Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BD9013

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
22-07-2008
Datum publicatie
31-07-2008
Zaaknummer
07/630005-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.630005-08 (07.530050-08 a.i.)

Uitspraak: 22 juli 2008 (promis)

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[naam verdachte]

geboren op [geboortejaar]

wonende te [adres]

ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 8 juli 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. T. Sönmez, advocaat te Rotterdam.

De officier van justitie, mr. S.T.C. van der Werf, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met als bijzondere voorwaarde een contactverbod voor verdachte met mevrouw [ex echtgenote]. Tevens heeft de officier gevorderd de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 3.000, met het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel.

TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Ter terechtzitting is deze tenlastelegging gewijzigd. De toegewezen vordering tot wijziging van de tenlastelegging is eveneens aan dit vonnis gehecht.

FORMELE VOORVRAGEN

De rechtbank ziet geen reden om te beslissen tot nietigheid van de dagvaarding, de onbevoegdheid van de rechtbank, de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie of de schorsing van de vervolging.

BEWIJSMOTIVERING

De rechtbank overweegt op grond van de hierna vermelde bewijsmiddelen , het navolgende.

a) vaststaande feiten

Verdachte is sinds 15 juli 1997 gehuwd met [ex echtgenote]. Uit dit huwelijk zijn 4 kinderen geboren. Het oudste kind is, de in de tenlastelegging genoemde, [naam zoon] geboren op [geboortejaar] (verder te noemen: [naam zoon]. Verdachte en [ex echtgenote] hebben laatstelijk samengewoond aan de [adres]

Sinds circa 2 september 2007 heeft [ex echtgenote] met 2 kinderen de echtelijke woning verlaten. Op 5 september 2007 verbleef zij met alle kinderen op een geheime plek. Uiteindelijk kreeg zij een verblijfplaats in [plaatsnaam], waar de kinderen ook naar school zijn gegaan.

Op 1 november 2007 heeft verdachte [naam zoon] met zich meegenomen, toen deze met zijn schoolklas van de gymnastieklocatie naar school liep. Hij heeft hem in een auto meegenomen naar zijn woonplaats te [plaatsnaam] .

Op 13 november 2007 is verdachte met [naam zoon] naar Suriname gereisd. Op 20 november 2007 is verdachte alleen naar Nederland teruggekeerd . Hij heeft [naam zoon] ondergebracht en achtergelaten bij verdachte’s zuster en haar partner in [plaatsnaam] .

Op 19 december 2007 besliste de voorzieningenrechter van de rechtbank te Assen, dat alle 4 kinderen voorlopig, voor de duur van de echtscheidingsprocedure, werden toevertrouwd aan [ex echtgenote], met bevel om de kinderen aan de vrouw af te geven, voor zover zij zich nog niet in de macht van de vrouw bevonden . Deze beschikking is bij deurwaardersexploit op 21 december 2007 aan verdachte betekend.

Verdachte heeft [naam zoon] niet bij [ex echtgenote] gebracht. De oom en tante in [plaatsnaam] hebben [naam zoon] na verloop van tijd naar Frans Guyana gebracht, omdat de politie naar [naam zoon] op zoek was. Daar is hij ondergebracht bij hun dochter [naam] en haar partner [naam]. Uiteindelijk is [naam zoon] door de politie in [plaatsnaam] teruggevonden en meegenomen. [ex echtgenote] heeft hem in Suriname opgehaald.

Volgens de wet hadden verdachte en [ex echtgenote] als echtgenoten beiden het ouderlijk gezag over [naam zoon].

b) ten aanzien van de tenlastegelegde feiten

Verdachte heeft de tenlastegelegde feiten ter terechtzitting van 8 juli 2008 erkend. Door de verdediging is geen vrijspraak bepleit.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank is op grond van de voorgaande overwegingen tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Het opzettelijk onttrekken van een minderjarige aan het wettig over hem gesteld gezag en het over hem bevoegd uitgeoefende opzicht, terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is,

strafbaar gesteld bij artikel 279 Wetboek van Strafrecht

en

Het opzettelijk een minderjarige die onttrokken is aan het wettig over hem gesteld gezag en aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, verbergen en aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie en politie onttrekken,

strafbaar gesteld bij artikel 280 Wetboek van Strafrecht

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een zeer laakbare handelwijze. Hij heeft zijn minderjarige zoon [naam zoon] onttrokken aan het wettig over hem gestelde gezag van diens moeder door hem, zonder medeweten en toestemming van de moeder, plotseling van school te halen en mee te nemen naar Suriname om hem daar bij familie onder te brengen. Hierdoor was de moeder niet in staat haar taak als degene die -mede- met het gezag was belast uit te voeren. Vanaf 19 december 2007 heeft verdachte ook de beslissing van de voorzieningenrechter te Assen, inhoudende dat gedurende de echtscheidingsprocedure alle kinderen aan moeder werden toevertrouwd, in de wind geslagen, waardoor moeder het door de rechter aan haar toebedeelde opzicht over [naam zoon] niet kon uitoefenen.

Onttrekking van jonge kinderen aan het wettig gezag is door de wetgever met een hoge gevangenisstraf bedreigd. In beginsel is een gevangenisstraf van langere duur dan ook op zijn plaats.

De rechtbank zal niettemin een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank heeft daarbij tevens gelet op een aantal uitspraken in vergelijkbare gevallen, te weten:

- Vonnis d.d. 19 juli 2001 van de rechtbank Den Bosch (LJN AB2723): 180 uren werkstraf in plaats van 4 maanden gevangenisstraf en 8 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk. In deze zaak waren de minderjaren 14 maanden onttrokken aan het gezag. De verblijfplaats was na enige weken wel bekend, maar de kinderen waren welbewust naar een land (Indonesië) gebracht, waarmee Nederland geen uitleveringsverdrag had. De rechtbank vond een gevangenisstraf van 1 jaar in beginsel passend, maar heeft bij de strafmaat rekening gehouden met het tijdsverloop van circa anderhalf jaar tussen het plegen van het feit en de berechting.

- Vonnis d.d. 19 maart 2003 van de rechtbank Assen (LJN AF5918): 3 jaren gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. In deze zaak was de moeder anderhalf jaar in onzekerheid gelaten.

- Vonnis d.d. 7 april 2005 van de rechtbank Dordrecht (LJN AT3382): 3 jaren gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. In deze zaak was de minderjarige gebracht naar Tunesië en niet meer teruggekeerd.

De rechtbank houdt er in deze zaak rekening mee dat verdachte [ex echtgenote] (de moeder van [naam zoon] circa 5 maanden in onzekerheid heeft gelaten over de precieze verblijfplaats van [naam zoon] en dat het niet aan verdachte te danken is geweest dat de strafbare situatie is beëindigd. De gevoelloosheid van verdachte wordt daarbij nog eens extra geïllustreerd door het feit dat hij [naam zoon] met zijn moeder heeft laten bellen om te zeggen dat hij een tumor in zijn hoofd had. Voorts rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij geen gehoor heeft gegeven aan de beslissing van de voorzieningenrechter te Assen en houdt zij er rekening mee dat [naam zoon] in de 4 maanden die hij in Frans Guyana heeft verbleven, een slechte tijd heeft gehad. Het feit dat verdachte zich niet kon vinden in de nieuwe leefsituatie van zijn voormalig echtgenote en zijn kinderen, rechtvaardigt zijn handelwijze in het geheel niet.

Aan de andere kant houdt de rechtbank er rekening mee dat het feit zich heeft afgespeeld in de turbulentie van een echtscheidingsperiode en dat uit de verklaring van [naam zoon] blijkt dat de loyaliteit in de richting van zijn vader weinig is verminderd. Mede in het belang van een mogelijk herstel van het familiecontact tussen vader en de kinderen en gelet op het geringe strafblad van verdachte in de laatste 20 jaar, zal de rechtbank bepalen dat van de gevangenisstraf van vijftien maanden, die zij op zich voor deze feiten op zijn plaats acht, een gedeelte voorwaardelijk niet ten uitvoer zal worden gelegd, opdat daarmee herhaling in de periode na de echtscheiding zal worden voorkomen. Daarbij zal tevens als bijzondere voorwaarde een contactverbod met [ex echtgenote] worden opgelegd.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 30 mei 2008.

Voorts heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de verdachte zich, naast de bewezenverklaarde feiten, ook schuldig heeft gemaakt aan het niet zorgen dat een minderjarige als leerling op een school staat ingeschreven en deze geregeld bezoekt, zoals vermeld in de "mededeling ad informandum gevoegde strafbare feiten", waarvan het dossier ter kennisneming van de rechtbank bij de stukken is gevoegd en zoals ook door de verdachte ter zitting is erkend.

Benadeelde partij

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [ex echtgenote] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte bewezen verklaarde feit. De hoogte van die schade is, gelet op de schriftelijke onderbouwing, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € 2.000.

De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar.

De vordering van de benadeelde partij is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering voor dat deel niet-ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

De rechtbank zal voorts ter zake van deze vordering aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € 2.000 ten behoeve van het slachtoffer [ex echtgenote].

BESLISSING

Ten aanzien van de tenlastelegging

Het ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

De tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte, groot 5 maanden, niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank legt als bijzondere voorwaarde op, dat verdachte zich dient te onthouden van rechtstreeks contact met mevrouw [ex echtgenote] en zich slechts, indien noodzakelijk, door tussenkomst van zijn advocaat met mevrouw [ex echtgenote] in contact zal stellen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [ex echtgenote], wonende op een geheim adres, van een bedrag van € 2.000 (zegge: twee duizend euro) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van deze uitspraak, tot die van de voldoening. De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

De rechtbank legt op aan verdachte de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag, groot € 2.000, ten behoeve van het slachtoffer [ex echtgenote], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis.

De rechtbank bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [ex echtgenote] voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet-ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. F. Koster, voorzitter, mrs. G.P. Nieuwenhuis en H.J. Buijsman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Zeilstra als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juli 2008.

Mrs. F. Koster en H.J. Buijsman, voornoemd, waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.