Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BC9149

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
22-05-2007
Datum publicatie
10-04-2008
Zaaknummer
130467 / KG ZA 07-126
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geen auteursrechtsrechtelijke bescherming op model spijkerbroek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 130467 / KG ZA 07-126

Vonnis in kort geding van 22 mei 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ÇAK TEXTILE B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr. M.F.H.M. van Haastert,

advocaat mr. E.A. Vermeer-Wartna te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SHR FASHION B.V.,

gevestigd te Zwolle,

gedaagde,

procureur mr. H.R. Quint,

advocaat mr. K.Th.M. Stöpetie te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Çak en SHR genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Çak

- de pleitnota van SHR.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Çak is de dochtermaatschappij van Çak Tekstil SAN. TIC.A.?. (verder: Çak Tekstil) en maakt deel uit van het moederbedrijf de Çak Group of Companies (verder: Çak Group), gevestigd te Istanbul, Turkije.

2.2. Çak is in Nederland de enige importeur en groothandel die gerechtigd is om het merk LTB van de Çak Group te voeren, in te voeren, te distribueren en te vermarkten. Het merk LTB voert een spijkerbroek, type Ibiza.

2.3. SHR heeft een spijkerbroek van het merk Blackburn type Anna Strike Wash.

3. Het geschil

3.1. Çak vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. gedaagde verbiedt broeken van het merk Blackburn, type Anna Strike Wash te verkopen, aan te bieden, in het verkeer te brengen of anderszins aan derden te vermarkten, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van EUR 100.000,- voor elke dag of gedeelte van een dag dat bedoeld verbod wordt overtreden;

b. gedaagde gebiedt binnen één week na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan Çak schriftelijk opgave te doen van alle afnemers en andere derden aan wie de inbreukmakende broeken, merk Blackburn, model Anna Strike Wash zijn geleverd, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van EUR 100.000,- voor elke dag of gedeelte van een dag dat gedaagde in verzuim is aan dit gebod te voldoen;

c. gedaagde gebiedt binnen één week na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan Çak schriftelijk opgave te doen terzake aantallen jeans merk Blackburn, type Anna Strike Wash die inmiddels zijn geproduceerd, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van EUR 100.000,- voor elke dag of een gedeelte van een dag dat gedaagde in verzuim zal zijn aan dit gebod te voldoen;

d. gedaagde gebiedt de productie van de broeken, type Blackburn model Anna Strike Wash te staken, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van EUR 100.000,- voor elke dag of gedeelte van een dag dat gedaagde in verzuim is aan dit gebod te voldoen;

e. gedaagde gebiedt binnen één week na betekening van het in deze te wijzen vonnis een publicatie te doen verschijnen in de zin van een rectificatie in het blad Textilia en in een groot landelijk dagblad ter keuze aan Çak, zulks op straffe van een direct opeisbare dwangsom van EUR 100.000,- voor elke dag of gedeelte van een dag dat gedaagde in verzuim is aan dit gebod te voldoen;

f. gedaagde veroordeelt tot betaling van de volledige proceskosten op grond van de Handhavingsrichtlijn 2005/48/eg;

g. gedaagde veroordeelt in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de kosten van de door Çak ten laste van gedaagde gelegde beslagen.

3.2. SHR voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. In dit geding is in voldoende mate gebleken van het spoedeisend belang van Çak bij de vorderingen.

4.2. Aan de orde is de vraag of Çak een auteursrecht heeft op de Ibiza spijkerbroek en of SHR inbreuk maakt op dit recht door een spijkerbroek van het merk Blackburn type Anna Strike Wash op de markt te brengen.

4.3. Çak stelt dat de door haar gevoerde spijkerbroek van het merk LTB type Ibiza een auteursrechtelijk beschermd werk is. De spijkerbroek heeft namelijk volgens haar een eigen persoonlijk karakter en draagt het persoonlijke stempel van de maker. Çak roept de bescherming in van niet-functioneel bepaalde kenmerken zoals de volgende. Op de voor- en achterzijde van de broek bevinden zich sierstiksels in een driedubbele rij, waarbij de middelste rij een dikker en ander garen betreft dan de beide andere stiksels. De stiksels boven de twee achterzakken waaieren uit in een punt. De achterzakken en het kleingeldzakje aan de rechtervoorzijde zijn driehoekig van vorm. Aan de voorkant is een sierrand van drie rijen stiksels aangebracht met uitzondering van de band van de broek die een rij stiksels heeft, behalve de verticale lussen. Aan de voorzijde van de broek bevinden zich vier kleine ronde spijkerknoopjes met daarop een logo.

4.4. SHR betwist dat de Ibiza spijkerbroek van Çak een auteursrechtelijk beschermd werk is. Zij bestwist dat de spijkerbroek een eigen oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijke stempel van de maker draagt. Volgens haar is er geen sprake van een zodanige combinatie van karakteristieke elementen dat het resultaat een origineel product oplevert. De vorm van de zakken, de stiksels en het uitwaaieren van de stiksels op de achterzijde in een punt zijn volgens haar niet nieuw.

4.5. De voorzieningenrechter begrijpt de stelling van Çak aldus dat zij auteursrechtelijke bescherming vordert voor een combinatie van elementen. De vraag is of de Ibiza spijkerbroek door de combinatie van de door Çak beschermingswaardig geachte niet-functionele elementen, te weten:

- de stiksels op de voor- en achterzijde

- het uitwaaieren van de stiksels op de achterkant in een punt

- de vormgeving van de achterzakken en het kleingeldzakje aan de rechtervoorzijde

- de vormgeving van de vier kleine ronde spijkerknoopjes

een eigen oorspronkelijk karakter heeft en of die combinatie het persoonlijk stempel van de maker draagt. Hierbij dient in beschouwing te worden genomen dat een spijkerbroek een veel voorkomend kledingstuk is (het straatbeeld lijkt er hier te lande in het huidige tijdsgewricht zelfs vrijwel geheel door bepaald te worden) en dat (vrijwel) alle spijkerbroeken mede afhankelijk van de mode bepaalde kenmerken gemeen hebben. De elementen die volgens Çak tezamen het eigen, oorspronkelijk karakter aan de Ibiza spijkerbroek geven, leveren niet een kenmerkende en/of opvallend creatieve combinatie op. De door Çak beschermingswaardig geachte elementen betreffen naar het oordeel van de voorzieningenrechter slechts variaties op hetzelfde thema zoals dat bij andere spijkerbroeken te zien is. De Ibiza spijkerbroek is daarom naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aan te merken als een werk dat oorspronkelijk is en het persoonlijk stempel van de maker draagt en de meergenoemde combinatie van elementen levert derhalve geen auteursrechtelijk beschermd werk op. De verwijzing door Çak naar haar productie 5 maakt dit niet anders, aangezien dit stuk enkel aangeeft dat haar moedermaatschappij Çak Tekstil eveneens van mening is dat de Ibiza spijkerbroek een auteursrechtelijk beschermd werk is. Aangezien Çak enkel een beroep heeft gedaan op het auteursrecht en de Ibiza spijkerbroek geen auteursrechtelijk beschermd werk is, zullen de door Çak gevraagde voorzieningen worden afgewezen.

4.6. SHR vordert dat Çak overeenkomstig artikel 14 van de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG wordt veroordeeld in de redelijke en evenredige proceskosten die SHR heeft gemaakt. De voorzieningenrechter gaat hieraan voorbij en veroordeelt Çak in de volgens het liquidatietarief begrote proceskosten, aangezien SHR niet voldoende heeft onderbouwd welke proceskosten zij daadwerkelijk heeft gemaakt. De kosten aan de zijde van SHR worden begroot op:

- vast recht EUR 251,00

- salaris procureur 904,00

Totaal EUR 1.155,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Çak in de proceskosten, aan de zijde van SHR tot op heden begroot op EUR 1.155,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.A. Ariëns en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2007.