Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BB0829

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
14-02-2007
Datum publicatie
20-08-2007
Zaaknummer
109253 / HA ZA 05-676
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Misbruik van wanprestatie. Toepasselijkheid van Spaans recht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 109253 / HA ZA 05-676

Vonnis van 14 februari 2007

in de zaak van

de rechtspersoon naar Spaans recht

COSTA PLAN-IT INVEST S.L.,

gevestigd te Alicante,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. J.A. van Wijmen,

advocaat mr. A.R. van Maas de Bie te Eindhoven,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te [plaats],

2. [gedaagde 2],

wonende te [plaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. M.J.M. Groen,

Partijen zullen hierna Costa en [gedaagden c.s.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 september 2007

- de akte aan de zijde van Costa van 1 november 2006

- de antwoordakte aan de zijde van [gedaagden c.s.] van 15 november 2006

- de aanvullende akte aan de zijde van Costa van 15 november 2006

- de nadere antwoordakte aan de zijde van [gedaagden c.s.] van 28 november 2006

- de antwoordakte aan de zijde van Costa van 13 december 2006.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank blijft bij hetgeen zij in het tussenvonnis van 20 september 2006 (hierna: het tussenvonnis) heeft overwogen en beslist.

in conventie

2.2. In het tussenvonnis heeft de rechtbank Costa opgedragen bij akte aan te geven op welke Spaanse rechtsregels en/of jurisprudentie zij haar vordering baseert.

2.3. Costa heeft aangevoerd dat zij haar vordering baseert op onrechtmatig handelen van [gedaagden c.s.] op grond van artikel 1902 van de Spaanse Código Civil. Zij verwijst tevens naar een uitspraak van de Spaanse Tribunal Supremo núm. 1045/2004 de 28 octubre, RJ 2004\7208.

2.4. Uit de relevante bepalingen in de Código Civil Espagñol:

Artículo 1902

El que por acción u omisión causa daño a otro, interviniendo culpa o negligencia, está obligado a reparar el daño causado

en uit hetgeen partijen ter zake hebben aangevoerd, blijkt dat (ook) naar Spaans recht een derde aansprakelijk kan zijn jegens een contractpartner wegens onrechtmatig handelen.

Voor het aannemen van onrechtmatig handelen van de derde is vereist dat de derde actief betrokken is bij de contractbreuk door één van de contractpartners, dat de derde profiteert van de contractbreuk en dat de andere contractpartner daardoor schade lijdt, alsmede dat de derde in de wetenschap verkeert dat hij van een contractbreuk gebruik maakt.

2.5. In de onderhavige zaak staat vast dat tussen [A] en Costa op 18 augustus 2003 een overeenkomst van volmacht is gesloten, waarbij Costa de exclusiviteit van verkoop verkreeg van het huis van [A] voor een periode van 1,5 jaar. Door bemiddeling van Costa is op 8 maart 2004 een koopovereenkomst gesloten met betrekking tot het huis (voor een bedrag van EUR 249.000,-) tussen [A] en [gedaagden c.s.] Daarna hebben [A] en [gedaagden c.s.] – zonder tussenkomst van Costa – op 21 juli 2004 een nieuwe koopovereenkomst gesloten, tegen een lagere koopprijs.

2.6. Volgens Costa heeft [gedaagden c.s.] onrechtmatig jegens haar gehandeld door, ondanks de bij haar bekende volmacht, zonder bemiddeling van Costa met [A] een nieuwe koopovereenkomst te sluiten en aldus mee te werken aan contractbreuk door [A]. Wanneer moet worden aangenomen dat sprake is van contractbreuk door [A], dan was [gedaagden c.s.] actief betrokken bij deze – gestelde – contractbreuk, aangezien zij heeft meegewerkt aan de nieuwe koopovereenkomst. Ook heeft [gedaagden c.s.] geprofiteerd van de gestelde contractbreuk, nu de nieuwe koopprijs lager was dan de oorspronkelijke, terwijl Costa schade heeft geleden omdat zij haar courtage misliep.

2.7. Het is echter onvoldoende aannemelijk geworden dat [gedaagden c.s.] in de wetenschap verkeerde dat zij profiteerde van een contractbreuk. [gedaagden c.s.] heeft aangevoerd, hetgeen door Costa onvoldoende is weersproken, dat [A] aan haar een brief heeft getoond van 16 februari 2004 waarin door [A] is geschreven dat zij de volmacht beëindigt, alsmede een bewijs van aangetekende verzending van die brief. [gedaagden c.s.] heeft voorts een schriftelijke verklaring overgelegd van [B], dat zij de opzegging van [A] – samen met haar eigen opzegging, in één envelop – in februari 2004 via het postkantoor van [naam] aangetekend heeft verstuurd. Op die grond mocht [gedaagden c.s.] ervan uitgaan dat [A] de volmacht had beëindigd.

Daar komt bij dat deze overeenkomst van volmacht op zijn minst ongebruikelijk was, gelet op de exorbitant hoge courtage die daarin werd bedongen, zodat voor [gedaagden c.s.] de opzegging geenszins onbegrijpelijk of geloofwaardig behoefde te zijn.

De stelling van Costa dat [gedaagden c.s.] betrokken was bij het opstellen van de brief van 16 februari 2004 en dat deze pas is geschreven nadat door [A] een opzetje is gemaakt om ervoor te zorgen dat Costa de aan haar verschuldigde courtage zou mislopen, is door Costa niet (voldoende) met feiten en omstandigheden onderbouwd en wordt derhalve verworpen.

2.8. Uit het voorgaande volgt dat niet is komen vast te staan dat [gedaagden c.s.] onrechtmatig heeft gehandeld, omdat niet aannemelijk is dat zij zich bewust was van de – gestelde – contractbreuk. De vordering zal dan ook worden afgewezen. Costa zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

2.9. De kosten aan de zijde van [gedaagden c.s.] worden begroot op:

- vast recht 775,00

- salaris procureur 2.026,50 (3,5 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.801,50

in reconventie

2.10. [gedaagden c.s.] baseert haar vordering in reconventie op onverschuldigde betaling van een bedrag van EUR 24.900,-. Volgens Costa is dit bedrag niet onverschuldigd voldaan, maar is het verrekend met de door [A] verschuldigde courtage verplichting van EUR 59.000,- en maakt het thans deel uit van de door [gedaagden c.s.] aan Costa te vergoeden schade van EUR 59.000,-.

2.11. Nu in conventie geen onrechtmatig handelen van [gedaagden c.s.] jegens Costa is vastgesteld, is er ook geen sprake van aansprakelijkheid van [gedaagden c.s.] voor de schade die Costa stelt te hebben geleden. Het (enige) verweer van Costa tegen de vordering van [gedaagden c.s.] is dan ook ongegrond, zodat de vordering zal worden toegewezen. Aangezien tegen de vordering met betrekking tot de rente geen specifiek verweer is gevoerd, zal de rente worden toegewezen zoals gevorderd. Costa zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

2.12. De kosten aan de zijde van [gedaagden c.s.] worden begroot op:

- salaris procureur 579,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 579,00

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. wijst de vorderingen af,

3.2. veroordeelt Costa in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden c.s.] tot op heden begroot op EUR 2.801,50,

3.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

3.4. veroordeelt Costa om aan [gedaagden c.s.] te betalen een bedrag van EUR 24.900,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6: 119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 23 maart 2005 tot de dag van volledige betaling,

3.5. veroordeelt Costa in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden c.s.] tot op heden begroot op EUR 579,00,

3.6. verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Hek en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2007.