Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BD4311

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
02-01-2008
Datum publicatie
31-07-2008
Zaaknummer
105473 - HA ZA 05-148
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige daad. Schadebegroting. Fraude met paardenracemachine ''Royal Ascot'' door handmatige betalingen op deze machine aan een of meer klanten zonder dat er op deze machine winst was behaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 105473 / HA ZA 05 - 148

Vonnis van 2 januari 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DOOWORLD ALMERE CASINO B.V.,

statutair gevestigd te Almere,

eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,

procureur mr. R.K.E. Buysrogge,

advocaat mr. J. Veenis te Hoorn,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

procureur mr. J.A. van Wijmen,

advocaat mr. A.M. Stam te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Dooworld en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 april 2007

- het deskundigenrapport d.d. 11 juni 2007

- de akte houdende uitlating na deskundigenbericht van de zijde van Dooworld

- de akte houdende uitlating na deskundigenbericht van de zijde van [gedaagde]

- de conclusie na antwoord deskundigenbericht van de zijde van Dooworld.

- de conclusie na antwoord deskundigenbericht van de zijde van [gedaagde].

2. De verdere beoordeling

In conventie

2.1. Dooworld heeft gesteld dat zij schade heeft geleden ten bedrage van EUR 56.729,80 door frauduleus handelen van [gedaagde], daarin bestaande dat deze handmatige betalingen heeft gedaan op de paardenracemachine, de Royal Ascot, aan een of meer klanten, terwijl daarvoor geen grond was omdat er op die machine geen winst was behaald. Gelet op de betwisting daarvan door [gedaagde], zal Dooworld haar stelling hebben te bewijzen. Dooworld heeft bewijs willen leveren door middel van en deskundigenbericht. De rechtbank heeft uit dien hoofde een deskundigenbericht aangewezen geacht en bij vonnis van 18 april 2007een daartoe strekkende opdracht verleend aan [Dhr. A], als Senior Approval Expert verbonden aan het NMi Certin, Afdeling Gaming Certification.

2.2. Genoemde deskundige heeft op 11 juni 2007 zijn rapport uitgebracht. Daarbij is verzuimd het rapport eerst in concept-vorm aan partijen te doen toekomen met het oog op de mogelijkheid opmerkingen te maken. De rechtbank acht dit gebrek evenwel geheeld doordat Dooworld op het rapport heeft gereageerd door haar commentaar in te zenden aan de deskundige, die daarop heeft gereageerd in zijn aanvullend schrijven aan de rechtbank van 9 juli 2007. [gedaagde] heeft met zijn uiteindelijke commentaar - zie hierna onder 2.5 – blijk gegeven geen belang te hechten aan de mogelijkheid van reactie op het concept-rapport nu dat, in zijn visie, steun geeft aan zijn stellingen.

2.3. De deskundige heeft in zijn rapport aangegeven een aantal vragen niet te kunnen beantwoorden omdat het controlesysteem van Dooworld, zoals dat functioneerde in de hier aan de orde zijnde periode, hem niet bekend is en uitspraken over de registraties van dat systeem buiten zijn deskundigheid vallen. Wel heeft de deskundige in antwoord op de vraag naar de verschillen tussen de mechanische en de elektronische registratie van de Royal Ascot aangegeven dat die verschillen dermate miniem zijn dat zij niet van invloed zijn op de beantwoording van de overige vragen.

2.4. Dooworld heeft zich op het standpunt gesteld dat uit het deskundigenbericht volgt dat de Royal Ascot een betrouwbare registratie heeft en dat nu een accountant als deskundige benoemd zou moeten worden om de resterende vragen te beantwoorden, althans voor zover de rechtbank nu de stellingen van Dooworld niet reeds bewezen acht.

2.5. [gedaagde] heeft als commentaar op het deskundigen rapport gesteld enerzijds dat hij de juistheid van de door de deskundige gehanteerde aannames betwist en anderzijds dat dit bericht hem sterkt in de overtuiging van de vordering van Dooworld zal moeten worden afgewezen. Een nader deskundigenbericht acht hij onnodig en ongewenst.

2.6. De rechtbank acht op grond van de door de deskundige beantwoorde vraag de conclusie gerechtvaardigd dat de registratie van de Royal Ascot zelf als betrouwbaar moet worden aangemerkt. Immers de beide telsystemen van de machine geven een uitkomst waarvan gezegd moet worden dat die identiek is, nu de onderlinge verschillen miniem zijn en volgens de deskundige volledig te verklaren door de te verwachten onnauwkeurigheid van de mechanische meters.

De argumenten, die [gedaagde] heeft aangevoerd om desondanks de betrouwbaarheid van de registratie van de Royal Ascot ter discussie te stellen, kunnen niet overtuigen. Dat de telsystemen niet foutloos zouden hebben gewerkt, is niet beargumenteerd en overigens zeer onaannemelijk omdat dat dan voor beide systemen tegelijk zou moeten gelden. Bovendien heeft Dooworld op 16 november 2004 een test uitgevoerd om te controleren of de systemen ingeval van winst dat ook inderdaad registreerden en zij heeft onweersproken gesteld dat dat toen het geval bleek te zijn.

2.7. Vervolgens staat, uitgaande van dit gegeven, de vraag ter beantwoording of bewezen kan worden geacht de stelling van Dooworld dat [gedaagde] handmatige uitbetalingen op de Royal Ascot heeft gedaan terwijl daarvoor geen grond was in de vorm van op die machine behaalde winst.

Deze vraag valt te ontleden in twee andere vragen, te weten: zijn op de Royal Ascot onterechte handmatige uitbetalingen gedaan en, zo ja, zijn die door [gedaagde] gedaan.

De rechtbank zal deze vragen eerst bespreken voor de situatie op 15/16 november 2004.

2.8. Het argument dat de telsystemen van de Royal Ascot mogelijk niet juist zijn afgelezen of overgenomen vindt, in elk geval wat betreft de eindstanden op 16 november 2004, zijn weerlegging in de verklaring van PriceWaterhouseCoopers van 22 november 2004. Die heeft, nadat de machine, zoals Dooworld onweersproken heeft gesteld, na afloop de dienst van [gedaagde] op 16 november 2004 niet meer in gebruik is geweest, de meterstanden op 19 november van dat jaar opgenomen en vastgelegd.

Dat de beginstanden op 15 november 2004 zijn opgenomen acht de rechtbank voldoende vaststaand met de verklaringen van de, door de politie als getuige gehoorde, [getuige B] (proces-verbaal van verhoor d.d. 27 december 2004), [getuige C] (proces-verbaal van verhoor d.d. 28 december 2004) en [getuige D] (proces-verbaal van verhoor d.d. 28 december 2004). De twee laatstgenoemden verklaren eenduidig dat zij op 15 november 2004 zelf de meterstanden van de Royal Ascot hebben opgenomen voorafgaand aan de dienst van [gedaagde]. Juist wanneer die standen niet routinematig worden opgenomen maar, zoals hier, met de bedoeling een mogelijke fraude aan te tonen, is niet aannemelijk dat daarbij slordigheidsfouten worden gemaakt.

2.9. Hetgeen [gedaagde] daartegenover heeft aangevoerd, met name dat Dooworld op 15 november 2004 niet volgens een plan te werk is gegaan en dus achteraf zaken geconstrueerd moet hebben, kan niet als voldoende betwisting gelden nu dat niet afdoet aan de uitdrukkelijke verklaringen waaruit het tegendeel blijkt: “In het weekend voorafgaande aan de aanhouding van [gedaagde] kwamen ze er achter wie het gedaan moest hebben”([getuige B]), “[Dhr. E] heeft in dat weekend een overzicht gemaakt en de gegevens naast elkaar gelegd. Daaruit bleek dat er extreem hoge uitbetalingen waren geweest en dat er vermoedelijk frauduleuze handelingen waren gepleegd met betrekking tot de paardenracemachine. Op die basis moest ik op 15 november 2004 met spoed naar Almere. Toen ik in Almere kwam was er eerst het overleg. Daar heb ik voor het eerst het overzicht gezien. [Dhr. F] concludeerde hieruit dat de hoge uitbetalingen van de paardenrace opvallend samenvielen met de dienstroosters van [gedaagde]. Vervolgens hebben we een plan getrokken om een einde aan de ontstane situatie te maken. [gedaagde] had die dag een avonddienst. [Dhr. D] en ik hebben voor de aanvang van zijn dienst de meterstanden, mechanisch en elektronisch, van de paardenracemachine opgenomen.” ([getuige C]), “We hadden een aantal scenario’s bedacht wat hij kon doen” ([persoon G]).

2.10. Op grond van het vorenstaande dient te worden uitgegaan van de juistheid van de op 15 november 2004, voorafgaan de aan de dienst van [gedaagde] opgenomen meterstanden.

Vergelijking van de standen voor en na de dienst van [gedaagde] leert dat de telsystemen van de Royal Ascot in die tussentijd geen winst hebben geregistreerd.

2.11. Door Dooworld is gesteld en door [gedaagde] is niet betwist dat het Cashguardsysteem registreert welke handmatige uitbetalingen er worden gedaan op de Royal Ascot.

Uit de registratie van het Cashguardsysteem blijkt dat door [gedaagde] tijdens zijn dienst op 15/16 november 2004 wel handmatige uitbetalingen zijn gedaan op de Royal Ascot, te weten een bedrag van EUR 420,- en een bedrag van EUR 380,-. Door [gedaagde] wordt ook erkend dat hij die uitbetalingen heeft gedaan. Gegeven het feit dat er door de Royal Ascot geen winst was geregistreerd, moet uit het vorenstaande de conclusie worden getrokken dat [gedaagde] die handmatige uitbetalingen ten onrechte heeft gedaan. Dat volgt ook uit het feit dat, zoals door Dooworld is gesteld en door [gedaagde] niet afdoende is bestreden, die uitbetalingen zijn gedaan aan een persoon die wel achter de Royal Ascot zat maar daar feitelijk niet op speelde, zoals uit de verklaring van [getuige B] blijkt (“zijn vriendin deed net of zij speelde, maar zij speelde niet. Ik kon dat zien, omdat ik kon inzoomen met een camera op het spel”).

Daarmee heeft [gedaagde] onrechtmatig gehandeld tegenover Dooworld, dat is hem toe te rekenen en daardoor heeft Dooworld schade geleden. Hij is dan ook verplicht die schade aan Dooworld te vergoeden. De vordering is derhalve in ieder geval toewijsbaar tot een bedrag van EUR 800,-.

2.12. Daarnaast is er volgens Dooworld vanaf de installatie van de Royal Ascot op 18 mei 2004 tot 16 november van dat jaar op die machine een groot bedrag handmatig uitbetaald, te weten EUR 75.676,80. Volgens de telsystemen van de Royal Ascot zelf had er op grond van behaalde winsten in die periode op die machine een bedrag van EUR 18.947,- handmatig uitbetaald moeten worden. Daaruit trekt Dooworld de conclusie dat er op de Royal Ascot door [gedaagde] EUR 56.729,80 zonder grond en derhalve te veel is uitbetaald op de Royal Ascot.

Ook hier zullen de onder 2.7 geformuleerde vragen beantwoord moeten worden.

2.13. Het bedrag van EUR 75.676,80 is het verschil tussen het totaalbedrag dat volgens het Cashguardsysteem handmatig is uitbetaald op alle machines en het bedrag dat volgens het REAC-systeem handmatig uitbetaald had moeten worden op alle machines met uitzondering van de Royal Ascot. De door Dooworld getrokken conclusie zou kunnen worden onderschreven, als juist is de stelling dat op andere machines dan de Royal Ascot geen onterechte handmatige uitbetalingen zijn gedaan. Dooworld voert aan dat zulks gecontroleerd is door de betalingen die volgens Cashguard zijn gedaan op die andere machines te vergelijken met de bedragen die volgens de telsystemen van die afzonderlijke machines (en dus ook volgens Reac) aan handpay betaald hadden moeten worden. Naar zij stelt, zaten daar geen verschillen tussen. Gelet op de betwisting door [gedaagde] dat de thans gepresenteerde gegevens overeenstemmen met die van de Cashguard respectievelijk met die van de afzonderlijke machines en/of het Reac-systeem, zal Dooworld haar stelling hebben te bewijzen. Dat kan, zoals door haar ook voorgesteld, door middel van een deskundigenbericht.

2.14. Gelet op de stellingen van Dooworld en de aangedragen gegevens zou zij dat bewijs ook moeten kunnen leveren aan de hand van de registratie van het Cashguardsysteem, waarvan door Dooworld is gesteld dat die per machine en per unit bijhoudt welke bedragen handmatig zijn uitbetaald (en waarvan een voorbeeld is ingebracht als productie 12 bij conclusie van antwoord in reconventie). Die stelling is onvoldoende betwist door de enkele tegenwerping van [gedaagde] dat niet zeker is dat het de Cahsguard gedurende de gehele hier relevante periode foutloos heeft gewerkt. Er is geen reden genoemd waarom het systeem onjuist zou hebben geregistreerd, bovendien zou dan ook de vergelijking tussen de Cashguard-registratie en de Reac-registratie verschillen moeten hebben laten zien, maar belangrijker: de registratiesystemen dienen, naar Dooworld onweersproken heeft gesteld, tevens als bewijs voor de fiscus inzake de omzet. Tegen die achtergrond mag de deugdelijke werking zodanig verzekerd worden geacht dat de betwisting daarvan meer zal moeten inhouden dan de enkele stelling dat zulks mogelijk niet het geval is.

Derhalve dient uitgegaan te worden van de juistheid van de stelling van Dooworld dat aan de hand van de gegevens van het Cashguardsysteem per unit is vast te stellen wat er aan handmatige betalingen is verricht. Op grond van vergelijking van deze gegevens met de gegevens van de telsystemen van de Royal Ascot zou dan een conclusie getrokken moeten kunnen worden over onterechte handmatige uitbetalingen op die machine.

2.15. Op de Royal Ascot zijn door het ontbreken van de benodigde software in de hier relevante periode niet dagelijks lijsten uitgedraaid van de gegevens van de telsystemen van de Royal Ascot. Indien dat achteraf, na het aanbrengen van deze software, alsnog mogelijk is, kan Dooworld per dag de gegevens van uit te betalen bedragen volgens de Royal Ascot en uitbetalingen volgens Cashguard met elkaar vergelijken en per dag onterechte handpay aantonen.

Dooworld zal ook op dit punt bewijs hebben te leveren. Zij zal in de gelegenheid worden gesteld zich hierover uit te laten.

2.16. Als het achteraf zichtbaar maken van die gegevens per dag niet mogelijk is, kan een totaal berekening worden gemaakt. Ervan uitgaande dat de eindstand van de telsystemen van de Royal Ascot op 16 november 2004 tevens de totaalstand is vanaf het moment van ingebruikneming op 18 mei 2004, kan, door vergelijking van wat er in totaal uitbetaald had moeten worden en wat er daadwerkelijk is uitbetaald, een conclusie worden getrokken over de vraag of en, zo ja, hoeveel er op die machine in die gehele periode ten onrechte handmatig is uitbetaald.

De tegenwerping van [gedaagde] dat bezoekers kennelijk getracht hebben te frauderen is te weinig concreet en mist overigens iedere onderbouwing, zodat dat niet tot de gevolgtrekking leidt dat vorenbedoelde conclusie niet getrokken zou mogen worden.

Dooworld, die bewijs heeft aangeboden, zal in de gelegenheid worden gesteld op een van de bovenomschreven manieren te bewijzen dat in de periode van 18 mei 2004 tot en met 16 november 2004 op de Royal Ascot het door haar gestelde bedrag van EUR 75.676,80 handmatig is uitbetaald. Zij kan dat doen door middel van een deskundigenbericht door een accountant.

Gelet op het verweer van [gedaagde] dat niet is aangetoond dat de overgelegde gegevens inderdaad afkomstig zijn van de Cahsguard respectievelijk van de Royal Ascot, zal Dooworld ook dat hebben aan te tonen. Ook dat kan bij wege van deskundigenopdracht door een accountant worden geverifieerd.

2.17. Als Dooworld slaagt in dat bewijs dan heeft zij nog een horde te nemen. In dat geval zal vervolgens immers moeten komen vast te staan dat de onterechte uitbetalingen op de Royal Ascot door [gedaagde] zijn gedaan. Buiten het geval van 15/16 november 2004 heeft Dooworld daarvan geen direct bewijs. Zij heeft gemeend de onterechte betalingen naar [gedaagde] te kunnen herleiden door de data waarop die hebben plaats gevonden te vergelijken met zijn dienstrooster. Op basis van de vaststelling dat de dagen, waarop een kastekort werd geconstateerd, volledig samenvielen met de dagen dat [gedaagde] dienst had, komt Dooworld tot de conclusie dat hij degene moet zijn geweest die alle onterechte uitbetalingen heeft gedaan. Uit het betoog van Dooworld leidt de rechtbank af dat zij met kastekort bedoelt een verschil tussen wat volgens de telsystemen van de Royal Ascot als handpay uitbetaald had moeten worden en wat er volgens Gashguard daadwerkelijk handmatig op die machine is betaald. Zoals hiervoor reeds is overwogen is het aan Dooworld om te bewijzen dat die verschillen zich hebben voorgedaan en op welke dagen. Een verschil kan worden aangemerkt als onterechte uitbetaling.

Vervolgens zal Dooworld moeten bewijzen haar stelling dat de dagen waarop deze verschillen zijn vastgesteld volledig samenvallen met de dagen waarop [gedaagde] dienst had én (zo begrijpt de rechtbank de stelling) dat op dagen waarop hij geen dienst had deze verschillen niet optraden, althans verwaarloosbaar waren, én dat zulks uitsluitend gold voor [gedaagde] en niet ook voor andere werknemers. Ook hiervoor kan het deskundigenbericht worden gebruikt.

Dat het dienstrooster in de periode waar het hier over gaat (september tot en met november 2004) niet zou overeenkomen met de werkelijkheid is door [gedaagde] wel gesteld, maar met uitsluitend een voorbeeld betreffende de maand juli, niet voldoende onderbouwd. De door Dooworld gehanteerde roosters moeten dan ook voor juist worden gehouden.

2.18. Indien Dooworld slaagt in dat bewijs rechtvaardigt dat naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden, behoudens tegenbewijs door [gedaagde], dat de, op de hiervoor aangegeven wijze aangetoonde, onterechte uitbetalingen door [gedaagde] zijn verricht.

Indien Dooworld er niet in slaagt per dag vast te stellen dat en hoeveel er onterecht handmatig is uitbetaald op de Royal Ascot doet zich de vraag voor of van een totaalbedrag, dat in de betreffende periode aantoonbaar onterecht is uitbetaald, kan worden vastgesteld dat zulks door [gedaagde] is gebeurd. De rechtbank overweegt in verband daarmee het volgende.

2.19.

Voor de maanden vanaf september 2004, waarin voor het eerst ongebruikelijk hoge betalingen zijn gedaan op de Royal Ascot, heeft Dooworld betalingen herleid tot [gedaagde] door vergelijking van tijdstippen van kasopnamen en kasbezoek door [gedaagde]. Het eerste wordt geregistreerd in het Cashguardsysteem, het tweede door de persoonlijke tag die elke medewerker heeft en gebruikt om de deur naar de kasruimte te openen.

[gedaagde] bestrijdt dat uit de tag-registratie kasopnamen kunnen worden afgeleid, met name omdat er voor kasopnamen een algemene tag of sleutel zou zijn en omdat de persoonlijke tag met enige regelmaat werd uitgeleend en omdat de deur naar de kassaruimte collegiaal door of voor een ander werd opengedaan.

Die bestrijding acht de rechtbank onvoldoende. Immers wordt hiermee niet betwist de stelling dat voor het betreden van de kassaruimte een persoonlijke tag nodig was. Voorts werkt het collegiaal de deur openhouden door een ander in het voordeel van [gedaagde]: gesteld dat hij op enig moment, nadat een collega voor hem de deur had opengehouden, een onterechte kasopname zou hebben gevraagd, dan kan die niet met hem in verband worden gebracht. Het argument dat de persoonlijke deurpas aan collega’s zou worden uitgeleend is niet geloofwaardig, waar Dooworld onweersproken heeft gesteld dat elke medewerker over een eigen pas beschikt, en zal om die reden worden gepasseerd.

2.20.

Er dient dan ook te worden uitgegaan van de juistheid van de stelling dat aan de hand van de tag-registratie kan worden nagegaan wanneer [gedaagde] de kassaruimte heeft betreden. Derhalve kan aan de hand van beide registraties in beeld worden gebracht welke handmatige betalingen op de Royal Ascot in de tijd gezien aan [gedaagde] zijn te koppelen in die zin dat zijn aanwezigheid in de kassaruimte het vermoeden rechtvaardigt dat de op (vrijwel) datzelfde tijdstip gedane handpay door [gedaagde] is verricht, behoudens door hem te leveren tegenbewijs. Dooworld heeft daarop betrekking hebbende overzichten overgelegd voor de maanden oktober en november 2004 (productie 9) maar niet voor de maand september 2004, althans niet op voor de rechtbank zichtbare wijze. Zij zal in de gelegenheid worden gesteld dat te doen gelet op haar uitdrukkelijk bewijsaanbod.

Dat de voor deze overzichten gebruikte gegevens inderdaad ontleend zijn aan de Cashguard-registratie respectievelijk de tag-registratie zal Dooworld, gelet op de betwisting door Dooworld, hebben te bewijzen.

2.21. Voor de maanden oktober en november 2004 heeft Dooworld ook nog op een andere manier verband gelegd tussen te hoge uitbetalingen op de Royal Ascot en [gedaagde]. Ingaande oktober 2004 is een systeem met handpaybriefjes geïntroduceerd. Op grond daarvan is vanaf dat moment in het Cashguardsysteem vastgelegd welke medewerker bij de kas wanneer welk bedrag voor welke machine heeft gevraagd voor handmatige uitbetaling. Op grond daarvan constateert Dooworld dat een hoog percentage (89% over oktober en november 2004) van de uitbetalingen op de Royal Ascot hebben plaats gevonden op de tijden dat [gedaagde] dienst had, en concludeert zij dat [gedaagde] degene moet zijn geweest die de onterechte handmatige betalingen heeft verricht.

Die conclusie kan naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer worden getrokken. Immers op grond van de thans voorhanden zijnde gegevens is niet uit te sluiten dat naast [gedaagde] ook anderen op dezelfde tijstippen dienst hebben gehad. Met andere woorden: ook voor een of meer andere werknemers zou kunnen gelden, dat tijdens hun aanwezigheid een groot deel van de uitbetalingen op de Royal Ascot heeft plaats gevonden.

Indien komt vast te staan dat dit alleen geldt voor [gedaagde] dan rechtvaardigt dat naar het oordeel van de rechtbank het vermoeden, behoudens tegenbewijs door [gedaagde], dat de onterechte uitbetalingen door hem zijn gedaan. De rechtbank laat daarbij meewegen, aannemende dat Dooworld zal slagen in het op dit punt nog te leveren bewijs, dat een zeer groot deel van de handmatige uitbetalingen als onterecht is aan te merken alsook de vaststelling dat [gedaagde] in ieder geval eenmaal, op 15/16 november 2004, bewezen heeft tot dergelijk frauduleus handelen bereid en in staat te zijn.

Als Dooworld op dit punt bewijs wenst te leveren, zal zij hebben aan te tonen

- dat de Cashguard de naam van de medewerker, het gevraagde bedrag met bijbehorend

tijdstip en de betreffende machine registreert;

- dat de gebruikte gegevens afkomstig zijn van de registratie van de Cashguard.

De rechtbank zal Dooworld in de gelegenheid stellen zich uit te laten over bewijslevering op dit punt.

2.22. Als juist is de stelling van Dooworld dat vanaf oktober 2004 het Cashguardsysteem ook de naam registreert van de medewerker die om een kasopname vraagt, dan bieden die gegevens wel op een andere manier meer houvast ten aanzien van de handmatige uitbetalingen in de maanden oktober en november 2004. Immers als op die manier handmatige uitbetalingen te koppelen zijn aan [gedaagde] tot een hoger bedrag dan EUR 18.947,- heeft voor het meerdere te gelden dat het door [gedaagde] onterecht is uitbetaald. Dooworld heeft gesteld dat op deze manier is te achterhalen dat in oktober en november 2004 door [gedaagde] in totaal voor een bedrag van EUR 24.290,- uit de kas is opgenomen voor handmatige uitbetaling op de Royal Ascot. Als dat juist is moet de conclusie zijn dat [gedaagde] (alleen al) in de maanden oktober en november 2004 voor een bedrag van EUR 5.343,- (het verschil tussen EUR 24.290,- en EUR 18.947,-) ten onrechte handmatige betalingen heeft gedaan op de Royal Ascot (indien Dooworld slaagt in het onder 2.15 en 2.16 bedoelde bewijs).

Ook op dit punt zal de rechtbank Dooworld in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de vraag of zij bewijs wil leveren.

2.23. Nu met het hiervoor overwogene het geschil op meerdere onderdelen is ingekaderd en tegelijk de procedure langs meerdere wegen kan worden voortgezet, acht de rechtbank het aangewezen dat partijen de gelegenheid krijgen zich over een ander uit te laten. Derhalve zal een comparitie worden gelast waar partijen

- zich kunnen uitlaten, Dooworld met name over de vraag waarvan en op welke wijze zij

bewijs wil leveren;

- zich kunnen beraden op de wenselijkheid van een schikking.

In het kader van de vaststelling van de feiten dient Dooworld uiterlijk twee weken voor de zitting aan de rechtbank en aan [gedaagde] het overzicht toe te zenden, bedoeld in rechtsoverweging 2.20, te weten het overzicht van handmatige uitbetalingen op de Royal Ascot en de aanwezigheid van [gedaagde] in de kassaruimte betreffende de maand september 2004.

In geval van doorprocederen kan ter zitting de noodzakelijkheid van een deskundigenonderzoek aan de orde komen alsmede de discipline en persoon van de deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen.

2.24. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen.

In reconventie

2.25. Gelet op de samenhang met de conventionele vordering zal de rechtbank de bespreking van en beslissing op de reconventionele vordering op dit moment aanhouden.

3. De beslissing

De rechtbank

In conventie

3.1. bepaalt dat een comparitie van partijen zal worden gehouden op nader te bepalen dag en uur in het gerechtsgebouw te Zwolle, Luttenbergstraat 5, zulks voor het geven van

inlichtingen, uitlating van partijen en het onderzoeken van de mogelijkheden van een minnelijke regeling;

3.2. verwijst de zaak naar de rol van woensdag 16 januari 2008 voor opgave van verhinderdata van beide partijen en hun advocaten in de maanden februari, maart en april 2008, ambtshalve peremptoir. Na ontvangst van de verhinderdata zullen dag en uur van de comparitie worden bepaald;

3.3. bepaalt dat de in r.o. 2.20 bedoelde gegevens door Dooworld uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting aan de rechtbank en aan [gedaagde] moeten zijn toegestuurd;

In conventie en reconventie

3.4. houdt iedere (verdere) beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C. Moorman, rechter, en in het openbaar uitgesproken op

2 januari 2008.