Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:AZ9261

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
23-02-2007
Datum publicatie
26-02-2007
Zaaknummer
345497 HA 7-10
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kantonzaak, ontbinding arbeidsoverkomst. Verval functie door reorganisatie; werkgeefster biedt andere functie aan. Maatstaf is art. 7:611 BW. Geen vergoeding voor werkneemster die andere aangeboden functie weigert, nu zij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat die andere functie niet passend was.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2007/150
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE – LELYSTAD

sector kanton – locatie Deventer

zaaknr. : 345497 HA VERZ 07-10

datum : 23 februari 2007

Beschikking op een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENORM BEHEER B.V.,

gevestigd te Deventer,

verzoekende partij,

gemachtigde mr. H.J. de Groot, advocaat te 7401 HD Deventer, Postbus 6150,

tegen

mevrouw [WERKNEEMSTER],

wonende te woonplaats,

verwerende partij,

gemachtigde mr. A.W. van der Boom, werkzaam ten kantore van D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V. te 6803 EH Arnhem, Postbus 5337.

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift met bijlagen en enige nagezonden producties

- het verweerschrift met bijlagen.

De mondelinge behandeling is gehouden op 16 februari 2007.

Verschenen zijn:

- verzoekster, bij monde van haar bestuurder de heer [V] en bijgestaan door mr. De Groot voornoemd;

- verweerster, bijgestaan door mr. Van der Boom voornoemd.

Het geschil

Verzoekster (hierna: Enorm Beheer B.V.) heeft verzocht om ontbinding van haar arbeidsovereenkomst met verweerster (hierna: [werkneemster]) wegens gewijzigde omstandigheden. [werkneemster] heeft het verzoek als zodanig niet bestreden, doch aangedrongen op toekenning van een billijke vergoeding wegens de omstandigheden van het geval.

De beoordeling

1.

Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast:

a. [werkneemster], thans [X] jaar oud, is op [datum] bij Enorm Beheer B.V. in dienst getreden en was laatstelijk aangesteld in de functie van afdelingssecretaresse en werkzaam op de afdeling projecten (hierna ook: de oude functie) tegen een bruto maandsalaris van € 1.128,- exclusief vakantietoeslag.

b. In verband met financiële problemen heeft Enorm Beheer B.V. in 2006 moeten besluiten tot een reorganisatie als gevolg waarvan de afdeling projecten is opgeheven en de taken ervan intern en extern zijn opgesplitst.

c. Als gevolg van de opheffing van haar afdeling is aan [werkneemster] een andere functie aangeboden, en wel op de afdeling in- en verkoop (hierna ook: de nieuwe functie).

d. [werkneemster] heeft de nieuwe functie niet willen aanvaarden.

e. [werkneemster] is thans arbeidsongeschikt vanwege een aandoening die geen verband houdt met de vervulling van haar functie.

2.

Enorm Beheer B.V. heeft haar verzoek als volgt, kort samengevat, toegelicht.

Zij is door economisch zwaar weer gedwongen tot een reorganisatie onder de leiding van haar in maart 2006 aangetreden (interim-) bestuurder de heer [V]. Onderdeel van die reorganisatie was de beslissing tot sluiting van de afdeling projecten, waarop naast [werkneemster] alleen nog haar leidinggevende de heer [R] werkzaam was. Aan beiden is een vervangende functie aangeboden.[R] heeft het hem gedane aanbod aanvaard. [werkneemster] kreeg een secretariële functie op de afdeling in- en verkoop aangeboden. In de oude functie was zij reeds gewend om, vanwege de sterk wisselende intensiteit van het project gebonden werk, secretariële en andere ondersteunende werkzaamheden te verrichten, met name ten behoeve van het algemene secretariaat en van de afdeling marketing. In gesprekken op 11 oktober en 29 november 2006 is de inhoud van de nieuwe functie met [werkneemster] besproken. Bij brief van 20 december 2006 is de inhoud van de nieuwe functie op haar verzoek schriftelijk aan haar bevestigd. Zij heeft in november gedurende twee avonden deelgenomen aan een omscholing in verband met het per 1 januari 2007 in te voeren nieuwe automatiseringssysteem. Op verzoek van Enorm Beheer B.V. heeft [werkneemster] in november afspraken gemaakt met haar collega mevrouw [K] over de verdeling van de nieuwe functie die beiden in de vorm van een duobaan zouden vervullen. Tijdens een onderhoud met de bedrijfsarts verklaart [werkneemster] voor het eerst dat zij de nieuwe functie niet passend acht en dus weigert te accepteren. Dat standpunt herhaalt zij in een gesprek met Enorm Beheer B.V. op 20 december 2006. Nu [werkneemster] heeft geweigerd om de nieuwe functie te aanvaarden, en geen andere functie aan haar kan worden aangeboden, dient de arbeidsovereenkomst te worden ontbonden. Aangezien de oorzaak voor die ontbinding volledig aan [werkneemster] valt toe te schrijven bestaat billijkheidshalve geen aanleiding voor toekenning van een vergoeding.

3.

[werkneemster] heeft tegen het verzoek als volgt, kort samengevat, verweer gevoerd.

[werkneemster] heeft erkend dat het Enorm Beheer B.V. bedrijfseconomisch slecht gaat, omdat zij daarvoor voldoende signalen op haar werkplek heeft ontvangen. Zij heeft ter terechtzitting desgevraagd verklaard dat haar primaire verweer, strekkende tot afwijzing van het verzoek, niet past bij haar overige verweer en als niet geschreven (een gevolg van het onvoldoende alerte gebruik van een model) moet worden beschouwd: zij erkent dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen. Zij is van oordeel dat de nieuwe functie een degradatie inhoudt ten opzichte van de oude functie. In de oude functie kende zij een grote mate van zelfstandigheid, ook al omdat haar leidinggevende ([R]) door zijn werk veel buiten de deur was. Vooral het aspect organisatie van beurzen, waarvan onderdeel uitmaakte het werken met grafische ontwerpsoftware, sprak haar in de oude functie aan. In de nieuwe functie is slechts in geringe mate nog sprake van het organiseren van beurzen en zal zij vooral de telefonische helpdesk moeten bemensen. Zij is veel te lang in onzekerheid gelaten over de inhoud van de nieuwe functie. Zij heeft aan de omscholing in november meegedaan uit een algemene belangstelling maar niet omdat zij de nieuwe functie aanvaardbaar vond. Van overleg met haar collega [K] was geen sprake. Het was een dictaat voor wat betreft de verdeling van de beide deeltijden. Eigenlijk sedert het aantreden van de nieuwe directeur is zij een verslechtering van de werksfeer gaan ondervinden. Tot dat moment had zij vele jaren met veel plezier bij Enorm Beheer B.V. gewerkt. Die verslechterde sfeer bleek ook in de met haar gevoerde gesprekken. Zij kan zich niet herinneren dat in de met haar op 11 oktober en 29 november 2006 gevoerde gesprekken uitvoerig op de inhoud van de nieuwe functie is ingegaan, maar zij had toen door werkdruk en een aanstaande operatie in het ziekenhuis haar aandacht er ook niet goed bij. Zij kampt sedert 2005 met (niet werkgebonden) gezondheidsklachten, als gevolg waarvan zij sedertdien meermalen door ziekte is uitgevallen en ook thans arbeidsongeschikt is. Als gevolg van de kwalijke wijze waarop zij door Enorm Beheer B.V. is behandeld en het niet passend zijn van de haar aangeboden vervangende functie meent zij aanspraak te hebben op een billijke vergoeding van € 21.927,60 bruto.

4.

Nu het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet is bestreden behoeft niet te worden onderzocht of het verband houdt met het bestaan van een opzegverbod en is het dadelijk toewijsbaar. Ontbinding zal worden uitgesproken per 1 maart 2007.

5.

Voor wat betreft de vraag of aan deze ontbinding billijkheidshalve een vergoeding behoort te worden verbonden, en zo ja, tot welk bedrag, geldt het volgende.

5.1

De noodzaak tot reorganisatie is niet bestreden en die tot sluiting van de afdeling projecten evenmin. Het vervallen van de functie van [werkneemster] is daarmee een gegeven. Rest ter beoordeling het antwoord op de vraag of [werkneemster] de nieuwe functie die haar is aangeboden mocht weigeren als onvoldoende passend. De kantonrechter beantwoordt die vraag ontkennend.

Uitgangspunt bij de onderhavige beoordeling moet zijn dat een werknemer op grond van zijn verplichting volgens artikel 7:611 BW een redelijk aanbod tot het vervullen van een andere passende functie niet mag weigeren. [werkneemster] heeft het tegendeel van de visie van Enorm Beheer B.V. dat de nieuwe functie passend is niet aannemelijk kunnen maken. De door haar aangevoerde bezwaren tegen de nieuwe functie blijken hoofdzakelijk te zijn ingegeven door teleurstelling over de verslechterde werksfeer in het algemeen en door het wegvallen van aantrekkelijke kanten van de oude functie in het bijzonder. Zo heeft [werkneemster] ook niet tegengesproken de stelling van Enorm Beheer B.V. dat haar opleiding op MBO niveau bij de nieuwe functie aansluit en staat vast dat haar honorering ongewijzigd zou zijn gebleven. Ook de door Enorm Beheer B.V. overgelegde schriftelijke verklaringen van drie van haar managers, onder wie haar oude chef [R], waarin verbazing wordt geuit over de weigering van [werkneemster] om de nieuwe functie te aanvaarden, heeft zij niet weersproken of van een steekhoudende verklaring voorzien. Desgevraagd heeft [werkneemster] ter zitting verklaard dat zij de nieuwe functie ook niet heeft willen proberen, al was het maar om in het ergste geval vanuit die positie naar aardiger werk elders uit te kijken, omdat zo’n opstelling niet bij haar karakter past.

5.2

De conclusie uit het voorgaande kan geen andere zijn dan dat [werkneemster] op rechtens ontoereikende gronden de nieuwe functie als onvoldoende passend heeft afgewezen. Om die reden bestaat billijkheidshalve geen reden voor toekenning van een vergoeding in verband met de uit te spreken ontbinding.

6.

In de omstandigheden van het geval vindt de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

- ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst en bepaalt dat deze eindigt op 1 maart 2007;

- compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven door mr. A.H. Canté, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 23 februari 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.