Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZLY:2007:AZ7154

Instantie
Rechtbank Zwolle-Lelystad
Datum uitspraak
17-01-2007
Datum publicatie
29-01-2007
Zaaknummer
AWB 06/1751 WVG
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen zijn verdeeld over de vraag of verweerders besluit eisers aanvraag voor een hoog persoonlijk kilometerbudget af te wijzen de rechterlijke toetsing kan doorstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD

Sector Bestuursrecht

Enkelvoudige Kamer

Reg.nr.: AWB 06/1751 WVG

UITSPRAAK

in het geschil tussen:

[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,

en

Argonaut B.V., gevestigd te Amstelveen, verweerder,

gemachtigde: mr. M.F. van der Mersch, advocaat te Den Haag.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder d.d. 20 juni 2006.

2. Procesverloop

Bij besluit van 23 maart 2006 heeft verweerder eisers aanvraag om hem in aanmerking te brengen voor een hoog persoonlijk kilometerbudget afgewezen.

Tegen dit besluit is op 27 april 2006 een bezwaarschrift ingediend.

Bij het bestreden besluit is dit bezwaarschrift ongegrond verklaard.

Op 26 juli 2006 is tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft op 28 augustus 2006 een verweerschrift ingezonden.

Het beroep is op 7 december 2006 ter zitting behandeld. Eiser is niet verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. M.F. van der Mersch.

3. Motivering

Partijen zijn verdeeld over de vraag of verweerders besluit eisers aanvraag voor een hoog persoonlijk kilometerbudget af te wijzen de rechterlijke toetsing kan doorstaan.

De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiser, geboren op 6 augustus 1927 is door een locomotore aandoening, oogaandoening, interne aandoening en een cardiale aandoening beperkt in zijn mobiliteit.

Op 25 januari 2006 heeft eiser verweerder verzocht hem in aanmerking te brengen voor een hoog persoonlijk kilometerbudget. Eiser heeft ten behoeve van zijn aanvraag een verklaring van 6 februari 2006 van zijn huisarts overgelegd, waarin deze aangeeft dat eiser niet in staat is te reizen met de trein. De huisarts heeft daarbij aangegeven dat eiser niet goed kan lopen, snel duizelig is en beenprothesen heeft.

De rechtbank overweegt als volgt.

Op de gemeentebesturen rust ingevolge de Wet Voorzieningen Gehandicapten (Wvg) een zorgplicht voor vervoersvoorzieningen voor gehandicapten die daarop zijn aangewezen. Deze zorgplicht is in beginsel beperkt tot de directe woon- en leefomgeving van die gehandicapten (het regionale vervoer).

Ten behoeve van het bovenregionale vervoer van gehandicapten heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: Minister), naar aanleiding van de (tweede) evaluatie van de Wvg, na overleg met en met instemming van de Tweede Kamer met ingang van 1 juli 1999 een landelijke voorziening in het leven geroepen. Deze voorziening (TraXX geheten) hield in dat gehandicapten, voor zover geen toegankelijk openbaar vervoer aanwezig was, taxiritten konden maken vanaf vijf (later: zes) tariefzones van het openbaar vervoer zonder maximering van het aantal kilometers. Daartoe was door de Staat een overeenkomst gesloten met de vervoersonderneming ConneXXion B.V.

Na een evaluatie heeft de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: Staatssecretaris) bij brief aan de Tweede Kamer van 23 april 2003 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2002-2003, 25 847, nr. 29) aangekondigd dat voor het bovenregionale vervoer van gehandicapten een nieuw stelsel zal worden ontwikkeld. Het nieuwe stelsel zal enerzijds bestaan uit het verbeteren van de reismogelijkheden met het openbaar vervoer (met name de assistentieverlening door NS Reizigers (hierna: NSR) aan gehandicapten op de stations en perrons) en anderzijds uit de verstrekking van een jaarlijks persoonlijk kilometerbudget (hierna: persoonlijk kilometerbudget) voor taxiritten aan gehandicapten die niet dan wel slechts beperkt in staat zijn van de trein gebruik te maken. Nadat de Tweede Kamer met het voorstel had ingestemd, is voor de organisatie, coördinatie en uitvoering van het stelsel een zogeheten Europese aanbesteding gehouden. Deze heeft ertoe geleid dat de Staat overeenkomsten heeft gesloten met de vervoersonderneming Transvision B.V. (hierna: Transvision) en met Argonaut B.V., een onderneming die zich onder meer bezighoudt met dienstverlening op het gebied van medische en ergonomische indicatiestelling.

Het met ingang van 1 april 2004 ingevoerde vervoerssysteem (Valys geheten) houdt in dat Transvision aan een gehandicapte die op grond van de Wvg beschikt over een scootmobiel of een andere vervoersvoorziening dan wel een rolstoel, of over een OV-begeleiderskaart (die recht geeft op het gratis meenemen van een begeleider in de trein), tegen betaling van € 6,80 een zogeheten Valys-pas verstrekt. De houder van een Valys-pas krijgt de beschikking over een standaard persoonlijk kilometerbudget, hetgeen inhoudt dat op jaarbasis maximaal 450 (per 1 maart 2005: 750) kilometer met de taxi kan worden gereisd tegen een tarief van € 0,16 per kilometer. Dit bedrag komt overeen met het gemiddelde openbaarvervoertarief. Voor gehandicapten die in het geheel niet in staat zijn gebruik te maken van de trein en die zelf geen alternatief voor taxivervoer hebben, is voorzien in een hoog persoonlijk kilometerbudget. In verband met deze laatste voorwaarde komt de houder van een Valys-pas die over een gehandicaptenparkeerkaart beschikt, niet voor een hoog persoonlijk kilometerbudget in aanmerking. Met ingang van 1 maart 2005 is deze uitsluiting vervallen voor houders van de zogenoemde passagierskaart; voor houders van de zogenoemde bestuurderskaart is zij echter gehandhaafd. Het hoge persoonlijk kilometerbudget houdt in dat op jaarbasis 900 (per 1 maart 2005: 2250) kilometer met de taxi kan worden gereisd tegen het tarief van € 0,16 per kilometer. Transvision is verplicht om de houder van een Valys-pas te vervoeren tegen een tarief van € 0,16 per kilometer. De staat heeft zich jegens Transvision verbonden om een vergoeding te betalen ter hoogte van het verschil tussen € 0,16 per kilometer en de werkelijke vervoerskosten. Indien de houder van een Valys-pas het toegekende persoonlijk kilometerbudget overschrijdt, is hij gerechtigd te reizen tegen een -gereduceerd- tarief van € 1,25 per kilometer.

Voor een hoog persoonlijk kilometerbudget komen alleen die gehandicapten in aanmerking, die daarvoor zijn geïndiceerd. De organisatie en uitvoering van de indicatiestelling vindt krachtens de tussen de Staat en Argonaut gesloten overeenkomst plaats door Argonaut, welke onderneming daarbij optreedt onder de naam Argonaut Advies. De overeenkomst heeft een looptijd van drie jaar, met een mogelijke verlenging van tweemaal één jaar. In de (als bijlage bij de overeenkomst behorende) offerteaanvraag zijn de beoogde toekenningscriteria voor een hoog persoonlijk kilometerbudget en de door de Staatssecretaris verlangde wijze van taakuitoefening beschreven. De toekenningscriteria en de wijze van taakuitoefening zijn uiteindelijk vastgesteld in een (eveneens als bijlage bij de overeenkomst behorend) indicatieprotocol (hierna: protocol).

Het protocol is opgesteld door Argonaut en goedgekeurd door de Staatsecretaris en het kan op grond van de overeenkomst alleen worden gewijzigd met goedkeuring van de Staatssecretaris. Het bevat voorschriften en procedureregels die bij de indicatiestelling in acht moeten worden genomen. Op grond van het protocol – en ter uitwerking van de offerteaanvraag, waarin is opgenomen dat voor toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget is vereist dat de gehandicapte als gevolg van langdurig aanwezige, consistente en toetsbare beperkingen in het geheel niet in staat is gebruik te maken van de trein- kan een indicatie voor een hoog persoonlijk kilometerbudget alleen worden gegeven aan gehandicapten die wegens ergonomische belemmeringen dan wel chronische medische beperkingen niet met de trein kunnen reizen (en die zelf geen alternatief voor taxivervoer hebben). Van ergonomische belemmeringen is sprake als de gehandicapte gebruik moet maken van een scootmobiel of een rolstoel waarvan gewicht en/of maatvoering in combinatie met de betrokkene zodanig is, dat deze de grenzen van de mogelijkheid van assistentieverlening door NSR overschrijdt. Van chronische medische beperkingen is sprake als door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek de betrokkene niet in staat is om met de trein te reizen. In het protocol is voorts opgenomen dat bij de indicatiestelling geen rekening wordt gehouden met omgevingsgebonden factoren, zoals de bereikbaarheid en toegankelijkheid van stations en perrons en de mogelijkheid van assistentieverlening door NSR.

De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraak van 31 maart 2006, gepubliceerd in USZ 2006, 167, geoordeeld dat een heroverwegingsbeslissing van Argonaut met betrekking tot een hoog persoonlijk kilometerbudget aangemerkt dient te worden als een besluit op bezwaar in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen beroep openstaat.

In diezelfde uitspraak heeft de Centrale Raad van Beroep geconcludeerd dat de in het protocol neergelegde –en door de Staatssecretaris goedgekeurde- toekenningscriteria het door Argonaut bij de indicatiestelling toe te passen beoordelingkader vormen.

De Centrale Raad van Beroep heeft daarbij geoordeeld dat deze toekenningscriteria de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten gaan.

Blijkens het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat eiser niet in aanmerking kan komen voor een hoog persoonlijk kilometerbudget, aangezien hij in het bezit is van een aangepaste auto en een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder. Eiser beschikt hiermee over een vervoersalternatief, welke aanspraak op een hoog persoonlijk kilometerbudget uitsluit. Daarbij heeft verweerder overwogen dat er (nog) geen uitspraak is gedaan over eventuele rij-ongeschiktheid van eiser.

Eiser heeft aangevoerd dat hij geen vervoersalternatief heeft, omdat hij sinds het verlaten van het ziekenhuis niet meer in zijn eigen auto heeft gereden in verband met slechtziendheid. Eiser heeft aangegeven dat hij bij een eventuele toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget zijn auto zou verkopen en zijn gehandicapten-parkeerkaart bestuurder in zou leveren bij de gemeente.

De rechtbank stelt vast dat het protocol toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget uitsluit in het geval de gehandicapte in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder. Een hoog persoonlijk kilometerbudget is immers bedoeld voor gehandicapten die niet in staat zijn gebruik te maken van de trein en die zelf geen alternatief voor taxivervoer hebben. Een gehandicapte die in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder moet geacht worden wél een alternatief te hebben voor taxivervoer. Naar het oordeel van de rechtbank moet er vanuit worden gegaan dat een gehandicapte die in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder hier ook gebruik van maakt. Als de gehandicapte geen gebruik (meer) maakt van de gehandicaptenparkeerkaart, bestaat immers de mogelijkheid deze in te leveren bij de gemeente.

Aangezien eiser in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder, welke, zoals ter zitting door de gemachtigde van verweerder is verklaard, geldig is tot september 2008, en hij ook in het bezit is van een aangepaste auto, kan hij op grond van de toekenningscriteria niet in aanmerking komen voor een hoog persoonlijk kilometerbudget. Om in aanmerking te kunnen komen voor een hoog persoonlijk kilometerbudget zal eiser eerst de gehandicaptenparkeerkaart dienen in te leveren bij de gemeente. Daarbij wijst de rechtbank er op dat eiser om in aanmerking te kunnen komen voor een hoog persoonlijk kilometerbudget ook zal moeten voldoen aan het criterium dat hij op medische/ergonomische gronden niet in staat is gebruik te maken van de trein.

Gelet op het vorenstaande, beantwoordt de rechtbank de in de aanhef van deze rubriek gestelde vraag dan ook bevestigend.

De rechtbank ziet geen aanleiding een partij te veroordelen in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken.

4. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Gewezen door mw. mr. J.J. Szauer-Bos en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2007 in tegenwoordigheid van mw. W. Veldman als griffier.

Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

afschrift verzonden op