Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BC6200

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
12-12-2007
Datum publicatie
18-03-2008
Zaaknummer
128909 - HA ZA 07-144
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De zoon van gedaagde was leerling van de internationale school Eerde (eiseres) in 2005/2006.

De factuur voor het eerste semester is door gedaagde voor de helft voldaan. De factuur voor het tweede semester is door gedaagde geheel voldaan.

Eiseres vordert thans betaling van het restant van de eerste factuur.

De zoon van gedaagde is in december 2005 naar Tenerife (woonplaats vader) vertrokken en niet meer naar de school teruggekeerd.

Gedaagde stelt dat hij het 2e semester niet verschuldigd en dat hij met betaling van de 2e factuur dacht het restant van het 1e semester te voldoen.

De vordering wordt toegewezen omdat:

1. Feitelijk: het bedrag van de tweede factuur wijkt zodanig af van het restant van de eerste factuur dat het gedaagde duidelijk moet zijn geweest dat die het tweede semester betrof.

2. juridisch: géén beroep gedaan op verrekening of eis in reconventie ingesteld ten opzichte van betaling tweede semester.

Geen grond voor onverschuldigheid tweede semester

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 128909 / HA ZA 07-144

Vonnis van 12 december 2007

in de zaak van

de stichting

INTERNATIONALE SCHOOL EERDE,

gevestigd te Zwolle,

eiseres,

procureur mr. F.W. van Vloten,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats], ([woonplaats buitenland], [land])

gedaagde,

advocaat mr. A. Rodríguez González te Rotterdam,

procureur mr. M.F.H.M. van Haastert.

Partijen zullen hierna [Eerde] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 mei 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 25 oktober 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] heeft zijn zoon [X] middels een inschrijfformulier van 1 juni 2005 ingeschreven bij [Eerde]. Op dat moment was het zijn bedoeling dat zijn zoon gedurende het schooljaar 2005 /2006 als “7-day boarder” bij [Eerde] zou verblijven en onderwijs zou genieten.

2.2. [X] is op 15 december 2005 naar [woonplaats buitenland] terug gekeerd. Hij is daar op 1 februari 2006 op een andere school begonnen. Hij is in februari 2006 nog een paar dagen terug geweest op [Eerde] om zijn spullen te halen en om afscheid te nemen. Op 23 februari 2006 heeft [gedaagde] aan [Eerde] laten weten dat hij zijn zoon wegens gezondheidsproblemen en op aanraden van een psycholoog van school haalde.

2.3. De tarieven van [Eerde] zijn vermeld in haar “Fee structure 2005-2006” (hierna: het tarievenoverzicht). Daaruit blijkt dat voor onderwijs voor een schooljaar EUR 15.155,- verschuldigd is. Dit bedrag wordt in twee termijnen in rekening gebracht.

Het tarieven overzicht vermeldt:

1st term EUR 10.610,- to be paid before August 1 st, 2005

2nd term EUR 4.545,- to be paid before January 1 st, 2006

De “Boarding Fee” is voor een schooljaar EUR 22.630,-, eveneens in twee termijnen te betalen. Vermeld wordt:

1st term EUR 15.840,- to be paid before August 1 st, 2005

2nd term EUR 6.790,- to be paid before January 1 st, 2006

2.4. Het tarievenoverzicht noemt nog verschillende andere posten. Voor zover van belang gaat het om een voorschot van EUR 1.000,- (a one time standing advance of EUR 1.000,- refundable), een bijdrage van EUR 500,- voor het boekenfonds te betalen tegelijk met de eerste termijn (Book fund) en EUR 1.500,- voor een Acer computer.

2.5. Bij factuur nr. 3328 van 27 juni 2005, met de vervaldatum 1 augustus 2005, is door [Eerde] aan [gedaagde] een bedrag van EUR 29.450,- in rekening gebracht. Dat bedrag is als volgt gespecificeerd:

Academic fee 10610,00

Boarding fee 15840,00

Book fund 500,00

Standing Advance boarding students=refundable 1000,00

Acer laptop 1500,00

Onder aan de factuur is nog vermeld:

FEES 1st TERM 2005-2006 ACADEMIC YEAR

2.6. [gedaagde] heeft van het totaalbedrag van factuur nr. 3328 de helft (EUR 14.750,-) voldaan.

2.7. Eind november 2005 ontving [gedaagde] van [Eerde] een tweede factuur ter hoogte van

EUR 11.335,-. Die factuur heeft [gedaagde] op 13 december 2005 voldaan. Dit betrof de factuur voor wat volgens het tarievenoverzicht de “2nd term” is.

2.8. Bij factuur nr. 4071 van 30 mei 2006 heeft [Eerde] EUR 747,80 gecrediteerd. Blijkens de specificatie gaat het om het restant van het voorschot van EUR 1.000,- dat op factuur nr. 3328 in rekening werd gebracht.

3. Het geschil

3.1. [Eerde] vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 16.885,11, vermeerderd met wettelijke rente over EUR 13.977,20 vanaf 18 september 2006 en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij tot het moment waarop hij een aanmaning ontving in de veronderstelling verkeerde dat hij alle kosten voor de eerste helft van het schooljaar van zijn zoon had betaald. De tweede factuur heeft hij in december 2005 voldaan in de veronderstelling dat die nog betrekking had op die eerste termijn waar hij immers nog maar de helft van had voldaan. De betalingen die hij heeft gedaan voor “academic fee” en “boarding fee” bedragen in totaal EUR 26.060,-. Dat komt overeen met 70% van het bedrag dat hij daarvoor over een heel jaar verschuldigd zou zijn. Daarmee heeft [gedaagde] naar zijn mening ruimschoots voldaan aan zijn verplichtingen met betrekking tot de termijn dat zijn zoon van de diensten van [Eerde] gebruik heeft gemaakt.

In afwachting van een creditnota voor de tweede helft van het schooljaar heeft [gedaagde] het restant van de nota met nr. 3328 niet voldaan.

4.2. Gezien de specificatie van de factuur met nummer 3328, in combinatie met de tekst van het tarievenoverzicht van [Eerde], moet het [gedaagde] naar het oordeel van de rechtbank duidelijk zijn geweest dat die factuur betrekking had op de eerste helft van het schooljaar. [gedaagde] wist dat van die factuur de helft nog niet was betaald. Het nog openstaande bedrag van EUR 14.750,- wijkt duidelijk af van het bedrag dat [gedaagde] naar aanleiding van de daarop volgende factuur voldeed. [Eerde] heeft ter comparitie de in november verzonden nota getoond en heeft voorgelezen onder welke vermelding [gedaagde] die nota heeft voldaan.

Namens [gedaagde] is wel verzocht om geen aandacht te besteden aan de inhoud van niet overgelegde stukken, maar desgevraagd werd niet betwist dat de inhoud van die stukken door de wederpartij ter zitting correct werd weergegeven.

Daarmee staat vast dat op die tweede factuur werd verwezen naar de tweede helft van het schooljaar en dat [gedaagde] daar bij zijn betaling naar verwees. Het bedrag komt ook exact overeen met hetgeen [gedaagde] voor die periode verschuldigd was, zoals vermeld in het tarievenoverzicht van [Eerde]. Daarmee staat vast dat [gedaagde] de kosten voor de tweede helft van het schooljaar heeft voldaan, onder verwijzing naar dat deel van het schooljaar, terwijl ook vast staat dat hij voor de eerste helft van dat schooljaar de factuur voor de helft onbetaald liet.

4.3. De zoon van [gedaagde] heeft gedurende de eerste helft van het schooljaar bij [Eerde] verbleven en daar onderwijs genoten. De enige reden die [gedaagde] in deze procedure opgeeft om het openstaande deel van de vergoedingen voor dat deel van het schooljaar niet te betalen, is dat hij meent al voldoende te hebben betaald, aangezien hij de rekening voor het tweede deel van het schooljaar al heeft betaald. [gedaagde] heeft zich echter niet verweerd met een beroep op verrekening. [gedaagde] heeft ook niet aangevoerd dat hij een reconventionele vordering op [Eerde] heeft, vanwege het betaalde bedrag dat betrekking had op de tweede helft van het schooljaar. Onder die omstandigheden kan aan de betaling die [gedaagde] in november deed in deze procedure verder geen gewicht worden toegekend.

4.4. Nu [gedaagde] de factuur voor het eerste deel van het schooljaar niet geheel heeft voldaan is het restant van die factuur toewijsbaar tot een bedrag van EUR 13.977,20. Tegen de over dat bedrag berekende wettelijke rente tot 18 september 2006 is geen verweer gevoerd. Ook dat bedrag van EUR 2.003,91 is toewijsbaar. De wettelijke rente zal over beide bedragen met ingang van 18 september 2006 worden toegewezen. Ook tegen dat onderdeel van de vordering is geen verweer gevoerd.

4.5. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten acht de rechtbank niet toewijsbaar. Gezien het door [gedaagde] gevoerde verweer kunnen de door [Eerde] overgelegde sommatiebrieven de rechtbank er niet van overtuigen dat hier sprake is van werkzaamheden anders dan ter voorbereiding van de procedure.

4.6. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [Eerde] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 84,87

- vast recht 370,00

- salaris procureur 904,00 (2 punten × tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.358,87

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan [Eerde] te betalen een bedrag van EUR 15.981,11 vermeerderd met de wettelijke rente over EUR 13.977,20 vanaf 18 september 2006 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [Eerde] tot op heden begroot op EUR 1.358,87,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.L. Veen en in het openbaar uitgesproken op

12 december 2007.