Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BD3155

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
03-04-2008
Datum publicatie
05-06-2008
Zaaknummer
142354 - KG ZA 08-67
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging van franchiseovereenkomst, nadat franchisenemer onder invloed van bipolaire stoornis toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 142354 / KG ZA 08-67

Vonnis in kort geding van 3 april 2008

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

procureur mr. M.F.H.M. van Haastert,

advocaat mr. J.A.M. van de Sande te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WHITE HILL FRANCHISE B.V. HODN RE/MAX NEDERLAND,

gevestigd te Apeldoorn,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. W.A. van Overbeek de Meyer,

Partijen zullen hierna [eiser] en Re/Max Nederland genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser]

- de pleitnota van Re/Max Nederland

- de eis in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tussen Re/Max Nederland als franchisegever en [eiser] als franchisenemer zijn twee franchiseovereenkomsten gesloten, over de periodes 21 december 2004 tot 20 december 2009 (ten behoeve van een kantoor te Wateringen) respectievelijk 20 december 2006 tot 1 december 2009 (ten behoeve van een kantoor te Naaldwijk).

2.2. Uit hoofde van deze overeenkomsten verkreeg [eiser] het gebruiksrecht van het door Re/Max Nederland gehanteerde franchiseconcept en de door haar gebruikte handelsnaam, (beeld)merklogo’s en slogans. [eiser] verplichtte zich tot het (opbouwen, installeren en) onderhouden van makelaarskantoren te Wateringen en Naaldwijk overeenkomstig het franchiseconcept van Re/Max Nederland en tot verschillende financiële afdrachten aan Re/Max Nederland. Op grond van de franchiseovereenkomsten heeft [eiser] zich verbonden een bij de overeenkomsten gevoegde “code of ethics” niet te zullen overtreden.

2.3. Artikel 11 van de franchiseovereenkomsten luidt, voor zover van belang, als volgt:

11.1 RE/MAX Nederland is gerechtigd deze overeenkomst, na een ingebrekestelling met een termijn van 14 (veertien) dagen, tussentijds te beëindigen wanneer:

f. De franchisenemer of één van zijn/haar agenten wordt vanwege een strafbaar feit veroordeeld, waarbij hij/zij conform het vigerende recht met een vrijheidsstraf kan worden bestraft, en waarbij dit ten aanzien van het aanzien van de handelsnaam, de financiële positie of het resultaat van de bedrijfsuitoefening van de franchisenemer naar het oordeel van RE/MAX NEDERLAND nadelige invloed heeft;

g. De franchisenemer of één van zijn/haar agenten onderneemt een actie, die naar het oordeel van RE/MAX NEDERLAND oneervol, onethisch of illegaal is of op een andere manier schadelijk is of kan zijn voor de reputatie en het aanzien van RE/MAX NEDERLAND, RE/MAX Europe of RE/MAX International, de andere franchisenemers van RE/MAX NEDERLAND, de agenten of het franchiseconcept.

2.4. De erecode voor RE/MAX EUROPE luidt, voor zover van belang, als volgt:

Artikel 4:

Alle RE/MAX-geassocieerden hebben zich verplicht, zich te onthouden van praktijken binnen de branche, die de vertrouwelijkheid kunnen ondermijnen of die de makelaardijbranche in diskrediet kunnen brengen. […]

[…]

Artikel 6:

Bij de uitoefening van het beroep streven - ongeacht het bepaalde in artikel 4 - alle RE/MAX-geassocieerden ernaar een controverse met andere in de branche werkzame personen te vermijden.

[…]

Artikel 8:

RE/MAX-geassocieerden beschermen en dienen de belangen van de cliënten, waarbij zij gelijktijdig alle bij een transactie betrokken partijen fair zullen behandelen.

[…]

Artikel 16:

Iedere RE/MAX-geassocieerde dient tenminste een zodanige mate van competente dienstprestaties te leveren, die door het publiek als normaal gangbaar worden beschouwd bij het zaken doen met een in de branche werkzame persoon. […]

2.5. Bij e-mail van 4 februari 2008 en bij faxbrief van 5 februari 2008 heeft Re/Max Nederland aan [eiser] bericht dat hij in gebreke wordt gesteld op grond van de omstandigheid dat

1. hij op korte termijn niet meer verzekerd zou zijn voor beroepsaansprakelijkheid;

2. hij meegedeeld had dat hij zijn faillissement aan wilde vragen en het niet eerder melden van insolvabiliteit;

3. hij wanbeleid had gevoerd, althans scheen te voeren.

[eiser] diende uiterlijk 6 februari 2008 omtrent zijn financiële situatie te berichten, en diende binnen 14 dagen “orde op zaken te stellen” binnen zijn kantoor.

2.6. Bij brief van 12 februari 2008 heeft Re/Max Nederland de franchiseovereenkomsten (buitengerechtelijk) ontbonden. Re/Max Nederland stelt in deze brief dat [eiser] de artikel 4, 6, 8 en 16 van de code of ethics en de b-, c-, g- en h-grond van artikel 11.1 heeft geschonden. De brief vermeldt verder, voor zover van belang:

1. Uw mail - van werkelijk ongelofelijke strekking - van 9 februari jl. aan de heren [A] en [B], waarover wij uiteraard zijn benaderd.

2. Het onterecht op internet vermelden van de heer [C] als RE/MAX geassocieerde, gekoppeld aan het ontduiken van de financiële verplichtingen die daar tegenover staan.

3. Uw wanbeleid van de laatste maanden, waardoor inmiddels al uw agenten hebben aangegeven te willen vertrekken (al dan niet naar een ander RE/MAX kantoor), met alle gevolgen van dien, ook voor de consument.

4. Het dreigen met een faillissement.

5. Het niet betalen van de premie van de verplichte BAV-verzekering, hetgeen ons een slechte naam bezorgt bij de assuradeur.

6. Het werken met een agent van bedenkelijk allooi (Abdul), die zelfs in detentie moest.

7. Het veelvuldig telefonisch jegens [de heer D] en ondergetekende uitslaan van wartaal, bijv. tijdens uw verblijf in Riga.

8. Het ondanks al onze inspanningen daartoe totaal niet willen inzien dat al het bovenstaande niet door de beugel kan en het derhalve al onze adviezen in de wind slaan.

9. etc. etc.

3. Het geschil in conventie

3.1. De vordering van [eiser] strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. Re/Max Nederland zal veroordelen om binnen twee dagen na dit vonnis de tussen partijen op 21 december 2004 en 20 december 2006 tot stand gekomen franchiseovereenkomsten onverminderd na te komen tot het moment dat deze rechtsgeldig zullen zijn geëindigd, zulks op straffe van een dwangsom EUR 10.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat Re/Max Nederland niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van EUR 125.000,00;

2. Re/Max Nederland zal veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.1.1. Aan de vordering heeft [eiser] - samengevat - ten grondslag gelegd dat Re/Max Nederland ten onrechte de overeenkomsten buitengerechtelijk heeft ontbonden, aangezien de door Re/Max Nederland voor die ontbinding genoemde redenen feitelijke grondslag missen althans - gelet op de bijzondere aard of geringe betekenis van het beweerde verzuim - niet een ontbinding kunnen rechtvaardigen.

3.2. Re/Max Nederland voert verweer.

4. Het geschil in reconventie

4.1. De vordering Re/Max Nederland strekt ertoe dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] zal veroordelen

1. om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis te voldoen aan artikel 12 van de franchiseovereenkomst, meer in het bijzonder:

a. te staken en gestaakt te houden het gebruik van de naam en het beeldmerk van RE/MAX in de breedst mogelijke zin;

b. over te gaan tot het verwijderen van alle reclame-uitingen en borden met betrekking tot RE/MAX;

c. over te gaan tot het inleveren van alle aan Re/Max Nederland toebehorende bescheiden die behoren tot het RE/MAX franchiseconcept zoals vertrouwelijke informatie, reclame-uitingen, borden, handboeken en briefpapier;

op verbeurte van een dwangsom van EUR 1.500,00 voor ieder dag of gedeelte daarvan dat [eiser] hiermee in gebreke blijft;

2. tot betaling aan Re/Max Nederland van een bedrag van EUR 10.000,00, bij wege van voorschot op het totaal aan Re/Max Nederland verschuldigde bedrag;

3. in de kosten van dit geding.

4.1.1. Aan de vordering onder 1. heeft Re/Max Nederland ten grondslag gelegd dat [eiser], ondanks de ontbinding van de overeenkomsten, zijn onderneming nog steeds profileert alsof deze nog bij de RE/MAX organisatie aangesloten is.

4.1.2. Aan de vordering onder 2. heeft Re/Max Nederland ten grondslag gelegd zij dat op grond van artikel 11.6 van de franchiseovereenkomsten direct opeisbaar heeft te vorderen een bedrag, gelijk aan de eenmalige franchisekosten, in het geval van [eiser] bedragende EUR 45.000,00.

4.2. [eiser] voert verweer.

5. De beoordeling in conventie

5.1. Kernvraag van het geschil is of voldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter desgevorderd zal oordelen dat Re/Max Nederland de (buitengerechtelijk) franchiseovereenkomsten heeft mogen ontbinden.

5.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze vraag bevestigend dient te worden beantwoord. Daarbij is het navolgende van belang.

5.3. [eiser] heeft ter zitting bevestigd dat hij (sinds 22 jaar) een bipolaire stoornis heeft. Als gevolg van deze stoornis heeft hij, zo acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk geworden, verschillende e-mailberichten met een onzakelijke en verwarde strekking gezonden aan personen, waaronder - ter illustratie - een e-mail van 9 februari 2008 bestemd voor de heer [E] (werkzaam bij het Europese kantoor van RE/MAX) waarbij onder andere het volgende wordt opgemerkt:

“I can only talk about myself. Meeting you I can imagine that you have som (big? murder-related, past life) guilt build up. I donot judge you, I donot have the right, but the God gave you, in my opinion, the chance to get even […]. My advice and consult to you, is now, for free, to make with a good personal coach, a personal growth plan for yourself, with biological planning (you are not a robot, bio-rythm), Freudian psychology based I would strongly stipulate, and work yourself back to the God”

Een kopie van een eveneens warrige en niet zakelijke e-mail heeft hij op 12 maart 2008 geadresseerd aan [naam]@volkskrant.nl.

5.3.1. Gelet op de inhoud van deze e-mails en de omstandigheid dat in ieder geval één van deze e-mails (ook) naar een persoon die in het geheel niet aan RE/MAX is gelieerd, is gezonden, acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat de bodemrechter - marginaal toetsend - het oordeel van Re/Max Nederland dat reputatieschade kan ontstaan, in stand zal laten. Daarmee is reeds voldaan aan het g-criterium uit artikel 11.1 van de franchiseovereenkomsten.

5.4. [eiser] heeft ter zitting meegedeeld dat hij ten aanzien van de premiebetalingen van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering achterstanden heeft opgelopen, maar dat van een achterstand thans geen sprake meer is. Door hem is - niet door Re/Max Nederland weersproken - gesteld dat deze achterstanden niet hebben geleid tot royement van de verzekering. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter biedt de door Re/Max Nederland genoemde achterstand dan ook geen rechtvaardiging voor ontbinding van de franchiseovereenkomsten.

5.4.1. Ter zitting is echter wel gebleken dat (tenminste) één van de agenten, namelijk mevrouw [F], in een deel van de periode dat zij werkzaam was bij [eiser], onverzekerd was. Gelet op de daarmee gepaard gaande grote risico’s voor deze agent en haar cliënten, acht de voorzieningenrechter dit een ernstige tekortkoming.

5.5. Voorts is door [eiser] erkend dat - als gevolg van het niet tijdig betalen van telefoonrekeningen - een van de kantoren van [eiser] drie dagen niet telefonisch bereikbaar is geweest. Ook dat kan een zekere reputatieschade meebrengen en lijkt in strijd met artikelen 8 en 16 van de erecode.

5.6. Re/Max Nederland heeft ook betoogd dat één van de agenten, de heer [G] de maand december 2007 gedetineerd is geweest. [eiser] heeft de detentie bevestigd en meegedeeld dat dit verband hield met “geweld thuis” en verkeersboetes. Na zijn detentie heeft [eiser] deze agent niet ontslagen, maar de agentuurovereenkomst met hem gecontinueerd.

5.6.1. Vooralsnog acht de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk dat Re/Max Nederland in dit verband een terecht beroep zal kunnen doen op de f-grond van artikel 11.1 van de franchiseovereenkomsten.

5.7. Re/Max Nederland heeft ook betoogd dat er thans, naar aanleiding van de wanordelijke wijze waarop [eiser] leiding gaf aan zijn vestigingen - de voorzieningenrechter begrijpt: in de periode waarin hij onder invloed was van zijn bipolaire stoornis -, geen agenten meer bij [eiser] werkzaam zijn. Oorspronkelijk waren zeven agenten bij [eiser] werkzaam. [eiser] heeft ontkend dat er geen agenten meer aan zijn kantoren zijn verbonden, maar heeft wel het vertrek van een aantal agenten bevestigd.

5.7.1. Vooralsnog is derhalve voldoende aannemelijk geworden dat in ieder geval een aantal agenten is vertrokken. Door [eiser] is niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken dat dit verband hield met de wijze waarop hij leiding gaf aan zijn vestigingen. Ook dit kan, naar de voorzieningenrechter aanneemt, “schadelijk zijn voor de reputatie en het aanzien van RE/MAX NEDERLAND, RE/MAX Europe of RE/MAX International, de andere franchisenemers van RE/MAX NEDERLAND, de agenten of het franchiseconcept”.

5.8. [eiser] heeft aangevoerd dat Re/Max Nederland ten onrechte de termijn, genoemd in de ingebrekestelling niet heeft gerespecteerd. De voorzieningenrechter volgt hem hierin niet, nu de tekortkomingen, genoemd in rechtsoverweging 5.3, 5.4.1 en 5.6, naar hun aard niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt.

5.9. Anders dan [eiser] heeft betoogd zijn de tekortkomingen in de nakoming van de franchiseovereenkomsten, in onderlinge samenhang bezien, en overigens voor wat betreft de tekortkomingen genoemd in rechtsoverweging 5.3, 5.4.1, 5.6 en 5.7 ook op zichzelf, niet van een zodanig bijzondere aard of geringe betekenis dat zij een ontbinding niet kunnen rechtvaardigen.

5.10. De vorderingen zullen derhalve worden afgewezen.

5.11. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Re/Max Nederland worden begroot op:

- vast recht EUR 254,00

- salaris procureur 904,00 (factor 2,0 × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.158,00

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Dat sprake is van een spoedeisend belang van Re/Max Nederland bij haar vorderingen is door [eiser] niet (gemotiveerd) weersproken.

6.2. Door [eiser] is de stelling van Re/Max Nederland dat hij zijn ondernemingen nog steeds profileert als zijnde aangesloten bij RE/MAX, niet weersproken. Nu uit de conventie volgt dat [eiser] niet langer gerechtigd is om zijn ondernemingen als zodanig te profileren, is de vordering onder 1. toewijsbaar, met dien verstande dat de dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

6.3. Door [eiser] is evenmin weersproken de stelling van Re/Max Nederland dat uit artikel 11.6 van de onderscheidenlijke franchiseovereenkomsten volgt dat [eiser] bij tussentijdse beëindiging in totaal een bedrag van EUR 45.000,00 verschuldigd is. Het voorschot van EUR 10.000,00 is mitsdien toewijsbaar.

6.4. [eiser] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Re/Max Nederland worden begroot op:

- salaris procureur EUR 452,00 (factor 1,0 × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 452,00

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. wijst de vorderingen af,

7.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Re/Max Nederland tot op heden begroot op EUR 1.158,00,

in reconventie

7.3. veroordeelt [eiser] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis te voldoen aan artikel 12 van de franchiseovereenkomst, meer in het bijzonder:

a. te staken en gestaakt te houden het gebruik van de naam en het beeldmerk van RE/MAX in de breedst mogelijke zin;

b. over te gaan tot het verwijderen van alle reclame-uitingen en borden met betrekking tot RE/MAX;

c. over te gaan tot het inleveren van alle aan Re/Max Nederland toebehorende bescheiden die behoren tot het RE/MAX franchiseconcept zoals vertrouwelijke informatie, reclame-uitingen, borden, handboeken en briefpapier;

op verbeurte van een dwangsom van EUR 750,00 voor ieder dag of gedeelte daarvan dat [eiser] hiermee in gebreke blijft, met een maximum van EUR 50.000,00;

7.4. veroordeelt [eiser] tot betaling aan Re/Max Nederland van een bedrag van EUR 10.000,00, bij wege van voorschot op het totaal aan Re/Max Nederland verschuldigde bedrag;

7.5. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Re/Max Nederland tot op heden begroot op EUR 452,00,

7.6. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.S. Lebens-de Mug en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2008.