Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BB9511

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
09-10-2007
Datum publicatie
10-12-2007
Zaaknummer
137033 - KG ZA 07-429
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Executiegeschil. Verbeurte van dwangsommen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 611a
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2008, 98
JBPR 2008/39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 137033 / KG ZA 07-429

Vonnis in kort geding van 9 oktober 2007

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. M.G.I.W. Teunis,

tegen

1. [gedaagdeA],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde B],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. H. Dijks te Enschede.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de bij brief van 19 september 2007 ingebrachte producties van [eiser]

- de bij brief van 20 september 2007 ingebrachte producties van [eiser]

- de bij fax van 21 september 2007 ingebrachte producties van [gedaagde] c.s.

- de bij fax van 24 september 2007 ingebrachte producties van [gedaagde] c.s.

- de bij fax van 25 september 2007 ingebrachte producties van [gedaagde] c.s.

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser]

- de pleitnota van [gedaagde] c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij vonnis van woensdag 15 augustus 2007 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank [eiser] onder meer veroordeeld om binnen 24 uur na de betekening van het vonnis een afschrift van een volledige schriftelijke huurovereenkomst aan [gedaagde] c.s. af te geven.

De raadsman van [eiser] heeft bij faxbericht van donderdag 16 augustus 2007, 12.09 uur, aan de raadsman van [gedaagde] c.s. bericht dat hij had kennis genomen van de kort geding uitspraak en dat dit vonnis niet aan [eiser] betekend hoefde te worden, aangezien de raadsman van [eiser] de huurovereenkomst bij [eiser] had opgevraagd en hij de huurovereenkomst uiterlijk vrijdag 17 augustus 2007 naar de raadsman van [gedaagde] c.s. zou toefaxen.

[gedaagde] c.s. hebben op donderdag 16 augustus 2007 om 16.40 uur het kort geding vonnis door Gerechtsdeurwaarder [X] laten betekenen. In het betreffende proces-verbaal heeft de deurwaarder per ongeluk vergeten aan te kruisen op welke wijze hij het stuk heeft betekend.

[eiser] heeft op vrijdag 17 augustus 2007 een afschrift van het exploot van betekening in een gesloten envelop in de brievenbus van haar woning aangetroffen.

De raadsman van [eiser] heeft op vrijdag 17 augustus 2007 de huurovereenkomst aan de raadsman van [gedaagde] c.s. toegezonden. Falkcourier schrijft in de brief van 18 september 2007 dat zij de op vrijdag bij de raadsman van [eiser] opgehaalde poststukken die voor het kantoor van de raadsman van [gedaagde] c.s. waren bestemd, op zondag 19 augustus 2007 in de loop van de middag in de brievenbus aldaar heeft bezorgd. De raadsman van [gedaagde] c.s. heeft het poststuk betreffende de huurovereenkomst op maandag aangetroffen.

Op verzoek van [gedaagde] c.s. heeft Gerechtsdeurwaarder [X] op 15 september 2007 een exploot van opeising dwangsom betekend. [gedaagde] c.s. maken jegens [eiser] aanspraak op een bedrag van EUR 20.000,00, te weten de verbeurde dwangsommen over vier dagen.

Op verzoek van [gedaagde] c.s. heeft de deurwaarder op 24 september 2007 een herstelexploot van bevel en betekening uitgebracht.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert:

I. te bepalen dat het exploot van betekening en bevel van 16 augustus 2007 nietig is;

II. vast te stellen of en zo ja, welk bedrag, [eiser] aan dwangsommen heeft verbeurd;

III. [gedaagde] c.s. te verbieden de in het exploot van betekening en bevel van 16 augustus 2007 bedoelde executiemaatregelen te nemen, c.q. voort te zetten, al dan niet voor een bepaalde tijd en/of onder het stellen van voorwaarden, daaronder zonodig uitdrukkelijk begrepen de voorwaarden dat [eiser] binnen zekere termijn enig bedrag aan dwangsom(men) aan [gedaagde] c.s. betaalt of daarvoor zekerheid stelt, dan wel zodanige voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie zal vermenen te behoren;

IV. [gedaagde] c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan [eiser] een dwangsom te betalen van EUR 10.000,00 voor iedere overtreding van dit verbod, zulks ter keuze van [eiser] voor iedere dag of gedeelte van de dag dat [gedaagde] c.s. in gebreke blijven volledig aan het sub III. gevorderde te voldoen:

V. [gedaagde] c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om aan [eiser] te betalen de volgens het gebruikelijke tarief te begroten bijdrage in de proceskosten.

[eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de deurwaarder in het exploot van betekening en bevel van 16 augustus 2007 heeft verzuimd aan te geven op welke – rechtsgeldige - wijze die betekening heeft plaatsgevonden en dat daarmee niet is voldaan aan het bepaalde van art. 45 Rv., zodat voormeld exploot lijdt aan een gebrek dat tot nietigheid moet leiden. Verder voert [eiser] aan dat zij door de toezending van de huurovereenkomst op 17 augustus 2007 aan de raadsman van [gedaagde] c.s. volledig – dus ook tijdig – heeft voldaan aan de uitspraak in kort geding van 15 augustus 2007.

3.2. [gedaagde] c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen partijen is allereerst in geschil de vraag of het door de deurwaarder op 16 augustus 2007 betekende exploot van betekening en bevel nietig is.

4.2. [eiser] heeft hiertoe gesteld dat het exploot waarmee het kort geding vonnis van 15 augustus 2007 aan haar is betekend, lijdt aan een gebrek dat tot nietigheid moet leiden nu de deurwaarder niet in het exploot heeft aangegeven aan wie hij het afschrift van het exploot heeft gelaten. Dit betoog faalt. Het exploot dient op straffe van nietigheid de naam en de woonplaats van de geëxploteerde, de naam aan wie afschrift van het exploot is gelaten en diens hoedanigheid te vermelden. Uit hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd, blijkt dat de deurwaarder op 16 augustus 2007 om 16.40 uur een afschrift van het exploot aan de woonplaats van [eiser] heeft gelaten in een gesloten envelop, aangezien hij geen afschrift aan [eiser] in persoon, een huisgenoot of een andere persoon kon laten. Nu de wet voor een dergelijke betekening niet op straffe van nietigheid voorschrijft dat de plaats van betekening in het exploot moet worden vermeld en evenmin anders uit de wet volgt dat deze plaats van betekening uit het exploot zelf moeten blijken, is het exploot rechtsgeldig uitgebracht. Dit neemt niet weg dat het gebruikelijk is om in het exploot te vermelden dat een afschrift aan de woonplaats is gelaten in een gesloten envelop en dat het met het oog op het bewijs dat de betekening op de door de wet voorgeschreven wijze is geschied, aanbeveling verdient steeds overeenkomstig dit gebruik te handelen.

4.3. Daarenboven gaat de vordering onder I de strekking van het kort geding te buiten, nu [eiser] in feite een verklaring voor recht vordert. Toewijzing van deze vordering zou het kort geding vonnis een declaratoir karakter geven.

4.4. De tweede en derde vordering van [eiser] betreffen de vraag of, en zo ja voor welk bedrag, dwangsommen zijn verbeurd. De vordering onder II heeft in feite ook een declaratoir karakter en is dus evenmin in kort geding toewijsbaar. [eiser] heeft ter zake aangevoerd dat zij door de toezending van de huurovereenkomst door haar raadsman op 17 augustus 2007 aan de raadsman van [gedaagde] c.s. volledig – dus ook tijdig – heeft voldaan aan de uitspraak in kort geding van 15 augustus 2007.

4.5. In een executiegeschil als het onderhavige, waarbij het er om gaat of dwangsommen zijn verbeurd omdat een bevel tot nakoming niet of onvoldoende is nageleefd, heeft de rechter tot taak de ter uitvoering van het veroordelend vonnis verrichte handelingen te toetsen aan de inhoud van de veroordeling, zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld.

Daarbij dient de rechter het doel en de strekking van de veroordeling tot richtsnoer te nemen in dier voege dat de veroordeling niet verder strekt dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel (HR 15-11-2002, NJ 2004, 410). [eiser] diende binnen 24 uur na de betekening van het vonnis op 16 augustus 2007 de huurovereenkomst aan [gedaagde] c.s. of diens raadsman af te geven. Het door [eiser] gestelde dat zij door “toezenden binnen 24 uur” heeft voldaan aan het kort geding vonnis komt echter niet overeen met de in het vonnis opgenomen bepaling “binnen 24 uur afgeven aan”, nu het doel en de strekking van het kort geding vonnis is dat de huurovereenkomst binnen 24 uur na betekening ter hand wordt gesteld aan [gedaagde] c.s. De raadsman van [eiser] heeft nagelaten de huurovereenkomst naar de raadsman van [gedaagde] c.s. te faxen, zoals hij had aangekondigd in zijn fax van donderdag 16 augustus 2007. Wel acht de voorzieningenrechter, mede gezien de schriftelijke verklaring van Falkcourier, voldoende aannemelijk geworden dat de raadsman van [eiser] de huurovereenkomst met begeleidende brief op vrijdagmiddag 17 augustus 2007 ter bezorging heeft laten ophalen door Falkcourier. Met [gedaagde] c.s. is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de huurovereenkomst in ieder geval niet op 17 augustus 2007 voor 16.40 uur aan [gedaagde] c.s. of diens raadsman is afgegeven. [eiser] heeft dus niet tijdig voldaan aan de uitspraak in kort geding, zodat voor elke dag dat [eiser] vervolgens te laat is met de afgifte, in beginsel dwangsommen zijn verbeurd.

4.6. De voorzieningenrechter acht hierbij overigens wel voldoende aannemelijk geworden dat de huurovereenkomst op zondag 19 augustus 2007 (en dus twee dagen te laat) in de loop van de middag op het kantoor van de raadsman van [gedaagde] c.s. door Falkcourier is bezorgd. Hier doet niet aan af dat de huurovereenkomst met begeleidende brief door een medewerker van het kantoor van de raadsman van [gedaagde] c.s. pas op maandag 20 augustus 2007 voor ontvangst is gestempeld, nu de raadsman van [gedaagde] c.s. ter zitting heeft verklaard dat op zondag op zijn kantoor niet wordt gewerkt. Op zondag bezorgde poststukken zullen daarom niet op dezelfde dag voor ontvangst worden gestempeld, maar pas op de daaropvolgende maandag.

4.7. [eiser] vordert ten slotte vanwege misbruik van recht een verbod om de in het exploot van betekening en bevel van 16 augustus 2007 bedoelde executiemaatregelen te nemen, c.q. voort te zetten. [eiser] heeft immers via haar raadsman al vóór de betekening te kennen gegeven dat zij vrijwillig aan het kort geding vonnis zou voldoen. Het is ongelukkig dat haar raadsman het stuk niet heeft gefaxt, maar per courier heeft verstuurd, waardoor het pas zondag arriveerde. [gedaagde] c.s. hebben volgens [eiser] geen enkel redelijk belang, slechts een financieel belang.

4.8. De dwangsom is een zijdelings executiemiddel dat dient als geldelijke prikkel om de nakoming van een veroordeling zoveel mogelijk te verzekeren. De hoofdveroordeling is [eiser] inmiddels volledig nagekomen, zij het te laat. Het achteraf opvorderen van dwangsommen heeft zeker in deze zaak geen zin, omdat de dwangsom als geldelijke prikkel tot nakoming zijn zin heeft verloren. Niet gesteld of gebleken is dat het [eiser] zelf is aan wie te wijten is dat de huurovereenkomst te laat is bezorgd. Aan de kant van beide partijen zijn fouten c.q. slordigheden gemaakt door de door hen ingeschakelde rechtshelpers: de door [gedaagde] c.s. ingeschakelde deurwaarder en de raadsman van [eiser]. Verder beschikken [gedaagde] c.s. nu over de huurovereenkomst en niet gesteld of gebleken is dat de vertraging tot schade of enige belemmering heeft geleid.

Nu het achteraf opvorderen van dwangsommen als geldelijke prikkel tot nakoming zijn zin heeft verloren, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het thans nog opeisen van verbeurde dwangsommen jegens [eiser] misbruik van recht oplevert. De voorzieningenrechter zal het onder III gevorderde daarom toewijzen.

4.9. De voorzieningenrechter ziet gezien de aard van deze zaak vooralsnog geen aanleiding om een dwangsom aan het verbod te verbinden, nu van [gedaagde] c.s. verwacht mag worden, dat zij na deze uitspraak niet tot inning van de verbeurde dwangsommen zullen overgaan.

4.10. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. verbiedt [gedaagde] c.s. de in het exploot van betekening en bevel van 16 augustus 2007 bedoelde executiemaatregelen te nemen, c.q. voort te zetten,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Zomer en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2007.