Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BA8818

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
07-03-2007
Datum publicatie
09-07-2007
Zaaknummer
118216 - HA ZA 06-304
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gelasting van comparitie in gecompliceerde zaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 118216 / HA ZA 06-304

Vonnis van 7 maart 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres],

gevestigd te IJsselmuiden,

eiseres,

procureur mr. C. Borstlap,

advocaat mr. S. Maakal te Heerenveen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 1],

gevestigd te [plaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2],

gevestigd te [plaats],

gedaagden,

procureur mr. M.H. Doornbos,

Partijen worden hierna aangeduid als [eiseres] en [gedaagden].

1. De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek (houdende wijziging van eis)

- de conclusie van dupliek.

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 [eiseres] heeft in Kampen in de jaren 1996 tot 1998 een tweetal bouwprojecten gerealiseerd in opdracht van de huidige [Woningbouwstichting] te [plaats], rechtsopvolgster van de toenmalige [Woningbouwvereniging]. De twee projecten staat bekend als 67 woningen (in de vrije sector) en 48 appartementen (met bijbehorende commerciële ruimten op de benedenverdieping). [gedaagden] kreeg van [eiseres] de opdracht voor het machinaal timmerwerk voor de 67 woningen in 1995 en in 1997 voor de 48 appartementen. Oplevering van de 67 woningen geschiedde eind 1996, de oplevering van de 48 appartementen in 1999.

2.2. Met betrekking tot beide projecten hebben zich vergelijkbare problemen

voorgedaan bij de toegepaste kozijnen, ramen, deuren en gevelbeplating. Kort samengevat komt het erop neer dat de zogenaamde vingerlassen van het gebruikte (kozijn)hout (hemlock, een Canadese naaldhoutsoort) open gingen staan en dat er sprake was van delaminatie. Daardoor kon vocht in het hout dringen en ging dit uiteindelijk rotten.

Met betrekking tot beide projecten zijn verschillende deskundigenrapporten uitgebracht. Zij bevatten niet in alle gevallen identieke conclusies over de schadeoorzaak respectievelijk schadeoorzaken.

2.3 In een door [eiseres] tegen een aantal onderaannemers waaronder

[gedaagden] bij de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven aanhangig gemaakte spoedprocedure is zij op formele gronden niet ontvankelijk verklaard. De Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven heeft zich op verzoek van [gedaagden] onbevoegd verklaard omdat er geen arbitraal beding was opgenomen in het contract tussen [eiseres] en [gedaagden].

Ter voorbereiding van de onderhavige procedure heeft [eiseres] een op haar verzoek door de rechtbank gelast voorlopig deskundigenbericht ingewonnen. De conclusies van de verschillende deskundigenrapporten die in de procedure zijn overgelegd, zullen hierna ter sprake komen.

2.4 Met [Woningbouwvereniging] is [eiseres] overeengekomen dat van de 48 appartementen met bijbehorende commerciële ruimten waar nodig de verrotte kozijnen of kozijndelen zouden worden vervangen. [gedaagden] heeft in eerste instantie gevolg gegeven aan de klachtmeldingen door enige reparaties (vervanging van kozijnen) aan de 67 woningen uit te voeren maar bij fax van 10 april 2002 heeft zij met opgave van redenen laten weten zich niet aansprakelijk te achten voor de ontstane schade en geen nieuwe klachten in behandeling te zullen nemen.

Op 14 juni 2002 heeft [eiseres] [gedaagden] per aangetekend verzonden brief gevraagd op haar besluit terug te komen en vóór 19 juni 2002 schriftelijk op dat verzoek te reageren. Als dat bericht negatief zou zijn, zou [eiseres] de klacht zelf afwerken en de kosten bij [gedaagden] declareren. Zo’n schriftelijk bericht van [gedaagden] is uitgebleven waarna [eiseres] alle nodige reparaties aan de 48 appartementen heeft verricht.

2.5 De vordering van [eiseres] met betrekking tot de 67 woningen bedraagt EUR 145.000,- aan herstelkosten en EUR 30.000,- bij wijze van “reservering” voor toekomstige kosten en daarnaast EUR 29.293,75 aan kosten in verband met het voorlopig deskundigenonderzoek, één en ander te vermeerderen met wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.

De vordering aangaande kosten gemaakt in verband met de 48 appartementen beloopt

EUR 300.000,-, welk bedrag volgens [eiseres] is ontleend aan een door [schilder] uitgebrachte offerte van 5 september 2005, eveneens door [eiseres] verhoogd met EUR 30.000,- als reservering voor thans reeds voorzienbare reparaties binnen de garantietermijn en hetzelfde bedrag aan gemaakte kosten voor deskundigen van

EUR 29.293,75, plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.

2.6 [gedaagden] wijst iedere aansprakelijkheid van de hand en betwist bovendien de gestelde schadeomvang. De stellingname van partijen komt hierna bij de beoordeling van het geschil ter sprake, voor zover in dit stadium van belang.

3. Het geschil

3.1 Een voorafgaand voorlopig deskundigenonderzoek heeft een zeer uitvoerig rapport opgeleverd, gedateerd 17 augustus 2005, van BDR Projectmanagement & Bouwadvies, TNO Bouw en COT adviesgroep Zuid-Oost respectievelijk de aan die bureaus verbonden deskundigen ing. W.B. Blokzijl, J.D. de Jong en J. Weeda. De vraagstelling aan deskundigen is in de verzoekschriftprocedure (97268/HA-RK 04-72) in overleg met partijen en hun advocaten geformuleerd. De deskundigen hebben kennis kunnen nemen van eerdere (partij-)inspectierapporten van Bouwmanagement Advies Groep (BAG) van 27 maart 2002 (48 appartementen), van Stichting Keuringsbureau Hout (SKH) van 3 juli 2002 (67 woningen), 3 december 2003 (48 appartementen) en 7 januari 2004, van Klaassen Expertise van 26 oktober 1999 en van Akzo Nobel van 15 juni 1999.

3.2 Wat de toegepaste houtsoort voor beide projecten betreft had [eiseres] aanvankelijk meranti geoffreerd. [Woningbouwvereniging] gaf echter de voorkeur aan “foutloos vurenhout”. Omdat [eiseres] aangaf dat dat niet leverbaar was, werd in overleg tussen alle betrokkenen gekozen voor hemlock, een houtsoort die intussen veel aanleiding tot problemen in de bouw heeft gegeven en die (naar de rechtbank ambtshalve bekend is) sinds 2003 niet meer voor kozijnen e.d. wordt toegepast.

3.3 De deskundigen geven als hun oordeel dat de primaire schadeoorzaak moet worden gezocht in het toetreden van vocht tot de open verbindingen van de kozijnen die daardoor open zijn gaan staan. Dat kon gebeuren:

doordat de combinatie belastingen en gebruikte lijm met deze houtsoort onder deze omstandigheden niet voldeed.

Daaraan wordt door deskundigen toegevoegd:

uit later onderzoek is gebleken dat de toenmalig voorgeschreven gecertificeerde lijmen niet altijd geschikt zijn voor dit soort toepassingen. De toegepaste houtsoort hemlock is weinig duurzaam en vochtgevoelig. Dit betekent dat als er vocht in het hout kan komen, dit direct tot aantasting leidt.

3.4 De deskundigen noemen ook andere schadeoorzaken met een naar hun oordeel meer secundair karakter:

* Delaminatie van de laminaten van het gebruikte kozijnhout;

* De vingerlassen van het gebruikte kozijnhout gaan openstaan;

* Slechte detaillering welke extra vochtbelasting veroorzaakt (capillaire naden);

* Het toegepaste beglazingsprofiel welke extra vochtbelasting veroorzaakt.

Tenslotte noemen deskundigen als “andere factoren die van invloed zijn op de problemen”:

* Kleur welke thermische belasting op de verbindingen veroorzaakt;

* Ligging waardoor meer of minder inwerking van weersinvloeden op het kozijn.

3.5 Het oordeel van de verschillende deskundigen kan als volgt worden samengevat.

* In de tijd van deze bouw (1995-1997) was nog niet bekend dat hemlock dusdanig risicovol was dat het tot dit soort schades zou kunnen leiden. Eerst vanaf 2003 geeft het Garantie Instituut Woningbouw geen garantie meer voor (gevingerlast en gelamineerd) hemlock. De kennis van het toepassen van houtsoorten met een geringe duurzaamheid (klassen 4 en 5) in risicovolle constructies had (echter?) bij de verschillende partijen aanwezig moeten zijn. Dat gold ook in de ontwerpfase.

* Ook nadat diverse signalen zijn afgegeven omtrent dit probleem is er niet adequaat door één van de partijen aktie ondernomen om verdere schade te beperken.

* Blijkbaar zijn de kozijnen, ramen en deuren zonder garantiecertificaat (SKH 30337/88) of Komo-keur geaccepteerd hoewel dat wel een bestekseis was. Volgens het bestek waren voor de timmerfabriek fabricage-eisen van toepassing. Maar ook van een timmerfabriek die zonder certificaat (SGT) werkt mag worden verwacht dat zij een degelijk product levert volgens de op het moment van levering gangbare productiemethoden en inzichten. De procescontroles zijn door SKH uitgevoerd terwijl op 1 december 1997 een Komo-certificaat aan [gedaagde sub 2] is afgegeven. Zij diende dus onder dat keur voor de 48 appartementen te leveren en aangenomen mag worden dat dat is gebeurd. De dikte van de aangetroffen verflaag was in overeenstemming met het Komo-keur.

* Welke lijm is gebruikt, is niet vastgelegd voor de 67 woningen. Het is ook niet relevant omdat ook gecertificeerde houtlijm voor het vingerlassen en lamineren in de praktijk onder zware omstandigheden niet voldoet. Omdat onder Komo-keur is geleverd, moeten proces-controles door SKH zijn uitgevoerd voor de 48 appartementen. Aangenomen moet daarom worden dat een lijm is gebruikt van de lijst “gecertificeerde lijm voor niet-dragende toepassingen”. Rakoll Duplit AN met verharder zou zijn verwerkt. Deze lijm komt voor op de bedoelde lijst. Nader onderzoek naar de lijmsoort is in het kader van dit deskundigenonderzoek niet relevant.

* De gebruikte lijm is door Stichting Hout Research getest voor deze toepassing, anders kan nooit het Komo-certificaat zijn uitgereikt. Dat geldt voor beide projecten.

* De verfadviezen zijn goed en voldoen aan de KVT 95 (beide projecten). Onthechting van verflagen is niet waargenomen (48 appartementen).

* Bij de 67 woningen zijn geen fouten gemaakt door één of meer van de bij de bouw betrokkenen.

* Bij kozijnen van vurenhout zouden de problemen weinig anders zijn geweest dan in casu bij het toegepaste hemlock.

* De wijze van koppelen van de gestapelde kozijnen is niet afwaterend uitgevoerd. Kozijnen koppelen met deuvels op de bouwplaats zonder onderdorpel is niet volgens KVT 95. De raamdorpelstenen zijn niet juist aangebracht want zitten tegen de onderdorpels. Daardoor is een capillair aanwezig die extra vochtbelasting op de onderdorpels van de kozijnen kan veroorzaken, bijvoorbeeld als er door winddruk neerslag onder de dorpels waait of de neerslag opspat vanaf de raamdorpelstenen. De onderdorpels van de entreepuien zitten onder het straatniveau.

* De wijze van beglazen is niet juist: er is een stoeltjesprofiel zonder speling aangebracht, de hielafdichting is niet toegepast, glaslatten zijn niet op de juiste wijze mechanisch bevestigd, de ontluchtingsgaten van het stoeltjesprofiel zijn niet overal op de juiste plaats aangebracht, de beglazing is niet overal belucht. Bij de tussendorpels van de afzonderlijke kozijnen zijn geen waterslagen aangebracht met als gevolg een aanzienlijke vochtbelasting op de betreffende dorpels en verdere schade aan de kozijnen in de toekomst (Klaassen met betrekking tot de 48 appartementen).

* De reparaties aan de verbindingen zijn na het beglazen uitgevoerd in plaats van ervoor, daarom konden de openstaande verbindingen niet volledig worden dichtgezet. Reparaties zijn bovendien niet uitgevoerd met een geschikt materiaal (thermo-harder).

* De kozijnen zijn door de opdrachtgever geaccepteerd ondanks het feit dat er reeds tijdens de bouw open verbindingen zijn waargenomen. Als toelichting vermelden deskundigen dat er in de opleveringsrapporten of andere stukken geen aanwijzingen zijn te vinden die duiden op openstaande verbindingen of afkeuring van de kozijnen.

* Door het gebruik van gevingerlast en gelamineerd hemlock zijn de eerste gebreken na één jaar na oplevering opgetreden. Hierop zijn geen maatregelen genomen bij de 48 appartementen, wel bij de 67 woningen, behalve door [gedaagden].

3.6 Deze samenvatting pretendeert geen volledigheid. Maar ook uit deze niet volledige opsomming wordt reeds duidelijk dat de schade volgens deskundigen is veroorzaakt zowel door materiaalfouten als door uitvoeringsfouten. Bovendien is het herstel respectievelijk zijn preventieve maatregelen blijkbaar te laat op gang gekomen waardoor de uiteindelijke schade moet zijn toegenomen. De verdeling van de schadeoorzaken kan voor de beide bouwprojecten weer anders liggen. De deskundigen hebben zich niet uitgelasten over een mogelijke verdeling over de onderscheiden schadeoorzaken en schadecomponenten.

4 De beoordeling

4.1 Deze en andere factoren stellen de rechtbank voor grote problemen bij het vormen van een gefundeerd rechtsoordeel. De zaak zou zich eerder hebben geleend voor beslechting door als goede mannen naar billijkheid oordelende, bouwkundig geschoolde arbiters. [gedaagden] heeft daar om haar moverende redenen vanaf gezien. Benoeming van nieuwe deskundigen na de vele die in de kwestie reeds aan het woord zijn geweest ligt niet voor de hand. Het zou de verwarring waarschijnlijk slechts vergroten.

4.2 De rechtbank is verlegen om nadere inlichtingen van partijen en hun raadslieden. Het dossier, hoewel omvangrijk, laat nog vele vragen onbeantwoord. De rechtbank zal daarom een inlichtingencomparitie gelasten waarop zij nader kan worden geïnformeerd. De comparitie kan mede worden benut omtrent beraad over het verdere verloop van het geding en ook om een schikking te beproeven.

Partijen wordt verzocht het aantal van hun vertegenwoordigers ter zitting zoveel mogelijk te beperken. Degenen die zij als zodanig naar voren willen brengen zullen zich deugdelijk moeten hebben ingelezen, niet alleen in de deskundigenrapporten maar ook in de bestekken. Die bestekken zullen de rechtbank tijdig vóór de comparitie moeten worden toegezonden. Partijen wordt tenslotte verzocht om tevoren de gedachten te laten gaan over de mogelijkheid om een oplossing van het geschil langs de weg van mediation te bereiken.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1 beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. Th.A. Ariëns in het gerechtsgebouw te [plaats] aan de Luttenbergstraat 5 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

5.2 bepaalt dat de partijen vertegenwoordigd moeten zijn door een persoon of personen die van de zaak op de hoogte zijn en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd zijn haar te vertegenwoordigen,

5.3 bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 21 maart 2007 voor het opgeven van verhinderdata van de partijen en hun advocaten in de maanden april tot en met juni 2007, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

5.4 bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

5.5 bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

5.6 wijst partijen erop, dat voor de zitting twee uur zal worden uitgetrokken,

5.7 houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. A. Ariëns en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2007.