Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BC3559

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
31-01-2008
Datum publicatie
06-02-2008
Zaaknummer
07630073-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewijs

rechtmatige informatievergaring

observatie

peilbaken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD

Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer

Parketnr. : 07.630073-07

Uitspraak: 31 januari 2008

Vonnis in de zaak van:

het openbaar ministerie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum]

wonende te [adres]

thans verblijvende in de [verblijfplaats]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2008. De verdachte is niet in persoon verschenen en is ter terechtzitting verdedigd door mr. J. Vlug, advocaat te Deventer, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd.

De officier van justitie, mr. I. Verkerk, heeft ter terechtzitting gevorderd

- de vrijspraak van verdachte terzake het onder 4 ten laste gelegde;

- de veroordeling van verdachte terzake het onder 1, 2, 3, 5, 6 en 7 ten laste gelegde tot twaalf maanden gevangenisstraf met aftrek van de duur van de voorlopige hechtenis;

- de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde partij 1]

ad € 3426,88 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde partij 2]

ad € 2800,67 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;

- de ontneming van het uit de ten laste gelegde feiten wederrechtelijk verkregen voordeel ad € 5883,-;

- verbeurdverklaring ten aanzien van de van verdachte inbeslaggenomen goederen .

TENLASTELEGGING

De verdachte is ten laste gelegd dat:

(volgt tenlastelegging)

BEWIJS

De verdachte dient van het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Waar de officier van justitie uitdrukkelijk de veroordeling van de verdachte heeft gevorderd, overweegt de rechtbank ten aanzien van het onder 1 tot en met 3, 5, 6 en 7 ten laste gelegde als volgt.

De rechtbank is van oordeel dat in het opsporingsonderzoek op rechtmatige wijze informatie is vergaard. Deze informatievergaring heeft hierin bestaan dat er telefoons zijn afgetapt, het woonadres van de verdachte met behulp van camera’s is geobserveerd en een peilbaken is geplaatst op een auto, te weten een [a[auto merk]erk] met het kenteken [kenteken auto] Daarnaast bevat het dossier afdrukken van beelden die door bewakingscamera’s op de plaats van de ten laste gelegde misdrijven zijn geregistreerd.

De rechtbank stelt voorop dat uit de door het openbaar ministerie aangedragen opsporingsmiddelen, in het bijzonder de beelden die door observatiecamera’s zijn geregistreerd en de beelden afkomstig van bewakingscamera’s, controleerbaar en inzichtelijk moet zijn op basis van welke feiten en omstandigheden de met de opsporing belaste ambtenaren tot hun bevindingen zijn gekomen dat de verdachte en/of zijn mededaders de ten laste gelegde feiten hebben gepleegd dan wel dat de verdachte hierbij betrokken is geweest.

De rechtbank is van oordeel dat op de in het dossier aanwezige beelden van de observatiecamera’s niet kan worden waargenomen dat de verdachte op de ten laste gelegde tijdstippen inzittende is geweest van de [auto merk] die nabij of op de plaats en tijdstip van de diefstallen zou zijn gezien. Weliswaar is door de opsporingsambtenaren geverbaliseerd dat de verdachte op bepaalde tijdstippen - die verband zouden kunnen houden met de tijdstippen waarop de diefstallen zijn gepleegd - in deze auto is gestapt, maar voor de rechtbank is niet inzichtelijk of te verifiëren op basis waarvan de opsporingsambtenaren dit hebben geconcludeerd. Het vorenstaande klemt te meer nu verder op geen enkele wijze is waargenomen dat de verdachte op de ten laste gelegde tijdstippen op de plaats van de misdrijven aanwezig is geweest. Nu voor bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten enig verband moet kunnen worden gelegd tussen het gebruik van de genoemde auto en de persoon van de verdachte en dit verband niet kan worden gelegd, is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat de verdachte de ten laste gelegde opzetheling en diefstallen heeft gepleegd dan wel hier bij betrokken is geweest.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de aangedragen informatie afkomstig uit de telefoontaps, het peilbaken en de camerabeelden op zichzelf, noch in onderlinge samenhang bezien, voldoende gronden bevatten voor het bewijs dat de verdachte dan wel zijn mededaders de diefstallen hebben gepleegd dan wel dat de verdachte hierbij betrokken is geweest.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, nu de verdachte is vrijgesproken van de feiten die hem ten laste zijn gelegd.

Benadeelde partij

Nu de verdachte is vrijgesproken terzake van al hetgeen hem ten laste is gelegd, zijn de benadeelde partijen [benadeelde partij 1 + 2] [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] in hun vorderingen niet ontvankelijk.

BESLISSING

Het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde is niet bewezen en de verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen [benadeelde partij 1 + 2] [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 4] in hun vorderingen niet ontvankelijk nu de verdachte terzake van al hetgeen hem ten laste is gelegd is vrijgesproken.

De rechtbank wijst de vordering tot verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen voorwerpen af.

Aldus gewezen door mr. C.A.M. Heeregrave, voorzitter, mrs. G.M.J. Vijftigschild en

I.F. Clement, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. van Bruggen als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 januari 2008.