Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BA9003

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
05-07-2007
Datum publicatie
06-07-2007
Zaaknummer
345632 VV 07-1
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

kantonzaak, arbeidsrecht. Vordering tot tewerkstelling in kort geding toegewezen en ontbindingsverzoek van werkgever afgewezen.

In kort geding oordeelt de kantonrechter dat het ontslag op staande voet (wegens bedreiging en wapenbezit) vermoedelijk geen stand zal houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

Zaaknr. : 345632 VV EXPL 07-1

Datum : 5 maart 2007

Vonnis in het kort geding van:

[EISER],

wonende te [woonplaats],

eiser,

verder ook te noemen [eiser],

gemachtigde mr. C.A.J. Tuinstra te Groningen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PHOENIX PALLETS B.V.,

gevestigd te Hasselt,

gedaagde,

verder te nomen Phoenix,

gemachtigde mr. F.B.A.M. van Oss te Harderwijk.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de dagvaarding.

De zaak is op 19 februari 2007 behandeld en wel tegelijk met het verzoek van Phoenix tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Partijen zijn, bijgestaan door hun gemachtigden, verschenen.

De uitspraak is nadien op heden bepaald.

Het geschil

[eiser] vordert, kort samengevat, tewerkstelling en betaling van loon ingaande 2 januari 2007 vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, betaling van buitengerechtelijke incassokosten en de veroordeling van Phoenix in de proceskosten.

Phoenix heeft deze vorderingen weersproken en geconcludeerd tot afwijzing ervan, met veroor-deling van [eiser] in de proceskosten.

1. De vaststaande feiten

1.1

Tussen partijen staat het volgende vast.

[eiser], geboren [datum], is op [datum] in loondienst van Phoenix getreden. Daaraan vooraf-gaand heeft [eiser] gedurende enige tijd op uitzendbasis werkzaamheden voor Phoenix verricht. Zijn deeltijdfunctie (27 uren per week) is heftruckchauffeur. Het salaris bedraagt € 1.330,22 per maand exclusief een vaste bonus van € 168,29 per kwartaal en exclusief 8% vakantiegeld.

1.2

[eiser] exploiteerde naast zijn dienstverband en met wetenschap van Phoenix een coffeeshop, overigens met vergunning. Op 24 juni 2006 is [eiser] aangehouden op verdenking van overtre-ding van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. Bij de doorzoeking van zijn coffeeshop is onder meer een vuurwapen met munitie gevonden en een (te) grote hoeveelheid wiet. Op 30 juni 2006 is [eiser] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief van Phoenix aan [eiser] van dezelfde datum staat onder meer:

‘Vandaag (30 juni 2006) is inmiddels bekend geworden dat u verdacht wordt van het in bezit hebben van grote hoeveelheid wiet, hasj, een groot geldbedrag, munitie en een wapen. Deze spullen zijn door de politie IJsselland in uw woning aangetroffen op zaterdag 24 juni j.l.

(…)

De feiten waarvan u verdacht wordt zijn in onze ogen zeer ernstig en onacceptabel. Mede ge-zien de zaken die vorig jaar reeds gespeeld hebben tussen u en uw werkgever, is met de infor-matie die vandaag bekend is geworden de vertrouwensrelatie tussen u en Phoenix-Pallets B.V. volledig verbroken.

Wie zien ons derhalve genoodzaakt om het dienstverband met onmiddellijke ingang éénzijdig te beëindigen. U bent bij gevolg daarvan vandaag (30 juni) op staande voet ontslagen.’

1.3

In april 2005 heeft [eiser] een handgeschreven briefje aan het woonhuis van de interim-manager van Phoenix, de heer [C], bezorgd. Dit briefje bevat de volgende tekst:

‘[J],

Jammer dat jij of je fam. er niet waren.

Anders had ik de familie kunnen zien die achter de man staat die mij schriftelijk bedreigt

Maar fijn te weten waar je woont

Prettig weekend

[eiser]’

1.4

Dit briefje was een reactie van [eiser] op de schriftelijk afwijzing door [C] d.d. 25 maart 2005 van het verzoek van [eiser] om een vaste vrije dag per week. [C] had in bedoelde brief ook ge-schreven dat [eiser] zijn gedrag en inzet diende te verbeteren en dat hij zich niet aan ‘stem-mingmakerij’ en ‘persoonlijke aanvallen’ op leidinggevenden meer schuldig mocht maken.

1.5

[eiser] is door de strafrechter veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 voorwaar-delijk. Met toepassing van voorwaardelijke invrijheidstelling en 2 maanden elektronisch toe-zicht is [eiser] op 21 december 2006 op ‘vrije’ voeten gesteld. Met ingang van 2 januari 2007 heeft [eiser] zijn diensten aan Phoenix aangeboden. Gedurende de periode 24 juni 2006 - 21 december 2006 was [eiser] gedetineerd. Ingaande 26 juni 2006 is de loonbetaling stopgezet.

1.6

De CWI heeft een aanvraag van Phoenix om een ontslagvergunning voor zover vereist op 22 augustus 2006 afgewezen.

2. Het standpunt van [eiser]

[eiser] heeft, kort samengevat, het volgende aangevoerd.

[eiser] wenst weer te werk te worden gesteld. Zijn detentie is beëindigd en hij is bereid en in staat zijn werkzaamheden te hervatten. Het ontslag op staande voet kan volgens [eiser] geen standhouden omdat dit ontslag is gegeven toen nog slechts sprake was van een verdenking van een strafbaar feit, welke strafbaar feit met de arbeidsverhouding niets van doen heeft. [eiser] heeft een goede en lange staat van dienst.

3. Het standpunt van Phoenix

Phoenix heeft, kort samengevat, aangevoerd dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, omdat [eiser] van een ernstig strafbaar feit werd verdacht waarvoor hij later is veroordeeld. Ook heeft [eiser] [C] in april 2005 schriftelijk bedreigd. Er was sprake van werkweigering omdat [eiser] niet op het werk was verschenen.

4. De beoordeling

4.1

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Het spoedeisend belang is voldoende aannemelijk geworden.

De vraag moet worden beantwoord of het zo waarschijnlijk is dat de bodemrechter, (eventueel) later oordelend, het ontslag op staande niet in stand zal laten, dat op die uitkomst een voorschot kan worden genomen door de gevorderde voorzieningen geheel of gedeeltelijk toe te wijzen.

4.2

Het briefje aan [C] van april 2005 is ten onrechte door [eiser] tijdens de mondelinge behande-ling gebagatelliseerd. Hoewel het briefje geen letterlijke bedreiging bevat, wekt het wel die suggestie. Wat de familie van [C] met het dienstverband van [eiser] heeft te maken heeft [eiser] desgevraagd niet kunnen uitleggen. Het is een ronduit onfris briefje dat [eiser] ook nog eens persoonlijk aan het woonhuis van [C] heeft bezorgd.

4.3

Daar staat tegenover dat Phoenix naar aanleiding van dit voorval op 12 april 2005 een schrifte-lijke waarschuwing aan [eiser] heeft gegeven en dat [eiser] gedurende twee dagen zonder be-houd van loon is geschorst. Naar aanleiding van het bezwaar van [eiser] tegen die schorsing heeft een gesprek met Phoenix plaatsgevonden waarin [eiser] schoorvoetend heeft erkend dat hij het briefje niet had moeten schrijven. Phoenix heeft ter zitting betoogd dat die erkenning weinig indruk op haar heeft gemaakt omdat [eiser] er geen blijk van heeft gegeven echt in te zien dat zijn handelen fout was. Dat is op zichzelf wel aannemelijk want (ook) ter zitting wilde [eiser] toch vooral --ten onrechte-- de opvatting ingang doen vinden dat het briefje niet al te serieus moet worden genomen.

4.4

Toch heeft Phoenix [eiser] weer tot het werk toegelaten en gesteld noch gebleken is dat [eiser] tussen april 2005 en juni 2006 wederom (vergelijkbare) problemen heeft veroorzaakt en zich niet aan de schriftelijke waarschuwing heeft gehouden. Voorafgaand aan het voorval in april 2005 heeft [eiser] kennelijk eveneens goed gefunctioneerd nu het tegendeel niet door Phoenix is aangevoerd. Weliswaar bevat de schriftelijke waarschuwing van Phoenix aan [eiser] van 12 april 2005 een zinsnede over ‘intimiderend gedrag; negatieve inzet; of negatieve uitingen t.o.v. collega’s’ maar Phoenix heeft die verwijten in de onderhavige procedure onbesproken gelaten, zodat de kantonrechter aan die verwijten geen betekenis toekent.

Wat dus resteert, is een eenmalige, wat verder in het verleden liggende, uitglijder van [eiser], zij het wel een ernstige, die Phoenix zelf heeft bestraft.

4.5

Het verboden wapenbezit is op geen enkele wijze met het dienstverband verbonden. Het vuur-wapen is aangetroffen in de coffeeshop van [eiser]. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] dit vuurwapen in zijn bezit had om (ook) eventuele conflicten met Phoenix ‘op te lossen’. [eiser] oefent geen vertrouwensfunctie uit waarmee het verboden bezit van een vuurwapen onverenig-baar is.

Het enkele feit dat [eiser] zijn werkzaamheden niet heeft verricht rechtvaardigt evenmin het ontslag op staande voet. Dit was immers het gevolg van de detentie, al was die detentie ook achteraf beschouwd, terecht. [eiser] heeft gedurende zijn detentie geen recht op loon en gesteld noch gebleken is dat zijn detentie tot organisatorische of andersoortige problemen bij Phoenix heeft geleid. Phoenix heeft ten gevolge van het feit dat [eiser] de werkzaamheden niet heeft verricht dus geen aanwijsbare schade geleden.

Onder deze omstandigheden levert het niet verrichten van de overeengekomen werkzaamheden wegens detentie geen voldoende dringende reden op.

4.6

De kantonrechter acht op grond van de thans vaststaande feiten en omstandigheden de kans dat het ontslag op staande voet de toets der kritiek niet zal doorstaan zo groot, dat de loonvordering van Phoenix behoort te worden toegewezen.

De wettelijke verhoging zal tot 5% worden gematigd omdat [eiser] de huidige situatie toch vooral aan zichzelf heeft te wijten ook al kan het ontslag op staande voet naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter niet in stand blijven.

De wettelijke rente is toewijsbaar.

De kantonrechter ziet geen grond voor toewijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incas-sokosten, nu niet aannemelijk is gemaakt dat voorafgaand aan de procedure werkzaamheden zijn verricht die voor een aparte vergoeding in aanmerking komen.

4.7

Tegen de gevorderde tewerkstelling zijn geen argumenten ingebracht die niet ook aan de hand-having van het ontslag op staande voet ten grondslag zijn gelegd. Bezwaren van bijvoorbeeld organisatorische aard tegen tewerkstelling zijn gesteld noch gebleken.

De door Phoenix gestelde weerstand bij de collega’s van [eiser] is weersproken. Volgens [eiser] heeft hij van hen tijdens zijn detentie juist (positief getinte) kaartjes ontvangen. Phoenix heeft haar stelling op dit punt niet nader onderbouwd. De kantonrechter zal de stelling dan ook zal passeren. Ter zitting is gebleken dat van de huidige top van de organisatie alleen de manager personeelszaken in april 2005 in dienst was.

Wel zal Phoenix enige tijd worden gegund om haar organisatie en haar overige personeel op de terugkeer van [eiser] voor te bereiden.

De dwangsom zal worden gematigd tot het in het dictum genoemde bedrag.

4.8

Phoenix dient als overwegend verliezende partij in de proceskosten te worden veroordeeld. Bij de bepaling van het salaris gemachtigde zal rekening worden gehouden met het feit dat de te-rechtzitting tegelijk met de mondelinge behandeling van het verzoek tot voorwaardelijke ont-binding van de arbeidsovereenkomst heeft plaatsgevonden.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Phoenix [eiser] met ingang van de tiende werkdag na de dag van de betekening van dit vonnis in staat te stellen zijn gebruikelijke werkzaamheden als heftruckchauffeur te hervatten en hem, zo lang de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet rechtsgeldig is beëindigd, die werkzaamheden te laten verrichten op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 150,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Phoenix hiermee in gebreke mocht blijven, tot een maximum van € 5.000,00;

- veroordeelt Phoenix aan [eiser] € 1.330,22 bruto loon per maand te betalen, vermeerderd met alle emolumenten, ingaande 2 januari 2007 tot het moment waarop het dienstverband rechtsgeldig zal zijn geëindigd, het achterstallig loon vermeerderd met 5% wettelijke verhoging, het achterstallig loon en de wettelijke verhoging van 5% vermeerderd met de wettelijke rente telkens berekend vanaf de dag waarop het loon en de verhoging opeisbaar zijn tot de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Phoenix in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op:

- € 200,00 voor salaris gemachtigde

- € 84,32 voor explootkosten

- € 196,00 voor griffierecht;

- verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Aldus gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 5 maart 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.

########################################################

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Zwolle

Zaaknr. : 346617 HA VERZ 07-34

Datum : 5 maart 2007

Beschikking in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PHOENIX PALLETS B.V.,

gevestigd te Hasselt,

verzoekster,

verder te noemen Phoenix,

gemachtigde mr. F.B.A.M. van Oss te Harderwijk,

tegen

[VERWEERDER],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

verder ook te noemen [verweerder],

gemachtigde mr. C.A.J. Tuinstra te Groningen.

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.

De mondelinge behandeling heeft op 19 februari 2007 plaatsgevonden en wel tegelijk met de door [verweerder] gevorderde voorlopige voorzieningen (tewerkstelling en loonbetaling). Par-tijen zijn, bijgestaan door hun gemachtigden, verschenen.

De uitspraak is nadien op heden bepaald.

Het geschil

Phoenix verzoekt, indien de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog mocht bestaan, deze we-gens een dringende reden, althans wegens verstoorde arbeidsverhoudingen, te ontbinden.

[verweerder] heeft het verzoek weersproken.

1. De vaststaande feiten

1.1

Tussen partijen staat het volgende vast.

[verweerder], geboren [datum], is op [datum] in loondienst van Phoenix getreden. Daaraan voorafgaand heeft [verweerder] gedurende enige tijd op uitzendbasis werkzaamheden voor Phoenix verricht. Zijn deeltijdfunctie (27 uren per week) is heftruckchauffeur. Het salaris be-draagt € 1.330,22 per maand exclusief een vaste bonus van € 168,29 per kwartaal en exclusief 8% vakantiegeld.

1.2

[verweerder] exploiteerde naast zijn dienstverband en met wetenschap van Phoenix een coffee-shop, overigens met vergunning. Op 24 juni 2006 is [verweerder] aangehouden op verdenking van overtreding van de Opiumwet en de Wet wapens en munitie. Bij de doorzoeking van zijn coffeeshop is onder meer een vuurwapen met munitie gevonden en een (te) grote hoeveelheid wiet. Op 30 juni 2006 is [verweerder] op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief van Phoenix aan [verweerder] van dezelfde datum staat onder meer:

‘Vandaag (30 juni 2006) is inmiddels bekend geworden dat u verdacht wordt van het in bezit hebben van grote hoeveelheid wiet, hasj, een groot geldbedrag, munitie en een wapen. Deze spullen zijn door de politie IJsselland in uw woning aangetroffen op zaterdag 24 juni j.l.

(…)

De feiten waarvan u verdacht wordt zijn in onze ogen zeer ernstig en onacceptabel. Mede ge-zien de zaken die vorig jaar reeds gespeeld hebben tussen u en uw werkgever, is met de infor-matie die vandaag bekend is geworden de vertrouwensrelatie tussen u en Phoenix-Pallets B.V. volledig verbroken.

Wie zien ons derhalve genoodzaakt om het dienstverband met onmiddellijke ingang éénzijdig te beëindigen. U bent bij gevolg daarvan vandaag (30 juni) op staande voet ontslagen.’

1.3

In april 2005 heeft [verweerder] een handgeschreven briefje aan het woonhuis van de interim-manager van Phoenix, de heer [C], bezorgd. Dit briefje bevat de volgende tekst:

‘[J],

Jammer dat jij of je fam. er niet waren.

Anders had ik de familie kunnen zien die achter de man staat die mij schriftelijk bedreigt

Maar fijn te weten waar je woont

Prettig weekend

[verweerder]’

1.4

Dit briefje was een reactie van [verweerder] op de schriftelijk afwijzing door [C] d.d. 25 maart 2005 van het verzoek van [verweerder] om een vaste vrije dag per week. [C] had in bedoelde brief ook geschreven dat [verweerder] zijn gedrag en inzet diende te verbeteren en dat hij zich niet aan ‘stemmingmakerij’ en ‘persoonlijke aanvallen’ op leidinggevenden meer schuldig mocht maken.

1.5

[verweerder] is door de strafrechter veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf waarvan 6 voorwaardelijk. Met toepassing van voorwaardelijke invrijheidstelling en 2 maanden elektro-nisch toezicht is [verweerder] op 21 december 2006 op ‘vrije’ voeten gesteld. Met ingang van 2 januari 2007 heeft [verweerder] zijn diensten aan Phoenix aangeboden. Gedurende de periode 24 juni 2006 - 21 december 2006 was [verweerder] gedetineerd. Ingaande 26 juni 2006 is de loonbetaling stopgezet.

1.6

De CWI heeft een aanvraag van Phoenix om een ontslagvergunning voor zover vereist op 22 augustus 2006 afgewezen.

2. Het standpunt van Phoenix

2.1

Phoenix wenst de voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat, kort samen-gevat, sprake is van een door de detentie veroorzaakte, en dus voor risico van [verweerder] ko-mende werkweigering. [verweerder] heeft [C] in 2005 bedreigd. Hij is naar aanleiding van die bedreiging schriftelijk gewaarschuwd. Die door [verweerder] geuite bedreiging is in betekenis en gewicht toegenomen door het later bij [verweerder] aangetroffen vuurwapen.

2.2

De overige werknemers in het bedrijf van Phoenix zijn angstig geworden en de terugkeer van [verweerder] stuit bij hen op weerstand. De arbeidsverhouding is thans grondig verstoord. Phoenix is het vertrouwen in [verweerder] kwijt.

3. Het standpunt van [verweerder]

3.1

[verweerder] heeft als verweer, kort samengevat, aangevoerd, dat het briefje aan [C] niet be-dreigend was bedoeld en dat die kwestie medio april 2005 door Phoenix is afgedaan met twee dagen schorsing zonder behoud van loon. Nadien heeft [verweerder] evenals daarvoor zonder problemen gefunctioneerd.

3.2

Van angstige collega’s heeft hij niets bemerkt; hij heeft ook tijdens zijn detentie kaartjes van zijn collega’s ontvangen. De feiten waarvoor hij is veroordeeld staan geheel los van het dienst-verband.

4. De beoordeling

4.1

De kantonrechter oordeelt als volgt.

De vraag moet worden beantwoord of het dienstverband, uitgaande van de veronderstelling dat het nog bestaat, wegens dringende redenen dan wel gewijzigde omstandigheden, behoort te worden ontbonden. Phoenix heeft aan haar verzoek (vrijwel) dezelfde feiten en omstandigheden ten grondslag gelegd als die tot het ontslag op staande voet hebben geleid. Het gaat vooral om het bewuste briefje aan [C] in april 2005 en het in juni 2006 aangetroffen vuurwapen. Juist die combinatie maakt dat [verweerder] als een gevaarlijk man wordt beschouwd.

4.2

Het briefje aan [C] van april 2005 is ten onrechte door [verweerder] tijdens de mondelinge be-handeling gebagatelliseerd. Hoewel het briefje geen letterlijke bedreiging bevat, wekt het wel die suggestie. Wat de familie van [C] met het dienstverband van [verweerder] heeft te maken heeft [verweerder] desgevraagd niet kunnen uitleggen. Het is een ronduit onfris briefje dat [verweerder] ook nog eens persoonlijk aan het woonhuis van [C] heeft bezorgd.

4.3

Daar staat tegenover dat [C] thans niet meer bij Phoenix werkzaam is, dat Phoenix naar aanlei-ding van dit voorval op 12 april 2005 aan [verweerder] een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven en dat [verweerder] gedurende twee dagen zonder behoud van loon is geschorst. Naar aanleiding van het bezwaar van [verweerder] tegen die schorsing heeft een gesprek met Phoenix plaatsgevonden tijdens welk gesprek [verweerder] schoorvoetend heeft erkend dat hij het briefje niet had moeten schrijven. Phoenix heeft ter zitting betoogd dat die erkenning weinig indruk op haar heeft gemaakt omdat [verweerder] er geen blijk van heeft gegeven echt in te zien dat zijn handelen fout was. Dat is op zichzelf wel aannemelijk want (ook) ter zitting wilde [verweerder] toch vooral --ten onrechte-- de opvatting ingang doen vinden dat het briefje niet al te serieus moet worden genomen.

4.4

Toch heeft Phoenix [verweerder] weer tot het werk toegelaten en gesteld noch gebleken is dat [verweerder] sedert april 2005 wederom (vergelijkbare) problemen heeft veroorzaakt en zich niet aan de schriftelijke waarschuwing heeft gehouden. Voorafgaand aan het voorval met het briefje heeft [verweerder] kennelijk eveneens goed gefunctioneerd nu het tegendeel niet door Phoenix is aangevoerd. Weliswaar bevat de schriftelijke waarschuwing van Phoenix aan [ver-weerder] van 12 april 2005 een zinsnede over ‘intimiderend gedrag; negatieve inzet; of negatie-ve uitingen t.o.v. collega’s’ maar Phoenix heeft die verwijten in de onderhavige procedure onbe-sproken gelaten en niet (mede) aan het verzoek tot ontbinding ten grondslag gelegd, zodat de kantonrechter aan bedoelde verwijten geen betekenis toekent.

Wat dus resteert, is een eenmalige, wat verder in het verleden liggende, uitglijder van [verweer-der], zij het wel een ernstige, die Phoenix zelf heeft bestraft.

4.5

Het verboden wapenbezit is op geen enkele wijze met het dienstverband verbonden. Het vuur-wapen is aangetroffen in de coffeeshop van [verweerder]. Gesteld noch gebleken is dat [ver-weerder] dit vuurwapen in zijn bezit had om (ook) eventuele conflicten met Phoenix ‘op te los-sen’. [verweerder] heeft als heftruckchauffeur geen zodanige vertrouwensfunctie dat enkel van-wege het verboden bezit van een vuurwapen de arbeidsovereenkomst moet eindigen. Het is begrijpelijk dat het beeld dat Phoenix van [verweerder] heeft negatief is beïnvloed door de com-binatie van het briefje en het later gevonden vuurwapen, maar daarbij moet wel aangetekend worden dat van de huidige top van het bedrijf alleen de manager personeelszaken in april 2005 in dienst was. De stelling dat de collega’s van [verweerder] niet meer met hem willen samen-werken en angstig zijn, is betwist, niet onderbouwd en daardoor niet aannemelijk gemaakt. Vol-gens [verweerder] heeft hij van zijn collega’s tijdens zijn detentie juist (positief getinte) kaartjes ontvangen.

4.6

[verweerder] is zijn vergunning als coffeeshophouder afgenomen zodat hij zijn onderneming

--waarbinnen de strafbare feiten zich hebben afgespeeld-- heeft gestaakt.

Het enkele feit van de detentie waardoor [verweerder] zijn werkzaamheden niet heeft kunnen verrichten, ook al komt dat voor zijn rekening en risico, rechtvaardigt niet de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Uiteraard heeft [verweerder] gedurende zijn detentie geen recht op loon. Gesteld noch gebleken is dat de detentie tot organisatorische problemen bij Phoenix heeft ge-leid. Phoenix heeft ten gevolge van het niet (kunnen) verrichten van de werkzaamheden geen aanwijsbare schade geleden. En inmiddels is [verweerder] weer bereid en in staat zijn werk-zaamheden te hervatten. Het zal zonder meer tijd en energie kosten om weer een vertrouwensre-latie op te bouwen. Het is evident dat vooral van [verweerder] in dezen een uiterste inspanning mag worden gevergd.

4.7

De kantonrechter acht, alle omstandigheden van het geval in ogenschouw nemend, waaronder ook de lengte van het dienstverband, onvoldoende grond aanwezig om de arbeidsovereenkomst, voor zover die nog mocht bestaan, te ontbinden, hetzij op grond van een dringende reden hetzij op grond van gewijzigde omstandigheden.

Het verzoek dient dan ook te worden afgewezen. Phoenix dient als verliezende partij in de pro-ceskosten te worden veroordeeld. Aangzien de gemachtigde van [verweerder] geen verweer-schrift heeft ingediend zal met één salarispunt worden volstaan.

De beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- veroordeelt Phoenix in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [verweerder] begroot op € 200,00 voor salaris gemachtigde.

Aldus gewezen door mr. C.H. de Haan, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 5 maart 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.