Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BD7885

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
21-05-2008
Datum publicatie
31-07-2008
Zaaknummer
139995 - HA ZA 07-1567
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde in de hoofdzaak stelt bij conclusie van antwoord de exceptie van (relatieve) onbevoegdheid in. Hij stelt daartoe dat op grond van de algemene voorwaarden van eiser, die volgens eiser wél maar volgens gedaagde niet van toepassing zijn, de rechtbank Den Haag bevoegd is. Hij vordert dat deze rechtbank zich onbevoegd zal verklaren en de zaak zal verwijzen, indien deze rechtbank, later in de procedure, met eiser van oordeel zal zijn dat de algemene voorwaarden van eiser van toepassing zijn. De exceptie wordt verworpen wegens strijd met artikel 110 Rv.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 108
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 110
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBPR 2008/63 met annotatie van P.H.L.M. Kuypers
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 139995 / HA ZA 07-1567

Vonnis in incident van 21 mei 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

procureur mr. R.K.E. Buysrogge,

advocaat mr. L.A. Vitanova te Amsterdam,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde sub 1],

gevestigd te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2],

vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde sub 3],

vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats],

4. [gedaagde sub 4],

vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eiseressen in reconventie in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

procureur mr. M.J.M. Groen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde sub 1] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- akte houdende producties van de zijde van [eiser];

- conclusie van antwoord in conventie houdende (voorwaardelijke) exceptie van

onbevoegdheid, tevens conclusie van eis in reconventie;

- conclusie van antwoord in het incident tot (voorwaardelijke) exceptie van

onbevoegdheid.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

1.3. Nadien heeft de rechtbank nog een brief ontvangen van mr. Groen voornoemd, gedateerd 14 maart 2008, waarin het verzoek wordt gedaan om te mogen reageren op het standpunt van [eiser] aangaande de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden, als verwoord in de conclusie van antwoord in het incident tot (voorwaardelijke) exceptie van onbevoegdheid. De rechtbank is aan dit verzoek voorbijgegaan, nu reeds vonnis in incident was bepaald.

2. De beoordeling in het incident

2.1. [gedaagde sub 1] vordert dat de rechtbank Zwolle-Lelystad zich (zo nodig) onbevoegd zal verklaren om van het geschil kennis te nemen en de zaak (zo nodig) zal verwijzen naar de rechtbank Den Haag. Zij is van mening dat de Algemene Voorwaarden van [eiser] niet van toepassing zijn op de relatie tussen partijen. [gedaagde sub 1] voert aan dat, indien [eiser] zich in het verloop van de procedure zal beroepen op haar algemene voorwaarden en de rechtbank van oordeel mocht zijn dat de algemene voorwaarden wel van toepassing zijn, de rechtbank de onderhavige zaak op grond van de algemene voorwaarden (artikel 16) zal dienen te verwijzen naar de rechtbank Den Haag.

2.2. [eiser] heeft zich in de conclusie van antwoord in het incident beroepen op de toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden en geconcludeerd dat op grond daarvan de rechtbank Zwolle-Lelystad niet bevoegd is om van het onderhavige geschil kennis te nemen. De zaak dient verwezen te worden naar de rechtbank Den Haag. [eiser] refereert zich inzake het incident aan het standpunt van de rechtbank.

2.3. Ingevolge artikel 110 Rv. dient het beroep op relatieve onbevoegdheid van de rechter gevoerd te worden vóór alle weren. [gedaagde sub 1] doet in haar conclusie van antwoord houdende exceptie van onbevoegdheid echter een voorwaardelijk beroep op relatieve onbevoegdheid, namelijk voor het geval [eiser] zich in de loop van de procedure beroept op haar algemene voorwaarden en de rechtbank van oordeel mocht zijn dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Dit voorwaardelijke beroep op relatieve onbevoegdheid is in strijd met artikel 110 Rv. en derhalve niet deugdelijk.

2.4. Hetgeen [eiser] nog heeft aangevoerd in haar conclusie van antwoord in het incident is niet relevant. [eiser] heeft de keuze gemaakt om de zaak aanhangig te maken bij de rechtbank Zwolle-Lelystad. Alleen gedaagde in de hoofdzaak [gedaagde sub 1] kan een exceptie van onbevoegdheid instellen, niet eiseres in de hoofdzaak [eiser].

2.5. De slotsom is dat deze rechtbank bevoegd is van het geschil kennis te nemen.

2.6. De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. wijst het gevorderde af,

3.2. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 juni 2008 voor beraad rolrechter omtrent het bepalen van een comparitie.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2008.