Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BD4197

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
25-04-2008
Datum publicatie
19-06-2008
Zaaknummer
143755 - KG ZA 08-140
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

"Stalking" in het kader van zakelijk conflict. Vergaring van bewijsmateriaal terzake overtreding van relatiebeding. Inbreuk op privacy.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 143755 / KG ZA 08-140

Vonnis in kort geding van 25 april 2008

in de zaak van

1. de heer [eiser ],

wonende te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RLD TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eisers,

procureur mr. E.A.M. Claassen,

advocaat mr. R.A.A. Geene te Assen,

tegen

de heer [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. F. Klemann.

Partijen zullen hierna [eiser] c.s. althans [eiser] en RLD Transport respectievelijk [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 8 april 2008

- de door partijen ingezonden producties

- de mondelinge behandeling d.d. 16 april 2008

- de pleitnota van [eiser] c.s.

- de wijziging van eis

- de pleitnota van [gedaagde]

- de intrekking van de wijziging van eis.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] heeft middellijk, via de besloten vennootschap [eiser] Holding B.V., verder te noemen: “RDH”, 50% van de aandelen gehouden in de besloten vennootschap R&G Beheer B.V., verder te noemen: “R&G Beheer”. De overige aandelen binnen R&G Beheer werden gehouden door de besloten vennootschap [gedaagde] Holding B.V., waarvan [gedaagde] en zijn echtgenote directeur zijn.

2.1.1. R&G Beheer en haar dochtervennootschappen, verder gezamenlijk aan te duiden als “de R&G Groep”, drijven een transportonderneming.

2.1.2. In verband met ernstige verschillen van inzicht over de wijze waarop R&G Beheer diende te worden bestuurd, zijn [eiser], [gedaagde] en zijn echtgenote, in hun hoedanigheid van bestuurder van hun onderscheidenlijke holdingvennootschappen, overeengekomen dat de aandelen van RDG in R&G Beheer worden overgedragen aan [gedaagde] Holding. De aandelen zijn op 30 oktober 2007 geleverd. Van de koopprijs van de aandelen is EUR 1.000.000,00 voldaan. Het resterende gedeelte van EUR 900.000,00 dient door [gedaagde] Holding uiterlijk op 30 oktober 2008 te zijn voldaan.

2.1.3. In de leveringsakte is voorts het navolgende relatiebeding overeengekomen: “Het is de verkoper en/of de heer [eiser], voornoemd, niet toegestaan om zelf middels gelieerde vennootschappen of personen gedurende een periode van twee jaren, ingaande op de dag na de aandelenoverdracht, de op de dag van de overdracht van de aandelen bestaande relaties van de R & G Groep te benaderen, direct noch indirect, zulks op straffe van een boete van twintigduizend euro (EUR 20.000,00) per overtreding”

2.2. Na verkoop van de aandelen heeft [eiser] RLD Transport opgericht. RLD Transport drijft een transportonderneming. De onderneming is gehuisvest in een door haar gehuurd pand aan de [adres] te Zwolle.

2.3. In verband met het bij [gedaagde] gerezen vermoeden dat [eiser] c.s. het relatiebeding schonden, heeft [gedaagde] in hetzelfde pand waar ook RLD Transport is gevestigd, onder een andere naam kantoorruimte gehuurd, ten einde overtredingen te kunnen vaststellen en bewijsmateriaal te verzamelen.

2.4. Bij brief van 28 maart 2008 heeft de raadsman van [gedaagde] aan de raadsman van [eiser] bericht dat [gedaagde] beschikt over 220 gedocumenteerde gevallen van overtreding van het relatiebeding, zodat [eiser] aan boetes een bedrag van EUR 4.400.000,00 heeft verbeurd.

3. Het geschil

3.1. De vordering van [eiser] c.s. strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] zal gebieden binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis de door of in opdracht van hem aangeschreven bedrijven althans, subsidiair, de bedrijven die zijn genoemd in de brief van de raadsman van [gedaagde] van 28 maart 2008 schriftelijk te berichten dat de door hem aan het adres van [eiser] c.s. geuite beschuldigingen onjuist zijn middels de navolgende tekst:“Bij eerder schrijven heb ik ten onrechte de indruk gewekt dat de heer [eiser] een tussen hem en de R&G groep bestaand relatiebeding zou hebben geschonden. Eveneens heb ik u ten onrechte de indruk willen geven dat ik op de hoogte was van een dergelijke schending waar uw onderneming bij betrokken zou zijn in een poging op deze onrechtmatige wijze bewijs te kunnen vergaren tegen de heer [eiser] en de door hem gedreven onderneming RLD Transport B.V. te Zwolle. Ik bied de heer [eiser], RLD Transport B.V. en uw onderneming daarvoor mijn oprechte excuses aan.”, althans subsidiair een tekst die de voorzieningenrechter in goede justitie zal vaststellen, met bevel dat deze brieven aangetekend met bericht van ontvangst zullen worden verzonden en tevens met bevel dat afschrift van het ontvangstbewijs met bijbehorend afschrift aan [eiser] c.s. ter hand wordt gesteld uiterlijk twee dagen na ontvangst door [gedaagde] van deze ontvangstbewijzen;

2. [gedaagde] zal gebieden om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis alle door [gedaagde] uit de brievenbus en het kantoor van RLD Transport in het door RLD Transport gehuurde pand aan de [adres] te ([postcode]) Zwolle weggenomen of ontvreemde post die aan [eiser] en/of aan RLD Transport toebehoort ongeschonden aan het kantoor van de raadsman van RLD Transport tegen kwitantie te bezorgen met gelijktijdige overhandiging van een schriftelijke door [gedaagde] ondertekende verklaring, inhoudende dat deze post daadwerkelijk alle post betreft die door [gedaagde] wederrechtelijk is weggenomen en met bevel dat alle door [gedaagde] gemaakte kopieën van deze post binnen vierentwintig uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis door [gedaagde] worden vernietigd en [gedaagde] zal verbieden deze post of kopieën daarvan te bewaren en/of openbaar te maken, op welke wijze of uit welken hoofde ook, met gelijktijdig verbod deze post of kopieën daarvan over te leggen in door [gedaagde] jegens [eiser] en/of RLD Transport aan te spannen procedures;

3. [gedaagde] zal verbieden zich op te houden in het pand staande en gelegen te Zwolle aan de [adres] of in de nabijheid van dit gebouw, met gelijktijdig verbod om derden te verzoeken / op te dragen zich ten behoeve van [gedaagde] in of in de nabijheid van het pand als voormeld op te houden, waarbij onder nabijheid dient te worden verstaan een gebied om dit gebouw, het gebouw inbegrepen, dat wordt begrensd door een denkbeeldige cirkel met een straal van 250 meter gemeten uit het midden van dit gebouw, alsmede in of in de nabijheid van de woning van [eiser] in een gebied rondom deze woning, de woning inbegrepen, dat wordt begrensd door een denkbeeldige cirkel met een straal van 250 meter, gemeten uit het midden van de woning, althans een gebied met een omvang door de voorzieningenrechter in goede justitie vast te stellen;

4. [gedaagde] zal verbieden om met [eiser] en/of zijn partner, al dan niet via RLD Transport, contact op te nemen of [eiser] c.s. en/of de partner van [eiser] te benaderen, daaronder mede begrepen het doen van mededelingen, middels e-mail, post, fax, sms, telefoon of in persoon;

5. [gedaagde] zal verbieden om zich publiekelijk, inbegrepen de zakelijke relaties van [eiser] c.s. en [gedaagde], schriftelijk of mondeling negatief over [eiser] c.s. uit te laten in relatie tot al hetgeen tussen [eiser] in persoon en in diens hoedanigheid van bestuurder van RDH en [gedaagde] in persoon en in diens hoedanigheid van bestuurder van [gedaagde] Beheer B.V. en de R&G groep is overeengekomen met betrekking tot de verkoop van de aandelen van RDH in de R&G groep aan [gedaagde] Beheer B.V. en/of publiekelijk kenbaar te maken dat [eiser] c.s. ieder voor zich of gezamenlijk het tussen partijen overeengekomen relatiebeding hebben geschonden, welk verbod van kracht dient te blijven totdat in rechte met gezag van gewijsde is beslist dat [eiser] zich schuldig heeft gemaakt aan het systematisch schenden van het tussen [eiser] en de R&G groep overeengekomen relatiebeding;

6. [gedaagde] zal verbieden om ter bewaring van zijn beweerdelijke rechten wegens schending van het relatiebeding, direct op zijn verzoek, of indirect via zijn echtgenote of de door hem alleen dan wel samen met zijn echtgenote gecontroleerde vennootschappen die tot de R&G groep behoren, welke vennootschappen zijn genoemd in de koopovereenkomst tussen RDH en [gedaagde] Holding B.V., conservatoir beslag en/of conservatoir derdenbeslag te leggen op roerende en/of onroerende zaken en/of geldsmiddelen die aan [eiser] c.s. toebehoren;

7. [gedaagde] zal gebieden de geboden en bevelen onder 1. en 2. te respecteren en onverkort op te volgen c.q. uit te voeren op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom van EUR 10.000,00 per dag of gedeelte van een dag, voor iedere dag, of gedeelte daarvan, dat [gedaagde] in gebreke blijft volledig gevolg te geven aan deze geboden en bevelen, zulks met een maximum van EUR 250.000,00 voor beide geboden en bevelen gezamenlijk;

8. [gedaagde] zal gebieden de verboden onder 3., 4., 5. en 6. te respecteren op straffe van verbeurte van een direct opeisbare dwangsom te verbeuren van EUR 20.000,00 per overtreding, met een maximum van EUR 900.000,00 voor overtredingen van een of meerdere verboden gezamenlijk;

9. [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. [gedaagde] voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Van een spoedeisend belang van [eiser] c.s. bij hun vorderingen is in voldoende mate gebleken.

4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat het relatiebeding [eiser] noch RLD Transport verbiedt om een (concurrerend) transportbedrijf te drijven, maar dat het beperkt is tot een verbod tot het benaderen van relaties die de R&D Groep ten tijde het passeren van de leveringsakte van de aandelen had.

4.2.1. Uit de door [gedaagde] in het geding gebrachte stukken valt naar het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter met een voldoende mate van aannemelijkheid af te leiden dat niet uitgesloten is dat het relatiebeding is overtreden en dat daardoor boetes zijn verbeurd. Zo hebben drie werknemers van P&O Ferrymasters Ltd de vraag of transportopdrachten voor RLD Transport tot stand zijn gekomen nadat deze vennootschap door [eiser] is benaderd, bevestigend beantwoord (productie 17 van [gedaagde]). Hoewel andere medewerkers van P&O Ferrymasters Ltd schriftelijk hebben verklaard dat RLD Transport haar niet heeft benaderd, is er zonder nader onderzoek naar de feiten, waarvoor in deze kort gedingprocedure geen plaats is, onvoldoende reden om de ene beknopte verklaring te stellen boven de andere beknopte verklaring ter zake. Ook een werknemer van TDB Bevrachtingen heeft bevestigd door [eiser] te zijn benaderd (productie 20b van [gedaagde]). Voorshands acht de voorzieningenrechter het niet uitgesloten dat P&O Ferrymasters Ltd en TDB Bevrachtingen zijn aan te merken als relaties als bedoeld in het relatiebeding.

4.3. [eiser] c.s. hebben onder 1. een gebod tot rectificatie gevorderd. Die vordering zal worden afgewezen aangezien, gelet op het vorenoverwogene niet is uitgesloten dat [eiser] c.s. het beding hebben overtreden.

4.4. Het staat [gedaagde] in beginsel vrij om onderzoek te doen naar schending van het relatiebeding. Daarbij mogen echter de grenzen van wat maatschappelijk betamelijk is, niet uit het oog worden verloren. [eiser] c.s. hebben verschillende gedragingen naar voren gebracht die in hun visie maatschappelijk onbetamelijk en derhalve onrechtmatig zijn.

4.5. Volgens [eiser] c.s. heeft [gedaagde], nadat hij kantoorruimte heeft gehuurd in hetzelfde pand als waar ook RLD Transport is gevestigd, vier keer de inpandige brievenbus van RLD Transport opengebroken en brieven van RLD Transport weggenomen.

4.5.1. [gedaagde] ontkent ingebroken te hebben in de brievenbus. Volgens hem is sprake van een gedeelde brievenbus waarvan hij, in verband met de huur van kantoorruimte hetzelfde pand, ook de sleutel heeft.

4.5.2. Vooralsnog is voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde] post van [eiser] c.s. heeft weggenomen. Hij ontkent weliswaar de brievenbus opengebroken te hebben, maar hij heeft de stelling van [eiser] c.s. dat hij brieven heeft weggenomen uit de brievenbus niet betwist, zodat daarvan voorlopig moet worden uitgegaan. Het wegnemen van andermans poststukken is zonder meer onrechtmatig zodat de vordering onder 2. zal worden toegewezen.

4.6. Voorts vorderen [eiser] c.s. een verbod voor [gedaagde] om zich in de buurt van kantoorruimte van RLD Transport te begeven.

4.6.1. Het enige motief dat [gedaagde] heeft gegeven om in hetzelfde pand als waar RLD Transport kantoor houdt, een ruimte - onder een andere naam - te huren, is het kunnen vaststellen van mogelijke overtredingen van het relatiebeding door [eiser] c.s. [gedaagde] heeft toegegeven de verhuurder met een voorgewende reden te hebben verzocht vuilniszakken van [eiser] c.s. buiten te zetten. Daarbij heeft [gedaagde] niet kenbaar gemaakt dat hij voornemens was om deze vuilniszakken aan een onderzoek te onderwerpen om bewijsmateriaal te verkrijgen met betrekking tot mogelijke overtredingen van voormeld relatiebeding. Een en ander is naar het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter tegenover [eiser] c.s. onrechtmatig. Voorts heeft [gedaagde], zoals onder 4.5. is overwogen, onrechtmatig gehandeld door post van [eiser] c.s. uit de brievenbus weg te nemen.

4.6.2. In de gegeven omstandigheden vormt een verbod om in de buurt van het kantoorpand van RLD Transport aanwezig te zijn, een adequate en proportionele maatregel om dreigend toekomstig onrechtmatig handelen te voorkomen. De vordering onder 3. zal, wat betreft het kantoorpand, worden toegewezen.

4.6.3. Overigens acht de voorzieningenrechter de door [eiser] c.s. gestelde en door [gedaagde] betwiste computerinbraken niet aannemelijk geworden, nu uit de door [eiser] c.s. in het geding gebrachte stukken niet kan worden afgeleid dat het [gedaagde] of een aan hem gelieerd persoon is geweest die op de tijdstippen dat [eiser] afwezig zou zijn geweest, op de computer van RLD Transport zou hebben ingelogd

4.7. Toewijzing van het gevorderde verbod dat [gedaagde] zich niet in de buurt van de woning van [eiser] mag ophouden, ligt, anders dan ten aanzien van de kantoorruimte, niet in de rede.

4.7.1. [eiser] c.s. hebben immers wel gesteld dat [gedaagde] zich bij voortduring en op indringende wijze zich ophoudt in de buurt van de woning van [eiser], maar dat is door [gedaagde] met grote kracht ontkend. De woning ligt aan een provinciale weg die, zo is door [gedaagde] gesteld en door [eiser] c.s. niet weersproken, met een zekere regelmaat ook door hem wordt gebruikt.

4.7.2. Toewijzing van deze voorziening zou inhouden dat [gedaagde] niet meer van deze weg gebruik zal kunnen maken, terwijl naar voorshands oordeel van de voorzieningenrechter in onvoldoende mate aannemelijk is geworden dat [gedaagde] zich op onrechtmatige wijze in de buurt van de woning van [eiser] heeft opgehouden of daar anderszins (stelselmatig) onrechtmatige handelingen heeft verricht. De belangen over en weer afwegende ziet de voorzieningenrechter thans onvoldoende aanleiding deze voorziening toe te wijzen.

4.8. Onder 4. hebben [eiser] c.s. een contactverbod voor [gedaagde] jegens [eiser] en zijn partner gevorderd.

4.8.1. De voorzieningenrechter acht voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde] een aantal keren [eiser] en/of zijn partner op indringende en - in ieder geval in de perceptie van [eiser] - intimiderende wijze heeft uitgelaten. Zo heeft [gedaagde] op 5 november 2007 aan [eiser] gemaild: “Ik weet dat dit jouw wereld is, e mail, geen oogkontakt, geen spraak, geen verantwoording. Wij leven in de echte wereld. Probeer het ook maar eens. En dreiging ? daar doe ik niks mee. Doe zuinig met de appel, want de kip raakt van de leg binnenkort. Wraakgevoelens nee, wel heel erg ontevreden omdat we destijds [gedaagde] aan je hebben gegeven, en nu duur hebben teruggekocht, terwijl onze planning anders was. Gegroet.” Ook heeft [gedaagde] aan [eiser] meegedeeld dat hij hem “zou filmen”. Voorts heeft [eiser]’s partner schriftelijk verklaard dat [gedaagde] haar heeft benaderd met de vraag of zij voor hem belastend materiaal wilde verzamelen en dat zij zich door [gedaagde] ernstig onder druk gezet voelde. [gedaagde] heeft die verklaring niet bestreden. In het licht van de gegeven omstandigheden vormen dergelijke gedragingen een ontoelaatbare inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] en zijn echtgenote.

4.8.2. Nu voorts gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] enig belang heeft om [eiser] of zijn partner rechtstreeks te benaderen, acht de voorzieningenrechter voldoende termen aanwezig voor het gevorderde contactverbod. Voor zover [gedaagde] mocht menen [eiser] of zijn partner enige mededeling te moeten doen, kan hij dat via zijn advocaat doen.

4.9. Onder 5. hebben [eiser] c.s. een verbod voor [gedaagde] gevorderd om zich - samengevat - jegens zakelijke relaties negatief over hen uit te laten met betrekking tot de verkoop van de aandelen en (overtreding van) het relatiebeding.

4.9.1. [eiser] c.s. hebben geen stukken in het geding gebracht waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] op onheuse wijze zakelijke relaties heeft benaderd. Daarbij verdient opmerking dat het op neutrale wijze vragen aan zakelijke relaties of en hoe contact met [eiser] c.s. tot stand is gekomen, niet (zonder meer) onrechtmatig is.

4.9.2. Voorts is een verbod om zich “negatief uit te laten” voor meerdere uitleg vatbaar, zodat het bij executie snel op problemen zal stuiten. Toewijzing van een zo onbepaalde vordering ligt niet in de rede.

4.9.3. De voorzieningenrechter zal de voorziening dan ook afwijzen.

4.10. Onder 6. hebben [eiser] c.s. gevorderd dat het [gedaagde] zal worden verboden conservatoire rechtsmaatregelen te nemen.

4.10.1. Voor toewijzing van de vordering bestaat slechts dan aanleiding indien moet worden aangenomen dat het treffen van dergelijke maatregelen als misbruik van bevoegdheid in de zin van artikel 3:13 BW is te kwalificeren.

4.10.2. Nu, zoals is overwogen onder 4.2.1, vooralsnog niet is uit te sluiten dat boetes zijn verbeurd en overigens geen feiten of omstandigheden zijn gesteld die meebrengen dat het treffen van conservatoire maatregelen onrechtmatig zal zijn, zal de vordering worden afgewezen.

4.10.3. Overigens vermag de voorzieningenrechter niet zonder meer in te zien dat [gedaagde] of [gedaagde] Holding ter meerdere zekerheid van betaling van door RDH verbeurde boetes, conservatoir beslag zal willen leggen op “roerende en/of onroerende zaken en/of geldsmiddelen” die aan [eiser] of aan RLD Transport toebehoren. Contractspartijen bij de leveringsakte zijn RDH en [gedaagde] Holding. Bij de akte is [eiser] slechts in zijn hoedanigheid van bestuurder van RDH opgetreden. Dat het relatiebeding ook betrekking heeft op [eiser] in persoon, maakt nog niet althans niet zonder meer dat bij overtreding van het beding een ander dan RDH boetes verschuldigd raakt of is geraakt.

4.11. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de dwangsommen te matigen en te maximeren als na te melden.

4.12. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt [gedaagde] om binnen achtenveertig uur na betekening van dit vonnis alle door [gedaagde] uit de brievenbus en het kantoor van RLD Transport in het door RLD Transport gehuurde pand aan de [adres] te ([postcode]) Zwolle weggenomen of ontvreemde post die aan [eiser] en/of aan RLD Transport toebehoort ongeschonden aan het kantoor van de raadsman van RLD Transport tegen kwitantie te bezorgen met gelijktijdige overhandiging van een schriftelijke door [gedaagde] ondertekende verklaring, inhoudende dat deze post daadwerkelijk alle post betreft die door [gedaagde] wederrechtelijk is weggenomen;

5.2. beveelt [gedaagde] dat alle door [gedaagde] gemaakte kopieën van deze post binnen achtenveertig uur na betekening van het ten deze te wijzen vonnis door [gedaagde] worden vernietigd;

5.3. verbiedt [gedaagde] deze post of kopieën daarvan te bewaren en/of openbaar te maken, op welke wijze of uit welken hoofde ook, met gelijktijdig verbod deze post of kopieën daarvan over te leggen in door [gedaagde] jegens [eiser] en/of RLD Transport aan te spannen procedures;

5.4. bepaalt dat [gedaagde] éénmalig een dwangsom verbeurt van EUR 50.000,00 indien hij één van de ver- en geboden onder 5.1., 5.2. of 5.3. schendt;

5.5. verbiedt [gedaagde] zich op te houden in het pand staande en gelegen te Zwolle aan de [adres] of in de nabijheid van dit gebouw, met gelijktijdig verbod aan [gedaagde] om aan derden te verzoeken / op te dragen zich ten behoeve van [gedaagde] in of in de nabijheid van het pand als voormeld op te houden, waarbij onder nabijheid dient te worden verstaan een gebied om dit gebouw, het gebouw inbegrepen, dat wordt begrensd door een denkbeeldige cirkel met een straal van 250 meter gemeten uit het midden van dit gebouw, op straffe van een dwangsom van EUR 10.000,00 voor iedere keer dat [gedaagde] dit verbod overtreedt, met een maximum van EUR 250.000,00;

5.6. verbiedt [gedaagde] om met [eiser] en/of zijn partner, al dan niet via RLD Transport, contact op te nemen of [eiser] c.s. en/of de partner van [eiser] te benaderen, daaronder mede begrepen het doen van mededelingen, middels e-mail, post, fax, sms, telefoon of in persoon, op straffe van een dwangsom van EUR 2.500,00 voor iedere keer dat [gedaagde] dit verbod overtreedt, met een maximum van EUR 100.000,00;

5.7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Boele en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2008.