Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BD1250

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
22-04-2008
Datum publicatie
08-05-2008
Zaaknummer
07.601158-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

valsheid in geschrift

schuldwitwassen

strafmaatmotivering

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer: 07.601158-07

Datum: 22 april 2008

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

[geboortedatum],

[woonplaats].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 08 januari 2008 en 08 april 2008. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door mr. S.C. Scherpenhuysen, advocaat te Lelystad.

De officier van justitie, mr. H. Harmeijer, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde tot een taakstraf, te weten een werkstraf voor de duur van 200 uur subsidiair 100 dagen hechtenis.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

Ten gevolge van een kennelijke vergissing staat in de tenlastelegging onder feit 2 in zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde telkens het bedrag "47.922 euro" in plaats van "47.992 euro". De rechtbank herstelt deze vergissingen door telkens het laatste te lezen voor het eerste. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting wordt de verdachte daardoor in de verdediging niet geschaad.

BEWIJS

De verdachte dient van het onder 2 primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)

Van het meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Feit 1

Valsheid in geschrift, strafbaar gesteld bij artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2 subsidiair

Schuldwitwassen, strafbaar gesteld bij artikel 420 quater, aanhef en onder b, van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte bijzonder lichtvaardig gehandeld heeft. Met name het valselijk opmaken van de werkgeversverklaring voor een hypotheekaanvraag rekent de rechtbank verdachte aan. Hiervan kan immers het gevolg zijn dat een grote hypothecaire geldlening wordt verstrekt die later niet afgelost kan worden. Aldus dreigen anderen door verdachte ernstig gedupeerd te worden. Een dergelijk mogelijk scenario heeft verdachte ook kunnen en moeten voorzien.

Mede gelet op het blanco strafblad van verdachte kan thans echter nog worden volstaan met het opleggen van een werkstraf zoals door de officier van justitie is geƫist.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 22c, 22d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het onder 2 primair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert de strafbare feiten op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

Het meer of anders ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf, te weten de werkstraf het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 200 uren.

De rechtbank beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 100 dagen hechtenis, althans een aantal dagen hechtenis dat evenredig is aan het niet verrichte aantal uren taakstraf .

Aldus gewezen door mr. G.J.J.M. Essink, voorzitter, mrs. G.H. Meijer en G.E.A. Neppelenbroek, rechters, in tegenwoordigheid van M. Smit, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 april 2008.

Mr. Neppelenbroek voornoemd was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.