Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BC8233

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
27-03-2008
Datum publicatie
01-04-2008
Zaaknummer
07/400406-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verkrachting wilsonbekwame, psychische stoornis, opzet, strafmaatmotivering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 07.400406-07

Uitspraak: 27 maart 2008

S T R A F V O N N I S

in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortejaar]

verblijvende in [verblijfplaats]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 maart 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. Volckmann.

De officier van justitie, mr. Doedens, heeft ter terechtzitting gevorderd de veroordeling van verdachte terzake het subsidiair ten laste gelegde tot gevangenisstraf van 15 maanden (met aftrek) waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dit het volgen van een ambulante behandeling zou inhouden.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

BEWIJS

PRIMAIR

De verdachte dient van het primair ten laste gelegde (medeplegen verkrachting) te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht, nu uit de stukken noch het verhandelde ter zitting blijkt dat sprake is geweest van dwang.

SUBSIDIAIR

Met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde (medeplegen art. 243 Sr) is door de verdediging een drietal verweren gevoerd:

1. niet bewezen kan worden dat het slachtoffer lijdt aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens dat zij niet of onvoldoende in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken met betrekking tot de door verdachte gepleegde handelingen

2. indien de rechtbank van oordeel is dat het vorenstaande wel bewezen kan worden, kan niet worden bewezen dat verdachte dit wist, ook niet in de vorm van voorwaardelijk opzet

3. indien de rechtbank eveneens de wetenschap van verdachte bewezen acht, dan is niet te bewijzen dat verdachte handelingen heeft gepleegd die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam

De rechtbank overweegt het volgende:

De aanwezigheid van een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijk stoornis van haar geestvermogens dat zij niet of onvoldoende in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken met betrekking tot de handelingen en de wetenschap van verdachte hieromtrent

Voor een veroordeling is vereist dat komt vast te staan dat het slachtoffer leed aan een psychische stoornis en dat zij daardoor niet of onvolkomen in staat was haar wil ten aanzien van de gepleegde seksuele handelingen te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden en voorts dat het opzet van verdachte gericht was op die geestestoestand met daaruit voortvloeiende zojuist genoemd gebrek. De rechtbank is van oordeel dat in casu aan beide voornoemde vereisten is voldaan. Dit oordeel is gegrond op de volgende bewijsmiddelen:

- de tegenover de politie afgelegde verklaring van aangeefster [naam] hoofd zorg van zorginstelling Talant (de zorginstelling van het slachtoffer), onder meer inhoudende:

[naam] functioneert op het niveau van een matig verstandelijk gehandicapte. Ze heeft het verstandelijk niveau van een kind van 5 a 6 jaar oud.

- de tegenover de politie afgelegde verklaring van [naam], begeleidster in de woonvorm van het slachtoffer, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[naam] is een vrouw met een verstandelijke handicap. Ik schat dat zij functioneert als een kind van drie of vier jaar oud. Als je haar ziet, zie je aan haar hele verschijning dat ze gehandicapt is. [naam] is echt een meisje in haar gedrag, een kwetsbare vrouw. Ze speelt met poppen en kleurt. Haar ontwikkelingsmogelijkheden en haar kunnen zitten op het niveau van een vierjarig kind

- de tegenover de politie afgelegde verklaring van [naam] begeleidster van het slachtoffer, onder meer inhoudende:

Het is nog zo’n meisje. Ze functioneert op een niveau van een kind van hooguit 5 a 6 jaar. Ze is nog een heel kinderlijk iemand. Ik denk dat je direct wel kunt zien dat ze functioneert als een meisje, terwijl ze al 33 jaar oud is. Dat geldt ook voor haar houding en uiterlijk.

- de op 11 december 2007 door verdachte tegenover de politie afgelegde verklaring, voorzover inhoudende:

[naam] is een jonge zwakbegaafde vrouw. [naam] woont niet thuis. Ze woont in [provincie], volgens mij in [plaatsnaam]. Ze woont in een huis voor begeleid wonen. [naam] is een meisje dat erg aanhalig is. Ze kwam vanaf het begin al bij mij op schoot zitten.

Uit de hierboven geciteerde passages uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte wist dat het slachtoffer geestelijk gehandicapt was en dat ze in een speciale woonvoorziening woonde. De begeleidsters [naam] en [naam] verklaren dat je aan de verschijning van het slachtoffer al kunt zien dat ze geestelijk gehandicapt is. De verklaringen van verdachte afgelegd tegenover de politie, inhoudende dat hij dacht dat het slachtoffer geestelijk functioneerde op een leeftijd van rond de 18 jaar, en zijn gewijzigde verklaring ter zitting inhoudende dat hij dacht het slachtoffer geestelijk functioneerde op een leeftijd van 14 jaar, zijn ongeloofwaardig gelet op de voornoemde verklaringen van de begeleidsters inzake het geestelijk functioneren van het slachtoffer, die allen een leeftijd noemen die aanzienlijk lager ligt dan de door verdachte genoemde leeftijden.

De rechtbank gaat – overeenkomstig de verklaring van de begeleidsters – uit van het functioneren van het slachtoffer op een leeftijd van een persoon van rond de 5 jaren, hetgeen tevens impliceert dat het slachtoffer in deze zaak onvoldoende in staat was haar wil te bepalen of weerstand te bieden tegen de door verdachte bij haar verrichte handelingen.

Het seksueel binnendringen van het lichaam

Verdachte heeft ter zitting ontkend dat sprake is geweest van seksueel binnendringen met zijn penis of zijn vinger. Hiermee komt hij terug op zijn bij de politie afgelegde verklaringen, inhoudende dat hij het slachtoffer met zijn vinger heeft gepenetreerd en dat hij een klein stukje met zijn penis in haar vagina is gedrongen.

De rechtbank houdt verdachte echter aan zijn bij de politie afgelegde verklaringen. Daarvoor is met name van belang dat betreffende de penetratie met de penis verdachte uit zichzelf met die verklaring is gekomen. Hij verklaarde daarover namelijk bij aanvang van een nieuw verhoor op de vraag van de verbalisant of verdachte nog iets wenste te veranderen of toe te voegen aan zijn eerder die dag afgelegde verklaring. De rechtbank ziet geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat verdachte toen bewust onjuist heeft verklaard. Daar komt bij dat ook de moeder van het slachtoffer heeft verklaard dat penetratie heeft plaastgevonden.

De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

medeplegen van met iemand van wie hij weet dat hij aan zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weestand te bieden, handelingen verrichten die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, strafbaar gesteld bij artikel 243 juncto 47 van het Wetboek va Strafrecht

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen feiten of omstandigheden gebleken zijn die die strafbaarheid zouden opheffen of uitsluiten.

OPLEGGING VAN STRAF OF MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend. Daarbij wordt door de rechtbank nog in het bijzonder overwogen dat verdachte door zijn handelen een grove inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van een kwetsbaar persoon, hetgeen de rechtbank hem zwaar aanrekent. Een straf zoals door de officier van justitie gevorderd acht de rechtbank dan ook passend.

De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het primair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld. De verdachte is deswege strafbaar.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.

De tijd, door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, zal bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering worden gebracht.

Van de gevangenisstraf zal een gedeelte groot 5 maanden niet worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

Als bijzondere voorwaarde wordt gesteld dat verdachte zich gedurend de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen, te geven door of namens de reclassering, ook als dat zou inhouden dat verdachte een behandeling dient te volgen bij De Tender.

Aldus gewezen door mr. Heeregrave, voorzitter, mrs. Buijsman en Louter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Ter Haar als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2008.

Mr. Buijsman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.