerk. Het verschil tussen de ingevoerde elektriciteit en met de leveranciers afgerekende elektriciteit wordt netverlies genoemd en komt voor rekening van de netbeheerder. De kosten die Essent Netwerk moet maken voor het inkopen van deze zogenaamde netverliezen vormen een schadepost voor de netbeheerder, aldus Essent Netwerk. Dit betoog is door [gedaagde sub 2] niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken, zodat daarmee moet worden aangenomen dat Essent Netwerk wel degelijk schade heeft geleden door de illegale afname van elektriciteit.

4.12. Daarnaast heeft [gedaagde sub 2] de omvang van de schade betwist.

Essent Netwerk heeft bij de begroting van haar schade aangevoerd dat deze schade naar haar aard slechts te schatten is. De schatting is gedaan op basis van de aangetroffen apparatuur, 40 zakken hennepresten, de ingangsdatum van het vermeende (onder)huurcontract met [gedaagde sub 1] en de verklaring van [gedaagde sub 1]. Essent Netwerk is verder uitgegaan van gebruikelijke berekeningsmethoden en een exploitatieperiode van 265 dagen. Voorts heeft Essent Netwerk gemotiveerd aangevoerd, dat zij een kWh-prijs van EUR 0,1656 heeft gehanteerd en heeft zij uiteengezet op welke wijze deze prijs tot stand is gekomen.

[gedaagde sub 2] heeft deze gedetailleerde stellingen niet gemotiveerd betwist, maar volstaan met de opmerking dat Essent Netwerk geen bewijs levert van haar stellingen. [gedaagde sub 2] miskent daarbij dat alvorens aan bewijs wordt toegekomen, eerst sprake moet zijn van een voldoende gemotiveerde betwisting. Van een dergelijke betwisting is evenwel geen sprake. [gedaagde sub 2] heeft immers niet gemotiveerd aangegeven dat de gehanteerde parameters onjuist zijn. Zo heeft hij onder meer niet aangevoerd van welke exploitatieperiode Essent Netwerk dan wel uit had moeten gaan. Dit had wel op zijn weg gelegen, te meer nu de politie in het strafrechtelijke onderzoek is uitgegaan van een langere exploitatieperiode. Daarnaast heeft [gedaagde sub 2] niet gemotiveerd gesteld welke berekeningsmethodiek naar zijn mening verantwoord zou zijn. Dit leidt ertoe dat [gedaagde sub 2] de omvang van de schade onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, zodat dit verweer zal worden gepasseerd.

4.13. [gedaagde sub 2] heeft voorts aangevoerd dat geen ruimte is voor berekening van BTW-heffing en Regulerende Energiebelasting.

Dit verweer faalt. In dit kader geldt dat Essent Netwerk een bedrag aan schadevergoeding heeft gevorderd, dat is berekend aan de hand van de onbetaald gebleven elektriciteit. Dit betekent dat de schadevergoeding moet worden aangemerkt als een vergoeding voor een tegenprestatie, zodat deze vergoeding onderhevig is aan BTW-heffing,

Terzake van de Energiebelasting kan worden verwezen naar het door Essent Netwerk overgelegde en onweersproken gebleven memo van het Ministerie van Financien, waarin staat: “Wat de EB betreft geldt dat deze belasting - ook bij energiediefstal - in beginsel altijd is verschuldigd.”

4.14. Tot slot heeft [gedaagde sub 2] zich op het standpunt gesteld dat Essent Netwerk, nu zij geen leverancier is, voor de berekening van haar schade geen consumentenprijs kan hanteren.

Vooropgesteld wordt dat indien er geen manipulaties aan de meter hadden plaatsgevonden, [gedaagde sub 2] de volledige kosten van het elektriciteitsgebruik had moeten betalen. In deze hypothetische situatie zouden de kosten zijn berekend met gebruik van het consumententarief. Essent Netwerk heeft haar schade begroot met toepassing van een tarief dat onder meer is samengesteld uit netkosten (kosten voor aansluiting, transport, systeemdiensten en meting van elektriciteit) en leveringskosten (elektriciteitsprijs). Zij heeft onweersproken gesteld dat het, voor de berekening van haar vordering, gehanteerde tarief lager is dan de door EnergieNed berekende indicatieve kosten. Nu [gedaagde sub 2] niet gemotiveerd en onderbouwd heeft aangevoerd waarom het gehanteerde tarief te hoog zou zijn en evenmin gemotiveerd heeft gesteld dat Essent Netwerk meer heeft gevorderd dan het bedrag van de door haar geleden schade, kan hij in zijn stelling niet worden gevolgd.

4.15. Essent Netwerk heeft buitengerechtelijke kosten ten bedrage van

EUR 1.158,00 gevorderd. Zij heeft daartoe onder meer aangevoerd dat zij een aparte fraudeafdeling in het leven heeft moeten roepen, die zich uitsluitend richt op het in kaart brengen, berekenen en verhalen van schade als gevolg van illegaal afgenomen elektriciteit en dergelijke.

[gedaagde sub 2] heeft betwist dat deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen en daartoe gesteld dat dit bedrag uitsluitend betrekking heeft op eigen werkzaamheid van Essent.

Een vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar indien er werkzaamheden zijn verricht ter voorkoming of beperking van schade, ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid, dan wel ter verkrijging van voldoening buiten rechte, met dien verstande dat deze kosten redelijk moeten zijn en niet zien op de voorbereiding van de dagvaarding en instructie van de zaak. Van degene die aanspraak maakt op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten wordt een specificatie met toelichting verwacht, waaruit niet alleen blijkt welke werkzaamheden zijn verricht, maar ook dat deze kosten als redelijk zijn aan te merken.

In de onderhavige zaak heeft Essent Netwerk weliswaar aangevoerd dat zij kosten heeft gemaakt door de oprichting en instandhouding van een interne fraudeafdeling, maar heeft zij verzuimd aan te geven welke werkzaamheden deze afdeling zou hebben verricht. Aangezien het enkele bestaan van een interne fraudeafdeling geen recht geeft op vergoeding van kosten, moet worden geconcludeerd dat Essent Netwerk op dit punt niet aan haar stelplicht heeft voldaan, zodat de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.

4.16. De ex artikel 6:83 onder b BW juncto 6:119 BW gevorderde wettelijke rente zal als niet betwist worden toegewezen vanaf 21 februari 2005.

4.17. [gedaagde sub 2] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Essent Netwerk worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Essent Netwerk worden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,32

- vast recht 610,00

- salaris procureur 1158,00 (2 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1839,32

4.18. Omdat de vorderingen jegens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] worden afgewezen, wordt Essent Netwerk veroordeeld in de proceskosten die aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] zijn ontstaan.

De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] worden begroot op:

- vast recht 112,00

- in debet gesteld 498,00

- salaris procureur 1158,00(2 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1768,00

Omdat [gedaagde sub 1] met een toevoeging procedeert, zal dit bedrag aan de griffier moeten worden betaald.

De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 3] worden begroot op:

- vast recht 610,00

- salaris procureur 1158,00 (2 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1768,00

5. De beslissing

De rechtbank

in de zaak tegen [gedaagde sub 2]

5.4. veroordeelt [gedaagde sub 2] om aan Essent Netwerk te betalen een bedrag van EUR 24.995,97 (vierentwintigduizendnegenhonderdvijfennegentig euro en 97 eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente over het nog niet betaalde deel van dit bedrag vanaf 21 februari 2005 tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt [gedaagde sub 2] in de proceskosten, aan de zijde van Essent Netwerk tot op heden begroot op EUR 1.839,32,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

in de zaak tegen [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3]

5.6. wijst de vorderingen jegens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 3] af,

5.7. veroordeelt Essent Netwerk in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] tot op heden begroot op EUR 1.768,00, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 1923.25.930 ten name van MvJ Arrondissement Zwolle onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer,

5.8. veroordeelt Essent Netwerk in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 3] tot op heden begroot op EUR 1.768,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2008.