Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2008:BC1210

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
02-01-2008
Datum publicatie
07-01-2008
Zaaknummer
373985 VV 07-145
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

kantonzaak, arbeidsrecht. In kort geding wordt werknemer aan concurrentiebeding gehouden. Werkgever heeft onvoldoende spoedeisend belang bij contractuele boete die verbeurd zou zijn vòòr betekening van het vonnis in kort geding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0037
Prg. 2008, 77
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Lelystad

Zaaknummer : 373985 VV 07-145

Vonnis : 2 januari 2008

Vonnis in het kort geding van:

de besloten vennootschap

MULTI-DEUR BV,

gevestigd te Zeewolde,

eisende partij in conventie, gedaagde in reconventie,

gemachtigde mr. J.N.M. van Trigt, advocaat te Amsterdam,

tegen

[GEDAAGDE],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie, eiser in reconventie,

gemachtigde mr. W.C. Voogd van de Stichting Rechtsbijstand te Tilburg.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- een dagvaarding, met producties, d.d. 12 oktober 2007 houdende een vordering tot het treffen van een voorziening bij voorraad;

- brieven van de gemachtigde van Multi-Deur d.d. 7 november 2007 en 13 december 2007 met producties;

- een brief van de gemachtigde van [gedaagde] d.d. 1 november 2007, houdende een reconventionele vordering.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 december 2007.

Verschenen zijn:

- Multi-Deur, vertegenwoordigd door E.J. Zantinge, directeur, bijgestaan door mr. P.A.A. Lelijveld, namens mr. Van Trigt;

- [gedaagde], bijgestaan door mr. Voogd.

Ter zitting heeft Multi-Deur haar vordering vermeerderd in na te melden zin.

Het geschil

in conventie:

Multi-Deur heeft gevorderd -na vermeerdering van eis bij gelegenheid van de mondelinge behandeling- dat bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] wordt veroordeeld:

a. om onmiddellijk, doch uiterlijk binnen vierentwintig uur na betekening van het ten deze te geven bevel, de overtreding van het concurrentiebeding te staken en voorts aan Multi-Deur te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting de onmiddellijk opeisbare boete van € 4.537,80 voor de enkele overtreding van het concurrentiebeding;

b. tot betaling van een bedrag van € 453,78 per dag vanaf 1 juli 2007 tot 12 oktober 2007;

c. tot betaling van een bedrag van € 453,78 per dag vanaf 12 oktober 2007 tot de dag waarop de overtreding van het concurrentiebeding zal zijn geëindigd.

d. tot betaling van de kosten van de procedure.

[gedaagde] heeft de vordering gemotiveerd betwist.

in reconventie:

[gedaagde] heeft gevorderd dat bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- voor zover het concurrentiebeding nog gelding heeft, de werking van het beding wordt geschorst dan wel wordt gematigd dan wel wordt te niet gedaan totdat er in een bodemprocedure een uitspraak is gedaan, althans een zodanige voorziening wordt getroffen als de kantonrechter geraden acht;

- wordt bepaald dat er aan [gedaagde] ten laste van Multi-Deur een vergoeding wordt toegekend ter hoogte van een bedrag per dag ter hoogte van de door Multi-Deur gevraagde dwangsom van € 5.000,00 voor iedere dag dat de overtreding voortduurt;

- Multi-Deur wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.

Multi-Deur heeft de vordering gemotiveerd betwist.

De vaststaande feiten

In conventie en in reconventie

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd betwist –mede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de overgelegde producties- het volgende vast:

1.1

Multi-Deur produceert, verkoopt, monteert, repareert en onderhoudt bedrijfsdeuren en garagesectionaldeuren. Zij bestrijkt de gehele Europese markt.

1.2

[gedaagde] is op basis van een schriftelijke arbeidsovereenkomst per 1 juli 2005 bij Multi-Deur in dienst getreden in de functie van “Verkoper Buitendienst”, zulks voor de duur van een jaar. Bij schriftelijke arbeidsovereenkomst van 19 juni 2006 is voormelde arbeidsovereenkomst verlengd tot en met 30 juni 2007. In beide arbeidsovereenkomsten is een concurrentiebeding opgenomen, telkens luidende (voor zover hier van belang):

Artikel 7

a.

b. Het is werknemer verboden binnen één jaar na het einde van deze arbeidsovereenkomst, op enigerlei wijze in Europa betrokken te zijn bij activiteiten die concurrerend zijn aan het bedrijf van werkgever. Bij overtreding van dit verbod zal werknemer aan werkgever verschuldigd zijn zonder dat daartoe sommaties of ingebrekestelling is vereist, een onmiddellijk opeisbare boete van € 4.537,80 voor de enkele overtreding en een boete van € 453,78 per dag waarop de overtreding voortduurt. ……”

1.3

Sedert 1 juli 2007 is [gedaagde] als algemeen bedrijfsleider in dienst bij de te Kamerik gevestigde onderneming [TS] Garage- en Bedrijfsdeuren (hierna verder: [TS]).

De beoordeling

In conventie

2.1

Aan haar vordering is door Multi-Deur ten grondslag gelegd, summier samengevat, dat [TS] een regelrechte concurrent van haar is. [TS] produceert dan wel niet zelf deuren, maar koopt deze deuren in bij de concurrenten van Multi-Deur en verkoopt deze vervolgens. Die deuren zijn identiek aan de deuren, die Multi-Deur produceert. Daarbij komt dat Multi-Deur ook service-en montage werkzaamheden verricht aan deursystemen, die niet door haar zelf zijn geleverd. Ook [TS] verricht dergelijke werkzaamheden. Door bij [TS] als algemeen bedrijfsleider in dienst te zijn getreden overtreedt [gedaagde] dan ook het concurrentiebeding. [gedaagde] is als voormalige Verkoper Buitendienst grondig op de hoogte van de specifieke bedrijfsgegevens van Multi-Deur. Hij kent haar zwakke en sterke punten. [TS] zal met de specifieke kennis die [gedaagde] heeft opgedaan van de onderneming van Multi-Deur haar concurrentiepositie kunnen verstevigen ten koste van Multi-Deur. Multi-Deur heeft er dan ook groot belang bij dat [gedaagde] aan het concurrentiebeding wordt gehouden. Iedere beperking daarvan, bijvoorbeeld in de vorm van een rayon- of relatiebeding, zal de concurrentiepositie van Multi-Deur onevenredig schaden, aldus Multi-Deur.

2.2

[gedaagde] heeft als verweer gevoerd dat het onredelijk bezwarend is als hij aan het concurrentiebeding wordt gehouden.

In dit verband heeft [gedaagde] er in de eerste plaats op gewezen dat Multi-Deur geen schade lijdt door zijn indiensttreding bij [TS]. [TS] is volgens [gedaagde] namelijk geen rechtstreekse concurrent van Multi-Deur. Multi-Deur produceert namelijk bedrijfs- en garagesectionaldeuren, terwijl [TS] dat niet doet. Zij neemt slechts deuren af; voornamelijk van Hörmann, soms van Condor en incidenteel van Multi-Deur. Ook plaatst, onderhoudt en repareert [TS] deuren. Daarnaast opereren [TS] en Multi-Deur in verschillende delen van de markt. De kwaliteit van de door [TS] verkochte deuren en daarmee de prijzen daarvan liggen namelijk hoger dan de kwaliteit en prijzen van de deuren van Multi-Deur. Beide bedrijven hebben dan ook andere afnemers. Daarbij komt volgens [gedaagde] dat [TS] in Kamerik is gevestigd en dat haar clientèle zich binnen een straal van dertig kilometer van Kamerik bevindt, terwijl Multi-Deur in Zeewolde, vijfenzestig kilometer verderop, is gevestigd. Voorts is [gedaagde] bij [TS] werkzaam als algemeen bedrijfsleider en verricht hij dus andere werkzaamheden dan als Verkoper Buitendienst bij Multi-Deur.

Handhaving van het concurrentiebeding zal volgens [gedaagde] voorts inhouden dat hij gedurende een jaar verstoken is van inkomsten. Hij mag immers nergens in Europa werkzaam zijn bij concurrenten van Mult-Deur. Hij zal ook geen ww-uitkering krijgen, terwijl zijn echtgenote invalide is.

[gedaagde] heeft voorts betoogd dat het concurrentiebeding hem belet in de mogelijkheid om een aanzienlijke verbetering van de arbeidsvoorwaarden te realiseren. Hij heeft als algemeen bedrijfsleider meer verantwoordelijkheden en maatschappelijk aanzien. Tevens is het streven om hem binnen vijf jaren de onderneming van [TS] te laten overnemen.

Voorts zal handhaving van het concurrentiebeding volgens [gedaagde] tot gevolg hebben dat hij een kennisachterstand opbouwt waardoor het moeilijk voor hem zal zijn om na een jaar opnieuw in de branche aan de slag zal komen.

[gedaagde] mocht, naar hij tenslotte nog heeft betoogd, erop vertrouwen dat hij niet gehouden zou worden aan het concurrentiebeding nu er diverse collega’s zijn geweest, te weten [S], [J] en [H], die na hun uitdiensttreding bij concurrenten van Multi-Deur in dienst zijn getreden en die niet aan het concurrentiebeding zijn gehouden.

2.3

Vaststaat dat [TS] bedrijfsdeuren en garagesectional deuren verkoopt en dat Multi-Deur dit eveneens doet. Volgens [gedaagde] zijn de deuren die [TS] verkoopt kwalitatief weliswaar beter en duurder dan die van Multi-Deur en bevinden haar afnemers zich dan ook in een ander deel van de markt, maar dit is gemotiveerd betwist en voorshands op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Zo zou van [gedaagde] tenminste verwacht hebben mogen worden dat hij zijn stelling dat de deuren van Hörmann en Condor duurder en kwalitatief beter zijn dan de door Multi-Deur verkochte deuren met stukken zou hebben onderbouwd, maar dat heeft hij niet gedaan. Naar voorlopig oordeel van de kantonrechter moet dan ook geconcludeerd worden dat [TS] een concurrent is van Multi-Deur. Potentiële afnemers van bedrijfsdeuren hebben immers de keuze tussen de door [TS] verkochte deuren en die van Multi-Deur. Die conclusie is te meer gerechtvaardigd nu niet is betwist –en dus vaststaat- de stelling van Multi-Deur dat zij niet slechts produceert en verkoopt, maar dat zij zich -net zoals [TS]- tevens toelegt op onderhoud en reparatie van deuren, ongeacht het merk daarvan. Potentiële klanten kunnen dus óók wat deze werkzaamheden betreft een keuze maken tussen Multi-Deur en [TS]. Voorshands kan dan ook moeilijk anders worden geconcludeerd dan dat [gedaagde], nu het onderhavige concurrentiebeding hem verbiedt op enigerlei wijze betrokken te zijn bij activiteiten, die concurrerend zijn aan het bedrijf van Multi-Deur, door zijn dienstverband bij [TS] het concurrentiebeding schendt. De stelling van [gedaagde] dat hij werkzaam is als algemeen bedrijfleider bij [TS] doet hier voorshands niets aan af. Ook in die hoedanigheid blijft hij –hij zal bijvoorbeeld, naar Multi-Deur onweersproken heeft betoogd, verkopers en servicemonteurs moeten aansturen- betrokken bij activiteiten die concurrerend zijn aan die van Multi-Deur zoals bedoeld in het concurrentiebeding. De stelling van [gedaagde] dat de markt van [TS] geografisch beperkt is tot een straal van dertig kilometer vanaf Kamerik, terwijl Multi-Deur vijfenzestig kolometer verderop is gevestigd, legt voorshands evenmin gewicht in de schaal. Vaststaat immers dat afnemers en potentiële afnemers van Multi-Deur zich eveneens binnen die straal bevinden.

2.4

Het betoog van [gedaagde], er op neerkomende dat hij in verhouding tot het te beschermen belang van Mult-Deur door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld, wordt voorshands evenmin gedeeld.

Dat Multi-Deur een evident belang heeft bij handhaving van het concurrentiebelang is voorshands voldoende komen vaststaan. [gedaagde] heeft immers, naar Multi-Deur onweersproken heeft betoogd, gedurende de twee jaren dat hij bij haar werkzaam is geweest als Verkoper Buitendienst grondige kennis opgedaan van specifieke bedrijfsgegevens aangaande haar onderneming, zoals van haar onderhoudsafdeling, van haar klantenbestand, van de tussen Multi-Deur en haar leveranciers en afnemers gemaakte afspraken alsmede van het door Multi-Deur gevoerde beleid ten aanzien prijzen en kortingen. Dit in aanmerking nemende, wordt het voorshands aannemelijk bevonden dat [TS] door de indiensttreding van [gedaagde] met die specifiek opgedane kennis haar voordeel zal kunnen doen ten koste van de concurrentiepositie van Multi-Deur. Dat Multi-Deur hem aan het concurrentiebeding wenst te houden, is voorshands dan ook alleszins begrijpelijk.

Tegen het evidente belang van Multi-Deur bij nakoming van het concurrentiebeding wegen de belangen van [gedaagde], afzonderlijk noch in onderling verband en samenhang bezien, naar voorlopig oordeel van de kantonrechter niet op.

Dat de vakkennis van [gedaagde] in één jaar tijd zo sterk zal verouderen dat het moeilijk voor hem zal zijn om opnieuw aan de slag te komen in de branche waar hij thans werkzaam is, komt de kantonrechter, in ieder geval bij gebreke van een nadere onderbouwing van de betreffende stelling, voorshands overdreven voor, te meer nu het beding feitelijk thans nog maar een half jaar werking heeft. Dit geldt evenzeer voor de stelling van [gedaagde] dat hij bij handhaving van het concurrentiebeding verstoken zal zijn van inkomsten. Naar [gedaagde] zelf bij gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft betoogd heeft hij immers een MTS vooropleiding genoten en is hij jarenlang werkzaam geweest als zelfstandige –hij heeft expansievaten voor de tuinbouw verkocht-, terwijl hij evenmin heeft betwist de stelling van Multi-Deur dat vanwege de huidige hoog conjunctuur er momenteel een enorme vraag is naar verkopers in allerlei branches buiten die waarin Multi-Deur en [TS] opereren. De kans dat [gedaagde] bij een niet met Multi-Deur concurrerende onderneming passend werk zal kunnen krijgen, wordt voorshands, mede ook gezien zijn leeftijd –hij is [X] jaren oud-, dan ook gereed aanwezig geacht. Om deze reden vindt de kantonrechter het tevens door [gedaagde] aangevoerde bezwaar dat de geografische reikwijdte van het concurrentiebeding te ruim is, omdat dit hem belemmert in het zoeken naar ander werk, weinig overtuigend.

Ten aanzien van het door [gedaagde] tenslotte nog aangevoerde belang dat hij bij [TS] een aanzienlijke positieverbetering kan realiseren, is de kantonrechter voorshands van oordeel dat dit, afgewogen tegen het evidente belang van Multi-Deur om hem aan het concurrentiebeding te houden, van ondergeschikte betekenis is, mede omdat er voorshands van wordt uitgegaan dat [gedaagde], gezien zijn vooropleiding en arbeidsverleden, niet gebonden is aan de branche waarin hij thans werkzaam is en dat hij voorshands in staat geacht moet worden ook daarbuiten een carrière op te kunnen bouwen.

Kortom, voorshands luidt het oordeel van de kantonrechter dat niet gezegd kan worden dat in verhouding tot het te beschermen belang van Multi-Deur, [gedaagde] door handhaving van het concurrentiebeding onbillijk benadeeld wordt. Ook de duur van het concurrentiebeding, in verhouding tot de lengte van het dienstverband van [gedaagde] bij Multi-Deur, geeft voorshands geen aanleiding tot een ander oordeel.

2.5

Het betoog van [gedaagde] dat oud collega’s van hem bij Multi-Deur, te weten [S], [J] en [H], zijn over gegaan naar concurrenten van Multi-Deur en dat deze collega’s, anders dan [gedaagde], niet zijn gehouden aan het ook met hen overeengekomen concurrentiebeding, kan hem voorshands niet baten. Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling is immers komen vaststaan dat de situatie ten aanzien van [S] onvergelijkbaar is met die van [gedaagde], onder meer omdat in het geval van [S] ter voorkoming van schadelijke gevolgen van zijn overgang voor Multi-Deur afspraken zijn gemaakt tussen [S], Multi-Deur en die andere werkgever. Dergelijke afspraken zijn in casu echter niet gemaakt. Voorts is bij gelegenheid van de mondelinge behandeling ten aanzien van [J] gebleken dat hij inmiddels door Multi-Deur in rechte is betrokken, terwijl Multi-Deur –bij gebrek aan wetenschap- ten aanzien van [H] heeft betwist dat deze bij een concurrent in dienst is getreden en dit ook geenszins aannemelijk is gemaakt.

2.6

Gelet op al het vorenstaande zal [gedaagde] worden veroordeeld om binnen vierentwintig uren na betekening van dit vonnis de overtreding van het concurrentiebeding te staken. Bij gebreke van een daartoe strekkende vordering, zal aan deze veroordeling geen dwangsom worden verbonden.

Wél zal [gedaagde] –in de lijn van hetgeen wél gevorderd is- veroordeeld worden tot betaling van de overeengekomen boete van € 453,78 per dag vanaf vierentwintig uren na betekening van dit vonnis tot de dag waarop de overtreding van het concurrentiebeding zal zijn geëindigd.

2.7

De vordering strekkende tot betaling van de inmiddels reeds verbeurde boetes zal echter worden afgewezen. Feiten en/of omstandigheden waaruit volgt dat Multi-Deur bij deze vordering een spoedeisend belang heeft, zijn namelijk gesteld noch gebleken.

2.8

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

In reconventie

2.9

Gelet op hetgeen in conventie is overwogen, zal de reconventionele vordering tot matiging, schorsing of tenietdoening van het concurrentiebeding worden afgewezen. Voorshands is niet te verwachten, gelet op hetgeen in rechtsoverweging 2.4 is overwogen, dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat [gedaagde], in verhouding tot het te beschermen belang van Muli-Deur, door het concurrentiebeding onbillijk benadeeld wordt en dat daarom gehele of gedeeltelijk vernietiging van dat beding gerechtvaardigd is.

2.10

Voor toekenning aan [gedaagde] van een vergoeding ex artikel 7:653 lid 4 BW wordt voorshands geen aanleiding gezien, in het bijzonder niet nu, gelijk in conventie reeds is overwogen, zijn kansen op de arbeidsmarkt –buiten de branche waarin hij thans werkzaam is- voorshands gunstig worden ingeschat.

2.11

Voor zover [gedaagde] tenslotte nog om matiging van de overeengekomen boete heeft willen verzoeken, zal aan dat verzoek voorshands evenmin worden voldaan. Feiten en omstandigheden die een matiging zouden kunnen rechtvaardigen, zijn namelijk niet gesteld of gebleken.

2.12

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

De beslissing in kort geding

De kantonrechter:

In conventie

- veroordeelt [gedaagde] om binnen vierentwintig uren na betekening van dit vonnis de overtreding van het concurrentiebeding te staken;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 453,78 per dag vanaf vierentwintig uren na betekening van dit vonnis tot de dag waarop de overtreding van het concurrentiebeding zal zijn geëindigd;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Multi-Deur begroot op:

*€ 400,00 voor salaris gemachtigde,

*€ 78,35 voor explootkosten,

*€ 199,00 voor vastrecht;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

In reconventie

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Multi-Deur begroot op € 100,00 voor salaris gemachtigde.

Aldus gewezen door mr. M.J.C.M. Manders, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 2 januari 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.