Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BD5628

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-05-2008
Datum publicatie
26-05-2010
Zaaknummer
143953 - KG ZA 08-148
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Slaafse nabootsing; reikwijdte 1019 Rv en proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 143953 / KG ZA 08-148

Vonnis in kort geding van 16 mei 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCORE B.V.,

gevestigd te Tolbert,

eiseres,

procureur mr. M.F.H.M. van Haastert,

advocaat mr. C. Beijer te Utrecht,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1] KANTOORMEUBELEN B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RODACHAIR INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Dalfsen,

gedaagden,

advocaat mr. A.P. Maes te Apeldoorn.

Partijen zullen hierna Score en [gedaagde c.s.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Score

- de pleitnota van [gedaagde c.s.]

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Score is een onderneming die zich bezighoudt met het ontwerpen, fabriceren en verhandelen van (ergonomische) zitmeubelen en aanverwante artikelen. Eén van haar producten is de in hoogte verstelbare voetensteun, genaamd “Basic 952”. Deze voetensteun heeft een zwarte voetenplank met rondingen aan het bovenste deel van de uiteinden en zeventien lijnen bovenop. Eenzelfde voetenplank wordt door Score ook gebruikt voor haar voetensteunen die bekend zijn onder de aanduiding “Basic 950” en “Basic 951”.

2.2. [gedaagde sub 1] Kantoormeubelen B.V. is een onderneming die zich richt op de groot- en kleinhandel in kantoormeubelen, projectmeubelen, magazijninrichting, kluizen en aanverwante artikelen, en Rodachair International B.V. heeft als bedrijfsomschrijving: assemblage van stoelen. [gedaagde c.s.] verhandelt onder het merk Rodachair een voetenbankje met de codering VS 80 en een meedraaiende voetensteun met de codering VS 81. Beide producten hebben een zwarte voetenplank met rondingen aan het bovenste deel van de uiteinden en zeventien lijnen bovenop.

2.3. De Basic 952 is eerder op de markt gebracht dan de VS 80 en de VS 81.

3. Het geschil

3.1. Score vordert:

1. dat [gedaagde c.s.] direct na betekening van dit vonnis elke inbreuk op het (auteurs)recht van Score m.b.t. de voetenplank staakt en gestaakt zal houden, waaronder mede verstaan het (doen) invoeren, het (doen) verkopen, het te koop (doen) aanbieden, het (doen) leveren en het (doen) gebruiken van de VS 80 en de VS 81 (hierna: de inbreukmakende producten);

2. dat [gedaagde c.s.] binnen tien werkdagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Score, mr. C. Beijer, een door een onafhankelijke registeraccountant gecertificeerde schriftelijke en gedetailleerde opgave – onderbouwd met gedetailleerde en goed leesbare schriftelijke bewijsstukken – dient te verstrekken waarin de volgende informatie gestructureerd is opgenomen:

a. de (bedrijfs)namen van de leverancier(s) van wie de inbreukmakende producten zijn verkregen, onder vermelding van volledig adres(sen), telefoonnummer(s) en faxnummer(s);

b. de bij [gedaagde c.s.] bestelde aantallen van de inbreukmakende producten, e.e.a. gerangschikt per afzonderlijke afnemer, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende transactie en correspondentie;

c. de aan of via [gedaagde c.s.] geleverde aantallen, prijzen en leverdata van de inbreukmakende producten, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen;

d. de (bedrijfs)namen van alle afnemers aan wie de inbreukmakende producten direct of indirect zijn geleverd, onder vermelding van volledige adresgegevens, telefoonnummers en faxnummers;

e. de aan de hierboven sub d. genoemde afnemers geleverde aantallen en leverdata van de inbreukmakende producten, e.e.a. gerangschikt per afzonderlijke afnemer, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende transactie en correspondentie;

3. dat [gedaagde c.s.] binnen tien werkdagen na betekening van dit vonnis aan alle onder sub 2.d. genoemde afnemers een – op briefpapier van [gedaagde sub 1] Kantoormeubelen B.V. dan wel Rodachair International B.V. gedrukte – duidelijk leesbare brief verstuurt, met uitsluitend (dus zonder enig commentaar in welke vorm dan ook) de navolgende inhoud, voor zover van toepassing vertaald in de taal van het land van de afnemer, onder gelijktijdige toezending van kopieën van die brieven aan de advocaat van Score, mr. C. Beijer:

“Geachte heer/mevrouw [+ naam contactpersoon]

Recentelijk hebben wij u producten geleverd en/of verkocht met artikelnummer [toevoegen artikelnummer(s) van de inbreukmakende producten] die inbreuk maken op het auteursrecht van Score B.V. te Tolbert.

Wij verzoeken u dringend de door ons geleverde producten en daarbij behorend advertentie- en/of foldermateriaal zo spoedig mogelijk aan ons te retourneren. Alle in verband met de retournering te maken kosten, zijn geheel voor onze rekening en zullen wij aan u vergoeden.

Hoogachtend,

[gedaagde sub 1] Kantoormeubelen B.V./Rodachair International B.V.”

4. dat [gedaagde c.s.] binnen tien werkdagen na betekening van dit vonnis a) alle bij [gedaagde c.s.] en bij haar bekende derden waarvan zij weet of redelijkerwijs kan weten of vermoeden dat de inbreukmakende producten en/of daarbij behorend advertentie- en/of foldermateriaal voorhanden zijn, en b) alle inbreukmakende producten en/of daarbij behorend advertentie- en/of foldermateriaal die door afnemers van [gedaagde c.s.] aan haar worden geretourneerd, voor eigen rekening en om niet dient af te geven aan het adres van Score te Tolbert;

5. dat [gedaagde c.s.] binnen vijftien werkdagen na betekening van dit vonnis de mallen van de voetenplank die gebruikt zijn voor de vervaardiging van de inbreukmakende producten, ter bewaring dient af te geven aan de advocaat van Score, mr. C. Beijer, zulks totdat in de ex artikel 1019i Rv te entameren bodemprocedure vonnis is gewezen;

6. dat [gedaagde c.s.], bij het niet, niet volledig of niet geheel tijdig nakomen van één of meer van de hierboven sub 1, 2, 3, 4 en 5 genoemde bevelen aan Score een direct opeisbare dwangsom verschuldigd is van EUR 50.000,= per afzonderlijke overtreding alsmede van EUR 15.000,= voor iedere dag – een gedeelte van de dag daaronder begrepen – dat zij niet tijdig of volledig nakomt, onverminderd het recht van Score op volledige nakoming en schadevergoeding;

7. dat [gedaagde c.s.] hoofdelijk, ex artikel 1019h Rv, de volledige proceskosten aan Score dient te vergoeden, e.e.a. conform de door Score in het geding gebrachte specificatie;

8. dat de in artikel 1019i Rv genoemde termijn zal worden gesteld op twee maanden na datum van dit vonnis.

3.1.1. Aan de vordering heeft Score samengevat ten grondslag gelegd dat [gedaagde c.s.], door het verhandelen van de VS 80 en de VS 81, inbreuk maakt op het auteursrecht van Score met betrekking tot de voetenplank, danwel dat sprake is van slaafse nabootsing.

3.2. De conclusie van [gedaagde c.s.] strekt ertoe dat Score haar vorderingen dienen te worden ontzegd, met veroordeling van Score in de integrale proceskosten.

3.2.1. Samengevat stelt zij zich op het standpunt dat:

1. Score geen (auteurs)rechthebbende op de voetensteun is;

2. er noch van auteursrechtelijke noch van bescherming tegen slaafse nabootsing sprake kan zijn omdat de in het geding zijnde voetensteun uitsluitend, althans in zeer overwegende mate, is vormgegeven door de wens technische effecten te bewerkstelligen.

4. De beoordeling

4.1. Van een spoedeisend belang van Score bij het gevorderde is in voldoende mate gebleken nu Score een voorziening verzoekt die ertoe strekt een einde te maken aan een stelselmatige inbreuk op subjectieve rechten waarvan zij schade ondervindt.

4.2. Score stelt dat de “Basic 952” als meest kenmerkende functionele bijzonderheid heeft dat deze vanuit de zitpositie met de voet in de juiste hoogte als hoek kan worden gesteld. Zowel qua materiaal, staal (waarvan een aantal onderdelen is verchroomd) en kunststof, als in de afwerking daarvan is te zien dat sprake is van een hoogwaardig product dat ook technisch deugdelijk en stabiel functioneert.

De zwarte voetenplank vormt een karakteristiek deel van de Basic 952. Zowel de vormgeving van de voetenplank, met rondingen aan het bovenste deel van de uiteinden, als de zeventien aanwezige lijnen bovenop, maken dat het product wordt herkend als afkomstig van Score.

4.3. [gedaagde c.s.] weerspreekt niet dat de door haar verhandelde voetensteunen serieuze gelijkenissen vertonen met de door Score verhandelde steunen. Echter, er kan geen sprake zijn van een inbreuk op een auteursrecht of van een actie uit slaafse nabootsing vanwege de uitsluitend, althans in zeer overwegende mate uit technische motieven vormgegeven dekplaat.

4.4. Score beroept zich primair op haar auteursrecht op de Basic 952. [gedaagde c.s.] heeft daartegen het verweer gevoerd dat Score geen auteursrechthebbende op de voetensteun is.

Dit verweer treft doel. Voldoende aannemelijk is geworden dat de Basic 952 op de markt is gebracht door de VOF Score International dan wel door de op 5 juni 1989 opgerichte vennootschap Score B.V. – een andere B.V. dan de eisende partij in dit kort geding – en dat deze VOF dan wel deze B.V. auteursrechthebbende op de voetensteun was. Op 29 november 1994 is de statutaire naam van Score B.V. gewijzigd in Score Beheer B.V. Op dezelfde datum is een nieuwe vennootschap opgericht met de naam Score B.V., die thans eisende partij is. Deze laatste B.V. heeft de handelsactiviteiten van de oude Score B.V. voortgezet. Voor overdracht van de auteursrechten aan Score is volgens artikel 2 lid 2 Auteurswet een daartoe bestemde akte vereist.

Nu [gedaagde c.s.] gemotiveerd heeft betwist dat het auteursrecht op de Basic 952 aan Score toebehoort had het op de weg van Score gelegen aan te geven en aannemelijk te maken dat en op welke wijze zij het auteursrecht heeft verkregen. Nu Score dat heeft nagelaten moet het ervoor worden gehouden dat Score geen auteursrechthebbende op de voetensteun is. De vordering voor zover gegrond op het auteursrecht zal worden afgewezen.

4.5. Subsidiair beroept Score zich op slaafse nabootsing van de Basic 952. Met name de zwarte voetenplank kan volgens haar worden beschouwd als een werk met een eigen, oorspronkelijk karakter waarvan de kenmerken bovendien niet noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van een technisch effect.

De voorzieningenrechter overweegt hierover het volgende. Uit vaste rechtspraak volgt dat als uitgangspunt bij (on)geoorloofde mededinging dient te gelden de vrijheid om producten een zo groot mogelijke deugdelijkheid en bruikbaarheid te geven. Het is daarom niet verboden om met dat doel, ten eigen voordele en mogelijk tot nadeel van een concurrent, van in diens producten geopenbaarde resultaten van inspanning, inzicht of kennis gebruik te maken, zelfs wanneer enkel tengevolge van dat gebruik maken, tussen het eigen product en dat van de concurrent verwarring mocht kunnen ontstaan. Nabootsing van het product van een concurrent is alleen dan ongeoorloofd indien men zonder aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid afbreuk te doen op bepaalde punten evengoed een andere weg had kunnen inslaan en men, door dit na te laten, verwarring sticht.

Na vergelijking van de Basic 952 en de VS 80 dringt zich de conclusie op dat sprake is van vrijwel identieke producten. Het verweer van [gedaagde c.s.] dat de kenmerken van de Basic 952, te weten de zwarte voetenplank, met rondingen aan het bovenste deel van de uiteinden en de zeventien aanwezige lijnen, zijn gevolgd in de VS 80 vanwege de wens technische effecten met betrekking tot deugdelijkheid en bruikbaarheid te bewerkstelligen, dient te worden gepasseerd. Score heeft met het overleggen van afbeeldingen van vier andere in de markt verkrijgbare voetensteunen (productie 11A tot en met D van de zijde van Score) voldoende aannemelijk gemaakt dat een voetensteun niet (noodzakelijkerwijs) de uiterlijke vormgeving hoeft te hebben van de Basic 952 en dat een andere weg had kunnen – en dus moeten – worden ingeslagen zonder dat aan de deugdelijkheid en bruikbaarheid afbreuk zou worden gedaan. Immers, als exacte gelijkenis niet is vereist, is die niet toegelaten.

Met Score is de voorzieningenrechter van oordeel dat voor wat betreft de VS 81 er sprake is van indirecte verwarring omdat de voetenplank van de Basic 952 zonder een enkele afwijking terugkomt in de VS 81.

De vorderingen van Score op grond van slaafse nabootsing zullen als navolgend

worden toegewezen.

4.6. De sub 3 gevorderde verzending van een brief zal worden afgewezen. Nu de vorderingen van Score voor zover zij zijn gegrond op de inbreuk op het auteursrecht worden afgewezen kan [gedaagde c.s.] niet gehouden zijn een brief waarvan de inhoud is toegespitst op die inbreuk op het auteursrecht aan haar afnemers te versturen. Dat leidt ertoe dat ook het onder 4 gevorderde vanwege de samenhang met het onder 3 gevorderde dient te worden afgewezen.

4.7. Het sub 5 gevorderde zal worden afgewezen nu [gedaagde c.s.] onweersproken heeft gesteld dat de producten haar zijn aangeboden door een buitenlandse handelaar en dat zij zelf niet over de mallen beschikt.

4.8. Het sub 7 gevorderde zal eveneens worden afgewezen. De Nederlandse wetgever heeft Richtlijn nr. 2004/48/EG van het Europese Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PbEU, L195; gerectificeerd in PbEU 2004, L 195/16 en PbEU 2007, L 204,27) geïmplementeerd in de artikelen 1019-1019i Rv. In artikel 1019 Rv is het toepassingsbereik (uitputtend) opgenomen. In deze opsomming is (een verwijzing naar) slaafse nabootsing niet opgenomen zodat het ervoor moet worden gehouden dat hierop Titel 15 Rv niet van toepassing is.

Het sub 8 gevorderde treft hetzelfde lot aangezien ook deze vordering is gebaseerd op Titel 15 Rv.

4.9. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.10. [gedaagde c.s.] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Score worden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,80

- vast recht 254,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 904,00

Totaal EUR 1.229,80

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt [gedaagde c.s.] na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden: het (doen) invoeren, het (doen) verkopen, het te koop (doen) aanbieden, het (doen) leveren en het (doen) gebruiken van de VS 80 en de VS 81;

5.2. gebiedt [gedaagde c.s.] binnen tien werkdagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Score, mr. C. Beijer, een door een onafhankelijke registeraccountant gecertificeerde schriftelijke en gedetailleerde opgave – onderbouwd met gedetailleerde en goed leesbare schriftelijke bewijsstukken – dient te verstrekken waarin de volgende informatie gestructureerd is opgenomen:

a. de (bedrijfs)namen van de leverancier(s) van wie de VS 80 en de VS 81 zijn verkregen, onder vermelding van volledig adres(sen), telefoonnummer(s) en faxnummer(s);

b. de bij [gedaagde c.s.] bestelde aantallen van de VS 80 en de VS 81, e.e.a. gerangschikt per afzonderlijke afnemer, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende transactie en correspondentie;

c. de aan of via [gedaagde c.s.] geleverde aantallen, prijzen en leverdata van de VS 80 en de VS 81, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende facturen;

d. de (bedrijfs)namen van alle afnemers aan wie de VS 80 en de VS 81 direct of indirect zijn geleverd, onder vermelding van volledige adresgegevens, telefoonnummers en faxnummers;

e. de aan de hierboven sub d. genoemde afnemers geleverde aantallen en leverdata van de VS 80 en de VS 81, e.e.a. gerangschikt per afzonderlijke afnemer, onder overlegging van kopieën van de daarop betrekking hebbende transactie en correspondentie;

5.3. bepaalt dat [gedaagde c.s.], bij het niet, niet volledig of niet geheel tijdig nakomen van één of meer van de hierboven sub 5.1 en 5.2 genoemde bevelen aan Score een direct opeisbare dwangsom verschuldigd is van EUR 5.000,= per afzonderlijke overtreding alsmede van EUR 5.000,= voor iedere dag – een gedeelte van de dag daaronder begrepen – dat zij niet tijdig of volledig nakomt, met een maximum van EUR 100.000,=;

5.4. veroordeelt [gedaagde c.s.] in de proceskosten, aan de zijde van Score tot op heden begroot op EUR 1.229,80,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2008.