Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BH3358

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
24-10-2007
Datum publicatie
24-02-2009
Zaaknummer
131399 - HA ZA 07-501
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Contractuele medehuur maar relatie tussen huurders wordt verbroken; zij spreken af dat de vrouw de huurwoning betrekt en alleen de huur betaalt. Dat doet zij niet, waarna verhuurder beide huurders tot betaling aanspreekt. Vrouw laat verstek gaan, man voert verweer, dat bij voorbaat kansloos wordt geacht door rechtbank. Aldus behoeft vrouw niet méér aan man te betalen dan de man aan huur heeft betaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 131399 / HA ZA 07-501

Vonnis van 24 oktober 2007

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. C. Borstlap,

advocaat mr. W.J.L. Zwaan te [woonplaats],

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. S. Duurland.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 13 juni 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 4 september 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] en [eiser] hebben een relatie gehad in 2002. Zij hebben nimmer samengewoond.

2.2. Op 30 september 2002 hebben partijen met de Stichting Ymere een huurover-eenkomst gesloten betreffende een woning aan de [adres] te [woonplaats]. Beide partijen hebben de overeenkomst getekend. Direct na de verhuizing van [gedaagde] naar dit adres is de relatie tussen [eiser] en [gedaagde] verbroken. [eiser] is in zijn koopwoning in [woonplaats] blijven wonen.

2.3. Tussen [eiser] en [gedaagde] is afgesproken dat [gedaagde] de volledige verantwoordelijkheid zou nemen voor de woonlasten van de woning aan [adres].

2.4. Ymere heeft wegens achterstallige huur een dagvaardingsprocedure gevoerd tegen [gedaagde] en [eiser], hetgeen heeft geresulteerd in een vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad, sector kanton van 11 oktober 2006, waarbij partijen onder meer hoofdelijk zijn veroordeeld tot betaling aan Ymere van de achterstallige huur ad EUR 3.761,94, vermeerderd met de wettelijke rente over EUR 3.226,44 vanaf 29 mei 2006 tot de dag der algehele vol-doening. Deze rente bedraagt over de periode tot 2 februari 2007 EUR 93,70. Voorts zijn partijen hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag gelijk aan de maandelijkse huur over de maand juni 2006 ad EUR 535,92. Voorts zijn partijen hoofdelijk veroordeeld in de kosten van de procedure, welke zijn begroot op EUR 180,74 voor explootkosten, EUR 400,-- voor salaris gemachtigde en EUR 196,-- voor vast recht. Voorts is [eiser] betreffende een niet toegewezen reconventionele vordering veroordeeld in de kosten ad EUR 100,-- voor salaris gemachtigde. Het totaal door [eiser] verschuldigde bedrag beloopt EUR 5.174,60.

2.5. Bij brief van 25 januari 2007 heeft [eiser] van [gedaagde] gevorderd, dat zij de door [eiser] betaalde huurtermijnen aan hem terugbetaalt en dat zij alle kosten betaalt, die [eiser] heeft moeten maken in verband met voormelde procedure.

2.6. [gedaagde] heeft niet betaald.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 7.806,21, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Bij conclusie van antwoord sub 12 stelt [gedaagde], dat zij – nadat de relatie in 2002 verbroken was – met [eiser] mondeling heeft afgesproken, dat zij de huurpenningen voor haar rekening zou nemen, maar dat vanwege haar financiële problemen een achterstand is ontstaan in de betaling daarvan.

4.2. Ter zitting van 4 september 2007 heeft [gedaagde] dit standpunt herhaald. Zij bestrijdt echter, dat tussen partijen is afgesproken dat zij zou opdraaien voor de kosten, die [eiser] heeft gemaakt omdat hij verweer is gaan voeren tegen de vordering van Ymere tot betaling van de huurpenningen.

4.3. Nu tussen partijen is afgesproken, dat [gedaagde] de huurpenningen zou voldoen, kan de vordering van [eiser] worden toegewezen, voor zover het de door hem betaalde huurpenningen betreft. Blijkens het vonnis van de kantonrechter beliep de achterstallige huur EUR 3.226,44 berekend tot 31 mei 2006. Voorts diende nog de huur over de maand juni 2006 ad EUR 535,92 te worden voldaan. In totaal dienen partijen derhalve aan Ymere terzake huurpenningen EUR 3.762,36 te betalen.

4.4. Tussen partijen is niet in geschil, dat [eiser] dit bedrag heeft voldaan. Derhalve kan dit bedrag worden toegewezen.

4.5. Thans komt de rechtbank toe aan de vraag, of [gedaagde] ook de kosten aan [eiser] dient te vergoeden, welke hij heeft gemaakt in het kader van de sub 2.4 bedoelde procedure.

4.6. Blijkens het vonnis van de kantonrechter te Lelystad is [gedaagde] niet verschenen. [eiser] is wel verschenen en heeft zich laten bijstaan door een gemachtigde. [eiser] heeft verweer gevoerd tegen de huurvordering van Ymere. Voorts heeft [eiser] zijnerzijds een vordering in reconventie ingesteld.

4.7. Naar het oordeel van de rechtbank vallen de door [eiser] in het kader van de kantongerechtsprocedure gemaakte kosten niet aan te merken als ‘redelijke kosten’ in de zin van artikel 6:96 lid 2 BW. Nu de sub 2.2 bedoelde huurovereenkomst door beide partijen is getekend, had [eiser] zich dienen te realiseren dat hij jegens Ymere tot betaling van de huur gehouden was en had hij het niet op een procedure moeten laten aankomen. Het verweer tegen de vordering van Ymere en de reconventionele vordering waren naar het oordeel van de rechtbank bij voorbaat kansloos.

4.8. Derhalve zal de rechtbank de vordering van [eiser] – voor zover deze meer bedraagt dan het sub 4.4 vermelde bedrag – afwijzen.

4.9. Nu partijen indertijd een relatie hebben gehad ziet de rechtbank termen de kosten van de procedure te compenseren in dier voege dat ieder de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van EUR 3.762,36 (drieduizend zevenhonderdtweeënzestig euro en zesendertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over het nog niet betaalde deel van het toege-wezen bedrag vanaf 2 februari 2007 tot de dag van volledige betaling,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W.F. Houthoff en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2007.