Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BB2308

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
17-08-2007
Datum publicatie
27-08-2007
Zaaknummer
AWB 07-1243
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek tot schorsing verkeersbesluit inzake aanpassing kruispunt Rijnlaan-de Dobbe-Eemlaan te Zwolle door voorzieningenrechter afgewezen (noot: geldt ook voor gelijktijdig door huurdersvereniging ingediend verzoek-uitspraak niet gepubliceerd)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht, Voorzieningenrechter

Registratienummer : Awb 07/1243

Bestreden besluit : 26 april 2007

Datum zitting : 16/17 augustus 2007

Datum uitspraak : 17 augustus 2007

Proces-verbaal van de op de openbare zitting op de hierboven vermelde datum gedane mondelinge uitspraak

in het geding tussen:

Ondernemersvereniging Winkelcentrum Aa-Landen,

gevestigd te Zwolle, verzoekster,

gemachtigde: mr. H.E. Davelaar

en

het college van burgemeester en wethouders van Zwolle, verweerder.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting doet de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak.

1. Beslissing

De voorzieningenrechter van de rechtbank

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

2. Overwegingen

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het verkeersbesluit strekkende tot het aanpassen van het kruispunt Rijnlaan-De Dobbe-Eemlaan ongewijzigd gehandhaafd.

Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht dient te worden nagegaan

of onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Nu verweerder heeft laten weten dat de werkzaamheden aan het kruispunt in kwestie zullen aanvangen op 20 augustus 2007, en verweerder niet bereid is deze uit te stellen, kan verzoekster een spoedeisend belang niet worden ontzegd.

Bij de beoordeling van het voorliggende verzoek overweegt de voorzieningenrechter dat voorop moet worden gesteld, dat verweerder bij het nemen van een verkeersbesluit als het onderhavige een ruime beoordelingsmarge toekomt. Het is aan het bestuursorgaan om alle verschillende bij het nemen van een dergelijk besluit betrokken belangen tegen elkaar af te wegen.

De rechter zal zich bij de beoordeling van zo’n besluit terughoudend moeten opstellen en slechts dienen te toetsen of het besluit strijdig is met wettelijke voorschriften, dan wel of er sprake is van een zodanige onevenwichtigheid in de afweging van de betrokken belangen, dat het bestuursorgaan in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen.

Voorts geldt dat de confrontatie met een verkeersbesluit en de daarmee verbonden (nadelige) gevolgen in beginsel behoort tot het maatschappelijk risico van de direct betrokkenen. Dat laatste lijdt uitzondering in het geval één of meerdere direct betrokkenen door een dergelijk besluit onevenredig zwaar worden getroffen.

De door verweerder gekozen oplossing is gebaseerd op het rapport “Verkeersveiligheids-studie De Dobbe” d.d. 17 juni 2005 uitgevoerd door de Grontmij, doch wijkt daar uiteindelijk wel van af. Namens verzoekster is dan ook aangevoerd dat het bestreden besluit onvoldoende door de verkeersstudie van de Grontmij wordt gedragen en aldus onvoldoende is gemotiveerd.

Tussen partijen is niet in geschil dat het kruispunt door het verkeersbesluit overzichtelijker wordt. Onoverzichtelijkheid is door Grontmij als een belangrijke oorzaak van ongevallen op het kruispunt genoemd.

Zijdens verweerder is ter zitting gesteld dat is getracht binnen het beschikbare budget de voorkeursvariant van de Grontmij zoveel mogelijk te benaderen. Verder is gemotiveerd uiteengezet dat door verbetering van de overzichtelijkheid en het verminderen van het aantal conflictsituaties de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer zullen toenemen, al wordt erkend dat er ook nadelen kleven aan de gekozen oplossing.

Gelet op de motivering van het verkeersbesluit en de toelichting daarop ter zitting komt

de voorzieningenrechter tot het oordeel dat er met het oog op de door verweerder nagestreefde belangen bedoeld in artikel 2 van de Wegenverkeerswet geen sprake is van

een onredelijk besluit. Bovendien blijkt uit de gedingstukken dat de verschillende bij

het nemen van het verkeersbesluit betrokken belangen bij de belangenafweging voldoende in beeld zijn geweest.

Dat verweerder de voorliggende oplossing niet nogmaals ter beoordeling heeft voorgelegd aan de Grontmij of een andere externe deskundige, leidt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet tot de conclusie dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid, nu aan verweerder zelf verkeersdeskundigheid niet kan worden ontzegd, de gekozen oplossing in belangrijke mate op het rapport van de Grontmij is gebaseerd en die oplossing ook overigens door verweerder toereikend is gemotiveerd.

Het aanleggen van een rotonde is in de visie van verzoekster een veel betere oplossing, doch de voorzieningenrechter heeft slechts de nu voorliggende variant te beoordelen.

Tot slot overweegt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken dat verzoekster door het verkeersbesluit onevenredig in haar belangen wordt getroffen. De vrees dat er zich in onaanvaardbare mate extra opstoppingen op het parkeerterrein en op de Rijnlaan zullen voordoen, wordt door verweerder gemotiveerd betwist onder meer met verwijzing naar

het rapport van de Grontmij en is van de kant van verzoekster niet onderbouwd met een verkeerskundige rapportage.

Het bestreden besluit komt mitsdien niet voor schorsing in aanmerking.

Zijdens verzoekster is aangevoerd dat ingenieursbureau Oranjewoud bereid is gevonden de gevolgen van de voorliggende oplossing te onderzoeken.

Gelet op dit feit maakt de voorzieningenrechter geen gebruik van de bevoegdheid om ook uitspraak te doen in het door verzoekster ingestelde beroep.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door mr. A. Oosterveld en mr. P.A.M. Spreuwenberg, als griffier, is ondertekend.

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.