Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:AZ9317

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
13-02-2007
Datum publicatie
26-02-2007
Zaaknummer
129313 FARK 07 - 382
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

BOPZ. Machtiging met betrekking tot. minderjarige. Ontwikkelingsfase mede in aanmerking genomen.

Wetsverwijzingen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2007, 52 met annotatie van C. van Rooijen
JIN 2007/160
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector civiel recht

Locatie Zwolle

zaak/rolnr.: 129313 FARK 07 - 382

beschikking van de meervoudige familiekamer

Ingevolge het verzoek van de Officier van Justitie strekkende tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot opname en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis van:

achternaam : [achternaam],

voornaam : [voornaam],

geboren op : [datum] 1990,

wonende en

verblijvende : [adres], [postcode] [plaats],

heeft op dinsdag 13 februari 2007 de rechter mr. F. Koster, tevens kinderrechter, zich vergezeld van de griffier begeven naar de verblijfplaats van bovengenoemde persoon en aldaar de gehoord:

- betrokkene, alsmede zijn advocaat mr. C. van den Berg te Zwolle;

- mw. Hansman, psychiater Riagg Zwolle;

- mw Hullegie, Riagg Zwolle (behandelaar);

- I. Kamphof, gezinsvoogdes, Bureau Jeugdzorg Zwolle;

- [ouders], ouders van betrokkene.

De enkelvoudige kamer heeft de zaak vervolgens verwezen naar deze meervoudige kamer.

Gezien opgemeld verzoek, het van genoemd verhoor opgemaakte proces-verbaal en de betreffende betrokkene opgemaakte geneeskundige verklaring als bedoeld in artikel 5 lid 1 van de wet BOPZ.

Overweegt

Gebleken is dat in deze procedure de formaliteiten, zoals vereist op grond van de wet BOPZ, in acht zijn genomen. Dit met dien verstande dat het in artikel 5 lid 4 wet BOPZ voorgeschreven uittreksel uit het gezagsregister aanvankelijk heeft ontbroken, maar desverzocht door het Openbaar Ministerie is nagezonden. Het beroep op de niet-ontvankelijkheid van de Officier van Justitie, wegens het ontbreken van het uittreksel uit het gezagsregister, zal daarom worden afgewezen.

De geneeskundige verklaring, de mondelinge toelichting van de arts en de overige in deze zaak verkregen informatie voeren tot het volgende oordeel.

De raadsman van betrokkene heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een zodanig groot gevaar dat een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis noodzakelijk is. Volgens de raadsman vormt het feit dat betrokkene niet naar school gaat en stagneert in zijn persoonlijke ontwikkeling niet een zodanig gevaar.

In de Wet BOPZ is geen bepaling opgenomen over de mate van het gevaar dat aanwezig moet zijn vooraleer een machtiging kan worden afgegeven. De wetgever heeft de afweging hiervan aan de rechter overgelaten.

De rechtbank overweegt als volgt:

- dat betrokkene geen blijk geeft van de nodige bereidheid zich in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen dan wel aldaar te verblijven;

- dat betrokkene gevaar veroorzaakt voor zichzelf, welk gevaar hieruit bestaat dat betrokkene stagneert in zijn cognitieve, sociale en sociaal-emotionele ontwikkeling dat leidt tot een verstoring van de persoonlijkheidsontwikkeling en een risico vormt op maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene nog jong is en zijn persoonlijke ontwikkeling zich nog in de groeifase bevindt;

- dat dit gevaar wordt veroorzaakt door een stoornis van de geestvermogens van betrokkene; er is sprake van een ontwikkelingsstoornis;

- dat dit gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend;

Beslist

Verleent voorlopige machtiging om betrokkene voornoemd te doen opnemen en te doen verblijven in een psychiatrisch ziekenhuis, zulks voor een periode van ten hoogste zes maanden na dagtekening van deze beschikking.

Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken te Zwolle op dinsdag 13 februari 2007 door mrs. F. Koster (voorzitter), W. Miltenburg en K. van Leeuwen, allen tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.