Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BC5431

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
05-02-2008
Datum publicatie
29-02-2008
Zaaknummer
07.607311-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bewijs

gemotiveerde vrijspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnummer : 07.607311-07

Uitspraakdatum : 5 februari 2008

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

[geboortedatum],

[woonplaats]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. K. Kok, advocaat te Zwolle.

De officier van justitie, mr. M. Kamper, heeft ter terechtzitting gevorderd:

- verdachte vrij te spreken van het onder 2 ten laste gelegde;

- de veroordeling van verdachte ter zake het onder 1 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

BEWIJS

De verdachte dient van het onder 1 en 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Daartoe is redengevend dat geen bewijsmiddelen voorhanden zijn waaruit kan worden geconcludeerd dat verdachte ervan op de hoogte was dat zijn medeverdachte [medev[medeverdachte] van plan was om [betrokkene] cocaïne afhandig te maken.

Voorts acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van tevoren wist dat de plastic tas die [medeverdachte] na zijn tweede bezoek aan de woning van [betrokkene] met zich meedroeg en die later in de door verdachte bestuurde auto is aangetroffen, cocaïne bevatte. [medeverdachte] heeft weliswaar verklaard dat hij verdachte kort voor zijn tweede bezoek aan genoemde woning ervan op de hoogte heeft gesteld dat hij “de cocaïne ging pakken”, maar ondersteunend bewijs hiervoor ontbreekt. De getapte telefoongesprekken tussen verdachte en [medeverdachte] zijn voor meerdere uitleg vatbaar en kunnen derhalve niet als bewijs dienen. De vaststelling van het observatieteam van de politie, dat [medeverdachte] na zijn tweede bezoek aan de woning van [betrokkene] naar buiten kwam rennen en vervolgens in de door verdachte bestuurde en reeds rijdende auto stapte nadat verdachte het portier van binnenuit had geopend, leidt evenmin onvermijdelijk tot de conclusie dat verdachte ervan op de hoogte was dat [medeverdachte] cocaïne vervoerde. Hier komt nog bij dat de belastende verklaringen van [medeverdachte] weinig overtuigend zijn, waar hij verklaart dat verdachte voor zijn aandeel geen tegenprestatie wilde ontvangen.

Dat verdachte, toen hij en [medeverdachte] de stad hadden verlaten en op de snelweg reden, door een telefoongesprek van [medeverdachte] en diens stiefzoon het vermoeden kreeg dat [medeverdachte] drugs bij zich had, leidt niet tot de conclusie dat verdachte wist dat het om cocaïne ging en dat hij opzettelijk de cocaïne heeft vervoerd. Ook is niet komen vast te staan dat verdachte toen nog de mogelijkheid had om de auto direct te verlaten. Hij werd immers niet lang daarna, bij een tankstation langs de snelweg, aangehouden.

BESLISSING

Het ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Aldus gewezen door mr. H.M. Schaak, voorzitter, mrs. G.J.J.M. Essink en H.J. Buijsman, rechters, in tegenwoordigheid van E.M. Scheffer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2008.

Mr. Buijsman was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.