Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BD1679

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
15-05-2008
Datum publicatie
15-05-2008
Zaaknummer
385410 CV 08-179
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kantonzaak, contractenrecht: zorgplicht uit hoofde van reparatieovereenkomst.

Garagehouder stalt ter reparatie aangeboden auto met sleutels in contactslot 's avonds in zijn afgesloten garage. Bij inbraak wordt auto ontvreemd.

Garagehouder beroept zich op afweging tussen brand- en diefstalpreventie.

Hij dient zich echter tegen verhoogd diefstalrisico te verzekeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Deventer

zaaknr.: 385410 CV EXPL 08-179

datum : 15 mei 2008

Vonnis in de zaak van:

[EISERES],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

gemachtigde mr. L.W.J. van den Heuvel, werkzaam ten kantore van D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap EUROMASTER BANDENSERVICE B.V., alsook h.o.d.n. EUROMASTER,

gevestigd en kantoorhoudende te 7418 EC Deventer, Lübeckstraat 2,

gedaagde partij,

schriftelijk procederend bij H.A. Pleizier, financieel directeur.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- de dagvaarding

- het antwoord van de gedaagde partij

- de nadere toelichting van partijen.

Het geschil

Eiseres vordert vergoeding van schade wegens schending van de door gedaagde jegens haar in acht te nemen zorgplicht. Gedaagde heeft de vordering betwist.

De beoordeling

1.

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast:

a. Op 14 november 2006 heeft eiseres haar auto (een Opel Corsa met het kenteken [kenteken], hierna: de auto) voor een APK-keuring en voor het uitvoeren van een reparatie in het garagebedrijf van gedaagde achtergelaten.

b. In de nacht van 14 op 15 november 2006 is de auto na inbraak in het garagebedrijf van gedaagde gestolen.

c. De auto was door gedaagde in haar afgesloten bedrijfsruimte, voorzien van inbraakalarm, gestald met de sleutels in het contact.

d. De dief heeft zich door middel van braak toegang tot de bedrijfsruimte verschaft. Het inbraakalarm is afgegaan, doch toen medewerkers van gedaagde ter plaatste kwamen was de auto reeds ontvreemd.

e. De auto had op het moment van ontvreemding in ieder geval een waarde van

€ 2.200,-.

f. Op het moment van de ontvreemding bevonden zich in de auto enige eigendommen van eiseres met een gezamenlijke waarde van € 253,40.

2.

Eiseres verwijt gedaagde tekortschieten in de jegens haar in acht te nemen zorgplicht doordat zij de auto met de sleutels in het contact heeft gestald, dan wel geen, of onvoldoende maatregelen heeft getroffen ter voorkoming van de diefstal.

3.

Gedaagde heeft zich verweerd door erop te wijzen dat zij haar bedrijfsruimte deugdelijk heeft afgesloten bij het einde van de werkdag op 14 november 2006, dat zij die ruimte deugdelijk, door middel van een inbraakalarminstallatie, heeft beveiligd, dat die installatie ook in werking is getreden en dat daarop adequaat is gereageerd, doch de dief niettemin met de auto heeft kunnen ontkomen. Zij heeft er voorts op gewezen dat zij op instructie van de brandweer bij de binnen haar bedrijf gestalde auto’s de sleutels in het contactslot laat zitten teneinde in geval van brand die auto’s zo snel mogelijk buiten het gebouw te kunnen brengen. Tenslotte heeft gedaagde zich bereid verklaard om 50% van de gevorderde schade te vergoeden.

4.

Bij repliek heeft eiseres aanvullend aangevoerd, gestaafd door bescheiden, dat een instructie als door gedaagde bedoeld in de garagebranche allang achterhaald is, juist met het oog op het daardoor sterk verhoogde diefstalrisico, en dat wordt geadviseerd die autosleutels elders, bijvoorbeeld in een kluis, te bewaren.

5.

Bij dupliek heeft gedaagde die informatie niet tegengesproken, doch enkel gewezen op de noodzakelijke afweging tussen maatregelen inzake diefstalpreventie en inzake brandpreventie.

6.

Het verweer van gedaagde wordt verworpen. Het is alleszins redelijk aan te nemen dat de diefstal vooral is gelukt omdat de sleutels van de auto in het contact zaten, vooral nu onbestreden is aangevoerd dat medewerkers van gedaagde binnen een kwartier na de inbraakmelding via het alarm ter plaatse waren en de dief toen al met de auto was verdwenen. Gedaagde heeft niet aannemelijk weten te maken dat zij op last van de brandweer in de auto’s binnen haar bedrijfsruimte de sleutels in het contact moet laten zitten. Zo zij daartoe zelf heeft besloten met het oog op brand, had het op haar weg gelegen om het daardoor onmiskenbaar verhoogde diefstalrisico onder ogen te zien en passende maatregelen, zoals bijvoorbeeld een goede diefstalverzekering, te treffen. Door dat laatste na te laten heeft zij ten detrimente van haar klanten, zoals eiseres, een verhoogd diefstalrisico ten aanzien van haar bedrijf aanvaard. Zij is aldus toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis uit de met eiseres gesloten overeenkomst, ook al omdat zij eiseres in het kader van de met haar te sluiten overeenkomst niet op dit verhoogde risico heeft gewezen.

7.

De vordering van eiseres is daarom in hoofdsom toewijsbaar. Dat geldt ook voor de gevorderde vertragingsrente die, overigens niet betwist, ook ambtshalve niet ongegrond voorkomt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten komen niet voor toewijzing in aanmerking omdat eiseres, zo blijkt uit de stukken, tegen de kosten van rechtskundige bijstand is verzekerd en zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet aannemelijk is dat zij met dit soort kosten wordt belast. Hetzelfde geldt voor de proceskosten, waar toch het kenmerk van een rechtsbijstandverzekering is dat de verzekerde terzake van onder de polis verleende bijstand geen kosten in rekening worden gebracht.

8.

De proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt gedaagde tegen bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 2.453,40, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 20 augustus 2007 tot de dag van algehele voldoening;

- compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 15 mei 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.