Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BB9417

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
24-10-2007
Datum publicatie
10-12-2007
Zaaknummer
137825 - KG ZA 07-462
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Opheffing executoriaal derdenbeslag. Beslagvrije voet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 137825 / KG ZA 07-462

Vonnis in kort geding van 24 oktober 2007

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. L.M.J. Leerkes,

advocaat mr. B. Bentem te Oldenzaal,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

SOCIALE VERZEKERINGSBANK,

zetelend te Deventer,

gedaagde,

vertegenwoordigd door A. van der Weerd.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Sociale Verzekeringsbank genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de Sociale Verzekeringsbank.

1.1. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij besluit van 23 november 2006 heeft de Sociale Verzekeringsbank de aan [eiser] te veel uitgekeerde kinderbijslag teruggevorderd. Dit besluit is betekend aan [eiser].

2.2. Op 22 augustus 2007 heeft de Sociale Verzekeringsbank naar aanleiding van voormeld besluit [eiser] bij exploot bevolen binnen twee dagen het op dat moment verschuldigde bedrag van EUR 1.512,86 te betalen met de aanzegging dat, indien niet zou worden voldaan aan dit betalingsbevel, overgegaan zou worden tot beslaglegging op alle roerende zaken, zonodig gevolgd door een openbare executieverkoop.

2.3. De Sociale Verzekeringsbank heeft op 26 september 2007 executoriaal beslag gelegd onder de ABN AMRO op een op naam van [eiser] staande bankrekening, welk beslag op 4 oktober 2007 is betekend aan [eiser]. De vordering van de Sociale Verzekeringsbank op [eiser] bedraagt op dat moment EUR 1.777,15.

2.4. [eiser] heeft tot op heden het door de Sociale Verzekeringsbank gevorderde bedrag niet voldaan, terwijl zij eveneens geen gebruik heeft gemaakt van de bereidheid van de Sociale Verzekeringsbank om te praten over een betalingsregeling.

2.5. Bij besluit van 18 september 2007 heeft de Sociale Verzekeringsbank een bedrag van EUR 271,70 per kwartaal aan kinderbijslag toegekend aan [eiser] voor haar zoon [X].

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, primair de opheffing van het onder de ABN AMRO gelegde executoriale derdenbeslag, subsidiair de schorsing van dit beslag, alsmede de Sociale Verzekeringsbank te veroordelen in de proceskosten.

3.2. De Sociale Verzekeringsbank voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Van een spoedeisend belang van [eiser] bij het gevorderde is in voldoende mate gebleken.

4.2. [eiser] heeft gesteld dat het op 26 september 2007 gelegde executoriale derdenbeslag onrechtmatig is, nu op 22 augustus 2007 slechts is aangezegd dat executoriaal beslag gelegd zou worden op alle roerende zaken van [eiser]. De voorzieningenrechter zal [eiser] niet volgen in deze stelling. Op grond van artikel 435 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is de schuldeiser in beginsel bevoegd om executoriaal beslag te leggen op het gehele vermogen van de schuldenaar. De enkele omstandigheid dat het aangezegde beslag niet overeenkomt met het daadwerkelijk gelegde beslag, maakt het gelegde beslag niet onrechtmatig. De wet stelt immers niet als vereiste dat de schuldeiser aangeeft op welke wijze dan wel op welke goederen mogelijkerwijs beslag gelegd gaat worden. Bovendien heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd in welke belangen zij is geschaad, nu een ander beslag is gelegd dan was aangezegd.

4.3. Daarnaast heeft [eiser] aangevoerd dat, gelet op de artikelen 475b juncto 475c Rv, ten onrechte geen beslagvrije voet is verbonden aan het gelegde derdenbeslag. [eiser] miskent echter, zoals is aangevoerd door de Sociale Verzekeringsbank, dat overeenkomstig voormelde artikelen slechts een beslagvrije voet geldt ten aanzien van periodieke betalingen. Een bankrekening dan wel het saldo van een bankrekening is geen periodieke betaling en de Sociale Verzekeringsbank heeft dus terecht geen beslagvrije voet verbonden aan het op 26 september 2007 gelegde derdenbeslag.

4.4. Ten slotte heeft [eiser] ter onderbouwing van haar vordering aangevoerd dat het gelegde derdenbeslag onnodig is, nu de vordering van de Sociale Verzekeringsbank verrekend had kunnen worden met de kinderbijslag die vanaf 18 september 2007 is toegekend aan [eiser]. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter levert de omstandigheid dat de Sociale Verzekeringsbank het derdenbeslag wenst te handhaven geen misbruik van recht op. Het door de Sociale Verzekeringsbank gevorderde bedrag, te weten EUR 1.777,15, is immers vele malen hoger dan het bedrag van EUR 271,70 dat [eiser] vanaf 18 september 2007 per kwartaal aan kinderbijslag krijgt. Bovendien is het maar de vraag of [eiser] hier in de toekomst recht op blijft houden. Daarnaast heeft de Sociale Verzekeringsbank ter voorkoming van een gerechtelijke procedure [eiser] de gelegenheid geboden om een betalingsregeling te treffen, waarvan [eiser] geen gebruik heeft willen maken. Onder deze omstandigheden kan van de Sociale Verzekeringsbank niet (meer) gevergd worden dat zij haar vordering verrekent.

4.5. Gelet op het voorgaande zal de gevorderde opheffing dan wel schorsing van het gelegde executoriale derdenbeslag worden afgewezen.

4.6. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Sociale Verzekeringsbank worden begroot op:

- vast recht EUR 251,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst het gevorderde af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Sociale Verzekeringsbank tot op heden begroot op EUR 251,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Zomer en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2007.