Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BC3882

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
29-01-2008
Datum publicatie
08-02-2008
Zaaknummer
07/410079-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Noodweer

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.410079-07

Uitspraak: 29 januari 2008

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum]

wonende te [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2008. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. I.J. Woltman, advocaat te Bolsward.

De officier van justitie, mr. C. Berendsen, heeft ter terechtzitting terzake het primair ten laste gelegde gevorderd dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging en dat de in beslag genomen sloffen aan hem zullen worden teruggegeven.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de benadeelde partij, [naam benadeelde partij], in zijn vordering niet-ontvankelijkheid zal worden verklaard

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

BEWIJS

De verdachte dient van het primair en subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank komt tot vrijspraak, omdat uit het onderzoek ter terechtzitting niet is komen vast te staan dat verdachte het opzet dan wel voorwaardelijke opzet heeft gehad om het slachtoffer van het leven te beroven dan wel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte meer subsidiair ten laste is gelegd, met dien verstande dat:

(volgt bewezenverklaring; zie aangehechte kopie dagvaarding)

Van het meer subsidiair meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht.

STRAFBAARHEID

Het bewezene levert op:

Mishandeling, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, strafbaar gesteld bij artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat er ten tijde van het begaan van het bewezen verklaarde feit sprake was van een noodweersituatie. Het slachtoffer was bezig zich wederrechtelijk de toegang te verschaffen tot de woning op de tweede verdieping waarin de bewoner en verdachte als gast aanwezig waren. Bovendien had verdachte onder de gegeven omstandigheden reden om te vrezen dat het slachtoffer, eenmaal binnen in de woning, zou overgaan tot vernieling en/of mishandeling, in ieder geval tot het plegen van gewelddadigheden. Deze omstandigheden waren achtereenvolgens gelegen in het feit dat het slachtoffer zich ongevraagd luidruchtig was gaan bemoeien met een telefoongesprek dat de bewoner vanuit het raam op de tweede verdieping met diens vriendin op straat voerde, in het jennen en schelden door het slachtoffer dat daarop volgde, door de woede van het slachtoffer over het bierflesje dat door verdachte in de richting van het slachtoffer was geworpen en op korte afstand van hem was kapot gevallen en de zeer korte tijd waarin het slachtoffer vervolgens in staat bleek om via het balkon en de buitengevel tot in het raamkozijn op de tweede verdieping te klimmen.

Verdachte heeft vervolgens de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschreden door het slachtoffer, dat met zijn middel op de onderdorpel van het raamkozijn hing, zo te schoppen en te slaan dat deze vervolgens vanuit het raam op de tweede verdieping naar beneden op de straat is gevallen. De rechtbank acht echter voldoende aannemelijk dat verdachte door de plotselinge gebeurtenissen en de drieste toestand waarin het slachtoffer kennelijk nog steeds verkeerde toen hij inmiddels in het raamkozijn hing, in zo’n hevige gemoedsbeweging is komen te verkeren, dat hem deze overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging in strafrechtelijke zin niet mag worden verweten. De rechtbank aanvaardt derhalve het beroep op noodweer-exces en acht verdachte niet strafbaar. Dit leidt ertoe dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de aan hem toebehorende op de beslaglijst vermelde sloffen, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

Benadeelde partij

Voor de aanvang van de terechtzitting heeft [naam benadeelde partij] zich op de daartoe voorgeschreven wijze als benadeelde partij in dit geding gevoegd.

De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging, de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering.

BESLISSING

Het primair en subsidiair ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

Het meer subsidiair ten laste gelegde is bewezen zoals hiervoor aangegeven en levert het strafbare feit op, zoals hiervoor vermeld.

De rechtbank ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

De rechtbank gelast de teruggave van een paar sloffen (met klompenmotief) aan verdachte.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [naam benadeelde partij] in zijn vordering niet ontvankelijk is en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aldus gewezen door mr. J.H. Bosch, voorzitter, mrs. F. Koster en G.A. Versteeg, rechters, in tegenwoordigheid van W.F. Grotenhuis als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2008.