Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BC7338

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
20-03-2008
Datum publicatie
20-03-2008
Zaaknummer
386648 HA 08-3
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kantonzaak, arbeidsovereenkomst en procesrecht. Werkgeefster verzoekt ontbinding voor zover vereist. Voor de mondelinge behandeling failleert werkgeefster. De curator neemt de procedure niet over. Gemachtigde van werkgeefster wil mondelinge behandeling eerst door laten gaan, maar deelt later mee niet te zullen verschijnen. Tot intrekking van het verzoek gaat gemachtigde niet over omdat hij dit rekent tot de bevoegdheid van de curator. Zitting gaat niet door.

Kantonrechter verklaart werkgeefster niet-ontvankelijk in verzoek omdat zij geen belang meer heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0206

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Deventer

zaaknr. : 386648 HA VERZ 08-3

datum : 20 maart 2008

Beschikking op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TUINCENTRUM [TUINCENTRUM] B.V., mede h.o.d.n. TUINWERELD WILP,

gevestigd te Wilp,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. J.H. van den Sigtenhorst, advocaat te Zutphen,

tegen

[VERWERENDE PARTIJ],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

procederend in persoon.

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift

- het verweerschrift

- correspondentie van partijen met de griffier.

Het geschil

Verzoekster (hierna ook: Tuincentrum) heeft verzocht om ontbinding van haar arbeidsovereenkomst voor zover in rechte mocht komen vast te staan dat het aan verweerster (hierna ook: [verwerende partij]) verleende ontslag op staande voet rechtskracht mist. [verwerende partij] heeft verweer gevoerd en zich tegen toewijzing van het verzoek verzet.

De beoordeling

1.

• Op 17 januari 2008 is het inleidende verzoekschrift met producties ter griffie ontvangen.

• Op 31 januari 2008 is het verweerschrift van [verwerende partij] ter griffie ontvangen.

• Daarop is de mondelinge behandeling bepaald op 14 februari 2008.

• Bij (fax-)brief van 7 februari 2008 heeft mr. A.A.M. Spliet, advocaat te Deventer, aan de kantonrechter laten weten dat Tuincentrum bij vonnis van de rechtbank te Zutphen van 29 januari 2008 in staat van faillissement is verklaard met benoeming van hem tot curator, en dat hij niet zal optreden in de procedure, die niet zal overnemen doch dat de procedure eventueel buiten bezwaar van de boedel kan worden voortgezet.

• Bij brief van 11 februari 2008 heeft de raadsman van Tuincentrum (n.a.v. een verzoek van de griffier een standpunt te bepalen i.v.m. de brief van de curator van 7 februari 2008) laten weten op de vastgestelde datum en tijdstip voor de mondelinge behandeling van het verzoek te zullen verschijnen.

• Ook bij brief van 11 februari 2008 heeft [verwerende partij] laten weten haar verweer te handhaven en dat ter gelegenheid van de mondelinge behandeling te willen toelichten.

• Bij brief van 13 februari 2008 heeft de raadsman van Tuincentrum onder meer het volgende aan de kantonrechter bericht:

“Om niet nader te noemen gronden is er uiteindelijk voor geopteerd om niet te verschijnen. Of zulks impliceert dat het voorwaardelijk verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt ingetrokken is niet aan mij, doch aan de curator van mijn cliënte, mr. A.A.M. Spliet, die ik afschrift van deze brief toezend. Te uwer informatie deel ik nog mede dat ik de wederpartij, [verwerende partij] inmiddels telefonisch op de hoogte heb gebracht van het feit dat wij niet zullen verschijnen. Zij zal, zo liet zij weten, nog telefonisch contact met u op te nemen met de vraag of haar verschijning noodzakelijk is.”

• De zitting heeft vervolgens niet plaats gevonden.

• De curator heeft zich over het herziene standpunt van Tuincentrum niet meer uitgelaten, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld.

2.

Aan de orde is een beslissing op een verzoekschrift, ingediend door een partij die na de indiening daarvan in staat van faillissement is verklaard, terwijl de curator de procedure niet heeft overgenomen en die partij zelf vervolgens het standpunt heeft ingenomen de procedure niet verder te vervolgen doch zich niet tot intrekking bevoegd te achten omdat zij dat als een bevoegdheid van de curator beschouwt.

3.

Aangezien het verzoekschrift werd ingediend voordat Tuincentrum in staat van faillissement geraakte is het rechtsgeldig ingediend. Door het vonnis van faillietverklaring is op 29 januari 2008 de situatie als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Faillissementswet ingetreden. De curator heeft vervolgens laten weten het geding niet over te nemen. Na haar aanvankelijke verklaring de procedure te willen voortzetten (en dus ingevolge artikel 27, tweede lid, Fw.: buiten bezwaar van de boedel) heeft Tuincentrum dat standpunt herzien en verklaard de procedure niet te willen vervolgen. Zij heeft het verzoek niet ingetrokken, stellende dat zij dat een bevoegdheid van de curator achtte.

4.

Doordat de curator de procedure niet heeft overgenomen is deze geen partij in het proces geworden, en komt hem dienaangaande geen bevoegdheid (meer) toe, dus ook niet die tot intrekking. Tuincentrum heeft het standpunt ingenomen de procedure niet meer te willen vervolgen, zodat zij bij een inhoudelijke beoordeling van de zaak geacht moet worden onvoldoende rechtens te respecteren belang te hebben. Onder die omstandigheden kan de conclusie geen andere zijn dan dat Tuincentrum in haar verzoek niet kan worden ontvangen, met veroordeling van Tuincentrum, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het verzoek niet ontvankelijk;

- veroordeelt Tuincentrum in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van [verwerende partij] vastgesteld op nihil.

Aldus gegeven door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 20 maart 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.