Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BD5339

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
23-06-2008
Datum publicatie
25-06-2008
Zaaknummer
AWB 08/144
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank verklaart beroep tegen verleende bouwvergunning voor het oprichten van een appartementengebouw op het perceel Betje Wolffstraat te Zwolle ongegrond nu met name niet is gebleken van strijd met redelijke eisen van welstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Enkelvoudige Kamer

Registratienummer: Awb 08/144

Uitspraak

in het geding tussen:

A en 53 anderen

allen wonende te Zwolle,

eisers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle,

verweerder,

en

Delta Wonen BV,

gevestigd te Zwolle, derde partij,

gemachtigde: mr. V.A. Textor, advocaat te Zwolle.

1. Procesverloop

Op 15 juni 2007 heeft verweerder op aanvraag van belanghebbende een reguliere bouwvergunning verleend voor het oprichten van een appartementengebouw op het perceel Betje Wolffstraat (ongenummerd), kadastraal bekend gemeente Zwolle, sectie B, nummer 6207.

Tegen de bouwvergunning is bij brief van 26 juli 2007 bezwaar gemaakt.

Bij het thans bestreden besluit van 7 december 2007 heeft verweerder overeenkomstig het advies van de adviescommissie bezwaarschriften de bezwaren van een deel van de bezwaarmakers niet-ontvankelijk verklaard en de bezwaren van de overige bezwaarmakers ongegrond verklaard.

Eisers hebben bij schrijven van 15 januari 2008 beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingezonden. Mr. Textor heeft het standpunt van de derde partij schriftelijke uiteengezet.

Het beroep is behandeld ter zitting van 28 mei 2008. (…),(….) en (…) eisers) zijn – mede voor de overige eisers – in persoon verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. H.C.S. van Dop, drs. M.E.L. Kuenen en A.R. Flim. Voor de derde partij waren W.G. Smith en mr. Textor aanwezig.

2.Overwegingen

a. ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat de bewoners die op de handtekeningenlijst onder de nummers 17, 18, 20, 21 43 en 49 staan vermeld geen bezwaarschrift hebben ingediend, zodat deze bewoners met toepassing van artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht niet in hun beroep kunnen worden ontvangen en het namens hen ingediende beroep, niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

Wat betreft de bewoners die vermeld staan op de handtekeningenlijst onder de nummers 3, 42 (…), 11, 15, 16, 19 (…), 22 (…) en 26 tot en met 41, evenals 48 en 50 (….), stelt de rechtbank vast dat zij vanuit hun woning geen zicht dan wel zeer beperkt zicht - ter zitting is een mogelijk zicht vanaf de zolderverdieping gesteld - zullen hebben op het op te richten bouwwerk. Voorts zijn tussen de woningen van deze bewoners en de bouwlocatie diverse andere bouwwerken gelegen, zodat vanwege de geringe betekenis van het mogelijke zicht deze bewoners niet rechtstreeks in hun belangen worden geschaad. Verweerder heeft het bezwaar van deze bewoners dan ook terecht niet ontvankelijk verklaard.

Het gegeven dat deze bewoners allen woonachtig zijn binnen een afstand van 300 meter van het te bebouwen perceel, zoals namens eisers naar voren is gebracht, heeft de rechtbank niet tot een ander oordeel gebracht, omdat de rechtbank deze afstandsnorm in deze bouwzaak niet bepalend acht voor het aanwezig zijn van een relevant belang. Niet aannemelijk is gemaakt noch geworden dat het bouwwerk in de ruimtelijke uitstraling zodanige effecten - zoals overlast van verkeer en geluid - zal hebben, dat toch een belang voor de bedoelde bewoners kan worden aangenomen.

Concluderend heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank terecht besloten slechts het bezwaar ontvankelijk te achten, voor zover dit de bewoners van de Betje Wolffstraat, Aagje Dekenstraat en Tesselschadestraat betreft.

Ook alleen deze bewoners kunnen in beroep worden ontvangen.

b. ten gronde

Het beroep richt zich tegen de bij het thans bestreden besluit gehandhaafde reguliere bouw-vergunning voor het realiseren van een appartementengebouw op een perceel aan de Betje Wolffstraat te Zwolle.

Ingevolge artikel 40, eerste lid, aanhef en onder a, van de Woningwet is het verboden te bouwen zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning.

Artikel 44, eerste lid, van de Woningwet bepaalt – voor zover hier van belang - dat de reguliere bouwvergunning slechts mag en moet worden geweigerd, indien:

a. …..

b. …..

c. het bouwen in strijd is met een bestemmingsplan of met de eisen die krachtens zodanig plan zijn gesteld;

d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk of de standplaats, waarop de aanvraag betrekking heeft, in strijd is met redelijke eisen van welstand (…)

e. …..

- toets aan het bestemmingsplan.

Niet in geschil is dat ingevolge het vigerende bestemmingsplan “Wipstrik” de gronden waarop het bouwplan is voorzien de bestemming “Meergezinshuizen” met nevenbestemming “Bijzondere doeleinden” hebben.

Volgens artikel 8, eerste lid, sub a, van de planvoorschriften zijn deze gronden - onder meer - bestemd voor meergezinshuizen met bijbehorende bebouwing en erven.

Volgens het tweede lid, sub a van dit artikel gelden voor het bouwen van hoofdgebouwen de - thans relevante - volgende bepalingen:

1.een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;

2.per hoofdgebouw dienen één (of meer) gevel(s) in de op de plankaart aangegeven bouwgrens, gelegen aan de wegzijde, te worden gebouwd;

3.de goot- en nokhoogte van een gebouw mag niet meer dan de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen.

Op de plankaart is aangegeven dat de goothoogte maximaal 6 meter mag zijn en de nokhoogte maximaal 9 meter.

Volgens artikel 2, aanhef en onder 9, van de planvoorschriften wordt bij het toepassen van de voorschriften de (bouw) hoogte / nokhoogte van een bouwwerk als volgt gemeten: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van het bouwwerk, ondergeschikte bouwdelen als schoorstenen en antennes niet meegerekend.

Volgens eisers voldoet het bouwplan wat betreft de dakconstructie niet aan het bestemmings-plan. Het bestemmingsplan vereist een nokconstructie met twee hellende dakvlakken die samenkomen in één punt met een zolder in plaats van een volwaardige derde bouwlaag.

De schijnkap- respectievelijk de samengestelde kapconstructie van het bouwplan is hiermee in strijd. Eisers baseren hun standpunt op de tekst van de bebouwingsvoorschriften waarin wordt gesproken over de nokhoogte van het gebouw (artikel 8 onder 2 a3 van de planvoor-schriften) en niet over de bouwhoogte.

De rechtbank deelt echter het standpunt van verweerder en de derde partij dat het door eisers aangehaalde voorschrift slechts gaat over de maximaal toegestane hoogte van een hoofdgebouw, en geen verplichting bevat tot een dakconstructie in de vorm van een nok als bedoeld door eisers. Ook overigens bevatten de planvoorschriften in de lezing van de rechtbank geen verplichting tot een zodanige nokconstructie, noch stellen die voorschriften beperkingen aan de dakhelling.

Behoudens het voorgaande achten eisers verder geen strijd met het bestemmingsplan aanwezig zoals zij desgevraagd ter zitting uitdrukkelijk hebben aangegeven.

Door eisers is nog gewezen op toezeggingen die destijds door verweerder zijn gedaan bij het tot stand komen van het bestemmingsplan. De rechtbank kan daaraan in deze beroepszaak geen betekenis hechten nu het vigerende bestemmingsplan bij de toets ex artikel 44, eerste lid onder b,van de Woningwet een rechtens vaststaand gegeven is.

- redelijke eisen van welstand

Het bouwplan is naar eisers betogen in strijd met de redelijke eisen van welstand. Ook wat dit betreft doelen zij – zoals ter zitting is gebleken – op de dakconstructie. Die past volgens hen niet in de omgeving. Ter plaatse hebben gebouwen of een nokconstructie of een plat dak.

Ook de welstandscommissie (het Oversticht) heeft in de voorfase op 4 oktober 2006 negatief geoordeeld over de samengestelde dakconstructie.

Verweerder heeft verwezen naar het positieve advies van de welstandscommissie van 10 april 2007 zoals nader beargumenteerd bij het aanvullend advies van 27 november 2007.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dit positieve welstandsadvies ten grondslag kunnen leggen aan de toekenning van de bouwvergunning. Eisers hebben geen deskundig tegenadvies ingebracht. Zij brengen tegen het oordeel van de welstandscommissie slechts hun eigen beleving in. Die beleving heeft rechtens niet die waarde, die eisers daaraan gehecht zouden willen zien. Dat eisers geen architect hebben kunnen vinden die bereid is gebleken een deskundig tegenadvies uit te brengen, kan niet tot een ander oordeel leiden.

Eisers achten de gang van zaken rond de totstandkoming van het welstandsadvies onzorgvuldig. Het stempeladvies van 10 april 2007 is volgens hen ten onrechte niet gemotiveerd, zeker nu de welstandscommissie bij de voorbeoordeling op 4 oktober 2006 tot een negatief advies is gekomen. De aanvullende argumentatie d.d. 27 november 2007 kan deze fout niet herstellen.

Verweerder en de derde partij hebben erop gewezen dat het bouwplan is aangepast naar aanleiding van het negatieve welstandsadvies in de voorfase. Met die aanpassingen – in overleg met de welstandscommissie - is aan de kritiek van de welstandscommissie tegemoet gekomen met het positieve welstandsadvies als gevolg.

De rechtbank stelt vast dat de welstandscommissie op 4 oktober 2006 een negatief vooradvies over het destijds voorliggende bouwplan heeft afgegeven. De argumenten daarvoor waren dat de samengestelde kapvorm in de omringende bebouwing niet voorkomt, de dakvlakken te zeer werden aangetast door balkons, dakkapellen en dakramen en de eindgevels van het blok te gesloten waren en niet reageerden op de stedenbouwkundige context. Het bouwplan paste niet bij de naastgelegen flats (plat dak) en de rijtjes woningen aan de overkant.

Bij vergelijking van de bouwtekening van 13 juni 2006 die in de voorfase door de welstandscommissie is getoetst en de definitieve bouwtekening bij de bouwaanvraag is evident dat bij de definitieve bouwtekening in belangrijke mate aan de kritiek van de welstandscommissie tegemoet is gekomen door een alzijdige kapverdieping, door een sobere opzet van de hoofdvorm en door het niet langer gesloten zijn van de eindgevels. Nu de totstandkoming en motivering van het positief welstandsadvies hieruit duidelijk is af te lezen, kon naar het oordeel van de rechtbank ook in deze zaak - als gebruikelijk - met een stempeladvies worden volstaan.

Verweerder heeft bij de heroverweging in bezwaar naar aanleiding van het advies van de adviescommissie bezwaarschriften de welstandscommissie nog verzocht om een nadere onderbouwing van het welstandsadvies, hetgeen heeft geleid tot een nadere motivering door de welstandscommissie d.d. 27 november 2007. Naar het oordeel van de rechtbank past het vragen en verkrijgen van een nadere toelichting op het welstandsadvies in de bezwaren-procedure. Met de aanvullende motivering wordt immers aan het bezwaar eisers tegemoet gekomen. De bezwarenprocedure is hiervoor juist bedoeld. Bovendien ligt in casu de nadere toelichting in de lijn van het beeld dat uit de gedingstukken al was op te maken.

Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank het bestreden besluit wat betreft inhoud, wijze van totstandkoming en motivering van het welstandsadvies niet onrechtmatig.

- overig

Eisers hebben tenslotte naar voren gebracht, dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door onjuiste, tegenstrijdige en trage verstrekking van informatie, trage overlegging van stukken en gebrek aan transparantie. Wat hiervan ook zij, het is de rechtbank niet gebleken, dat eisers hierdoor in de bezwaar- en beroepsprocedure in een zodanige positie zijn komen te verkeren dat zij hun belangen onvoldoende hebben kunnen behartigen en of dat zij overigens zodanig in hun (proes)belangen zijn geschaad dat het bestreden besluit daarom onrechtmatig geacht zou moeten worden. Ter zitting hebben eisers dit - desgevraagd – ook niet aannemelijk weten te maken.

De rechtbank is concluderend van oordeel dat de beroepen niet-ontvankelijk c.q. ongegrond zijn.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.Beslissing

De rechtbank:

-verklaart de beroepen ingediend namens de bewoners, vermeld op de handtekeningenlijst onder de nummers 17, 18, 20, 21, 43 en 49 niet-ontvankelijk;

-verklaart de overige beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van C. Kuiper als griffier, op

Afschrift verzonden op: