Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BB0466

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
16-07-2007
Datum publicatie
26-07-2007
Zaaknummer
361506 VV 07-37
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

kantonzaak. Ontruiming gelast in kort geding. Bewoner was geen medehuurder en heeft, na opzegging van huur door voormalige levenspartner, geen bescherming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

zaaknr.: 361506 VV 07-37

datum : 16 juli 2007

Vonnis in het kort geding van:

de stichting STICHTING DELTAWONEN,

gevestigd te Zwolle,

eiseres, verder te noemen: “DeltaWonen”,

gemachtigde mr. G.E.J. Kornet, advocaat te Zwolle,

tegen

de heer [GEDAAGDE],

wonende te [woonplaats],

gedaagde, verder te noemen: “[gedaagde]”,

gemachtigde mr. S.J. de Vries, advocaat te Zwolle.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

- het exploot d.d. 25 juni 2007 houdende een vordering tot het treffen van een voorziening bij voorraad met aangehechte producties;

- de bij faxbrief van 4 juli 2007 door [gedaagde] ingezonden producties en

- de bij faxbrief van 6 juli 2007 door DeltaWonen nader ingezonden producties.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 juli 2007. Verschenen zijn:

- namens DeltaWonen de heer [A], woonconsulent, mw. [B], jurist, en de heer [C], wijkbeheerder, bijgestaan door mr. Kornet en

- [gedaagde], bijgestaan door mr. De Vries.

Het geschil

De vordering van DeltaWonen strekt er - na wijziging van eis - toe dat de kantonrechter als voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut, zal bevelen dat [gedaagde] de woning, staande en gelegen te [woonplaats] aan [adres] binnen drie maanden na betekening van dit vonnis althans binnen in een goede justitie te bepalen termijn, heeft te verlaten en te ontruimen, met al de zijnen en het zijne, en deze woning vervolgens verlaten en ontruimd te houden onder inlevering van de (duplicaat)sleutels aan DeltaWonen, met machtiging op DeltaWonen om, indien [gedaagde] en de zijnen met de bevolen ontruiming in gebreke blijven, deze te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

[gedaagde] heeft de vordering bestreden en de afwijzing daarvan bepleit, onder veroordeling van DeltaWonen in de kosten van de procedure.

De vaststaande feiten

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast.

a. DeltaWonen is eigenaar van de woning te [woonplaats] aan [adres], welke woning een portiekwoning betreft in een appartementsgebouw en twee slaapkamers kent.

b. DeltaWonen heeft voormelde woning, verder te noemen: het gehuurde, verhuurd aan mw. [E], verder te noemen: “[E]”. [E] heeft het gehuurde omstreeks 15 april 2007 verlaten en het gehuurde grotendeels ontruimd.

c. [E] heeft voorafgaande aan haar vertrek uit het gehuurde, samen met hun twee thans nog minderjarige kinderen, in het gehuurde met [gedaagde] samengeleefd. [E] is niet gehuwd (geweest) met [gedaagde]. Tussen hen is evenmin een geregistreerd partnerschap aangegaan.

d. [gedaagde] heeft zich per februari 2006 in de gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Zwolle op voormeld adres laten inschrijven.

e. Bij faxbrief van 26 april 2007 heeft [gedaagde] aan DeltaWonen doen vragen om medewerking aan zijn voortgezet gebruik van het gehuurde in afwachting van een door [E] en hem gezamenlijk te doen verzoek tot medehuurderschap.

f. Bij brief van 3 mei 2007 heeft DeltaWonen aan (de gemachtigde van) [gedaagde] geantwoord dat zij geen medewerking zal verlenen omdat zij niet van [E] heeft vernomen dat zij akkoord gaat met het gebruik van het gehuurde door [gedaagde] en [gedaagde] verzocht het gehuurde onverwijld te ontruimen.

g. [E] heeft bij brief van 4 mei 2007 aan DeltaWonen de huurovereenkomst opgezegd.

h. Bij brief van 15 mei 2007 heeft DeltaWonen aan [gedaagde] meegedeeld dat zij een huuropzegging van [E] heeft ontvangen en dat daardoor de huurovereenkomst op 11 juni 2007 zal eindigen. DeltaWonen heeft [gedaagde] daarop opnieuw gesommeerd het gehuurde te verlaten. [gedaagde] heeft daarop bij faxbrief van 16 mei 2007 doen antwoorden dat hij de opstelling van DeltaWonen onterecht vindt en dat hij de door DeltaWonen aangekondigde stappen wel afwacht.

De standpunten van partijen

DeltaWonen heeft aan haar vordering tot ontruiming ten grondslag gelegd dat [gedaagde] zonder recht of titel van het gehuurde gebruik maakt. De huurster heeft inmiddels de huurover-eenkomst opgezegd terwijl [gedaagde] niet voldoet aan de eisen om als medehuurder te worden aangemerkt omdat hij - naar zeggen van [E] - pas vanaf februari 2006 in het gehuurde heeft (samen)gewoond. [gedaagde] tracht thans op onrechtmatige wijze het geldende woonruimte-verdeelsysteem te frustreren, reden waarom zij een spoedeisend belang heeft om op korte termijn weer over het gehuurde te beschikken, aldus DeltaWonen.

[gedaagde] heeft de vordering bestreden en daartoe samengevat het volgende aangevoerd. Anders dan DeltaWonen aanvoert, woont [gedaagde] al vanaf 2003 in het gehuurde, samen met [E] en hun beider kinderen, waardoor sprake is geweest van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. [gedaagde] is overvallen door het plotselinge vertrek van [E] uit het gehuurde en haar opzegging van de huurovereenkomst. Indien de verhouding met haar normaal zou zijn geweest, dan had hij zonder meer medehuurder kunnen worden op grond van artikel 7:267 BW. Die bepaling beoogt slechts de positie van de huurder te beschermen, niet die van een verhuurder. Nu [E] als huurster de huurovereenkomst heeft opgezegd, behoeft zij die bescherming niet meer en kan hem niet worden tegengeworpen dat [E] niet aan een gezamenlijk verzoek tot medehuurderschap wil meewerken. In die zin moet artikel 7:267 BW analoog worden toegepast. DeltaWonen wil echter van die weigering van [E] profiteren, wat als onrechtmatig jegens hem moet worden beoordeeld. Er is dan ook geen spoedeisend belang. Indien een ontruiming wordt toegewezen, is er reden om daaraan een lange termijn te verbinden. Een ontruiming op korte termijn zou alle bodem onder zijn bestaan wegslaan omdat daardoor zijn uitkering gevaar zou lopen en hij zijn kinderen niet meer kan ontvangen, aldus [gedaagde].

De beoordeling

1.

Uit de aard van de vordering tot ontruiming en het door DeltaWonen gestelde belang daarbij, vloeit het spoedeisend belang voort.

2.

Vast staat dat [gedaagde] niet de contractuele wederpartij van DeltaWonen is en dat hij evenmin uit hoofde van een huwelijk of geregistreerd partnerschap met [E] als een medehuurder in de zin van artikel 7:266 BW kan worden aangemerkt.

3.

Beoordeeld moet worden of een met een door [gedaagde] gesteld medehuurderschap in de zin van artikel 7:267 BW overeenkomende vordering in een bodemprocedure ter zake een serieuze kans van slagen heeft. Daarbij wordt voorop gesteld dat de kantonrechter moet uitgaan van de gegeven feiten, in beginsel zonder dat in deze procedure nadere bewijsvoering mogelijk is.

4.

In artikel 7:267 BW is bepaald dat een medehuur van een andere samenwoner dan echtgenoot en/of geregistreerde partner alleen kan worden bewerkstelligd op een gezamenlijk verzoek van de huurder met die samenwoner aan de verhuurder en, bij uitblijven van instemming met zo’n verzoek, op hun gezamenlijke vordering. Uit de tekst en de bedoeling van dit artikel vloeit voorts voort dat zo’n verzoek aan de verhuurder alleen worden kan worden gedaan als er ten tijde van het verzoek nog sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding / samenwoning tussen huurder en samenwoner.

5.

In dit geval staat vast dat de samenwoning omstreeks 15 april 2007 door [E] is verbroken doordat zij het gehuurde, samen met de minderjarige kinderen en het merendeel van de inboedel, heeft verlaten. Uit het feit dat [E] vervolgens de huurovereenkomst bij brief van 4 mei 2007 heeft opgezegd, volgt dat die verbreking als definitief moet worden beschouwd. Dit betekent dat, ook indien het verzoek van 26 april 2007 aan DeltaWonen om medewerking tot voortgezet gebruik van het gehuurde als een gezamenlijk verzoek in de zin van voormeld artikel kan worden aangemerkt, een dergelijk, na een verbreking van de samenwoning gedaan verzoek tot medehuurderschap in een bodemprocedure zeer waarschijnlijk geen succes zal hebben.

6.

Daarnaast kan de kantonrechter er thans niet aan voorbijzien dat het verzoek van 26 april 2007 niet op steun van [E] heeft kunnen rekenen en dat [gedaagde] tot op heden geen (gerechtelijke) stappen heeft ondernomen om te komen tot een van haar afgedwongen medewerking aan een gezamenlijke vordering jegens DeltaWonen. Of [E]’s weigering in de gegeven omstandigheden naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid als onaanvaardbaar moet worden aangemerkt, kan vooralsnog niet worden aangenomen nu [gedaagde] daarvoor te weinig heeft gesteld en dit evenmin anderszins is gebleken.

7.

Gelet op het voorgaande moet de kantonrechter al tot de slotsom komen dat er in onvoldoende mate een aanknoping kan worden gevonden voor een in een bodemprocedure voor [gedaagde] gunstige uitspraak. Het debat over de duur van zijn samenwoning met [E] kan dan ook in het midden blijven.

8.

Nu het ervoor gehouden moet worden dat [gedaagde] zich tegenover DeltaWonen geen legitieme basis kan verschaffen voor een gebruik van het gehuurde is geenszins uitgesloten dat in een bodemzaak de ontruiming zal worden bevolen. Gelet op het een en ander kan evenmin worden gesteld dat een beslissing in de hoofdzaak kan worden afgewacht. Een vordering tot ontruiming komt onder die omstandigheden dan ook voor toewijzing in aanmerking.

9.

[gedaagde] zal in de proceskosten worden verwezen als nader in het dictum te melden.

De beslissing in kort geding

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] binnen drie maanden na betekening van dit vonnis genoemde woonruimte aan [adres] met de zijnen en al het zijne te ontruimen en te verlaten en onder afgifte der (duplicaat)sleutels ter vrije beschikking van DeltaWonen te stellen;

- machtigt DeltaWonen om, indien [gedaagde] met die bevolen ontruiming in gebreke zou blijven, deze te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van DeltaWonen begroot op:

• € 400,00 voor salaris gemachtigde

• € 70,85 voor explootkosten

• € 285,00 voor vastrecht;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 16 juli 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.