Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:BA5021

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
11-05-2007
Datum publicatie
16-05-2007
Zaaknummer
132032 / KG ZA 07-193
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Artikel 843a Rv. "Fishing expedition". Verhaalsonderzoek in het kader van vaststellen alimentatie. Geen belang bij vordering tot halvering van hoogte beslagvrije voet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 132032 / KG ZA 07-193

Vonnis in kort geding van 11 mei 2007

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [plaats],

eiseres,

procureur mr. M.J.H. Mühlstaff,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats],

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de mondelinge behandeling.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[gedaagde] en [eiseres] zijn op [datum] 1999 in de gemeente [plaats] met elkaar gehuwd.

Het minderjarige kind van [gedaagde] en [eiseres] is: [minderjarige], geboren op [datum] 1999 in de gemeente Deventer.

Bij beschikking van deze rechtbank van 27 april 2005 is de echtscheiding tussen [gedaagde] en [eiseres] uitgesproken.

Deze beschikking is op 19 juli 2005 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Bij die beschikking is aan [gedaagde] een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige opgelegd van € 234,-- per maand.

3. De vordering

3.1. [eiseres] vordert samengevat – het overleggen door [gedaagde] van alle justificatoire bescheiden waaruit zijn inkomen en vermogenspositie blijkt. Daarnaast vordert zij samengevat dat de beslagvrije voet voor [gedaagde] wordt gehalveerd. Tot slot vordert zij dat [gedaagde] de eigen bijdrage van [eiseres], het griffierecht en de kosten voor het opvragen van de benodigde uittreksels, voor het onderhavige geding aan [eiseres] voldoet.

3.2. Op de stellingen van [eiseres] wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 De eerste vordering die [eiseres] heeft ingesteld is vooral gericht op het realiseren van verhaal. Hoewel het voor [eiseres] onder de gegeven omstandigheden onbevredigend kan zijn, zijn de aangehaalde artikelen 843 a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, hierna als Rv aangeduid, en artikel 22 Rv echter niet geschreven om een verhaalsonderzoek te doen.

Bovendien zijn de bescheiden die worden gevorderd onvoldoende bepaald en daardoor dreigt de vordering van de vrouw te ontaarden in een zogenaamde “fishing expedition”. Artikel 843 a Rv is slechts geschreven in verband met het vaststellen van een rechtsbetrekking. In het onderhavige geval staat die rechtsbetrekking tussen partijen echter vast. In de echtscheidingsbeschikking is immers de hoogte van de alimentatie reeds vastgesteld.

Tot slot overweegt de voorzieningenrechter dat er in het Nederlandse recht geen algemene rekening en verantwoordingsplicht bestaat waarop [eiseres] een beroep zou kunnen doen.

De voorzieningenrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat de eerste vordering van [eiseres] dient te worden afgewezen.

4.2 Met betrekking tot de vordering te bepalen dat de beslagvrije voet van [gedaagde] gehalveerd wordt is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze sanctie van rechtswege reeds bestaat indien de schuldenaar desgevraagd niet aan de beslaglegger of diens vertegenwoordiger opgeeft of en hoeveel inkomen toekomt aan degene wie samen met hem, gezinsbijstand zou kunnen toekomen. [eiseres] heeft derhalve geen belang bij toewijzing van deze vordering.

Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de tweede vordering eveneens dient te worden afgewezen.

4.3 Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af.

5.2. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Miltenburg en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2007.