Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BB0469

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
02-07-2007
Datum publicatie
26-07-2007
Zaaknummer
358326
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

kantonzaak, ontbinding arbeidsovereenkomst voor zover vereist. Hoewel werknemer verstek laat gaan, wordt aangevoerde ontbindingsgrond (disfunctioneren als gevolg van alcoholmisbruik) geanalyseerd en juist bevonden in het licht van alle inspanningen van werkgever ter verbetering van de situatie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr. : 358326 HA VERZ 07-169

datum : 2 juli 2007

Beschikking op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

de besloten vennootschap OCB BOUW B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Ommen,

verzoekende partij, verder te noemen: “OCB”,

gemachtigde mw. mr. V.C. Gall, advocaat te Zwolle,

tegen

de heer [VERWERENDE PARTIJ],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij, verder te noemen: “[verwerende partij]”,

niet verschenen.

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van het verzoekschrift d.d. 15 mei 2007 met aangehechte producties en bij brief van 20 juni 2007 nader door OCB overgelegde producties.

De mondelinge behandeling is gehouden op 25 juni 2007. Verschenen is namens OCB haar directeur [B] en haar uitvoerder [V], beiden vergezeld door mw. mr. Gall voormeld. [verwerende partij] is niet verschenen, nadat de aanvankelijk voor hem als gemachtigde gestelde advocaat, mr. H.W. Bongers te Ommen, bij brief van 19 juni 2007 heeft gemeld zich te onttrekken. In deze brief is vermeld dat [verwerende partij] van de datum van de mondelinge behandeling op de hoogte is.

Het verzoek en het daartegen gevoerde verweer

Het verzoek van OCB strekt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij], voor het geval in rechte mocht komen vast te staan dat deze niet op 10 april 2007 met wederzijds goedvinden is geëindigd.

[verwerende partij] is niet ter zitting verschenen en heeft evenmin gereageerd op het verzoek en de oproep om daarover te worden gehoord, zodat van hem geen standpunt bekend is geworden.

De beoordeling

1.

De kantonrechter heeft te beantwoorden de vraag of, de gestelde beëindiging met wederzijds

goedvinden van 10 april 2007 weggedacht, zich voordoet een gewichtige reden bestaande uit omstandigheden die een (uitgestelde) dringende reden als bedoeld in artikel 7:677 BW zou hebben opgeleverd dan wel dat die veranderingen in de omstandigheden opleveren, die van dien aard zijn dat het dienstverband billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen.

2.

De kantonrechter is niet gebleken dat het verzoek van OCB verband houdt met een opzegverbod.

3.

OCB heeft aan haar verzoek het volgende ten grondslag gelegd. OCB is begin 2006 duidelijk geworden dat [verwerende partij], thans [X] jaar oud en sinds [datum] bij haar in dienst als “metselaar/tegelzetter”, een chronisch alcoholprobleem had. Zij heeft alles op alles gezet om te voorkomen dat [verwerende partij], een gewaardeerde werknemer, zou afglijden. Zij heeft onmiddellijk haar arbodienst ingeschakeld om [verwerende partij] te laten begeleiden, waarbij zij de interventie-gesprekken met een in verslavingszorg gespecialiseerde bedrijfsarts heeft bekostigd. OCB heeft daarnaast regelmatig contact onderhouden met de echtgenote van [verwerende partij] en huisbezoeken afgelegd. Zij heeft de werkschema’s aangepast zodat [verwerende partij] alleen nog met ervaren collega’s op het werk was en daarna de planning opnieuw aangepast om te voorkomen dat [verwerende partij] thuis drank zou ophalen. OCB heeft voorts informatie verzameld en aan [verwerende partij] doorgegeven over verslavingsklinieken. OCB heeft geaccepteerd dat het werk van [verwerende partij] vaak (deels) over moest. Zij heeft voorts met regelmaat haar werknemers geïnformeerd om bij hen begrip te kweken voor de ontstane situaties. Zij heeft zich voorts ingespannen dat de dominee van het geloofsgenootschap waartoe [verwerende partij] behoort, zich over hem zou bekommeren. OCB heeft tot slot het loon doorbetaald, ook over de twee periodes van opname en behandeling in een kliniek en over de periodes dat [verwerende partij] zonder kennisgeving niet op zijn werk verscheen. Ondanks alle inspanningen verscheen [verwerende partij] met regelmaat dronken op het werk, terwijl hij ook regelmatig op het werk drank gebruikte. [verwerende partij] heeft zich op 7 februari 2007 aan zijn hoofd verwond door onder invloed het glas te breken van de achterdeur van woning alwaar hij werkzaam was. OCB heeft [verwerende partij] meerdere malen gewaarschuwd dat het zo niet langer kon en dat hij alleen nog een toekomst bij OCB had indien hij serieus aan zijn alcoholprobleem zou werken. OCB heeft moeten ervaren dat [verwerende partij] zijn laatste kans in de vorm van een tweede opname in een kliniek niet heeft gegrepen door ook die behandeling voortijdig te beëindigen en weer drank te gaan gebruiken. Op 2 april 2007 is besproken dat [verwerende partij] een allerlaatste kans zou krijgen waarvoor hij zich dan de volgende dag nuchter en op tijd op het werk diende te melden, wat [verwerende partij] heeft verzuimd. Van OCB behoeft niet meer te worden gevergd zich langer voor [verwerende partij] in te spannen. Zij heeft al meer gedaan dan van haar verwacht had mogen worden. Het risico van ongevallen, maar ook van aantasting van OCB’s goede naam bij opdrachtgevers is te groot, zeker nu [verwerende partij] zich kennelijk niet (meer) wil inspannen voor een ommekeer ten goede. Deze onhoudbare arbeidsrelatie moet op korte termijn eindigen, primair op grond van een dringende reden subsidiair op grond van veranderingen in de omstandigheden zonder dat er plaats is voor een vergoeding naar billijkheid, aldus OCB.

4.

Aangezien [verwerende partij] de hierboven gestelde feitelijkheden niet heeft weersproken, zal de kantonrechter van de juistheid daarvan uitgaan.

5.

Met het een en ander staat aldus vast dat [verwerende partij] te kampen heeft met een alcoholprobleem, dat [verwerende partij] meerdere malen onder invloed van alcohol op zijn werk is verschenen, dat hij ook meerdere malen tijdens het werk alcohol heeft gebruikt, dat de kwaliteit van zijn werk daaronder leed en dat hij zichzelf in die toestand ten minste eenmaal heeft verwond. Daarmee is gegeven dat de veiligheid op het werk meerdere malen door [verwerende partij] is gecompromitteerd, wat OCB in beginsel niet van [verwerende partij] hoeft te accepteren.

6.

Gelet op, ondanks de geboden begeleiding en twee opnames en behandelingen in klinieken, [verwerende partij]s herhaalde terugval en voorts gezien de door OCB overgelegde verklaringen van de bedrijfsarts en de bedrijfsmaatschappelijk werker, kan niet worden aangenomen dat [verwerende partij] in staat moet worden geacht om op korte termijn zijn alcoholprobleem onder controle te krijgen.

7.

Voorts moet worden vastgesteld dat OCB zich de persoonlijke belangen van [verwerende partij], die toen al meer dan 16 jaar bij haar in dienst was, in ruim voldoende mate heeft aangetrokken. OCB heeft immers [verwerende partij] hulp aangeboden via haar arbodienst en zich actief ingezet om verdere hulp rondom [verwerende partij] te organiseren, zowel binnen als buiten het werkverband.

8.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft OCB voorts [verwerende partij] voldoende kansen geboden zodat de door OCB - na een lange periode van begeleiding en overige inspanningen - aan [verwerende partij] op 2 april 2007 geboden laatste kans ook als zodanig moet worden opgevat. Die laatste kans, zo staat vast, is echter niet benut. Evenmin is op andere wijze gebleken dat [verwerende partij] sindsdien iets anders reëels heeft ondernomen om een verbetering in zijn situatie te bereiken.

9.

Gelet op het voorgaande is er sprake van een zodanige wijziging van omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst tussen OCB en [verwerende partij] op korte termijn behoort te eindigen. De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden met ingang van heden, 2 juli 2007.

10.

Aangezien de omstandigheden die leiden tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst naar het oordeel van de kantonrechter in de risicosfeer van [verwerende partij] liggen en in die omstandigheden geen aan OCB te maken verwijt schuilt, is er geen reden voor de toekenning van een vergoeding naar billijkheid. [verwerende partij]s leeftijd en/of de duur van zijn dienstverband maken dat niet anders.

11.

De proceskosten worden gecompenseerd als nader in het dictum te melden.

De beslissing

De kantonrechter:

- ontbindt, voor zover deze nog mocht blijken te bestaan, de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst en bepaalt dat deze eindigt per heden, 2 juli 2007;

- compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Aldus gegeven door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 2 juli 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.