Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BC6190

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
06-09-2007
Datum publicatie
18-03-2008
Zaaknummer
136119 / KG ZA 07-381
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Hypotheekverstrekker vordert in kort geding ontruiming van (mogelijke) huurders. De hypotheekverstrekker heeft echter niet op de voet van artikel 3:264 lid 5 BW verlof gevraagd voor het inroepen van het in de hypotheekakte opgenomen huurbeding. Nu er geen verlof is, wordt de vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 136119 / KG ZA 07-381

Vonnis in kort geding van 6 september 2007 (bij vervroeging)

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

POSTBANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de stichting

STICHTING POSTBANK SPAARHYPOTHEEK,

gevestigd te Amsterdam,

eiseressen,

procureur mr. H. den Besten,

tegen

1. [gedaagde 1],

2. [gedaagde 2],

3. [gedaagde 3],

4. [gedaagde 4],

allen wonende te [woonplaats] aan de [adres],

gedaagden,

niet verschenen.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling van 5 september 2007

- het tegen gedaagden verleende verstek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De beoordeling

2.1. Eiseressen vorderen ontruiming van de woning aan de [adres] (hierna: de woning). Zij leggen aan de vordering ten grondslag dat de hypotheekgever, de heer [A], in strijd met het beding ex artikel 8 van de toepasselijke Algemene Hypotheekvoorwaarden (hierna: het huurbeding), de woning zonder toestemming van eiseressen in (onder)huur c.q. anderszins in gebruik of genot heeft afgestaan aan gedaagden. Eiseressen hebben bij exploot van 2 augustus 2007 aan gedaagden aangezegd dat zij voormeld huurbeding tegenover gedaagden en de hypotheekgever inroepen. De executoriale verkoop van de woning is aangezegd tegen 11 september 2007.

2.2. Ter zitting hebben eiseressen desgevraagd geen uitsluitsel kunnen geven of er ten aanzien van gedaagden sprake is van (onder)huur, dan wel gebruik of genot.

2.3. Nu er mogelijk sprake is van huur, hadden eiseressen naar het oordeel van de voorzieningenrechter overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:264 lid 5 BW bij de voorzieningenrechter verlof dienen te vragen voor het inroepen van het huurbeding tegen gedaagden. Nu eiseressen deze weg niet hebben bewandeld en geen verlof hebben verzocht, komt de vordering de voorzieningenrechter onrechtmatig dan wel ongegrond voor.

2.4. De vordering zal derhalve worden afgewezen.

2.5. Eiseressen zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagden worden begroot op nihil.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1. wijst het gevorderde af,

3.2. veroordeelt eiseressen in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op EUR nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Telenga en in het openbaar uitgesproken op 6 september 2007.