Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BE0078

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
30-07-2008
Datum publicatie
14-08-2008
Zaaknummer
147485 - KG RK 08-665
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking in het kader van Wet tarieven in strafzaken. Maatstaf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 147485 / KG RK 08-665

Beschikking van 30 juli 2008

op het bezwaarschrift van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KIWA GAS TECHNOLOGY B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

verzoekster,

gemachtigde ir. H.J.M. Rijpkema, werkzaam bij verzoekster.

1. De procedure

1.1. Op 20 mei 2008 is bij deze rechtbank binnen gekomen een bezwaarschrift ex artikel 1 Wet tarieven in strafzaken (hierna: Wtsz) van verzoekster tegen de beschikking van 13 mei 2008 waarbij door de griffier van deze rechtbank aan verzoekster een vergoeding is toegekend voor het verschijnen van haar werknemer, [A], als getuige in de strafzaak van het openbaar ministerie tegen [B], met nummer 07-440019-08. Vervolgens is door de griffier op 22 mei 2008 nogmaals een toekenning opgemaakt, met een vergoeding van in totaal EUR 160,33. Deze laatste beschikking is onderwerp van het bezwaar.

1.2. Verzoekster heeft niet in haar bezwaarschrift de wens te kennen gegeven om te worden gehoord, zodat op de voet van het bepaalde in artikel 11 Wtsz op het bezwaar zonder nadere mondelinge behandeling zal worden beslist.

2. De beoordeling

2.1. Gelet op de termijn als genoemd in artikel 10 Wtsz is het bezwaar tijdig ingediend en is verzoekster daarin ontvankelijk.

2.2. Verzoekster geeft aan zich niet te kunnen vinden in de hoogte van de vergoeding die aan haar is toegekend voor het verschijnen van [A] als getuige-deskundige in genoemde strafzaak. Zij heeft een declaratie overgelegd voor een bedrag van in totaal EUR 616,54. Zij is hierbij uitgegaan van een uurtarief van EUR 155,= voor drie uren en een kilometervergoeding van EUR 0,59 over 90 kilometer, alles te vermeerderen met BTW. Verzoekster stelt dat haar werknemers vaker optreden als getuige-deskundigen bij andere rechtbanken en dat het door haar gedeclareerde bedrag dan wel wordt uitbetaald.

2.3. Bij de beoordeling staat voorop dat de griffier bij de toepassing van artikel 1 e.v. Wtsz voor het toekennen van vergoedingen voor een getuige-deskundige die uit een verzoek of opdracht van justitie ten behoeve van strafzaken kosten heeft gemaakt in zo’n strafzaak, aan het stelsel van de wettelijke regels is gebonden en dat deze wet geen bepaling bevat die hem toestaat daarvan in bijzondere gevallen af te wijken.

2.4. In deze procedure dient dan ook beoordeeld te worden of de griffier de wettelijke bepalingen voor vergoedingen voor tijdverzuim en reiskosten van genoemde medewerker van verzoekster, op de juiste wijze heeft toegepast. De tarieven voor die vergoedingen zijn conform artikel 3 Wtsz vastgelegd in het Besluit tarieven in strafzaken (hierna: Btsz).

2.5. Voor tijdverzuim is in artikel 8 lid 1 sub c Btsz bepaald dat hiervoor aan personen aan wie werkzaamheden zijn opgedragen een vergoeding van ten hoogste EUR 81,23 kan worden toegekend, terwijl voor tijd besteed aan de reis geen vergoeding wordt gegeven (lid 2).

In de genoemde strafzaak heeft de griffier aan verzoekster een vergoeding van EUR 92,57 wegens tijdverzuim toegekend. Hiervoor is uitgegaan van 1,5 uur tegen een uurtarief van EUR 61,71.

De griffier is terecht uitgegaan van enkel de duur van de zitting, zijnde 1,5 uur, en niet van de reistijd, nu het Btsz de vergoeding hiervan heeft uitgesloten.

Artikel 8 Btsz biedt de mogelijkheid een vergoeding van EUR 81,23 toe te kennen. Of dit maximale uurtarief of een lager tarief geldt, is afhankelijk van de mate van wetenschappelijke of bijzondere aard van de werkzaamheden. Gezien de functie van de getuige-deskundige, Consultant Veiligheid Gasinstallaties, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de door de griffier toegekende vergoeding van EUR 61,71 een redelijke is.

2.6. Voorts is in artikel 11 lid 1 sub a Btsz opgenomen dat voor reiskosten een bedrag van EUR 1,54 per retourkilometer wordt verstrekt, waarbij voor de eerste vier kilometers geen vergoeding wordt gegeven (lid 2).

De griffier is bij de berekening van de vervoerskosten uitgegaan van de snelste route per auto van het adres van verzoekster naar deze rechtbank, zijnde (afgerond) 48 kilometer, en heeft berekend dat de vergoeding (48 km – 4 km x EUR 1,54 =) EUR 67,76 bedraagt.

Gezien artikel 11 Btsz is de vergoeding door de griffier dan ook juist berekend.

2.7. Tot slot is in artikel 15 Btsz bepaald dat de bedragen, genoemd in het Btsz, worden verhoogd met de omzetbelasting die daarover is verschuldigd. Nu de

griffier heeft verzuimd de vergoeding te verhogen met BTW zal het bezwaar van verzoekster op dit punt gegrond worden verklaard.

2.8. Gezien het vorenstaande zal de vergoeding als volgt worden vastgesteld:

Vervoerskosten 48 km – 4 km x EUR 1,54 EUR 67,76

Tijdverzuim 1,5 uur à EUR 61,71 per uur - 92,57

Subtotaal EUR 160,33

BTW 19% over EUR 92,57 - 30,46

Totaal EUR 190,79

2.9. Voor het overige zal het bezwaar ongegrond worden verklaard.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

- stelt de vergoeding vast op EUR 190,79

- verklaart het bezwaar voor het overige ongegrond.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2008.